1/30
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
interspecifieke interacties
interacties tussen verschillende soorten
intraspecifieke interacties
interacties tussen soortgenoten
symbiose
een langdurige interspecifieke interactie waarbij minstens een van beide organismen een voordeel ervaart
predatie
een relatie tussen twee organismen waarbij de predator de levende prooi aanvalt om zich te voeden
gastheer
een prooi die niet geconsumeerd wordt, maar waarvan de predator zal profiteren
parasitoïsme
de gastheer overleeft de interactie niet
parasitisme
de gastheer overleeft de interactie wel
amensalisme
een organisme hindert (-) door zijn aanwezigheid een ander organisme in zijn ontwikkeling, zonder er zelf voor- of nadeel van te ondervinden (0)
antibiose
één organisme verhindert de ontwikkeling van een ander organisme volledig, meestal door het gebruik van toxines (gifstoffen)
competitie
een interspecifieke interactievorm die door een overlap in voorkeur voor beide organismen een negatief gevolg oplevert (-/-)
mutualisme
een symbiosevorm waarbij beide soorten een voordeel ondervinden (+/+)
coöperatie
verschillende soorten die onderling geen competitie voeren kunnen tijdelijk een voordeel behalen door samen te werken
commensalisme
als twee organismen met elkaar samenleven en een van beide een uitgesproken voordeel (+ heeft en de andere geen voor- of nadeel (0)
epifyten
planten die op de takken of stam van grotere planten groeien (voordeel gast: groeiplaats / toegang tot water, nutriënten en licht)
microbiota
de (uitgebreide) verzameling micro-organismen in en op ons lichaam
microbioom
de rijkdom aan genetisch materiaal en de omgeving waarin de microbiota leven
broedzorg
eengezinsgroepen die veel tijd en energie investeren in hun nakomelingen
sociale staat
één koningin staat in voor de voortplanting en alle andere soortgenoten hebben een zeer strikte functie met bijbehorende lichamelijke aanpassingen
gedrag
de wijze waarop een organisme reageert op zijn omgeving nadat het prikkels heeft ontvangen en verwerkt
aangeboren gedrag of nature
gedrag is bij de geboorte aanwezig maar komt nog niet per se tot uiting
aangeleerd gedrag of nurture
het resultaat van verschillende leerprocessen vanuit de omgeving
instinct
de onvrijwillige drijfveer die organismen ervaren in hun soort specifiek gedrag (evolutionair geheugen, eigen aan de soort)
baltsgedrag
potentiële partner overtuigen
reflex
een automatische en onvrijwillige reactie op een prikkel
associatief leren
een leermethode waarbij een nieuwe reactie gekoppeld wordt aan een prikkel
gewenning
een prikkel lokt geen reactie meer uit omdat een organisme regelmatig aan eenzelfde prikkel wordt blootgesteld
inprenting
levensprocessen in de eerste levensfase bepalen vormen het gedrag van een jong individu
oefenen en herhalen
een nieuw gedragspatroon wordt meermaals uitgevoerd
inzicht
zelf nieuw gedrag ontwikkelen (intelligentere wezens)
trial-and-error
nieuw gedrag lukt meestal niet bij de eerste poging maar men leert uit zijn fouten en onthoudt dit
imitatie
een organisme leert nieuwe gedragingen door een ander organisme na te bootsen