Kaarten: Financiële Markten Begrippen 1 UA | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/1059

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:47 PM on 6/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

1060 Terms

1
New cards

Financiële architectuur

Deze term wordt gebruikt voor het financieel systeem, want hiermee worden niet alleen het samenspel van de instrumenten, markten en instituties gevat, maar ook de toezichtstructuur. Financiële architectuur ontstaat niet spontaan maar door de tussenkomst van de mens.

2
New cards

Schuld

Financiële plicht tegenover een ander.

3
New cards

Interest

De vergoeding die wordt ontvangen voor het uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent.

4
New cards

Ruil

Een deal waarbij men een voordeel tracht uit te halen, meestal met vreemden.

5
New cards

Handel

Het uitwisselen van producten tussen twee partijen tegen directe of uitgestelde betaling.

6
New cards

Persoonlijke eigendom

Het recht van een rechtssubject om over een zaak te beschikken en anderen van deze beschikking uit te sluiten. De recht hebbende van de eigendom wordt hierbij de eigenaar genoemd.

7
New cards

Vermogen

Het totale bezit aan geld, goederen, rechten en vorderingen na aftrek van verplichtingen.

8
New cards

Vermogensopbouw

Het bezit aan geld, goederen, rechten en vorderingen opbouwen.

9
New cards

Urbanisatie

Een concentratie van mensen in een gebied dat de daar levende populatie ecologisch gezien niet kan onderhouden

10
New cards

Territoriale soevereiniteit

Het recht van een bestuursorgaan om het hoogste gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is verschuldigd aan een ander orgaan betreft het gebied van een staat.

11
New cards

Sociale stratificatie

Het indelen van groepen mensen in maatschappelijke lagen, waartussen een ongelijkheidsverhouding bestaat.

12
New cards

Belastingen

Door de overheid opgelegd aan belastingplichtigen, zonder dat er een directe tegenprestatie van de overheid tegenover staat.

13
New cards

Langeafstandshandel

Goederen die niet nodig waren voor het dagelijkse gebruik worden geïmporteerd en verworven door de elite.

14
New cards

Tellen

Getallen in een oplopende volgorde opnoemen.

15
New cards

Boekhouding

Het vastleggen van de financiële feiten van een persoon, een bedrijf of (overheids)instelling.

16
New cards

Schrift

Een systeem om taal grafisch weer te geven.

17
New cards

Contracten

Een schriftelijk vastgelegde overeenkomst tussen twee partijen. Daarin staan afspraken waar beide ondertekende partijen zich aan moeten houden

18
New cards

Geld

Betaalmiddel in handen van het publiek, onder te verdelen in chartaal en giraal geld.

19
New cards

Lenen

- Geldlening waarbij er rente over de af te lossen som moet worden betaald aan de uitlener of kredietverschaffer. - Lenen van een goed houdt in dat iemand een goed aan een ander ter beschikking stelt, zonder dat daarvoor een vergoeding verschuldigd is.

20
New cards

Risicospreiding

Het aanhouden van aandelen in verschillende bedrijven en - of verschillende bedrijfstakken of beleggingsvormen, om het risico van koersfluctuaties te beperken.

21
New cards

Verzekeringscontract

Een overeenkomst tussen een verzekeraar en een verzekeringsnemer, waarin de rechten en plichten van beide partijen worden vastgelegd.

22
New cards

Bodemerij

Een lening die een zee vervoerder aanging om een zeereis te kunnen financieren. Bijzonder was dat de lening niet hoefde te worden terugbetaald als het schip en/of de lading verloren gingen.

23
New cards

Goederengeld

Het idee van goederengeld is om een activum te kiezen dat niet enkel als rekeneenheid kan gebruikt worden, maar ook als een opslagmiddel (store of value) en als een ruilmiddel (medium of exchange).

24
New cards

Munthuis

Een munthuis of munt is een instelling waar munten worden geslagen.

25
New cards

Goudstandaard

Een monetair systeem waarbij de munt in een vaste verhouding gekoppeld wordt aan goud.

