media economie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/202

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:23 AM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

203 Terms

1
New cards

media

vaak gezien als tastbare zaken (diensten), maar economische aspecten achter media vaak over het hoofd gezien, ook organisatie, economische achtergrond

2
New cards

mediacontent

mediacontent is het product van een aandachteconomie gericht op het grijpen en behouden van de aandacht van de mediaconsument

3
New cards

mediasector

de verschillende bedrijven in verschillende deelsectoren, met aparte marktstructuren en -dynamieken en uiteenlopende businessmodellen

de mediasector is volop in beweging!

4
New cards

multimediale mediabedrijven

bv. DPG Media, Mediahuis

het concentreren van verschillende media-activiteiten onder één dak

+ zijn meestal actief in verschillende deelsectoren

5
New cards

fragmentatie

fragmentatie/versnippering in het media-aanbod (verdeling van aanbod en publiek in kleinere groepen)

6
New cards

polycrisis

meerdere crisissen waarmee bedrijven te maken krijgen (publiek gaat steeds meer sociale media consumeren ipv digitale media), geopolitiek, technologische invloeden, onzekerheden,...

7
New cards

internationalisering

8
New cards

digitalisering

het steeds meer digitaal worden van mediaproducten, media-industrie

9
New cards

platformisering

een toename van digitale mediaplatformen in de productie, distributie en consumptie van mediacontent

10
New cards

mediaminister: huidig - daarvoor - daarvoor

huidig = Cieltje van Achter

daarvoor = Benjamin Dalle

daarvoor = Sven Gatz

11
New cards

macro-economie

het gehele economische systeem, met focus op economische groei, tewerkstelling, inflatie of import/export

12
New cards

schaarste

economie = de wetenschap van de schaarste

schaarste = doordat middelen niet onbeperkt zijn en onmogelijk in alle behoeften kunnen voorzien

= de economische situatie waarin de menselijke behoeften onbeperkt zijn, maar de middelen wél beperkt zijn

13
New cards

transactiekosten

kosten die gepaard gaan met onderhandelingen

14
New cards

coördinatiekosten

kosten om het werk te organiseren en op te volgen zoals directeurslonen of communicatiekosten

15
New cards

CEO Telenet

John Porter

16
New cards

CEO VRT

Frederik Delaplace

17
New cards

Vroegere CEO VRT

Paul Lambrechts

18
New cards

culturele goederen

mediaproducten zijn culturele goederen omdat ze een symbolische boodschap overdragen, en ook een artistieke, creatieve of esthetische waarde hebben bij hun gebruik (niet enkel een commerciële waarde)

19
New cards

publiek goed

mediaproducten zijn publieke goederen want ze zijn 1) niet-rivaliserend (beschikbaarheid van het product vermindert niet als het aantal consumenten verhoogt) en 2) niet-uitsluitbaar (je kan consumenten niet uitsluiten om het goed te gebruiken)

20
New cards

niet-rivaliserend

de beschikbaarheid van een mediaproduct verminder niet als het aantal consumenten verhoogt (bv. als ik een banaantje eet, kan iemand anders dat banaantje niet meer eten, bij media kan iemand anders wel DIE serie kijken die ik ook aan het kijken ben)

21
New cards

niet-uitsluitbaar

consumenten kunnen niet uitgesloten worden om een bepaald mediaproduct te consumeren (ook betaalde producten kunnen de dag van vandaag worden omzeild door "illegale sites" te gebruiken om mediaproducten te consumeren of door abonnementen te delen bijvoorbeeld)

22
New cards

clubgoed

mediaproducten evolueren steeds meer van publiek goed naar clubgoed = goederen die niet-rivaliserend maar wel uitsluitbaar zijn

23
New cards

tweezijdige markt

content wordt aangeboden aan het publiek om de geaggregeerde aandacht (eyeballs) aan adverteerders te verkopen

24
New cards

eyeballs

geaggregeerde aandacht

25
New cards

duale producten

mediaproducten zijn duale producten omdat ze aan verschillende doelgroepen (consument + adverteerder) worden verkocht

26
New cards

aandachteconomie

mediabedrijven willen de aandacht van de consument trekken en deze zo lang mogelijk binden aan hun mediakanalen

27
New cards

ervaringsgoederen (experience goods)

ervaringsgoederen moet je eerst consumeren vooraleer je over hun kwaliteit kunt oordelen. ze krijgen pas waarde door de consumptie (bv bioscoop - je betaalt op voorhand al de prijs die vast staat, maar je kan pas achteraf oordelen of deze prijs het waard was)

28
New cards

"nobody really knows"-principe

binnen risky media business vormen mediaproducten een risico omdat ze vaak bestaan uit zeer grote investeringen, maar je op voorhand nog niet zeker weet of je product zal aanslaan. het "nobody really knows"-principe verwijst naar de onzekerheid aan de vraagzijde van het publiek

29
New cards

digitale piraterij

het illegaal verspreiden van auteursrechtelijk beschermde werken zoals films, muziek, games of computersoftware

