1/35
Deze set flashcards behandelt de kernbegrippen, technieken en stijlen van de kunstgeschiedenis van de 14e tot de 17e eeuw, inclusief de Vlaamse Primitieven, de Renaissance, het Maniërisme en de Barok.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Glacis techniek
Een nieuwe techniek in de olieverfschilderkunst waarbij dunne lagen op elkaar worden aangebracht om veel detail te creëren.
Paneel schilderkunst
Schilderijen die zijn vervaardigd op houten panelen.
Symboliek (Vlaamse Primitieven)
Het gebruik van verborgen religieuze betekenissen in alledaagse voorwerpen.
Diptiek
Een kunstwerk dat bestaat uit 2 luiken.
Triptiek (of drieluik)
Een kunstwerk bestaande uit drie delen.
Grisaille
Een manier van schilderen waarbij uitsluitend grijswaarden worden gebruikt.
Fecit
Latijnse term die betekent 'heeft dit gemaakt', vaak gebruikt als signatuur op schilderijen.
Trippen
Houten overstappers of schoeisel die in de kunst van Van Eyck verwijzen naar goddelijke grond.
Ten voeten uit
Een wijze van portretteren waarbij de mens er volledig (van top tot teen) op staat.
Renaissance
Een periode van 'wedergeboorte' van de Griekse en Romeinse tijd.
Humanisme
De nieuwe filosofie die de basis vormde voor de Renaissance.
Lijnperspectief
Een wiskundige methode voor diepteweergave waar Brunelleschi mee experimenteerde.
Contraposthouding
Een natuurlijke stand van het menselijk lichaam waarbij het gewicht op één been rust, wat zorgt voor een dynamische houding.
Vierlob
Een vormkenmerk dat verwijst naar de gotiek.
Visgraatpatroon
Een specifieke metseltechniek gebruikt in de binnenste schelp van de koepel van Brunelleschi.
Palazzo Medici-Riccardi
Een stadspaleis met 3 verdiepingen, gebouwd door Michelozzo, dat van zware ruwe stenen onderaan naar elegantie bovenaan verloopt.
Giornata
De hoeveelheid werk die op één dag wordt geschilderd in verse plaaster.
Repoussoir
Een schildertechniek waarbij met opzet een voorwerp of persoon in de voorgrond wordt geplaatst om de illusie van diepte te vergroten.
Memento mori
Een Latijnse uitdrukking die betekent 'denk eraan dat je sterfelijk bent', dienend als verwijzing naar de sterfelijkheid.
Homo universalis
Een universeel mens die alles kan doen wat hij maar wilt, zoals Da Vinchi die schilder, uitvinder en architect was.
Sfumato
Een schildertechniek met zachte, rookachtige overgangen.
Taille direct
Een beeldhouwtechniek waarbij het beeld rechtstreeks uit de steen wordt gehaald zonder ontwerp vooraf.
Infinito
De term voor een 'onafgewerkt' kunstwerk, zoals de slaven van Michelangelo.
Neoplatonisme
De filosofie dat de ziel gevangen zit in het lichaam, in de kunst getoond door figuren die lijken te ontsnappen uit de steen.
Tromp l'oeil
Een schildertechniek die een optische illusie creëert.
Putto
Een afbeelding van een kleine engel in de kunst.
Anamorfose
Een vertekende afbeelding die er alleen vanuit een specifieke hoek realistisch uitziet.
Maniërisme
Kunststijl vanaf ca. 1520 die breekt met de harmonie van de Renaissance en kiest voor overdreven vormen en drukke composities.
Figura serpentinata
Een spiraalvormige draai of slagvorm in de lichamen van beelden of figuren.
Barok
Een uitbundige, dramatische en rijkversierde kunststroming, vaak verbonden aan de contrareformatie.
Classicisme
Sobere kunstvorm die rust, orde en inspiratie uit de Griekse en Romeinse oudheid nastreeft.
Solomonszuilen
De gedraaide zuilen die kenmerkend zijn voor het baldakijn van Bernini in de Sint-Pietersbasiliek.
Gesamtkunstwerk
Een totaalkunstwerk waarin verschillende kunstvormen (zoals architectuur en beeldhouwkunst) samenkomen.
Clair-obscur
Een sterk licht-donker contrast gebruikt om emotie en drama te versterken, veel toegepast door Caravaggio.
Schuttersstuk
Een groepsportret van de burgerwacht, waarvan de 'Nachtwacht' een vernieuwend voorbeeld is door de actie.
Genrestuk
Een schilderij met een onderwerp uit het dagelijks leven of een huiselijke setting, zoals de werken van Vermeer.