26
New cards

Financiële intermediatie

Het voor eigen rekening bemiddelen tussen partijen die voor kortere of langere tijd financiële middelen ter beschikking hebben en partijen die behoefte hebben aan extra financiële middelen.

27
New cards

Nieuwe steden

Pas na het jaar 1000 ontstonden er nieuwe steden in Europa. Deze steden leefden door de ontwikkeling van handel en nijverheid.

28
New cards

Bankenlicentie

Een door de overheid of financiële toezichthouder(s) verstrekte bankvergunning die nodig is om bancaire diensten te kunnen leveren, zoals het voor cliënten openen van een bankrekening.

29
New cards

Bankentaks

Dit is een binnen de EU veelbesproken idee om banken een heffing op te leggen waarmee in de toekomst eventuele reddingsoperaties kunnen worden gefinancierd.

30
New cards

Huidige waarde (present value)

De waarde van een geldstroom op een zeker moment in de toekomst, teruggerekend naar de huidige waarde.

31
New cards

Koopman

Iemand die als beroep spullen verkoopt.

32
New cards

Wisselaars

Hij, die zijn bedrijf maakt van het inwisselen van vreemde muntspeciën, vreemd papiergeld, buitenlandse banknoten, enz.

33
New cards

Chartaal geld

Bestaat uit papieren geld en muntstukken (deelmunt, pasmunt). Biljetten worden uitgegeven door ECB (Europese Centrale Bank), de muntstukken worden in aparte lidstaten van de eurozone geslagen.

34
New cards

Wisselbank

Is een verouderd type bank door de overheid opgericht, waar goud- en zilverstukken tegen een gegarandeerd gewicht in edelmetaal ingewisseld konden worden.

35
New cards

Jaarmarktbrief

Op de jaarmarkt ontstond ook een andere vorm van chartaal geld zoals de jaarmarktbrief (waaruit later de wisselbrief zou ontwikkelen). Een jaarmarktbrief was een handelsdocument dat vergelijkbaar is met de wissel maar waarvan de uitbetaling enkel op de jaarmarkt kon plaatsvinden hetzij in geld en hetzij in natura.

36
New cards

Verdisconteren

De bewerking die wordt uitgevoerd om te bepalen hoeveel men nu moet inleggen om een bepaald bedrag te ontvangen in de toekomst.

37
New cards

Endosseren

Het overdragen van wissel door aantekening op achterkant;

38
New cards

Clearing

Vroeger had elke handelaar een boek waarin de bedragen kwamen die hij moest betalen en de bedragen die hij diende te ontvangen. Van deze bedragen werden op de dag van de afrekening saldi bepaald (= clearing) zodat men zo veel mogelijk vermeed dat effectieve betalingen moesten uitgevoerd worden.

39
New cards

Settlement

Een betaling, deze kan uitgevoerd worden in munten of door gebruik te maken van wissels.

40
New cards

Commenda

Overeenkomst waarbij een partij aan een andere een som geld ter beschikking stelt, met het doel daarmee handel te drijven.

41
New cards

Financial engineering

Geld verdienen door deelname aan ingewikkelde en omvangrijke financieringsprojecten.

42
New cards

Koopman-bankier (merchant-banker)

Koopman die wisselbrieven koopt en verkoopt.

43
New cards

Secundaire markt

De markt waarop je iets doorverkoopt. Zaken die dus al bestaan worden op de secundaire markt doorverkocht. Elk instrument heeft per definitie een primaire markt, want anders kan het niet ontstaan en we gaan proberen door allerlei technieken voor de meeste producten een secundaire markt te doen ontstaan.

44
New cards

Wisselmarkt

Geheel van vraag en aanbod van buitenlandse valuta's.

45
New cards

Beurs

Instelling waar je handelt in geld of andere waardepapieren.

46
New cards

Beursgebouw

Een beursgebouw is een gebouw waarin gehandeld wordt in aandelen, obligaties en-of opties, diamanten, graan, verzekeringen enzovoort.

47
New cards

Doorlopende handel

Continue handel.

