Bio - thema 3: interacties en gedrag

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:44 PM on 6/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

interspecifieke interacties

interacties tussen verschillende soorten

2
New cards

intraspecifieke interacties

interacties tussen soortgenoten

3
New cards

symbiose

een langdurige interspecifieke interactie waarbij minstens een van beide organismen een voordeel ervaart

4
New cards

predatie

een relatie tussen twee organismen waarbij de predator de levende prooi aanvalt om zich te voeden

5
New cards

gastheer

een prooi die niet geconsumeerd wordt, maar waarvan de predator zal profiteren

6
New cards

parasitoïsme

de gastheer overleeft de interactie niet

7
New cards

parasitisme

de gastheer overleeft de interactie wel

8
New cards

amensalisme

een organisme hindert (-) door zijn aanwezigheid een ander organisme in zijn ontwikkeling, zonder er zelf voor- of nadeel van te ondervinden (0)

9
New cards

antibiose

één organisme verhindert de ontwikkeling van een ander organisme volledig, meestal door het gebruik van toxines (gifstoffen)

10
New cards

competitie

een interspecifieke interactievorm die door een overlap in voorkeur voor beide organismen een negatief gevolg oplevert (-/-)

11
New cards

mutualisme

een symbiosevorm waarbij beide soorten een voordeel ondervinden (+/+)

12
New cards

coöperatie

verschillende soorten die onderling geen competitie voeren kunnen tijdelijk een voordeel behalen door samen te werken

13
New cards

commensalisme

als twee organismen met elkaar samenleven en een van beide een uitgesproken voordeel (+ heeft en de andere geen voor- of nadeel (0)

14
New cards

epifyten

planten die op de takken of stam van grotere planten groeien (voordeel gast: groeiplaats / toegang tot water, nutriënten en licht)

15
New cards

microbiota

de (uitgebreide) verzameling micro-organismen in en op ons lichaam

16
New cards

microbioom

de rijkdom aan genetisch materiaal en de omgeving waarin de microbiota leven

17
New cards

broedzorg

eengezinsgroepen die veel tijd en energie investeren in hun nakomelingen

18
New cards

sociale staat

één koningin staat in voor de voortplanting en alle andere soortgenoten hebben een zeer strikte functie met bijbehorende lichamelijke aanpassingen

19
New cards

gedrag

de wijze waarop een organisme reageert op zijn omgeving nadat het prikkels heeft ontvangen en verwerkt

20
New cards

aangeboren gedrag of nature

gedrag is bij de geboorte aanwezig maar komt nog niet per se tot uiting

21
New cards

aangeleerd gedrag of nurture

het resultaat van verschillende leerprocessen vanuit de omgeving

22
New cards

instinct

de onvrijwillige drijfveer die organismen ervaren in hun soort specifiek gedrag (evolutionair geheugen, eigen aan de soort)

23
New cards

baltsgedrag

potentiële partner overtuigen

24
New cards

reflex

een automatische en onvrijwillige reactie op een prikkel

25
New cards

associatief leren

een leermethode waarbij een nieuwe reactie gekoppeld wordt aan een prikkel

26
New cards

gewenning

een prikkel lokt geen reactie meer uit omdat een organisme regelmatig aan eenzelfde prikkel wordt blootgesteld

27
New cards

inprenting

levensprocessen in de eerste levensfase bepalen vormen het gedrag van een jong individu

28
New cards

oefenen en herhalen

een nieuw gedragspatroon wordt meermaals uitgevoerd

29
New cards

inzicht

zelf nieuw gedrag ontwikkelen (intelligentere wezens)

30
New cards

trial-and-error

nieuw gedrag lukt meestal niet bij de eerste poging maar men leert uit zijn fouten en onthoudt dit

31
New cards

imitatie

een organisme leert nieuwe gedragingen door een ander organisme na te bootsen