1/14
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
VMAT (Vesicular Monoamine Transporter)
Transporteiwit dat dopamine en noradrenaline de vesicles in pompt. Target van reserpine (remming leidt tot depletie van neurotransmitters).
NET / NAT (Noradrenaline Transporter)
Uptake 1. Verantwoordelijk voor de heropname van noradrenaline uit de synapsspleet terug in het presynaptische neuron. Target van cocaïne en TCA's.
EMT (Extraneuronal Monoamine Transporter)
Uptake 2. Verantwoordelijk voor de opname van adrenaline en noradrenaline in niet-neuronaal weefsel (zoals spier- of endotheelcellen). Lagere affiniteit dan NET.
MAO (Monoamine-oxidase)
Intracellulair enzym (mitochondriën) dat monoaminen (NA, DA, 5-HT) afbreekt. MAO-A breekt vooral NA/5-HT af; MAO-B vooral dopamine.
COMT (Catechol-O-methyltransferase)
Enzym dat catecholaminen (zoals NA en adrenaline) afbreekt, voornamelijk in de lever en de synapsspleet. Belangrijk bij de afbraak van perifeer circulerende hormonen.
Biogene aminen
Groep stikstofhoudende organische verbindingen die fungeren als neurotransmitters of hormonen (bijv. Adrenaline, Noradrenaline, Dopamine, Serotonine, Histamine).
Baroreflex
Homeostatisch mechanisme dat de bloeddruk constant houdt. Rekreceptoren in de sinus caroticus detecteren drukstijging → activatie parasympathicus (vagus) + remming sympathicus → verlaging hartslag en vaatverwijding.
Adrenerge receptoren op renine
β1-receptoren in de juxtaglomerulaire cellen van de nier. Stimulatie door (nor)adrenaline verhoogt de afgifte van renine, wat het RAAS-systeem activeert en de bloeddruk verhoogt.
Effect amfetamine
Indirect sympathicomimeticum. Draait de NET-transporter om (efflux), remt VMAT en remt MAO. Resultaat: enorme stijging van NA en dopamine in de synapsspleet (alertheid, verhoogde bloeddruk).
Purines
Groep moleculen waaronder ATP en Adenosine, die naast hun rol in de energiehuishouding ook fungeren als belangrijke signaalstoffen (neurotransmitters/neuromodulatoren).
P2X receptoren
Ionotrope receptoren (ligand-gestuurde ionkanalen) geactiveerd door ATP. Veroorzaken snelle instroom van Na+ en Ca2+ (bijv. snelle fase van contractie in vaten).
P2Y receptoren
Metabotrope receptoren (GPCR's) geactiveerd door ATP, ADP of UTP. Betrokken bij diverse functies zoals bloedplaatjesaggregatie en glad spierweefsel-respons.
Adenosine A1-receptor
Gi-gekoppeld (↓cAMP). Locatie: Hart (AV-knoop). Effect: Verlangzaming van de hartslag en geleiding. Target van therapeutisch adenosine bij tachycardie.
Adenosine A2-receptor
Gs-gekoppeld (↑cAMP). Locatie: Bloedvaten (coronairvaten). Effect: Krachtige vasodilatatie.
PDE (Fosfodiësterase)
Enzym dat de secundaire boodschappers cAMP en cGMP afbreekt. Remming (door bijv. methylxanthines) verlengt de effecten van adrenerge en purinerge stimulatie.