1/50
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
papyrus
oudste soort āpapierā, bijna 500 jaar oud en tot 2de eeuw V.C. de belangrijkste schriftdrager in het oude Egypte
productie van papyrus
stengels verzamelen
stengels snijden
stengels op elkaar leggen
sap toevoegen als bindmiddel
lagen op elkaar kloppen met hamer
drogen en schuren
perkament
schriftdrager gemaakt van dierenhuid, ca. 200 V.C. ontwikkeld in Klein-Aziƫ door de papyrus-schaarste, boost door erkenning Christendom
papier
uitgevonden in China rond 500 V.C., proces wordt geperfectioneerd door Tsāai Lun in 105 V.C., pas in 750 komt deze kennis tot in het Midden-Oosten
evolutie van papiermolens
1264: gebruik van gelatine ipv stijfsel als verlijming, Fabriano (ITA)
1293: introductie watermerken, Fabriano (ITA)
1798: uitvinding papiermachine door Nicholas Robert (FR)
1815: verbeteringen door de gebroeders Foudrinier (FR)
1840/44: pulp op basis van hout (Keller, DU)
bestanddelen van papier
cellulose
water
lijmstoffen
vulstoffen, coatings, ā¦
cellulose
hoofdbestanddeel van celwanden van planten (α-, β-cellulose en γ-cellulose), het is een polysacharide, glucosemoleculen vormen de basis van deze ketens
cellulose in papier: micro
Celluloseketens zijn onderling verbonden door waterstofbruggen, covalente bindingen tussen waterstof- en zuurstofatomen
cellulose in papier: macro
Macromoleculen ā agglomeraten (samenhoping) ā micellaire vezels of filamenten (plantenvezels/fibrillen)
hemicellulose
bestaat ook uit glucose, maar bevat andere suikers zoals xylaan en arabinoxylaan. De polymeerketens zijn kort en vaak vertakt. Ze kunnen geen strak netwerk vormen ā minder geordend
lignine
de natuurlijke (lijm)stof die de houtvezels aan elkaar hecht en ervoor zorgt dat planten rechtop blijven staan. Het is een 3-dimensionaal polymeer opgebouwd uit ringen van 6 koolstofatomen
opbouw van cellulose
lignine
cellulose
hemicellulose
fibrillen
celwandlaag
hout cellen
soorten plantvezels
zaadharen
bastvezels
bladvezels
grassen
soorten houtvezels
naaldhout
loofhout
winning van cellulose
aanvankelijk lompen ā recyclage
mechanische pulp: groot aandeel lignine āhouthoudendā
sinds 1970: thermo-dynamische vervaardiging
chemische pulp: āhoutvrijā
pulp obv recyclagepapier: chemische pulp
water in papier (H2O)
polair solvent, van groot belang tijdens productieproces (vorming waterstofbruggen)
kwaliteit van water is van groot belang: hoog ijzergehalte en veel onzuiverheden kunnen versnelde veroudering veroorzaken
gebruik van lijmstoffen in papier
papier beschrijfbaar/bedrukbaar maken
vertraging van de hygroscopische werking van papier
aanpassing van de sterkte wanneer vochtig
vertraging van de opname van atmosferische vervuiling
lijmstoffen doorheen de tijd
Arabieren: plantaardige lijmstoffen zoals zetmeel
Europa: gelatine (dierlijke lijm, collageen)
1880: aluin-rosineverlijming (aluminiumsulfaat en rosine)
vandaag: zowel plantaardig als synthetische lijnen
interne verlijming
in de massa verlijmd
externe verlijming
oppervlakteverlijming
vulstoffen/poriƫnvullers
minerale, fijn verdeelde stoffen die de lege ruimtes opvullen (in de massa toegevoegd), hebben invloed op de opaciteit en witheid van het papier + verhogen bedrukbaarheid
kleurstoffen en pigmenten
toevoegen om papier een bepaalde kleur te geven, worden in de massa toegevoegd
coatings
worden pas aangebracht wanneer het papier gevormd is, versterken het papier en passen het uitzicht aan
handgeschept papier
āraampapierā genoemd, proces in China uitgevonden, papier wordt met de hand gemaakt met schepramen
bereiding van handgeschept papier
bereiding van de pulp: sorteren en versnijden, wassen + rotten, hamerbakken of stamptroggen ā witte brij, verdunning met water + ev. vulstoffen
de bladen vormen: schepper dompelt schepraam onder in het schepvat, oneffen opp. wordt glad gemaakt, water enkele seconden uitdruipen, koetser zal zeef omkeren en legt vel op absorberende ondergrond ā afgekoetst
