1/11
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vraag: Wat is een neurogene SKS?
Een spraakklankstoornis die te maken heeft met motoriek. Komt voor bij 2,4% van de kinderen met SKS. Er zijn twee types: spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD) en dysartrische SKS (D-SKS).
Vraag: Wat is spraakontwikkelingsdyspraxie (SOD)?
SOD is een spraakontwikkelingsstoornis waarbij de nauwkeurigheid en consistentie van spraakbewegingen gestoord zijn, zonder anatomische of functionele beperkingen ter hoogte van de articulatieorganen of neuromusculaire stoornissen. SOD is een deel van een neurologisch genetisch syndroom of een op zichzelf staande idiopathische ontwikkelingsstoornis.
Vraag: Hoe ontstaat SOD en waar zit het probleem juist?
Problemen binnen de verwerkingsprocessen motorische planning en programmering. Motorische commando's worden moeilijk gevormd, opgeslagen en opgeroepen. Auditieve en somatosensorische feedback blijft nodig voor correcte uitvoer, terwijl dit bij normale ontwikkeling niet meer nodig is.
Vraag: Hoe wijkt SOD af van de normale ontwikkeling in fase 1 (brabbelen, 6 maanden)?
Normale ontwikkeling: eerste opslag van commando's los van betekenis en fonologie. Door herhaling ontstaat een link tussen bewegingscommando en hoe die voelt en klinkt. Afwijkend bij SOD: kinderen beginnen niet te brabbelen (extreem stille baby's), brabbelen afwijkend (niet bababa maar e e e) of brabbelen vertraagd.
Vraag: Hoe wijkt SOD af van de normale ontwikkeling in fase 2 (imitatiebrabbelen, 8 maanden)?
Normale ontwikkeling: bewegingscommando's worden accurater, auditieve en somatosensorische feedback is niet meer nodig voor correcte uitvoer, link met betekenis wordt gelegd. Afwijkend bij SOD: het loopt ook mis bij het imitatiebrabbelen.
Vraag: Wat is het watervalprincipe bij SOD?
Bij problemen in de motorische basis van spreken (fase van brabbelen) zullen ook problemen ontstaan in alle stappen die daarop volgen. Problemen in de motorische basis leiden tot taalstoornissen op vlak van grammatica, syntaxis, woordenschat en fonologie, afhankelijk van de ernst.
Vraag: Wat is het verschil tussen milde en ernstige SOD?
Milde vorm: enkel fonologische kenmerken in de spraak. Ernstige vorm: taalstoornis. Comorbiditeit tussen SOD en TOS is groot. Ernstige SOD kan TOS veroorzaken.
Vraag: Wat zijn de vroege signalen van SOD?
Stille baby's, ontbreken van zuigreflex, uitval of beperkt stereotiep brabbelen, eerste geluiden zonder syllabestructuur, ontbreken van geluid bij spelactiviteiten, geluidsproductie op in- en uitademing, ontbreken van protowoorden, moeilijkheden met afregeling stemgeluid
Vraag: Wat zijn de 3 kernsymptomen van SOD?
Inconsistent foutenpatroon bij herhaalde productie van syllaben of woorden. Verstoorde of vertraagde coarticulatie. Ongewone of verstoorde prosodie.
Vraag: Wat houdt het inconsistente foutenpatroon bij SOD in?
Hetzelfde woord wordt telkens anders uitgesproken en of heeft een inconsistente woordstructuur. Inconsistentie in lopende spraak of over verschillende contexten is niet voldoende. Inconsistentie bij herhaalde productie van hetzelfde woord wel. Weinig systematiek, aan te tonen via herhaaltaken.
Vraag: Wat houdt verstoorde coarticulatie bij SOD in?
Vertraagde of onderbroken klankovergangen binnen syllabe of woord (syllabescheidingsfouten, bv. pannen…koek). Aarzelende staccato kwaliteit: te veel spatie tussen woorden. Zoekgedrag (groping): bv. naar boven kijken bij nadenken over woord. Inconsequent inlassen van schwa-vocaal: bv. beloem ipv bloem. Klinkerverkleuringen: distorsies op de klinker. Hyper- of hypocoarticulatie.
Vraag: Wat houdt verstoorde prosodie bij SOD in?
Minder of meer beklemtoning van syllaben waardoor spraak moedertaalvreemd klinkt. Vooral te testen met pseudowoorden waarbij het kind de juiste klemtoon moet leggen en herhalen, bv. panaka met klemtoon op na.