1/202
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
media
vaak gezien als tastbare zaken (diensten), maar economische aspecten achter media vaak over het hoofd gezien, ook organisatie, economische achtergrond
mediacontent
mediacontent is het product van een aandachteconomie gericht op het grijpen en behouden van de aandacht van de mediaconsument
mediasector
de verschillende bedrijven in verschillende deelsectoren, met aparte marktstructuren en -dynamieken en uiteenlopende businessmodellen
de mediasector is volop in beweging!
multimediale mediabedrijven
bv. DPG Media, Mediahuis
het concentreren van verschillende media-activiteiten onder één dak
+ zijn meestal actief in verschillende deelsectoren
fragmentatie
fragmentatie/versnippering in het media-aanbod (verdeling van aanbod en publiek in kleinere groepen)
polycrisis
meerdere crisissen waarmee bedrijven te maken krijgen (publiek gaat steeds meer sociale media consumeren ipv digitale media), geopolitiek, technologische invloeden, onzekerheden,...
internationalisering
digitalisering
het steeds meer digitaal worden van mediaproducten, media-industrie
platformisering
een toename van digitale mediaplatformen in de productie, distributie en consumptie van mediacontent
mediaminister: huidig - daarvoor - daarvoor
huidig = Cieltje van Achter
daarvoor = Benjamin Dalle
daarvoor = Sven Gatz
macro-economie
het gehele economische systeem, met focus op economische groei, tewerkstelling, inflatie of import/export
schaarste
economie = de wetenschap van de schaarste
schaarste = doordat middelen niet onbeperkt zijn en onmogelijk in alle behoeften kunnen voorzien
= de economische situatie waarin de menselijke behoeften onbeperkt zijn, maar de middelen wél beperkt zijn
transactiekosten
kosten die gepaard gaan met onderhandelingen
coördinatiekosten
kosten om het werk te organiseren en op te volgen zoals directeurslonen of communicatiekosten
CEO Telenet
John Porter
CEO VRT
Frederik Delaplace
Vroegere CEO VRT
Paul Lambrechts
culturele goederen
mediaproducten zijn culturele goederen omdat ze een symbolische boodschap overdragen, en ook een artistieke, creatieve of esthetische waarde hebben bij hun gebruik (niet enkel een commerciële waarde)
publiek goed
mediaproducten zijn publieke goederen want ze zijn 1) niet-rivaliserend (beschikbaarheid van het product vermindert niet als het aantal consumenten verhoogt) en 2) niet-uitsluitbaar (je kan consumenten niet uitsluiten om het goed te gebruiken)
niet-rivaliserend
de beschikbaarheid van een mediaproduct verminder niet als het aantal consumenten verhoogt (bv. als ik een banaantje eet, kan iemand anders dat banaantje niet meer eten, bij media kan iemand anders wel DIE serie kijken die ik ook aan het kijken ben)
niet-uitsluitbaar
consumenten kunnen niet uitgesloten worden om een bepaald mediaproduct te consumeren (ook betaalde producten kunnen de dag van vandaag worden omzeild door "illegale sites" te gebruiken om mediaproducten te consumeren of door abonnementen te delen bijvoorbeeld)
clubgoed
mediaproducten evolueren steeds meer van publiek goed naar clubgoed = goederen die niet-rivaliserend maar wel uitsluitbaar zijn
tweezijdige markt
content wordt aangeboden aan het publiek om de geaggregeerde aandacht (eyeballs) aan adverteerders te verkopen
eyeballs
geaggregeerde aandacht
duale producten
mediaproducten zijn duale producten omdat ze aan verschillende doelgroepen (consument + adverteerder) worden verkocht
aandachteconomie
mediabedrijven willen de aandacht van de consument trekken en deze zo lang mogelijk binden aan hun mediakanalen
ervaringsgoederen (experience goods)
ervaringsgoederen moet je eerst consumeren vooraleer je over hun kwaliteit kunt oordelen. ze krijgen pas waarde door de consumptie (bv bioscoop - je betaalt op voorhand al de prijs die vast staat, maar je kan pas achteraf oordelen of deze prijs het waard was)
"nobody really knows"-principe
binnen risky media business vormen mediaproducten een risico omdat ze vaak bestaan uit zeer grote investeringen, maar je op voorhand nog niet zeker weet of je product zal aanslaan. het "nobody really knows"-principe verwijst naar de onzekerheid aan de vraagzijde van het publiek
digitale piraterij
het illegaal verspreiden van auteursrechtelijk beschermde werken zoals films, muziek, games of computersoftware
vaste kosten
een kost die constant blijft, ongeacht de omvang van de productie
= constante kosten
marginale kosten
de kosten die één extra exemplaar van een product met zich meebrengt
= grenskosten
conentratie
het Vlaams medialandschap is zeer geconcentreerd omdat bijna het volledige medialandschap in handen ligt van 5 mediabedrijven (beperkte groep aanbieders)
productiefactoren
schaarse middelen die nodig zijn voor de productie van goederen en diensten (productiefactoren = arbeid, grondstoffen en kapitaal)
arbeid
de media-industrie is een "people business' --> creatief talent is noodzakelijk
grondstoffen
materiële: bv krantenpaper, opnamestudios,...