48
New cards

Termijncontracten

Een future (of termijncontract) is een soort financieel derivaat, namelijk een financieel contract tussen twee partijen die zich verbinden om op een bepaald tijdstip een bepaalde hoeveelheid van een product of financieel instrument te verhandelen tegen een vooraf bepaalde prijs.

49
New cards

Overheidsobligaties

Dit is een lening (verhandelbaar schuldbewijs) die wordt uitgegeven door de overheid om geld uit de markt te halen en zodanig het financieringstekort te dekken. Het geeft meestal een jaarlijkse rente.

50
New cards

Consols

Perpetuele obligaties = wanneer de lening wordt uitgegeven zonder vervaldag.

51
New cards

Onderpand

Zekerheid in de vorm van geld, goederen of rechten.

52
New cards

Actuariële technieken

Technieken die gebruikt werden op het gebied van verzekeringen.

53
New cards

Rechtspersoon

Een organisatie of instelling die dezelfde juridische rechten en plichten heeft als een natuurlijk persoon, dat wil zeggen een mens van vlees en bloed. Een rechtspersoon kan hierdoor rechtszaken aanspannen of aangeklaagd worden, net als een natuurlijk persoon.

54
New cards

Effect

De verzamelnaam voor verhandelbare waardepapieren, zoals aandelen, obligaties, opties, futures en warrants.

55
New cards

Faillissementswetgeving

Een gerechtelijke procedure om de bezittingen van een insolvente schuldenaar op ordentelijke wijze te gelde te maken en te verdelen onder zijn schuldeisers, waarbij de schuldenaar tijdelijk het beheer van zijn vermogen verliest maar daarna in staat wordt gesteld een nieuwe start te nemen.

56
New cards

Effectenbeurs

Een organisatie die het mogelijk maakt om effecten zoals aandelen en obligaties te verhandelen.

57
New cards

Openbaar spaarwezen

Financiering door het grote publiek aan te spreken.

58
New cards

Cashdividend

Dividenduitkering in geld.

59
New cards

Opties

Dit is een financieel instrument dat de houder tegen de betaling van een premie het recht geeft (maar niet de verplichting) om een bepaalde hoeveelheid (contractgrootte) van een onderliggende waarde te kopen (calloptie) of te verkopen (putoptie) aan een afgesproken uitoefenprijs (strike price, exercise price).

60
New cards

Aandelenzeepbel

Situatie waarop een marktprijs (of meerdere prijzen) ver boven de werkelijke waarde van de desbetreffende belegging ligt. Een zeepbel zal meestal spectaculair eindigen in een snelle ineenstorting van de prijs, maar kan ook geleidelijk 'leeglopen'.

61
New cards

Loterijleningen

Men ging bepaalde mensen vroeger een loterij laten winnen want daardoor kon men een lagere interest uitbetalen aan iedereen. Mensen waren tevreden met een lagere interest omdat er een kans bestond dat je de loterij kon winnen en dus veel geld kon verdienen.

62
New cards

Centrale bank

De instelling die verantwoordelijk is voor het voeren van het monetair beleid, zoals de ECB.

63
New cards

Giraal geld

Tegoeden die het publiek bij banken aanhoudt en die onmiddellijk in contanten kunnen omgewisseld worden of gebruikt kunnen worden voor girale betalingen.

64
New cards

Overschrijven

Bedragen van de ene rekening naar de andere schrijven.

65
New cards

Bankgiro

De overschrijving naar een andere bankrekening

66
New cards

Kredietcrisis

Crisis op de financiële markten.

67
New cards

Directe financiering

Wanneer de financiering rechtstreeks plaatsvindt tussen de behoeftige en de spaarder.

68
New cards

Financiële markten

Mechanismen die mensen in staat stelt te handelen in financiële zekerheden.

69
New cards

Indirecte financiering

Wanneer de spaarder zijn gelden toevertrouwt aan een kredietinstelling en deze onafhankelijke financiering verstrekt

70
New cards

Intercompany loans

Wanneer een dochteronderneming leent van haar moederonderneming

71
New cards

Interne financiële markt (internal capital market)

Doordat er in het bedrijfsleven dochterondernemingen zijn die lenen van de moederondernemingen ontstaat er binnen de multinationale onderneming een interne financiële markt

72
New cards

Lening

Een schuld die de vorm van een contract aanneemt.

