Uni: inleiding van de wetenschap: thema 2.

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/151

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:02 PM on 4/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

152 Terms

1
New cards

Hoe noemt men de “als” in “als-dan-uitspraken”?

Antecedent (de voorwaarde)

2
New cards

Hoe noemt men de “dan” in “als-dan-uitspraken”?

Consequent (het gevolg)

3
New cards

Met welke letter duidt men de “als” aan in “als-dan-uitspraken”?

P

4
New cards

Met welke letter duidt men de “dan” aan in “als-dan-uitspraken”?

Q

5
New cards

Met welke letter duidt men de conclusie aan in “als-dan-uitspraken”?

C

6
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld?

Dit is de meest directe vorm van logica. Als de regel waar is, en de voorwaarde (P) vindt plaats, dan móét het gevolg (Q) ook waar zijn.

Regel: Als het regent (P), dan wordt de straat nat (Q).

Feit: Het regent (P).

Conclusie: Dus, de straat wordt nat (Q).

Status: Geldig.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

modus ponens

7
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld?

Deze vorm werkt achterstevoren. Als het gevolg (Q) niet is opgetreden, dan kan de voorwaarde (P) ook nooit hebben plaatsgevonden.

Regel: Als het regent (P), dan wordt de straat nat (Q).

Feit: De straat is niet nat (niet-Q).

Conclusie: Dus, het regent niet (niet-P).

Status: Geldig.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

modus tollens

8
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld?

Dit is een veelvoorkomende fout. Je ziet het gevolg en neemt aan dat de voorwaarde die jij kent de enige oorzaak is.

Regel: Als het regent (P), dan wordt de straat nat (Q).

Feit: De straat is nat (Q).

Conclusie: Dus, het regent (P).

Status: ONGELDIG. * Waarom? De straat kan ook nat zijn omdat de brandweer een oefening hield of omdat de buurman zijn auto waste. Q is geen bewijs voor P.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

bevestiging van het consequent

9
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld?

Hierbij neem je aan dat als de voorwaarde niet voldaan is, het gevolg ook niet kan optreden.

Regel: Als het regent (P), dan wordt de straat nat (Q).

Feit: Het regent niet (niet-P).

Conclusie: Dus, de straat is niet nat (niet-Q).

Status: ONGELDIG.

Waarom? Ook hier geldt: de straat kan om andere redenen nat zijn. Het feit dat het niet regent, betekent niet dat de straat gegarandeerd droog is.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

ontkennen van het antecedent

10
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als je hard studeert, dan haal je een hoog cijfer.

P2: Anne studeert hard.

C: Anne haalt een hoog cijfer.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

modus ponens ; geldig

11
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als je hard studeert, dan haal je een hoog cijfer.

P2: Anne haalt geen hoog cijfer.

C: Anne studeert niet hard.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

modus tollens ; geldig

12
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als je hard studeert, dan haal je een hoog cijfer.

P2: Anne haalt een hoog cijfer.

C: Anne studeert hard.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

bevestiging van het consequent ; ongeldig (bevestigen van het gevolg)

13
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als je hard studeert, dan haal je een hoog cijfer.

P2: Anne studeert niet hard.

C: Anne haalt geen hoog cijfer.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

ontkennen van het antecedent; ongeldig (ontkennen van de als-stelling)

14
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als iemand uit Duitsland komt, dan spreekt deze persoon Duits.

P2: Anne spreekt Duits.

C: Dus, Anne komt uit Duitsland.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

Bevestigen van het consequent

Ongeldige redenering: het is niet noodzakelijk waar dat iemand die Duits spreekt, ook uit Duitsland komt.

15
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als iemand extravert is, dan gaat die persoon veelvuldig op stap.

P2: Johan gaat veelvuldig op stap.

C: Dus, Johan is extravert.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

Bevestigen van het consequent

Ongeldige redenering: het is niet noodzakelijk waar dat iemand die veelvuldig op stap gaat, dus ook extravert is.

16
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als iemand intelligent is, dan scoort die persoon goed op IQ-testen.

