1/9
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Beslistheorie
= individuen handelen t.o.v. een omgeving die niet bestaat uit mensen / als onafhankelijk kan worden beschouwd
→ waarbij de uitkomst dus niet afhangt van wat andere mensen strategisch doen. De omgeving is 'passief' of onafhankelijk.
Voorbeeld: Een arts moet beslissen of een patiënt wel of geen antibiotica krijgt op basis van symptomen. De bacterie of het lichaam van de patiënt 'denkt' niet strategisch na om de arts bewust tegen te werken. De arts handelt ten opzichte van een onafhankelijke situatie.
Speltheorie
= individuen handelen interactief.
Jouw beste keuze hangt direct af van de keuze die een ánder maakt, en die ander denkt ook weer na over wat jóúw keuze zal zijn. Het is een strategisch steekspel.
De kern: Je kunt de uitkomst niet in je eentje bepalen; je moet anticiperen op het gedrag van een rationele tegenstander of partner.
Voorbeeld:
Twee ziekenhuizen in dezelfde regio moeten beslissen of ze gaan investeren in een peperdure nieuwe operatierobot. Als ze het allebei doen, maken ze elkaar kapot door de kosten (overcapaciteit). Als eentje het doet, pakt die de hele markt. Ze moeten hun beslissing baseren op wat ze verwachten dat de concurrent doet.
Beslissingen onafhankelijk van anderen

Belangenconflict
→ ‘zero sum game’
Bijvoorbeeld: penalty nemen
= wat voor de 1 winst is, is voor de ander verlies

Belangen hetzelfde
→ 2 Nash-evenwichten
Bijvoorbeeld: rijden we aan de linkerkant van de weg of aan de rechterkant
= stabiele sociale norm waaraan gehouden moet worden

Prisoner’s Dilemma
→ beslissingen afhankelijk van anderen:
Cooperate
= samenwerken
Defect
= tegenwerken
Assurance game
= je moet de andere persoon vertrouwen

Nash-evenwicht
= een combinatie van strategieën is een Nash-evenwicht, dit is als beide spelers geen reden hebben om af te wijken
→ Stel je een spel voor met twee spelers, A en B. Er is sprake van een Nash-evenwicht als:
Speler A de best mogelijke keuze maakt, gegeven de keuze van speler B.
Speler B de best mogelijke keuze maakt, gegeven de keuze van speler A.
Niemand heeft op dat moment een prikkel om iets anders te gaan doen, want elke verandering zou voor die specifieke persoon een slechter resultaat opleveren.

Oefening Nash-evenwicht:
→ wat zijn hier de evenwichten?

Stap 1: Wat doet Speler 1 (de Rij)?
We gaan ervan uit dat Speler 1 probeert te voorspellen wat Speler 2 doet, en daar de beste optie bij kiest (het hoogste eerste getal).
Als Speler 2 kiest voor HAWK (kijk naar de eerste kolom):
Kiest Speler 1 voor Hawk, dan krijgt hij 0.
Kiest Speler 1 voor Dove, then krijgt hij 1.
Wat is beter? 1 is groter dan 0. Dus als Speler 2 Hawk kiest, kiest Speler 1 het liefst Dove. (Zet in gedachten een streepje onder de 1 in het vakje 1,3).
Als Speler 2 kiest voor DOVE (kijk naar de tweede kolom):
Kiest Speler 1 voor Hawk, dan krijgt hij 3.
Kiest Speler 1 voor Dove, dan krijgt hij 2.
Wat is beter? 3 is groter dan 2. Dus als Speler 2 Dove kiest, kiest Speler 1 het liefst Hawk. (Zet een streepje onder de 3 in het vakje 3,1).
Stap 2: Wat doet Speler 2 (de Kolom)?
Nu doen we precies hetzelfde, maar vanuit het perspectief van Speler 2 (we kijken naar de tweede getallen).
Als Speler 1 kiest voor HAWK (kijk naar de eerste rij):
Kiest Speler 2 voor Hawk, dan krijgt hij 0.
Kiest Speler 2 voor Dove, dan krijgt hij 1.
Wat is beter? 1 is groter dan 0. Dus Speler 2 kiest Dove. (Zet een streepje onder de 1 in het vakje 3,1).
Als Speler 1 kiest voor DOVE (kijk naar de tweede rij):
Kiest Speler 2 voor Hawk, dan krijgt hij 3.
Kiest Speler 2 voor Dove, dan krijgt hij 2.
Wat is beter? 3 is groter dan 2. Dus Speler 2 kiest Hawk. (Zet een streepje onder de 3 in het vakje 1,3).
Kolommen en rijen
Kolommen
= K van kelder die naar beneden gaat over de L die recht omhoog staat
Rijen
= naar Rechts of hoRizontaal
Sociale normen
stabiel gedragspatroon
patroon van wederzijdse verwachtingen
individuen gedragen zich zo door bepaalde motieven/waarden (bijvoorbeeld eigenbelang)
en omdat ze verwachten dat de rest zich ook zo gedraagt
→ bijvoorbeeld afstand houden of vaccineren
Kan ook Prisoners Dilemma zijn!
Afwijkend gedrag kan rekenen op afkeuring