immateriële: bv programmarechten, data,...
grondstoffen kunnen extern worden aangekocht, deel uitmaken van een bedrijfsovername of intern ontwikkeld zijn
kapitaal
kapitaal kan verstrekt worden door eigenaars, beursgang, financiers zoals banken, financiële partners, winst, ...
micro-economie
vraag en aanbod ligt tussen individuele factoren (bedrijven, overheden en consumenten)
CEO Mediahuis
Gert Ysebaert
CEO Play
Jeroen Bronselaer
CEO Roularta
Xavier Bouckaert
Voorzitter DPG Media
Christiaan Van Thillo
sequel
Vervolg op een eerder werk en bouwt voort op verhalen en personages van oorspronkelijk werk
prequel
Speelt zich vroeger af dan eerder werk. Biedt context bij de latere gebeurtenissen van het originele werk
spin-off
Afgeleid van eerder werk en ontwikkelt nieuwe verhaallijn rond bestaande personages.
reboot
Verhaallijnen en personages van eerder werk worden opnieuw ingevuld met nieuwe verhaallijnen, personages en acteurs
convergentie
verschillende media groeien naar elkaar en smelten samen (bv. alles smelt samen naar de smartphone)
televisie
televisie verwijst naar televisiecontent zoals series, films en sportuitvindingen, nieuwsprogramma's of andere audiovisuele genres en formats
mediamorphosis
een proces waarbij oude en nieuwe mediatechnologie eerst naast elkaar bestaan en langzamerhand met elkaar verweven raken, eerder dan elkaar vervangen
intellectueel eigendom
Intellectueel eigendom betekent dat iemand wettelijke rechten heeft op iets dat hij of zij zelf heeft bedacht, gemaakt of ontwikkeld.
opportunitteitskost
Wat je opgeeft door voor een bepaalde keuze te kiezen
marktfalen
markt werkt onvoldoende en slaagt er niet in om de beste uitkomst te creëren
VAF
Vlaams Audiovisueel Fonds
zelfregulering
het idee dat de media zichzelf moet reguleren/controleren, zonder tussenkomst van de overheid
principaal agent-probleem
tegenstijdige belangen of conflict tussen manager en eigenaar (agencytheorie). De opdrachtgever (principaal) is niet altijd volledig in staat om de controleren of de opdrachtnemer (agent) vanuit de belangen van de opdrachtgever of eigenbelang handelt
club goederen
niet rivaliserend, wel uitsluitbaar
tweevoudig marktmodel
mediaproducten worden twee keer verkocht: enerzijds wordt het mediaproduct verkocht + ook de aandacht van de consument aan reclamemakers
clocks
de besteedde tijd dat men naar een mediaproduct kijkt
Wie zijn de ministers van de media in België (voor het Vlaams, Waals en Duitstalig gemeenschap)?
Vlaanderen: Cieltje Van Achter
Wallonië: jasqueline Galant
Duitstalig: Gregor Freches
VRM
Vlaamse regulator voor de media (mediadecreet belgie)
CSA
Le conseil supérieur de l'audiovisuel
Medienrat
Regulator voor de Duitstalige audiovisuele sector van België
BIPT
Belgisch instituut voor de postdiensten en telecommunicatie
DSA
Digital service act: Europese wetgeving voor online platforms
Heeft als doel om de consument te beschermen op de digitale markt door regels op te stellen voor intermediaire spelers (bv. socialmediaplatforms, appstores,...)