P2: Deze persoon is erg intelligent.

C: Dus, deze persoon scoort goed op de IQ-test.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

Modus ponens

Geldige redenering: het is altijd waar dat iemand die erg intelligent is, ook goed scoort op een IQ-test.

17
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als iemand een depressie heeft, dan slaapt die persoon erg veel.

P2: Inez slaapt niet veel.

C: Dus, Inez heeft geen depressie.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

Modus tollens

Geldige redenering: het is altijd waar dat iemand die niet veel slaapt, geen depressie heeft.

18
New cards

Waarvan is dit een voorbeeld en is het geldige logica of niet?

P1: Als een student hard studeert, dan zal die student een goed resultaat behalen op het tentamen.

P2: Kathy studeert niet hard.

C: Dus, Kathy zal geen goed resultaat behalen op het tentamen.

modus ponens / modus tollens / bevestiging van het consequent / ontkennen van het antecedent

Ontkennen van het antecedent

Ongeldige redenering: het is niet noodzakelijk waar dat iemand die niet hard studeert, geen goed resultaat behaalt op het tentamen.

19
New cards

Welke conditionele logicavorm zegt het volgende?

‘Alle raven zijn zwart’ is hetzelfde als ‘Alles wat niet zwart is, is in ieder geval geen raaf.’

bevestigen van het consequent

modus ponens

modus tollens

ontkennen van het antecedent

modus tollens

20
New cards

Welke conditionele logicavorm zegt het volgende?

Als een getal deelbaar is door 6, dan is het even.
Het getal is niet deelbaar door 6.
Dus het getal is niet even.

bevestigen van het consequent

modus ponens

modus tollens

ontkennen van het antecedent

Ontkennen van het antecedent

Het kan bv. 4 zijn → niet deelbaar door 6 maar wel even.

21
New cards

Welke conditionele logicavorm zegt het volgende?

Als iemand sport, dan wordt die persoon fitter.
Die persoon wordt fitter.
Dus die persoon sport.

bevestigen van het consequent

modus ponens

modus tollens

ontkennen van het antecedent

Bevestigen van het consequent

Je kan fitter worden door andere dingen (werk, genetica, dieet).

22
New cards

Inductieve redeneringen leiden niet noodzakelijk naar waarheid, maar men kan een inductieve generalisatie maken met een bepaalde mate van waarschijnlijkheid. Op welke 2 manieren?

  • Grote steekproef: groot aantal waarnemingen

  • Representatief: steekproef typisch voor de populatie waar het betrekking op heeft

23
New cards

Waarom is een steekproef met exclusief respondenten uit 1 provincie niet goed om conclusies over heel België te trekken?

De steekproef is dan wel groot, maar niet representatief voor de populatie waar de generalisatie betrekking op heeft.

24
New cards

Hoe bereken je de onvoorwaardelijke kans?

rij- of kolomtotaal / algemeen totaal

25
New cards
<p>Bereken de onvoorwaardelijke kans dat iemand een milieubewust zelfbeeld heeft.</p>

Bereken de onvoorwaardelijke kans dat iemand een milieubewust zelfbeeld heeft.

kolomtotaal / algemeen totaal

= 100 / 200 = 0,5

26
New cards
<p>Bereken de onvoorwaardelijke kans dat iemand sport.</p>

Bereken de onvoorwaardelijke kans dat iemand sport.

kolomtotaal / algemeen totaal

= 40 / 100 = 0,4

27
New cards
<p>Bereken de onvoorwaardelijke kans op depressie.</p>

Bereken de onvoorwaardelijke kans op depressie.

rijtotaal / algemeen totaal

40 / 200 = 0,2

28
New cards
<p>Bereken de onvoorwaardelijke kans op slaapklachten.</p>

Bereken de onvoorwaardelijke kans op slaapklachten.

kolomtotaal / algemeen totaal

70 / 200 = 0,35

29
New cards

Hoe bereken je de voorwaardelijke kans?

