Sociale psychologie begrippen

0.0(0)
Studied by 5 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/133

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Thomas more

Last updated 10:03 AM on 1/14/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

134 Terms

1
New cards

negativity bias

of negativiteitsdenkfout is wat niet goed loopt gaan we beter onthouden dan wat wel goed loopt. het negatieve zien we meer dan het positieve

2
New cards

sociaal zijn

nood aan aanwezigheid van anderen, al van kleins af aan hechten we ons aan andere mensen

3
New cards

toxisch positief

positieve spreuken helpen niet als je je slecht voelt

4
New cards

sociale deprivatie

de ontneming van sociaal contact

5
New cards

sociale paradox

we gaan vaak weg van mensen ook al hebben we ze zo hard nodig,

6
New cards

intieme ruimte

45 cm

7
New cards

persoonlijke ruimte

1,2 m

8
New cards

sociale ruimte

3,6 m

9
New cards

publieke ruimte

7,6 m

10
New cards

sociale psychologie

de wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en handelingen van de mensen beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen

11
New cards

begrijpende methode

of beschrijvende methode is informatie verzamelen door te observeren zonder oorzaak of verbanden te zoeken

12
New cards

correlationele methode

of correlatie is 2 variabelen gaan vergelijken en zien of er een verband of samenhang is → het ene is niet noodzakelijk de oorzaak van het andere

13
New cards

experimentele methode

of causatie is gaan zoeken tussen variabelen naar een oorzaak

14
New cards

onafhankelijke variabele

wordt gemanipuleerd door de onderzoeker, wat wordt gedaan om een effect op de afhankelijke variabele te meten want er wordt verwacht dat die een invloed heeft

15
New cards

afhankelijke variabele

gedrag dat gemeten is en dat onafhankelijk is onafhankelijke variabele

16
New cards

a

affect of emotie/gevoelens

17
New cards

b

behavior of gedrag

18
New cards

c

cognitie of gedachten

19
New cards

situationisme

oorzaak is extern

20
New cards

dispositionisme

de oorzaak ligt intern of in de persoon

21
New cards

interactionisme

de samenhang van interne en externe factoren

22
New cards

0-correlatie

geen samenhang

23
New cards

positieve correlatie

variabelen bewegen in dezelfde richting

24
New cards

negatieve correlatie

variabelen bewegen in tegenovergestelde richting

25
New cards

normen

regel die gevormd wordt uit een waarde waar je niet voor gestraft kan worden = geen wet

26
New cards

ambigue situatie

onbekende /nieuwe situatie

27
New cards

sociale normering

kijken naar een ander om te weten hoe je je moet gedragen

28
New cards

kameleon-effect

non-verbaal gedrag van iemand spontaan gaan overnemen om sympatieker over te komen

29
New cards

conformeren

aanpassen aan wat als norm aanvaardt wordt door de groep

30
New cards

informatieve sociale invloed

of reasons to agree is wanneer er een tekort is aan informatie waardoor andere mensen deskundigen worden en dat gedrag gevolgd wordt

31
New cards

normatieve sociale invloed

of pressure to comply is wanneer men gedrag gaat volgen om zo niet uit de boot te vallen

32
New cards

injunctieve normen

hoe we ons zouden moeten gedragen → wenselijk gedrag

33
New cards

descriptieve normen

hoe we ons aan het gedragen zijn

34
New cards

de voet tussen de deur

eerst een heel klein verzoek, waar ze zeker op gaan ingaan en pas daarna het eigenlijk verzoek vragen

35
New cards

de deur in het gezicht

eerst een giga groot verzoek, waar ze zeker nee op gaan zeggen en daarna pas het eigenlijk verzoek

36
New cards

gehoorzaamheid

meest expliciete vorm van sociale beïnvloeding waar je druk voelt dat je wel moet doen wat er van jou gevraagd wordt

