1/133
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
negativity bias
of negativiteitsdenkfout is wat niet goed loopt gaan we beter onthouden dan wat wel goed loopt. het negatieve zien we meer dan het positieve
sociaal zijn
nood aan aanwezigheid van anderen, al van kleins af aan hechten we ons aan andere mensen
toxisch positief
positieve spreuken helpen niet als je je slecht voelt
sociale deprivatie
de ontneming van sociaal contact
sociale paradox
we gaan vaak weg van mensen ook al hebben we ze zo hard nodig,
intieme ruimte
45 cm
persoonlijke ruimte
1,2 m
sociale ruimte
3,6 m
publieke ruimte
7,6 m
sociale psychologie
de wetenschappelijke studie van de manier waarop de gedachten, gevoelens en handelingen van de mensen beïnvloed worden door de feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde aanwezigheid van andere mensen
begrijpende methode
of beschrijvende methode is informatie verzamelen door te observeren zonder oorzaak of verbanden te zoeken
correlationele methode
of correlatie is 2 variabelen gaan vergelijken en zien of er een verband of samenhang is → het ene is niet noodzakelijk de oorzaak van het andere
experimentele methode
of causatie is gaan zoeken tussen variabelen naar een oorzaak
onafhankelijke variabele
wordt gemanipuleerd door de onderzoeker, wat wordt gedaan om een effect op de afhankelijke variabele te meten want er wordt verwacht dat die een invloed heeft
afhankelijke variabele
gedrag dat gemeten is en dat onafhankelijk is onafhankelijke variabele
a
affect of emotie/gevoelens
b
behavior of gedrag
c
cognitie of gedachten
situationisme
oorzaak is extern
dispositionisme
de oorzaak ligt intern of in de persoon
interactionisme
de samenhang van interne en externe factoren
0-correlatie
geen samenhang
positieve correlatie
variabelen bewegen in dezelfde richting
negatieve correlatie
variabelen bewegen in tegenovergestelde richting
normen
regel die gevormd wordt uit een waarde waar je niet voor gestraft kan worden = geen wet
ambigue situatie
onbekende /nieuwe situatie
sociale normering
kijken naar een ander om te weten hoe je je moet gedragen
kameleon-effect
non-verbaal gedrag van iemand spontaan gaan overnemen om sympatieker over te komen
conformeren
aanpassen aan wat als norm aanvaardt wordt door de groep
informatieve sociale invloed
of reasons to agree is wanneer er een tekort is aan informatie waardoor andere mensen deskundigen worden en dat gedrag gevolgd wordt
normatieve sociale invloed
of pressure to comply is wanneer men gedrag gaat volgen om zo niet uit de boot te vallen
injunctieve normen
hoe we ons zouden moeten gedragen → wenselijk gedrag
descriptieve normen
hoe we ons aan het gedragen zijn
de voet tussen de deur
eerst een heel klein verzoek, waar ze zeker op gaan ingaan en pas daarna het eigenlijk verzoek vragen
de deur in het gezicht
eerst een giga groot verzoek, waar ze zeker nee op gaan zeggen en daarna pas het eigenlijk verzoek
gehoorzaamheid
meest expliciete vorm van sociale beïnvloeding waar je druk voelt dat je wel moet doen wat er van jou gevraagd wordt
obedience of authority
vanaf dat we geboren worden hebben we het in ons om te gehoorzamen
legimiteit
niet elke autoriteit kan een bevel geven waar jij aan zal voldoen, het moet gerechtvaardigd zijn
sociale identificatie
je kan je identificeren met wie je maar wil, bv experiment Milgram, je kan je identificeren met ofwel de proefleider of de leerling, je hebt de keuze tussen deze twee
prosociaal gedrag
je doet iets goed voor de medemens
antisociaal gedrag
je doet iets slecht voor de medemens
altruïsme
je doet iets voor iemand anders zonder enige voordeel en vermoedelijk ook kosten voor jezelf
verwantschapsselectie
mensen die verwant zijn zullen we helpen zodat onze eigen genen kunnen overleven
norm van reprociteit
of wederkerigheidsnorm is dat je pas iets doet voor een ander als je de zekerheid hebt dat die ook iets voor jou gaat doen
empathie
de eigenschap om je te kunnen inbeelden hoe de ander zich voelt
schijnempathie
We kunnen op bepaalde momenten denken dat we empathie voelen ook al is het dat niet
empathische stress
emotionele staat waarin je geen gezonde afstand kan houden van het lijden van de ander
mededogen
nog steeds betrokken tot het leed van de ander maar in een gezonde afstand ‘ik zal helpen maar het zijn zijn keuzes
identifiable victim effect
als je iemand ziet in nood, er een gezicht op kan kleven wordt de kans groter dat onze empathie groeit en je hulp zal aanbieden
priming effect
bepaalde zaken in jouw geheugen worden toegankelijker omdat er eerst bepaalde ervaringen zijn geweest
bystander effect
hoe meer mensen er aanwezig zijn in een noodsituatie, hoe minder de kans op hulp
perseverance effect
of hardnekkigheidseffect is eens een bepaalde indruk is gemaakt is het aanvaarden van tegenovergestelde informatie moeilijk
positive bystander effect
in een groep wordt er wel meer hulp aangeboden als een echt mens in gevaar is
instrumenteel model van de gemoedstoestand
we gebruiken het aanbieden van hulp om onze droeve mood weg te werken
concomitant model van de gemoedstoestand
we gebruiken het aanbieden van hulp voor het positief gemoed dat positief gedrag verwezenlijkt
sociale facilitatie
een prestatie verbetert of wordt vergemakkelijkt door de aanwezigheid van soortgenoten ongeacht of zij hetzelfde soort gedragingen stellen of alleen maar toekijken of gewoon aanwezig zijn.