Cel / aantal per rij of kolom

30
New cards
<p>Bereken de kans op depressie gegeven dat iemand slaapklachten heeft</p>

Bereken de kans op depressie gegeven dat iemand slaapklachten heeft

30 / 70

31
New cards
<p>Bereken de kans op depressie gegeven dat iemand geen slaapklachten heeft</p>

Bereken de kans op depressie gegeven dat iemand geen slaapklachten heeft

10 / 130

32
New cards
<p>Bereken de kans op slaapklachten gegeven dat iemand depressief is</p>

Bereken de kans op slaapklachten gegeven dat iemand depressief is

30 / 40

33
New cards
<p>Bereken de kans op slaapklachten gegeven dat iemand niet depressief is</p>

Bereken de kans op slaapklachten gegeven dat iemand niet depressief is

40 / 160

34
New cards
term image

35 / 50

35
New cards
term image

50 / 100

36
New cards
term image

20 / 70

37
New cards

Samenhang tussen twee variabelen wordt in de wetenschap aangeduid met het concept ‘correlatie’.

Wanneer er een correlatie bestaat tussen twee discrete (wel/niet) gebeurtenissen, dan is dat in een kruistabel te herkennen aan

het bestaan van onvoorwaardelijke kansen.

het verschil tussen twee onvoorwaardelijke kansen.

het verschil tussen twee voorwaardelijke (conditionele) kansen.

het bestaan van voorwaardelijke kansen.

Het verschil tussen twee voorwaardelijke (conditionele) kansen.

Correlatie betekent dat de ene gebeurtenis de kans op de andere gebeurtenis beïnvloedt. Dat zie je alleen aan het verschil in de kansen onder verschillende condities.

Samenhang: wanneer een gebeurtenis P vaker (of minder vaak) optreedt in
combinatie met een andere gebeurtenis Q, dan zonder deze (niet Q), dan
bestaat er een samenhang tussen de twee gebeurtenissen P en Q.

38
New cards

Wat wordt omschreven?

Een set van gerelateerde beweringen (in algemene vorm). Dit geheel biedt verklaringen voor observeerbare fenomenen en/of wet- en regelmatigheden in de wereld.

Theorie / verklarende hypothese / voorspelling

Theorie

39
New cards

Wat wordt omschreven?

Een uitspraak in de vorm van een veronderstelling die een verklaring biedt voor een geobserveerd fenomeen.

Theorie / verklarende hypothese / voorspelling

Verklarende hypothese

40
New cards

Wat wordt omschreven?

Een verwachting poneert een verwachte (en observeerbare) uitkomst van een onderzoek. Deze is met deductie ontleend aan een verklarende hypothese H* of theorie T.

Theorie / verklarende hypothese / voorspelling

Voorspelling

41
New cards

Wanneer volgt een onderzoeker een hypothetisch-deductieve (HD) methode?

Als hij een verklarende hypothese opstelt, een voorspelling doet en dan de voorspelling empirisch toetst (bevestigt of weerlegt)..

<p>Als hij een verklarende hypothese opstelt, een voorspelling doet en dan de voorspelling empirisch toetst (bevestigt of weerlegt)..</p>
42
New cards

Welke methode wordt in onderstaand voorbeeld gebruikt?

“Je doet een heleboel losse waarnemingen en trekt daaruit een algemene conclusie (een wet).”

inductieve methode / observationele methode / experimentele methode / hypothetisch-deductieve (HD) methode

Inductieve methode

43
New cards

Welke methode wordt in onderstaand voorbeeld gebruikt?

“Je aanschouwt een verschijnsel in zijn natuurlijke omgeving. Je verandert niets aan de situatie; je legt alleen vast wat er gebeurt.”

inductieve methode / observationele methode / experimentele methode / hypothetisch-deductieve (HD) methode

Observationele methode

44
New cards

Welke methode wordt in onderstaand voorbeeld gebruikt?

“Je creëert een kunstmatige situatie en isoleert een variabele.”

inductieve methode / observationele methode / experimentele methode / hypothetisch-deductieve (HD) methode

Experimentele methode

45
New cards

Welke methode wordt in onderstaand voorbeeld gebruikt?