30
New cards

vaste kosten

een kost die constant blijft, ongeacht de omvang van de productie

= constante kosten

31
New cards

marginale kosten

de kosten die één extra exemplaar van een product met zich meebrengt

= grenskosten

32
New cards

conentratie

het Vlaams medialandschap is zeer geconcentreerd omdat bijna het volledige medialandschap in handen ligt van 5 mediabedrijven (beperkte groep aanbieders)

33
New cards

productiefactoren

schaarse middelen die nodig zijn voor de productie van goederen en diensten (productiefactoren = arbeid, grondstoffen en kapitaal)

34
New cards

arbeid

de media-industrie is een "people business' --> creatief talent is noodzakelijk

35
New cards

grondstoffen

materiële: bv krantenpaper, opnamestudios,...

immateriële: bv programmarechten, data,...

grondstoffen kunnen extern worden aangekocht, deel uitmaken van een bedrijfsovername of intern ontwikkeld zijn

36
New cards

kapitaal

kapitaal kan verstrekt worden door eigenaars, beursgang, financiers zoals banken, financiële partners, winst, ...

37
New cards

micro-economie

vraag en aanbod ligt tussen individuele factoren (bedrijven, overheden en consumenten)

38
New cards

CEO Mediahuis

Gert Ysebaert

39
New cards

CEO Play

Jeroen Bronselaer

40
New cards

CEO Roularta

Xavier Bouckaert

41
New cards

Voorzitter DPG Media

Christiaan Van Thillo

42
New cards

sequel

Vervolg op een eerder werk en bouwt voort op verhalen en personages van oorspronkelijk werk

43
New cards

prequel

Speelt zich vroeger af dan eerder werk. Biedt context bij de latere gebeurtenissen van het originele werk

44
New cards

spin-off

Afgeleid van eerder werk en ontwikkelt nieuwe verhaallijn rond bestaande personages.

45
New cards

reboot

Verhaallijnen en personages van eerder werk worden opnieuw ingevuld met nieuwe verhaallijnen, personages en acteurs

46
New cards

convergentie

verschillende media groeien naar elkaar en smelten samen (bv. alles smelt samen naar de smartphone)

47
New cards

televisie

televisie verwijst naar televisiecontent zoals series, films en sportuitvindingen, nieuwsprogramma's of andere audiovisuele genres en formats

48
New cards

mediamorphosis

een proces waarbij oude en nieuwe mediatechnologie eerst naast elkaar bestaan en langzamerhand met elkaar verweven raken, eerder dan elkaar vervangen

49
New cards

intellectueel eigendom

Intellectueel eigendom betekent dat iemand wettelijke rechten heeft op iets dat hij of zij zelf heeft bedacht, gemaakt of ontwikkeld.

50
New cards

opportunitteitskost

Wat je opgeeft door voor een bepaalde keuze te kiezen

51
New cards

marktfalen

markt werkt onvoldoende en slaagt er niet in om de beste uitkomst te creëren

52
New cards

VAF

Vlaams Audiovisueel Fonds

53
New cards

zelfregulering

het idee dat de media zichzelf moet reguleren/controleren, zonder tussenkomst van de overheid

54
New cards

principaal agent-probleem

tegenstijdige belangen of conflict tussen manager en eigenaar (agencytheorie). De opdrachtgever (principaal) is niet altijd volledig in staat om de controleren of de opdrachtnemer (agent) vanuit de belangen van de opdrachtgever of eigenbelang handelt

55
New cards

club goederen

niet rivaliserend, wel uitsluitbaar

56
New cards

tweevoudig marktmodel

mediaproducten worden twee keer verkocht: enerzijds wordt het mediaproduct verkocht + ook de aandacht van de consument aan reclamemakers

57
New cards

clocks

de besteedde tijd dat men naar een mediaproduct kijkt

58
New cards

Wie zijn de ministers van de media in België (voor het Vlaams, Waals en Duitstalig gemeenschap)?

Vlaanderen: Cieltje Van Achter

Wallonië: jasqueline Galant

Duitstalig: Gregor Freches

59
New cards

VRM

Vlaamse regulator voor de media (mediadecreet belgie)

60
New cards

CSA

Le conseil supérieur de l'audiovisuel

61
New cards

Medienrat

Regulator voor de Duitstalige audiovisuele sector van België

62
New cards

BIPT

Belgisch instituut voor de postdiensten en telecommunicatie

63
New cards

DSA

Digital service act: Europese wetgeving voor online platforms

Heeft als doel om de consument te beschermen op de digitale markt door regels op te stellen voor intermediaire spelers (bv. socialmediaplatforms, appstores,...)

