Thema 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

basisstof 1 tot 5

Last updated 2:16 PM on 4/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

80 Terms

1
New cards

Wat is biologie 

Een natuurwetenschap 

2
New cards

Wat studeren we in biologie

organismen

3
New cards

Wat zijn organismen

Ze zijn levende wezens

4
New cards

Geef voorbeelden van organismen

  • planten

  • dieren

  • bacteriën

  • schimmels

5
New cards

Alle levende organismen vertonen …

levensverschijnselen

6
New cards

Wat zijn levensverschijnselen

Wat laat zien dat de organisme levend is

7
New cards

Geef een paar levensverschijnselen

  • voeden

  • ademhalen

  • groeien

  • ontwikkelen

  • waarnemen

  • voortplanten

  • stofwisseling

8
New cards

Wat is stofwisseling

Alle chemische (scheikundige) reacties in organismen, die versneld worden door bepaalde eiwitten.

9
New cards

Wat versneld bepaalde eiwitten

enzymen 

10
New cards

Hoe heet de versnelling van de eiwitten

katalyseren

11
New cards

Hoe noemen we een organisme die geen levensverschijnselen vertoond

dood

12
New cards

Hoe noem je dingen van de natuur die nooit heeft geleefd

levenloos

13
New cards

Wat is een andere naam voor een individual organisme

individu

14
New cards

In het kort wat is de levensloop

direct na het ontstaan, dood van een organismen

15
New cards

Na het ontstaan begint de organisme te …

groeien en ontwikkelen

16
New cards

Wat is groeien

Groter worden

17
New cards

Wat is ontwikkelen

Veranderen in bouw en functie

18
New cards

Waneer behoren individuen tot een soort

Waneer de individuen onderling kunnen voortplanten en vruchtbare baby’s kunnen krijgen

19
New cards

Hoe blijft de levenscyclus instand

Door voortplanting blijft de soort leven

20
New cards

Wat zijn de stappen van de levenscyclus

  1. geboorte

  2. groei

  3. ontwikkeling

  4. voortplanting

  5. sterven 

21
New cards

Hoe eindigt een levenscyclus van een soort

Alls de soort uitsterft

22
New cards

Waarom is biologie belangrijk voor de toekomst

  • voeding & voedselzekerheid

  • gezondheid

  • duurzame ontwikkeling

  • energie

  • veiligheid

23
New cards

Wat is de organisatieniveau van biologie

  1. molecuul

  2. organeel

  3. cel

  4. weefsel

  5. orgaan

  6. orgaan stelsel 

  7. organisme

  8. populatie

  9. levensgemeenschap

  10. ecosysteem

  11. biosfeer

24
New cards

Wat is een molecuul

Is een binding van 2 of meer atomen

25
New cards

Wat is een organeel

Is een deel van een cel met een eigen vorm en functie

26
New cards

Wat is een cel

Is de kleinste eenheid van leven die functies voor organismes uitvoert 

27
New cards

Wat is een weefsel

Is een groep cellen met de zelfde vorm en functie

28
New cards

Wat is een orgaan

Is een deel van je lichaam dat specifieke taken uitvoert

29
New cards

Wat is een orgaan stelsel

Is een groep samen werkende organen die samen een functie uitvoeren 

30
New cards

Wat is een organisme

is een levende wezen

31
New cards

Wat is een populatie

Is een groep individuen van dezelfde soort, in een bepaald gebied, die zich onderling kunnen voortplanten 

32
New cards

Wat is een levensgemeenschap

Is de populaties van verschillende soorten die binnen een bepaald gebied samenleven

33
New cards

ecosysteem

De levende (biotische factoren) en niet levende (abiotische factoren) natuur op aarde 

34
New cards

Biotische factoren

Invloed uit levende natuur

35
New cards

Abiotische factoren

Invloed uit levenloze natuur

36
New cards

Wat is biosfeer

Is het geheel van alle ecosystemen op aarde

37
New cards

Emergente eigenschap

Nieuwe eigenschap die op een hoger organisatieniveau ontstaat, die er op een lager organisatieniveau niet was

38
New cards

Wat is een orgaanstelsel

Een groep organen die samen een functie uitvoeren

39
New cards

noem een paar groepen organen

  • bloedvatenstelsel

  • beenderstelsel

  • verteringsstelsel 

  • lymfevatenstelsel 

  • ademhalingsstelsel

  • spierstelsel

40
New cards

Waarop zijn organen opgebouwd

weefsels

41
New cards

Noem een paar weefsel die in je lichaam voor komen

  • Dekweefsel: bekleedt en beschermt de binnen en buiten kant van het lichaam vb: (long, darm, huid)

  • Zenuwweefsel: bevindt zich in organen van het zenuwstelsel, vb: hersenen

  • Spierweefsel: maken beweging mogelijk.