“Je bedenkt een mogelijke verklaring (ALS = hypothese), dan voorspellen (DAN = deductie) en je gaat empirisch kijken of de voorspelling uitkomt toetsing.”

inductieve methode / observationele methode / experimentele methode / hypothetisch-deductieve (HD) methode

Hypothetisch-deductieve (HD) methode = in de moderne wetenschap

46
New cards

Hoe verloopt het proces bij de hypothetisch-deductieve (HD) methode?

Hypothese: De onderzoeker stelt een verklaring op voor een verschijnsel (vaak gebaseerd op een theorie).

Deductie: De onderzoeker leidt hieruit een logische, toetsbare voorspelling af: "Als mijn hypothese waar is, dan moet ik in deze specifieke situatie uitkomst X waarnemen."

Toetsing: De onderzoeker voert een empirisch onderzoek uit om te kijken of de voorspelling uitkomt.

<p>Hypothese: De onderzoeker stelt een verklaring op voor een verschijnsel (vaak gebaseerd op een theorie).</p><p>Deductie: De onderzoeker leidt hieruit een logische, toetsbare voorspelling af: "Als mijn hypothese waar is, dan moet ik in deze specifieke situatie uitkomst X waarnemen."</p><p>Toetsing: De onderzoeker voert een empirisch onderzoek uit om te kijken of de voorspelling uitkomt.</p>
47
New cards

Isaac Newton stelde ooit ‘Hypotheses non fingo’ (Ik verzin geen hypotheses).

Tegen welke wetenschappelijke methode lijkt hij zich hiermee het meest duidelijk te verzetten?

de inductieve methode

de experimentele methode

de observationele methode

de HD-methode

Tegen de HD-methode, want hierbij begint het met verzinnen van hypothesen en vervolgens kijken of de waarnemingen kloppen.

48
New cards

Wat bedoelt men als een onderzoeker passief is om een hypothese te onderzoeken?

Enkel meten hoe vaak bv. bepaalde gebeurtenissen voorkomen, passief observeren.

49
New cards

Wat bedoelt men als een onderzoeker actief is om een hypothese te onderzoeken?

Een bepaalde situatie creëren zoals een experiment, dit staat centraal in de experimentele methode.

50
New cards

Een onderzoeker wil graag verklaren waarom een aantal van haar collega’s op sommige dagen minder alert en daarom minder productief zijn, dan op andere dagen. Ze vermoedt dat dit te maken heeft met de hoeveelheid slaap die ze hebben gehad. Op basis van dat vermoeden formuleert ze de een hypothese.

Wat betekent het als de onderzoeker de hypothese PASSIEF onderzoekt?

We houden bij hoeveel uur iedere collega voorgaande nacht heeft geslapen en ook hoe goed ze die dag presteren. (passief = observeren, geen proef opstellen).

51
New cards

Een onderzoeker wil graag verklaren waarom een aantal van haar collega’s op sommige dagen minder alert en daarom minder productief zijn, dan op andere dagen. Ze vermoedt dat dit te maken heeft met de hoeveelheid slaap die ze hebben gehad. Op basis van dat vermoeden formuleert ze de een hypothese.

Wat betekent het als de onderzoeker de hypothese ACTIEF onderzoekt?

We houden een deel van de mensen ’s nachts wakker, terwijl we een ander deel een goede nachtrust gunnen. (experiment).

52
New cards

De alcoholconsumptie van ouders tijdens de kindertijd is een belangrijke determinant voor het drinkgedrag van hun jongvolwassen kind. Een onderzoeker wil de volgende acties uitvoeren om deze hypothese te onderzoeken.

Het bijhouden van de alcoholconsumptie van ouders tijdens de kindertijd.

Een groep ouders de opdracht geven geen alcohol te consumeren tijdens de kindertijd.

Beoordeel of deze twee acties passief en/of actief zijn.

Actie 1 en 2 zijn beide passief.

Actie 1 is passief en actie 2 is actief.