64
New cards

NIR-INR

De nationale publieke omroep in Belgie, opgericht in 1930

Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep

Institut National de Radiodiffusion

65
New cards

BRT

Belgische Radio- en Televisieomroep (1960)

66
New cards

RTB

Radiodiffusion-Télévision Belge (1960)

67
New cards

piraatzenders

radiomakers die rond de jaren 60 op zee gingen uitzenden, omdat ze door de publieke monopolie niet op het land mochten uitzenden

68
New cards

VTM

Vlaamse Televisiemaatschappij (ontstaan in 1989)

69
New cards

RTL-TVI

Radio Télévision Luxembourg - Télévision Indépendante

70
New cards

BEL-RTL

de Belgische radiozender van de RTL-groep

71
New cards

BSP

Belgische Socialistische Partij

72
New cards

BRF

Belgischer RundFunk

73
New cards

verzuiling

het idee dat kranten/dagbladen vroeger sterk politiek en ideologisch gekleurd waren (bv. Vooruit (nu De Morgen) was onderdeel van BSP)

74
New cards

VRT

Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie

75
New cards

CEO Telenet/Play Media

Jeroen Bronselaer

76
New cards

RTBF

Radio-Télévision belge de la Communauté française

77
New cards

markt

een abstracte plaats waarop afnemers en aanbieders tegen een afgesproken prijs mediaproducten verhandelen, en waarbij er ook regels zijn van de bevoegde overheid die ook zorgt voor een balans in vraag en aanbod

78
New cards

variabele kosten

kosten die mee zullen stijgen als de omvang van de productie/consumptie stijgt (afhankelijk ook van de aard van de distributie)

79
New cards

first copy cost

de kost om het eerste exemplaar te maken van een mediaproduct

80
New cards

industriële economie

de tak van de economie die onderzoekt hoe markten en bedrijven georganiseerd zijn en hoe ze met elkaar concurreren.

81
New cards

Wat zijn de verschillende soorten afnemers (kopers) en aanbieders (verkopers) (karakteristiek 1 marktstructuren: aantal marktspelers)

Aanbieders:

- monopolie: 1 aanbieder

- duopolie: 2 aanbieders

- oligopolie: enkele grote aanbieders

- polypolie: veel aanbieders

Afnemers:

- monopsonie: 1 afnemer

- duopsonie: 2 afnemers

- oligopsonie: enkele grote afnemers

- polypsonie: veel afnemers

82
New cards

bilateraal monopolie

markt met 1 aanbieder en 1 afnemer --> leidt meestal tot een fusie

83
New cards

pareto-optimaal

de markt is perfect in evenwicht en werkt zo efficiënt mogelijk

84
New cards

nulsomspel/zero sum game

als één aanbieder in marktaandeel stijgt, zal het marktaandeel van een ander dalen (kenmerk van een oligopolie)

85
New cards

nash-evenwicht

Een Nash-evenwicht is een situatie waarin geen enkele speler voordeel heeft om alleen zijn eigen strategie te veranderen.

86
New cards

Belgische Mededingingsautoriteit (BMA)

De overheidsbevoegdheid die gaat interveniëren wanneer bijvoorbeeld prijsafspraken of kartelvormingen ontstaan in een oligopolie

87
New cards

Wat zijn de beperkingen van het SGP-model?

1. Het is gedetermineerd: het gaat uit van een causale relatie tussen de elementen, terwijl dat niet altijd noodzakelijk is

2. Het is een momentopname van een markt op dat moment, dus de evolutie wordt niet meegenomen in het totaalbeeld

3. Het onderscheid tussen bij welke element bepaalde concepten thuishoren is niet altijd eenduidig (bv. marktconcentratie kan in principe zowel bij structuur als bij gedrag)

4. Het model is niet helemaal afgestemd op media-economie

88
New cards

productieketen

De opeenvolgende stappen in het productieproces van een product of dienst, van creatie tot consument.

89
New cards

waardeketen

Alle activiteiten die waarde toevoegen aan een product of dienst.

90
New cards

verticale integratie

Wanneer één bedrijf meerdere opeenvolgende stappen van de productieketen of waardeketen controleert.

(bv. mediabedrijf maakt EN distribueert producten)

91
New cards

flowprogramma's

mediacontent die bedoeld is voor onmiddellijke consumptie en op korte termijn waarde heeft, maar veel minder op lange termijn (bv. nieuwsuitzendingen of sportwedstrijden)

92
New cards

stockprogramma's

mediacontent die bedoeld is voor een langere consumptie/gebruikswaarde, en die dus meer geschikt is voor doorverkoop of heruitzending (vaak door extern productiehuis gemaakt)

93
New cards

prosument

producent + consument (via user generated content kunnen we niet enkel consumeren, maar ook zelf produceren)

94
New cards

mediacuratie

waardecreatie door het verzamelen, ordenen en verrijken van medacontent

95
New cards

CDN

contentdistributienetwerken/content delivery network: netwerk van servers die geografisch verspreid zijn

96
New cards

poortwachters

bedrijven die de macht hebben om zelfstandig te kunnen beslissen welke aanbieders toegang krijgen tot het publiek

97
New cards

D2C

direct to consumer: mediaproduct onmiddellijk naar consument krijgen, zonder tussenkomst van aggregator

98
New cards

OTT/over the top

videodiensten die zonder tussenkomst van televisieverdelers via het internet gedistribueerd worden (bv. disney +)

99
New cards

crossmedia

verschillende media inzetten om dezelfde content te delen (bv. serie op TV , YouTube, facebook,...)

100
New cards

transmedia

één verhaal dat over verschillende media wordt verteld, waarbij elk medium een deel van het verhaal toevoegt