42
New cards

Noem een paar biologische eenheden

cellen en weefels

43
New cards

Noem de verbanden tussen de vorm en functie

  • Langwerpige holle. botten met beenbalkjes → stevigheid

  • Beenderen in voeten → gewicht van de lichaam dragen en schokken opvangen

  • Gestroomlijnd lichaam → weinig weerstand in vb: water, lucht

44
New cards

Wat is biomimicry

Producten die zijn ontworpen met insperatie van natuur

45
New cards
<p>torso </p>

torso

  1. luchtpijp

  2. long

  3. hart

  4. lever

  5. maag

  6. dikke darm

  7. dunne darm

  8. slokdarm

  9. milt

  10. nier

  11. urineblaas

46
New cards

Wat hebben dierlijke en plantaardige cellen

  • Celmembraan: schijt het inwendige van de cel van omgeving

  • Cytoplasma (celplasma): is de inwendige vocht van de cel

  • Celkern: bevat DNA en de kernmembraan is er omheen

47
New cards

Wat hebben plantaardige cellen wel en dierlijke cellen niet

  • Celwand

  • Grote vacuole 

  • Plastiden

48
New cards

Welke soort plastiden zijn er 

  1. chloroplasten: baldgroenkorrels; groen → heb je nodig voor fotosyntese

  2. chromoplasten: kleurstofkorrels; geel, oranje, rood 

49
New cards

Kunnen mensen cellulose in celwanden verteren

nee

50
New cards

Wat helpt met de vertering van cellulose in celwanden

bacteriën, de darmflora

51
New cards

Noem 3 soorten van darmflora

  1. Bacteriodes → eiwit en dierlijk vet

  2. Prevotella → koolhydraten (suikers)

  3. Cellulose → suiker in celwand van plantaardige cellen

52
New cards

Wat is de intercellulaire ruimte

Het plaats waar plantaardige cellen niet helemaal op elkaar aansluiten, deze ruimte is gevuld met lucht en vocht 

53
New cards

Waar uit bestaat de celkern

  • Kernmembraan: scheidt het inwendige van de celkern van de rest van de cel

  • Kernplasma: is vocht met chromosomen & nucleolus/kernlichaampje

54
New cards

Wat zijn nucleolus

Is de plaats waar delen van ribosomen worden gemaakt

55
New cards

Welke 2 endoplasmatische reticulm zijn er

  • Glad endoplasmatische reticulum (GER): is verbonden bij de synthese (produceren) van koolhydraten en vetten

  • Ruw endoplasmatische reticulum (RER): hier verbinden zich ribosomen

56
New cards

Wat doet de golgisysteem

Het bewerkt eiwitten tot een uiteindelijke vorm en  dan worden de eiwitten in blaasjes verpakt

57
New cards

Wat zijn lysosomen

Is een deel van het bewerkte eiwitten, dat in de cel blijft omdat het is nuttig voor binnen de cel

58
New cards

Wat is secretie

Het afgeven van stoffen

59
New cards

Wat is exocytose

Is de afsnoeien van blaasjes

60
New cards

Wat zijn de functie’s van lysosomen

  • Verteren van opgenomen voedingsstoffen

  • Verteren van afvalstoffen 

61
New cards

Wat doet de mitochondriën 

Het maakt energie vrij, door verbranding van glucose

62
New cards

Wat is de funtie van de celmembraan

Het vormt een afscheiding met de omgeving

63
New cards

Wat kan door de membranen ongehinderd passeren

Sommige vetten en enkele kleine moleculen 

64
New cards
<p>Wat is diffusie</p>

Wat is diffusie

Verplaatsing van stofmoleculen, van een plek met een hoge concentratie naar een plek et een lage concentratie van die stof

65
New cards

Hoe heet de wanden die vloeistoffen of gassen kunnen scheiden

doorlatend of permeabel

66
New cards

Wat is de naam van de wanden van osmose

semipermeabel of selectief permeabel

67
New cards

Zijn de poriën van diffusie of osmose kleiner

osmose

68
New cards
<p>Wat is osmose</p>

Wat is osmose

Verplaatsing van water van een plek met lage concentratie naar een plek met hoge concentratie 

69
New cards

Dierlijke cel: OWbinnen cel = OWbuiten cel

isotoon

70
New cards

Dierlijke cel: OWbinnen cel > OWbuiten cel

hypotoon

71
New cards

Dierlijke cel: OWbinnen cel < OWbuiten cel

hypertoon → de cel krimpt

72
New cards

Plantaardige cel: OWbinnen cel = OWbuiten cel

isotoon

73
New cards

Plantaardige cel: OWbinnen cel > OWbuiten cel

hypotoon → turgor

74
New cards

Plantaardige cel: OWbinnen cel < OWbuiten cel

hypertoon → plasmolyse

75
New cards

Wat betekent het concentratieverval mee

Stoffen gaan van hoge concentratie naar een lage → passief transport

76
New cards

Wat betekent tegen het concentratieverval

Stoffen gaan van lage naar hoge concentratie → actief transport

77
New cards

Cellen opnemen via blaasjes 

endocytose 

78
New cards

Cellen opnemen via blaasjes bij vaste stof

fagocytose

79
New cards

Cellen opnemen via blaasjes bij vloeistof

pincoytose

80
New cards

Cellen afgeven via blaasjes 

exocytose / secretie