Actie 1 is actief en actie 2 is passief.

Actie 1 en 2 zijn beide actief.

Actie 1 is passief en actie 2 is actief.

53
New cards

Op welke “als-dan-logica” is de confirmatiemethode gebaseerd?

bevestigen van het consequent

modus ponens

modus tollens

ontkennen van het antecedent

Bevestigen van het consequent

Deze is logisch ongeldig, maar kan wel in een bepaalde mate van waarschijnlijkheid waar zijn.

54
New cards

Op welke “als-dan-logica” is de falsificatiemethode van Popper gebaseerd?

bevestigen van het consequent

modus ponens

modus tollens

ontkennen van het antecedent

Modus tollens

Deze is logisch wel geldig

  • Als theorie T of hypothese H* (P) klopt, dan zou fenomeen Q het geval moeten zijn (als P, dan Q).

  • Er is evidentie dat fenomeen Q niet altijd geldt (niet-Q).

  • Daarom klopt theorie T of hypothese H* niet (niet-P).

55
New cards

Wat is het probleem met de harde logica van Poppers falsificatie (modus tollens), die is toch logisch geldig…

Die veronderstelt dat een hypothese simpelweg te toetsen is aan observaties, maar als we het over abstracte concepten hebben komt de vraag die ook de essentie van het Duhem-Quine-probleem is: hoe hebben ze dit gemeten?

56
New cards

Karl Popper was geen voorstander van de HD-confirmatiemethode. Maar zoals besproken in het hoofdstuk van Gruijters & van Beek (2023) kan confirmatie als toets van een hypothese betekenisvol zijn.

Wanneer is dit het geval?

bij confirmatie van een risicovolle voorspelling

bij confirmatie van een voorzichtige voorspelling

bij confirmatie van een vaag geformuleerde voorspelling

bij alle bovenstaande opties

Bij confirmatie van een risicovolle voorspelling

Popper was kritisch op het idee dat je een hypothese kan “bewijzen” via bevestiging (HD-methode), volgens hem is enkel falsificatie betrouwbaar om een theorie te testen, MAAR als een voorspelling risicovol is = niet vanzelfsprekend en die voorspelling blijft te kloppen, dan versterkt dit wel het vertrouwen in de hypothese.

57
New cards

Welke van de onderstaande antwoordopties geeft de beste beschrijving van een gedurfde (risicovolle) voorspelling?

een voorspelling waarvan de a-priori-kans dat deze uitkomt klein is.

een voorspelling waarvan de a-priori-kans dat deze uitkomt groot is.

een voorspelling waarvan de a-posteriori-kans dat deze uitkomt groot is.

een voorspelling waarvan de a-posteriori-kans dat deze uitkomt klein is.

Een voorspelling waarvan de a-priori-kans dat deze uitkomt klein is.

Zulke voorspelling is gedurfd als ze iets beweert dat volgens onze huidige kennis onwaarschijnlijk is.

A-priori zaken zijn veilige voorspellingen, zaken die we toch al dachten.

Volgens Popper en de HD-methode leer je als wetenschapper het meest van voorspellingen die "onwaarschijnlijk" zijn. Als zo'n onwaarschijnlijke voorspelling tóch uitkomt, is dat een enorme steun voor je hypothese. Het is immers heel onwaarschijnlijk dat je dit "per toeval" goed had geraden.

58
New cards

Wat staat waar bij een Als-Dan-Daarom schema?

hypothese of theorie / voorspelling / conclusie

Als … hypothese of theorie

Dan… voorspelling

Daarna… conclusie

59
New cards

Aan welke kenmerken voldoet een verklarende hypothese bij de HD-methode?

  • Heeft een verklarende kern, niet gewoon observeren dat iets gebeurt

  • Verklaart 1 fenomenen

  • Het is falsificeerbaar

Een verklarende hypothese (H*) is een uitspraak in de vorm van een
veronderstelling die een verklaring biedt voor een geobserveerd fenomeen.

60
New cards

Wat is het nut van een experiment voor hypothesen?