37
New cards

obedience of authority

vanaf dat we geboren worden hebben we het in ons om te gehoorzamen

38
New cards

legimiteit

niet elke autoriteit kan een bevel geven waar jij aan zal voldoen, het moet gerechtvaardigd zijn

39
New cards

sociale identificatie

je kan je identificeren met wie je maar wil, bv experiment Milgram, je kan je identificeren met ofwel de proefleider of de leerling, je hebt de keuze tussen deze twee

40
New cards

prosociaal gedrag

je doet iets goed voor de medemens

41
New cards

antisociaal gedrag

je doet iets slecht voor de medemens

42
New cards

altruïsme

je doet iets voor iemand anders zonder enige voordeel en vermoedelijk ook kosten voor jezelf

43
New cards

verwantschapsselectie

mensen die verwant zijn zullen we helpen zodat onze eigen genen kunnen overleven

44
New cards

norm van reprociteit

of wederkerigheidsnorm is dat je pas iets doet voor een ander als je de zekerheid hebt dat die ook iets voor jou gaat doen

45
New cards

empathie

de eigenschap om je te kunnen inbeelden hoe de ander zich voelt

46
New cards

schijnempathie

We kunnen op bepaalde momenten denken dat we empathie voelen ook al is het dat niet

47
New cards

empathische stress

emotionele staat waarin je geen gezonde afstand kan houden van het lijden van de ander

48
New cards

mededogen

nog steeds betrokken tot het leed van de ander maar in een gezonde afstand ‘ik zal helpen maar het zijn zijn keuzes

49
New cards

identifiable victim effect

als je iemand ziet in nood, er een gezicht op kan kleven wordt de kans groter dat onze empathie groeit en je hulp zal aanbieden

50
New cards

priming effect

bepaalde zaken in jouw geheugen worden toegankelijker omdat er eerst bepaalde ervaringen zijn geweest

51
New cards

bystander effect

hoe meer mensen er aanwezig zijn in een noodsituatie, hoe minder de kans op hulp

52
New cards

perseverance effect

of hardnekkigheidseffect is eens een bepaalde indruk is gemaakt is het aanvaarden van tegenovergestelde informatie moeilijk

53
New cards

positive bystander effect

in een groep wordt er wel meer hulp aangeboden als een echt mens in gevaar is

54
New cards

instrumenteel model van de gemoedstoestand

we gebruiken het aanbieden van hulp om onze droeve mood weg te werken

55
New cards

concomitant model van de gemoedstoestand

we gebruiken het aanbieden van hulp voor het positief gemoed dat positief gedrag verwezenlijkt

56
New cards

sociale facilitatie

een prestatie verbetert of wordt vergemakkelijkt door de aanwezigheid van soortgenoten ongeacht of zij hetzelfde soort gedragingen stellen of alleen maar toekijken of gewoon aanwezig zijn.

57
New cards

sociale belemmering

een prestatie wordt bemoeilijkt of belemmerd door de aanwezigheid van soortgenoten ongeacht of zij hetzelfde soort gedragingen stellen of alleen maar toekijken of gewoon aanwezig zijn.

58
New cards

arousal

adrenaline door de loutere aanwezigheid van een soortgenoot

59
New cards

dominant gedrag

meest aanwezige intuïtieve gedrag, stevig aangeleerd gedrag

60
New cards

evaluatievrees

de angst om beoordeeld te worden

61
New cards

aandachtsconflict

je aandacht moet verdeeld worden wat zorgt voor arousal

62
New cards

sociale loafing

of sociaal parasiteren is wanneer men samenwerkt naar 1 resultaat met afzonderlijke inspanningen en het niet zichtbaar is hoe hard een individu werkt

63
New cards

sociale luiheid

Naarmate de groepsgrootte stijgt gaat de individuele inspanning verlagen

64
New cards

sociale compensatie

de nood om te voor het groter worden van de identificatie met de groep na beloning of bestraffing

65
New cards

de-individuatie

het achterlaten van het individu en wegkruipen in de groep

66
New cards

sociale waarneming

of sociale perceptie is het idee dat we altijd kijken vanuit onze eigen referentiekader, dat we met onze hersenen kijken