73
New cards

Effect

De verzamelnaam voor verhandelbare waardepapieren, zoals aandelen, obligaties, opties, futures en warrants.

74
New cards

Fee business

Bij emissie van effecten treedt de financiële tussenpersoon op voor rekening van de emittent en zal daarvoor een vergoeding ontvangen. Dit noemt men een fee, vandaar dat dit dus een fee business wordt genoemd.

75
New cards

Semi-directe financiering

Bij een semi-directe financiering is er een tussenpersoon aanwezig bij de financiering.

76
New cards

Openbare emissie

Emissie van effecten via openbare inschrijving.

77
New cards

Private emissie (private plaatsing)

Vorm van uitgifte van aandelen aan een select aantal potentiele investeerders.

78
New cards

FSMA

Financial Services and Markets Authority: een instelling die naast de Nationale Bank van België toezicht houdt op de Belgische financiële sector.

79
New cards

Business angel netwerk

Een business angel is iemand die deel van zijn persoonlijke vermogen investeert in start-ups. Dus door gebruik te maken van het business angel netwerk kunnen jonge ondernemingen zich financieren.

80
New cards

Crowdfunding

Een manier om geld op te halen bij een breed publiek ter financiering van een of ander project.

81
New cards

Broker (makelaar)

Een broker is een tussenpersoon die iets voor rekening van een klant verhandelt

82
New cards

Dealer (commissionair)

Een dealer is een tussenpersoon die iets voor eigen rekening verhandelt.

83
New cards

Liquiditeitsverschaffer (liquidity provider, market maker, marktanimator)

Een onderneming die de handel ondersteunt in minder verhandelde beursfondsen.

84
New cards

Broker-dealer

Tussenpersonen die zowel voor eigen rekening als voor rekening van de klant handelen.

85
New cards

Voice-brokers (telefoon)

Afhankelijk van welke technologie er gebruikt wordt een broker ander benoemd. Voice-brokers zijn brokers die via de telefoon verhandelen.

86
New cards

On-line brokers

Brokers die elektronisch verhandelen.

87
New cards

Elektronische handelsplatform

Handelsplatform die online gebeurt.

88
New cards

Primaire markt

De emissiemarkt waarop het financieel instrument tot leven komt.

89
New cards

Secundaire markt

De circulatiemarkt waar het instrument 'tweedehands' verkocht kan worden.

90
New cards

Derde markt

Transacties in genoteerde producten die OTC verlopen.

91
New cards

Vierde markt

Rechtstreekse handel tussen institutionele beleggers zonder tussenkomst van brokers of dealers.

92
New cards

Geldmarkt (money market)

Markt waarop financiële activa met een looptijd korter dan 1-2 jaar worden verhandeld.

93
New cards

Kapitaalmarkt (capital market)

Markt waarop financiële activa met een looptijd langer dan 1-2 jaar worden verhandeld.

94
New cards

Leningmarkten

Markt waarop leencontracten afgesloten en verhandeld worden.

95
New cards

Effectenmarkten

Markt waarop effecten verhandeld worden. De effecten op zo'n effectenmarkten omvatten effecten op naam en gedematerialiseerde effecten.

96
New cards

Beursmarkt

Een officieel gereglementeerde markt waar vraag en aanbod samenvallen.

97
New cards

Buitenbeursmarkt

Effectenhandel die buiten de officiële beurzen plaatsvindt. Zo kunnen effecten van eigenaar veranderen.

98
New cards

Onderhandse markt

Markt waarbij marktpartijen rechtstreeks met elkaar onderhandelen over de voorwaarden van vermogenstransacties.

99
New cards

OTC-markt (over-the-counter markt)

Markt waarbij financiële transacties niet via de beurs verlopen, maar die direct tussen twee partijen afgesloten worden.

100
New cards

Vloerhandel (pit trading)

Handel waarbij handelaars mekaar fysiek ontmoeten.