Een experiment biedt een actieve manier om voorspellingen zoals opgesteld in een ‘als-dan-daarom’-schema empirisch te toetsen en daarmee na te gaan of een hypothese wordt ondersteund of niet.

61
New cards

Wat bedoelt men met een interventie in een onderzoek?

In een experiment introduceert een onderzoeker specifieke veranderingen in een systeem om na te gaan welk resultaat deze veranderingen opleveren.

62
New cards

Welke variabele bedoelen we met “de knop waaraan je draait, hetgeen je varieert”?

Onafhankelijke variabele / afhankelijke variabele

Onafhankelijke variabele

63
New cards

Welke variabele bedoelen we met “hetgeen je meet”?

Onafhankelijke variabele / afhankelijke variabele

Afhankelijke variabele

64
New cards

Wat is de onafhankelijke en afhankelijke variabele in dit voorbeeld:

"De universiteit wil weten of studenten hogere cijfers halen wanneer zij online instructievideo's bekijken in plaats van alleen het handboek te lezen."

Onafhankelijke: manier van studeren

Afhankelijke:hoge cijfers

65
New cards

Wat is de onafhankelijke en afhankelijke variabele in dit voorbeeld:

"Een onderzoeker onderzoekt of het gebruik van verschillende lettertypes in een tekst invloed heeft op de leessnelheid van basisschoolleerlingen."

Onafhankelijke: verschillende lettertypes

Afhankelijke: leessnelheid

66
New cards

Welke variabele wordt in een interventie gemanipuleerd?

De onafhankelijke variabele (knop waaraan je draait).

67
New cards

Hoe noemt men een derde variabele die zowel van invloed is op de onafhankelijke als op de afhankelijke variabele?

Confounder, deze biedt een alternatieve verklaring voor het verband tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabele.

68
New cards
<p>Wat voor variabele is hier “aanwezigheid van water”?</p>

Wat voor variabele is hier “aanwezigheid van water”?

Onafhankelijke variabele

69
New cards
<p>Wat voor variabele is hier “detectie van water met wichelroede”?</p>

Wat voor variabele is hier “detectie van water met wichelroede”?

Afhankelijke variabele

70
New cards
<p>Wat voor variabele is hier “omgevingskenmerken”?</p>

Wat voor variabele is hier “omgevingskenmerken”?

Confounder

71
New cards
<p>Wat voor verband noemen we de groene pijl?</p><p>Dit zou betekenen dat de aanwezigheid van water daadwerkelijk via de wichelroede kan worden opgepikt.</p>

Wat voor verband noemen we de groene pijl?

Dit zou betekenen dat de aanwezigheid van water daadwerkelijk via de wichelroede kan worden opgepikt.

Direct (causaal) verband

72
New cards

Stel bij het als-dan-daarom-schema de hypothese op voor wichelroede.

Hypothese: de aanwezigheid van water kan worden gedetecteerd door wichelroedelopers.

73
New cards

Stel bij het als-dan-daarom-schema de voorgestelde actie op voor wichelroede.

Voorgestelde actie: Wichelroedelopers moeten van 6 gesloten bakken aangeven of deze een pot met water bevat.

74
New cards

Stel bij het als-dan-daarom-schema de voorspelling op voor wichelroede.

Voorspelling: De wichelroedelopers zullen in 100% van de gevallen de juiste bak met water aanduiden.

75
New cards

Stel bij het als-dan-daarom-schema het onderzoeksresultaat op voor wichelroede.

Onderzoeksresultaat: De kans dat de wichelroedelopers een bak met water aanduiden = kans op gokken.

76
New cards

Stel bij het als-dan-daarom-schema de conclusie op voor wichelroede.

Conclusie: De wichelroedehypothese wordt niet ondersteund door de resultaten.

77
New cards

In een perfect gecontroleerd experiment, wil je dat enkel de onafhankelijke variabele wordt gemanipuleerd en alle derde variabelen perfect onder controle gehouden worden, zodat bv. confounding geen rol speelt. In de praktijk kan dit niet.