67
New cards

percept

de uitkomsten van een gewone waarneming

68
New cards

concept

het idee dat ontstaat vanuit iemands persoonlijkheid

69
New cards

frenologie

de opvatting dat je op basis van de schedel kon voelen welke eigenschappen een persoon had

70
New cards

non-verbaal gedrag

of non-verbale communicatie is alles wat we doen met ons lichaam en ook bepaalde aspecten van het verbaal gedrag

71
New cards

persoonlijke communicatie

de opvatting dat wanneer we communiceren er 7% aandacht is voor de boodschap die verteld wordt, 38% voor de toon van de stem en 55% voor de lichaamstaal

72
New cards

action units

of micro-expressies zijn impliciete emoties die we niet kunnen zien

73
New cards

attributie

de oorzaak van andermans gedrag gaan zoeken

74
New cards

attributieproces

het toeschrijven van oorzaken aan gedrag

75
New cards

externe attributie

oorzaken van gedrag schrijven we toe buiten de eigen invloedsfeer

76
New cards

interne attributie

gedrag is toe te schrijven aan dat wat binnen de eigen invloed ligt

77
New cards

fundamentele attributiefout

neiging om a priori (zonder enige informatie) de persoon zelf en niet de situatie als oorzaak te zien van het gedrag bij anderen

78
New cards

self serving bias

onze successen zijn intern toe te schrijven en mislukkingen extern

79
New cards

bias

bevooroordeling

80
New cards

primacy effect

het feit dat eigenschappen die je als eerste over iemand te horen krijgt een diepere invloed gaan hebben op de gehele indruk

81
New cards

recency effect

of recentheidseffect is het feit dat de laatste indruk die je van iemand hebt ook onthouden wordt

82
New cards

centrale eigenschappen

eigenschappen die een krachtige invloed hebben op indrukvorming

83
New cards

perifere eigenschappen

eigenschappen die niet zo een sterke impact hebben op indrukvorming

84
New cards

halo-effect

je veronderstelt positieve eigenschappen na een positieve waarneming

85
New cards

horn-effect

je veronderstelt negatieve eigenschappen na een negatieve waarneming

86
New cards

gelijke schema’s

innerlijke structuur over de wijze waarop bepaalde dingen zouden samenhangen

87
New cards

verschillende schema’s

persoonlijk referentiekader over bepaalde zaken, niet objectief aanwijsbaar

88
New cards

consistente informatie

informatie die mooi past binnen het schema dat jij van iemand hebt

89
New cards

inconsistente informatie

informatie die niet past binnen het schema dat jij iemand hebt

90
New cards

script

specifiek schema voor bepaalde situaties, hoe je je moet gedragen

91
New cards

priming

het meer toegankelijk stellen van bepaalde schema’s door vroegere ervaringen

92
New cards

confirmation bias

of hypothesebevestigingseffect is het gemakkelijk vinden van iets niet te zien omdat het niet is waar je naar op zoek bent

93
New cards

self-fulfilling prophecy

of zichzelf vervullende voorspelling is dat je een schema hebt en dat je door die verwachting gedrag gaat uitlokken die de verwachting gaat vervullen

94
New cards

sociale categorisering

is het maken van een fundamentele eigenschap op overzichtelijke categorieën te maken

95
New cards

gyrus fusiformis

gebied in de hersenen dat we gebruiken om gezichten te herkennen

96
New cards

prototype

Geheel van eigenschappen die de ene groep onderscheidt van de andere groepen

97
New cards

assimilatie

verschillen binnen de categorie minimaliseren

98
New cards

contrast

verschillen tussen categorieën uitvergroten

99
New cards

positief gewaardeerde groep

Hoe positiever de groepssfeer, hoe positiever jouw zelfbeeld

100
New cards

ingroup favoritism

Eigen groep laten voortrekken voor de ander door constant te positieve aspecten te benaderen