de bladen drogen: stapel papier geperst in schroefpers, water afgevoerd, heffer haalt vellen los en maakt nieuwe stapel, daarna over touwen gehangen om te drogen
de bladen afwerken: externe verlijming, drogen en persen, ⦠afgeteld per 25 (één hand) en verpakt per riem (20 hand = 500 vellen)
papier vergƩ
eerste schepramen zijn opgebouwd uit een houten lattenwerk dat een weefsel van koper- of messingdraden ondersteunt ā deze structuur is te zien in het papier als kettinglijnen
velijnpapier
schepraam met een veel dunner weefsel, waardoor geen lijnenpatroon meer te zien is ā naam van gelijkenissen met het perkament
Whatman
ontwikkelaar van het schepraam voor velijnpapier in 1775
watermerk
met een (meestal koper) draad wordt een figuur/letter/woord op de zeef van het schepraam genaaid ā hierdoor is de vezellaag lokaal dunner en transparanter
machinaal papier
papier gemaakt met een machine, met een langzeefmachine, een continu proces
machinaal proces papierproductie
pulp en nat productie
nat persen
drogen van papier
afwerking
opdraaien en snijden
snijden of inpakken
gebroeders Foudrinier
uitvinders van de langzeefmachine in 1815
looprichting (MD = machine direction)
de papiervezels bij machinaal/industrieel vervaardigd papier richten zich in ƩƩn bepaalde richting, namelijk evenwijdig aan de richting waarin de zeef zich voortbeweegt
manieren om de looprichting te bepalen
buigproef
vochtproef
nagelproef
scheurproef
vloeipapier
niet verlijmd papier zodat het een erg absorberende papiersoort is
zijdepapier
zeer dun, zacht en sterk papier, vaak gebruikt als verpakking
karton
papier dat bestaat uit meerdere lagen, met een grammage hoger dan 180g/m²
massiefkarton
vanaf 500g/m² ā van oudsher verschillende lagen papier op elkaar om een stuggere drager te vormen
Japans papier/Oosters papier
āWashiā ā vezels van lokale (ƩƩnjarige) plant, lange cellulosevezels (dun papier met grote sterkte) en vaak gebruikt bij restauratietechnieken
KOZO (Japans papier)
āBroussonetia kazinokiā ā bastvezel van moerbeiplanten (meest gebruikt in restauratie)
kenmerken: zeer lange vezels, hoog cellulosegehalte, nagenoeg geen onzuiverheden, natuurlijke witte kleur, wellicht sterkste papiervezel
GAMPI (Japans papier)
āDiplomorpha Sikokianaā ā bastvezels
kenmerken: door het hoge gehalte aan hemicellulose heeft een papier een āknisperendā karakter
MITSUMATA (Japans papier)
āEdgewothia Chrysantha/Papyferiaā ā bastvezels
kenmerken: korte vezels, zachte structuur, natuurlijk oranje-gele kleur
MANILLA/ABACA (Japans papier)
āMusa textilisā ā bladvezels van bananensoorten
kenmerken: verschil in taaiheid (van hard naar zacht) naargelang ze aan de binnen- of buitenkant liggen van het blad, hoge scheurweerstand
eigenschappen van papier
papierdikte en gramgewicht
scheursterkte
maatvastheid
opaciteit
witheid/ISO-brightness
waterabsorptievermogen en relatief vochtgehalte
pH-waarden
CIE
Commission International de lāEclairage, de internationale autoriteit op vlak van licht, lichtbronnen, kleur en kleurruimte
zuurvrij papier
pH 7 ā nieuw geproduceerd papier heeft een min of meer neutrale pH, ongeacht de vezelkwaliteit
archivaal of gebufferd papier
papier van hoogwaardige vezels (bv. katoen) of chemisch behandeld houtpulppapier met neutrale tot alkalische pH
PAT getest papier
Photographic Activity Test ā ISO 18916 ā test inzake chemische interactie tussen papier en fotografisch materiaal na langdurig contact
identificatie van papier
afhankelijk van situatie ā sommige testen zijn destructief
ānice to knowā vs. āneed to knowā
visuele analyses en empirisch onderzoek
datering via inscripties
watermerken en looprichting op papier
indicatie van degradatieprocessen
ā¦
destructieve testen
pH-metingen
vezelanalyse (microscopie)
indicatoren
ā¦