sociale belemmering
een prestatie wordt bemoeilijkt of belemmerd door de aanwezigheid van soortgenoten ongeacht of zij hetzelfde soort gedragingen stellen of alleen maar toekijken of gewoon aanwezig zijn.
arousal
adrenaline door de loutere aanwezigheid van een soortgenoot
dominant gedrag
meest aanwezige intuïtieve gedrag, stevig aangeleerd gedrag
evaluatievrees
de angst om beoordeeld te worden
aandachtsconflict
je aandacht moet verdeeld worden wat zorgt voor arousal
sociale loafing
of sociaal parasiteren is wanneer men samenwerkt naar 1 resultaat met afzonderlijke inspanningen en het niet zichtbaar is hoe hard een individu werkt
sociale luiheid
Naarmate de groepsgrootte stijgt gaat de individuele inspanning verlagen
sociale compensatie
de nood om te voor het groter worden van de identificatie met de groep na beloning of bestraffing
de-individuatie
het achterlaten van het individu en wegkruipen in de groep
sociale waarneming
of sociale perceptie is het idee dat we altijd kijken vanuit onze eigen referentiekader, dat we met onze hersenen kijken
percept
de uitkomsten van een gewone waarneming
concept
het idee dat ontstaat vanuit iemands persoonlijkheid
frenologie
de opvatting dat je op basis van de schedel kon voelen welke eigenschappen een persoon had
non-verbaal gedrag
of non-verbale communicatie is alles wat we doen met ons lichaam en ook bepaalde aspecten van het verbaal gedrag
persoonlijke communicatie
de opvatting dat wanneer we communiceren er 7% aandacht is voor de boodschap die verteld wordt, 38% voor de toon van de stem en 55% voor de lichaamstaal
action units
of micro-expressies zijn impliciete emoties die we niet kunnen zien
attributie
de oorzaak van andermans gedrag gaan zoeken
attributieproces
het toeschrijven van oorzaken aan gedrag
externe attributie
oorzaken van gedrag schrijven we toe buiten de eigen invloedsfeer
interne attributie
gedrag is toe te schrijven aan dat wat binnen de eigen invloed ligt
fundamentele attributiefout
neiging om a priori (zonder enige informatie) de persoon zelf en niet de situatie als oorzaak te zien van het gedrag bij anderen
self serving bias
onze successen zijn intern toe te schrijven en mislukkingen extern
bias
bevooroordeling
primacy effect
het feit dat eigenschappen die je als eerste over iemand te horen krijgt een diepere invloed gaan hebben op de gehele indruk
recency effect
of recentheidseffect is het feit dat de laatste indruk die je van iemand hebt ook onthouden wordt
centrale eigenschappen
eigenschappen die een krachtige invloed hebben op indrukvorming
perifere eigenschappen
eigenschappen die niet zo een sterke impact hebben op indrukvorming
halo-effect
je veronderstelt positieve eigenschappen na een positieve waarneming
horn-effect
je veronderstelt negatieve eigenschappen na een negatieve waarneming
gelijke schema’s
innerlijke structuur over de wijze waarop bepaalde dingen zouden samenhangen
verschillende schema’s
persoonlijk referentiekader over bepaalde zaken, niet objectief aanwijsbaar
consistente informatie
informatie die mooi past binnen het schema dat jij van iemand hebt
inconsistente informatie
informatie die niet past binnen het schema dat jij iemand hebt
script
specifiek schema voor bepaalde situaties, hoe je je moet gedragen
priming
het meer toegankelijk stellen van bepaalde schema’s door vroegere ervaringen
confirmation bias
of hypothesebevestigingseffect is het gemakkelijk vinden van iets niet te zien omdat het niet is waar je naar op zoek bent
self-fulfilling prophecy
of zichzelf vervullende voorspelling is dat je een schema hebt en dat je door die verwachting gedrag gaat uitlokken die de verwachting gaat vervullen
sociale categorisering
is het maken van een fundamentele eigenschap op overzichtelijke categorieën te maken
gyrus fusiformis
gebied in de hersenen dat we gebruiken om gezichten te herkennen
prototype
Geheel van eigenschappen die de ene groep onderscheidt van de andere groepen
assimilatie
verschillen binnen de categorie minimaliseren
contrast
verschillen tussen categorieën uitvergroten
positief gewaardeerde groep
Hoe positiever de groepssfeer, hoe positiever jouw zelfbeeld
ingroup favoritism
Eigen groep laten voortrekken voor de ander door constant te positieve aspecten te benaderen