Aan welke 3 kenmerken moet een perfect gecontroleerd experiment echter wel voldoen?

  • Expliciteren van voorspellingen

  • Uitvoeren van een geschikte interventie om de onafhankelijke variabele te manipuleren

  • Controleren van derde variabelen, bias en verwachtingen van deelnemers en onderzoek zelf

78
New cards

Wat bedoelt men met “expliciteren van voorspellingen”?

Voorspellingen vooraf zo specifiek mogelijk opschrijven wat je verwacht dat er gaat gebeuren in je onderzoek.

79
New cards

Wat is een belangrijk kenmerk van een perfect gecontroleerd experiment?

controleren van verwachtingen van deelnemers en onderzoekers

een geschikte interventie uitvoeren om de afhankelijke variabele te manipuleren

interveniëren op het placebo-effect

updaten van hypotheses tijdens de dataverzameling

Controleren van verwachtingen van deelnemers en onderzoekers

80
New cards

Wat is een belangrijk kenmerk van een perfect gecontroleerd experiment?

een geschikte interventie uitvoeren om de onafhankelijke variabele te manipuleren

een geschikte interventie uitvoeren om de afhankelijke variabele te manipuleren

een geschikte interventie uitvoeren om de derde variabele te manipuleren

een geschikte interventie uitvoeren om de confounding variabele te manipuleren

Een geschikte interventie uitvoeren om de onafhankelijke variabele te manipuleren.

81
New cards

Waarom is een belangrijk kenmerk van een perfect gecontroleerd experiment niet

“Een geschikte interventie uitvoeren om de afhankelijke variabele te manipuleren”?

Je manipuleert de onafhankelijke variabele.

82
New cards

Waarom is een belangrijk kenmerk van een perfect gecontroleerd experiment niet

“Interveniëren op het placebo-effect”?

Je kunt niet "interveniëren" op een effect. Je probeert het placebo-effect te neutraliseren of te controleren (door een controlegroep een placebo te geven), zodat je het zuivere effect van je onafhankelijke variabele kunt zien.

83
New cards

Waarom is een belangrijk kenmerk van een perfect gecontroleerd experiment niet

“Updaten van hypotheses tijdens de dataverzameling”?

Dit is een doodszonde in de HD-methode! Als je je hypothese aanpast terwijl je de data al ziet, ben je aan het "harking" (Hypothesizing After the Results are Known). Je moet je hypothese vooraf vaststellen en daarna pas toetsen.

84
New cards

Hoe moeten de voorspellingen of verwachtingen geformuleerd zijn voorafgaand aan het uitvoeren van een experiment?

helder & specifiek

vaag

Helder & specifiek

Men stelt o.a. operationele definities in, die meetbaar moeten zijn.

85
New cards

Moeten de voorspellingen vooraf of achteraf gemaakt worden bij een experiment?

Vooraf

De logica van de HD-confirmatiemethode en de falsificatiemethode is immers dat als een theorie of hypothese respectievelijk waar of onwaar is, dit getoetst kan worden aan de hand van het al dan niet uitkomen van een voorspelling.

86
New cards

Waarom kun je meer waarde hechten aan onderzoeksresultaten die worden vergeleken met een vooraf opgestelde gedurfde voorspelling, dan met een voorzichtige voorspelling?

Bij het uitkomen van een voorzichtige voorspelling zijn er meer alternatieve verklaringen van de resultaten mogelijk dan bij een gedurfde voorspelling. Wel vormt ook het uitkomen van een gedurfde voorspelling nooit definitief bewijs dat de causale hypothese waar is. Er zullen altijd alternatieve verklaringen mogelijk zijn. Dit wordt ‘onderdeterminatie’ genoemd.

87
New cards

Juist of fout?

"Om de reikwijdte van een onderzoek te maximaliseren, moeten concepten en verwachtingen breed en algemeen gehouden worden."

Fout, een theorie kan breed en algemeen zijn, maar voorspellingen moeten altijd helder & specifiek zijn = risicovol.

88
New cards

Juist of fout?