NIR-INR
De nationale publieke omroep in Belgie, opgericht in 1930
Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep
Institut National de Radiodiffusion
BRT
Belgische Radio- en Televisieomroep (1960)
RTB
Radiodiffusion-Télévision Belge (1960)
piraatzenders
radiomakers die rond de jaren 60 op zee gingen uitzenden, omdat ze door de publieke monopolie niet op het land mochten uitzenden
VTM
Vlaamse Televisiemaatschappij (ontstaan in 1989)
RTL-TVI
Radio Télévision Luxembourg - Télévision Indépendante
BEL-RTL
de Belgische radiozender van de RTL-groep
BSP
Belgische Socialistische Partij
BRF
Belgischer RundFunk
verzuiling
het idee dat kranten/dagbladen vroeger sterk politiek en ideologisch gekleurd waren (bv. Vooruit (nu De Morgen) was onderdeel van BSP)
VRT
Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie
CEO Telenet/Play Media
Jeroen Bronselaer
RTBF
Radio-Télévision belge de la Communauté française
markt
een abstracte plaats waarop afnemers en aanbieders tegen een afgesproken prijs mediaproducten verhandelen, en waarbij er ook regels zijn van de bevoegde overheid die ook zorgt voor een balans in vraag en aanbod
variabele kosten
kosten die mee zullen stijgen als de omvang van de productie/consumptie stijgt (afhankelijk ook van de aard van de distributie)
first copy cost
de kost om het eerste exemplaar te maken van een mediaproduct
industriële economie
de tak van de economie die onderzoekt hoe markten en bedrijven georganiseerd zijn en hoe ze met elkaar concurreren.
Wat zijn de verschillende soorten afnemers (kopers) en aanbieders (verkopers) (karakteristiek 1 marktstructuren: aantal marktspelers)
Aanbieders:
- monopolie: 1 aanbieder
- duopolie: 2 aanbieders
- oligopolie: enkele grote aanbieders
- polypolie: veel aanbieders
Afnemers:
- monopsonie: 1 afnemer
- duopsonie: 2 afnemers
- oligopsonie: enkele grote afnemers
- polypsonie: veel afnemers
bilateraal monopolie
markt met 1 aanbieder en 1 afnemer --> leidt meestal tot een fusie
pareto-optimaal
de markt is perfect in evenwicht en werkt zo efficiënt mogelijk
nulsomspel/zero sum game
als één aanbieder in marktaandeel stijgt, zal het marktaandeel van een ander dalen (kenmerk van een oligopolie)
nash-evenwicht
Een Nash-evenwicht is een situatie waarin geen enkele speler voordeel heeft om alleen zijn eigen strategie te veranderen.
Belgische Mededingingsautoriteit (BMA)
De overheidsbevoegdheid die gaat interveniëren wanneer bijvoorbeeld prijsafspraken of kartelvormingen ontstaan in een oligopolie
Wat zijn de beperkingen van het SGP-model?
1. Het is gedetermineerd: het gaat uit van een causale relatie tussen de elementen, terwijl dat niet altijd noodzakelijk is
2. Het is een momentopname van een markt op dat moment, dus de evolutie wordt niet meegenomen in het totaalbeeld
3. Het onderscheid tussen bij welke element bepaalde concepten thuishoren is niet altijd eenduidig (bv. marktconcentratie kan in principe zowel bij structuur als bij gedrag)
4. Het model is niet helemaal afgestemd op media-economie
productieketen
De opeenvolgende stappen in het productieproces van een product of dienst, van creatie tot consument.
waardeketen
Alle activiteiten die waarde toevoegen aan een product of dienst.
verticale integratie
Wanneer één bedrijf meerdere opeenvolgende stappen van de productieketen of waardeketen controleert.
(bv. mediabedrijf maakt EN distribueert producten)
flowprogramma's
mediacontent die bedoeld is voor onmiddellijke consumptie en op korte termijn waarde heeft, maar veel minder op lange termijn (bv. nieuwsuitzendingen of sportwedstrijden)
stockprogramma's
mediacontent die bedoeld is voor een langere consumptie/gebruikswaarde, en die dus meer geschikt is voor doorverkoop of heruitzending (vaak door extern productiehuis gemaakt)
prosument
producent + consument (via user generated content kunnen we niet enkel consumeren, maar ook zelf produceren)
mediacuratie
waardecreatie door het verzamelen, ordenen en verrijken van medacontent
CDN
contentdistributienetwerken/content delivery network: netwerk van servers die geografisch verspreid zijn
poortwachters
bedrijven die de macht hebben om zelfstandig te kunnen beslissen welke aanbieders toegang krijgen tot het publiek
D2C
direct to consumer: mediaproduct onmiddellijk naar consument krijgen, zonder tussenkomst van aggregator
OTT/over the top
videodiensten die zonder tussenkomst van televisieverdelers via het internet gedistribueerd worden (bv. disney +)
crossmedia
verschillende media inzetten om dezelfde content te delen (bv. serie op TV , YouTube, facebook,...)
transmedia
één verhaal dat over verschillende media wordt verteld, waarbij elk medium een deel van het verhaal toevoegt