“In een 'als-dan-daarom'-schema staan voorspellingen achter ‘dan’."

Juist

89
New cards

Aan welke 3 kenmerken moet een geschikte interventie voldoen?

  • Valide

  • Chirurgisch

  • Voldoende sterk

90
New cards

Wat wordt er bedoeld als men zegt dat een geschikte interventie valide moet zijn?

De interventie moet daadwerkelijk de variabele beïnvloeden die je beoogt te beïnvloeden.(juistheid, aan de juiste knop draaien)

Voorbeeld: Als je 'angst' wilt manipuleren, is een horrorfilm kijken een valide interventie. Een vrolijke tekenfilm kijken is dat niet.

91
New cards

Wat wordt er bedoeld als men zegt dat een geschikte interventie chirurgisch moet zijn?

De interventie mag alleen de onafhankelijke variabele veranderen en geen andere variabelen "meeslepen". (isolatie)

92
New cards

Wat wordt er bedoeld als men zegt dat een geschikte interventie voldoende sterk moet zijn?

De verandering die je aanbrengt moet groot genoeg zijn om een meetbaar effect te kunnen sorteren.

93
New cards

Welk kenmerk van een geschikte interventie wordt bedoeld met:

“Is dit de juiste knop voor dit probleem?” (juistheid, aan de juiste knop draaien)

Valide

94
New cards

Welk kenmerk van een geschikte interventie wordt bedoeld met:

“Raak ik alleen deze knop aan?” (isolatie)

Chirurgisch

95
New cards

Welk kenmerk van een geschikte interventie wordt bedoeld met:

“Draai ik de knop wel ver genoeg open?”

Voldoende sterk

96
New cards

Wat bedoelt men met “fat-handed” bij een interventie?

Tegengestelde als “chirurgisch”, een juiste interventie mag niet fat-handed zijn, want dat zou willen zeggen dat je teveel tegelijk aanpast.

  • Chirurgisch: Je geeft de loper de sportdrank (en de rest blijft hetzelfde).

  • Fat-handed: Je geeft de loper de sportdrank, maar je geeft hem ook nieuwe schoenen en een motiverende coach.

97
New cards

Over welk kenmerk van een geschikte interventie gaat dit:

Als je beweert de "motivatie" van leerlingen te verhogen door ze stickers te geven, moet die interventie (stickers geven) ook daadwerkelijk motivatie opwekken en niet iets anders (zoals alleen hebberigheid of afleiding).

Valide: aan de juiste knop draaien

98
New cards

Over welk kenmerk van een geschikte interventie gaat dit:

Je geeft de studenten een pil met daarin precies 100 mg zuivere cafeïne met een slokje water. Je verandert verder niets aan de omgeving, de instructies of de interactie

Chirurgisch: enkel meten hetgeen je wilt (isolatie)

Je hebt alleen de variabele "cafeïne" toegevoegd. Als ze sneller reageren, weet je 100% zeker dat het door de cafeïne komt.

99
New cards

Voor welk type onderzoek is het criterium dat een interventie “chirurgisch” moet zijn belangrijker (ze zijn bij allebei wel belangrijk)?

Fundamenteel onderzoek / toegepast onderzoek

Met name voor fundamenteel onderzoek naar de causale relaties tussen variabelen is het een probleem als interventies niet chirurgisch zijn. Het wordt dan lastig om causaliteit vast te stellen. Wanneer je – in toegepast onderzoek – geïnteresseerd bent in het effect van een interventie als geheel (zoals een opvoedtraining voor ouders), dan is het minder relevant dat interventies chirurgisch zijn en manipulaties valide. De belangrijkste vraag is hier namelijk of de interventie werkt, en in mindere mate welk specifiek onderdeel van de interventie causaal bijdraagt aan de verbetering.

100
New cards

In een experiment moet je zorgen dat je resultaat echt door je actie (de onafhankelijke variabele) komt en niet door toeval of andere factoren.

Een vaak voorkomende fout is “false rejection”. Wat is dat?

Je hypothese afwijzen terwijl die juist was.