hypotone dehydratie en infuus

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/54

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:02 AM on 11/17/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

55 Terms

1
New cards

Wat betekent hypotone dehydratie?

Hypotone dehydratie betekent dat het lichaam meer zout (natrium) verliest dan water, waardoor het extracellulaire vocht hypotoon wordt ten opzichte van het intracellulaire compartiment.

2
New cards

Wat gebeurt er met de osmolariteit van het plasma bij hypotone dehydratie

De osmolariteit van het plasma daalt, omdat er relatief te weinig opgeloste zouten (vooral natrium) aanwezig zijn.

3
New cards

Wat gebeurt er met de waterverdeling tussen de compartimenten bij hypotone dehydratie?

Omdat het extracellulaire compartiment hypotoon wordt, zal water vanuit het bloed en interstitium naar de cellen trekken, waardoor de cellen zwellen.

4
New cards

Welk lichaamscompartiment verliest het meeste volume bij hypotone dehydratie?

Het extracellulaire compartiment verliest het meeste vocht, terwijl het intracellulaire compartiment juist toeneemt door waterinflux.

5
New cards

Wat zijn belangrijke oorzaken van hypotone dehydratie?

  1. Langdurig braken of diarree met groot zoutverlies

  2. Overmatig zweten zonder zoutaanvulling

  3. Addison’s disease (hypoadrenocorticisme) → tekort aan aldosteron → zoutverlies

  4. Te veel toediening van zuiver water of hypotone vloeistof

  5. Nierfalen waarbij natrium niet goed wordt behouden

6
New cards

Waarom leidt Addison’s disease tot hypotone dehydratie?

Bij Addison’s disease is er een tekort aan aldosteron, waardoor de nieren te weinig natrium resorberen en te veel kalium vasthouden. Dit zorgt voor zoutverlies en verminderd extracellulair volume.

7
New cards

Waarom kan hypotone dehydratie ontstaan bij langdurig braken?

Bij braken gaan grote hoeveelheden natrium en chloride verloren via het maagsap, waardoor het extracellulaire compartiment hypotoon wordt.

8
New cards

Wat gebeurt er met de cellen bij hypotone dehydratie?

De cellen nemen water op en zwellen, omdat het extracellulaire milieu hypotoon is ten opzichte van het intracellulaire.

9
New cards

Wat is het gevolg van celswelling in de hersenen bij hypotone dehydratie?

Hersencellen zwellen → intracraniële druk stijgt → symptomen zoals sufheid, apathie, incoördinatie, toevallen of zelfs coma.

10
New cards

Wat zijn de algemene klinische symptomen van hypotone dehydratie?

  • Slijmvliezen kunnen nog vochtig lijken

  • Lage bloeddruk en zwakke pols

  • Verminderde urineproductie

  • Spierzwakte en lethargie

  • Geen dorst

  • Neurologische verschijnselen (door hersenzwelling)

11
New cards

Wat is een belangrijk verschil in klinisch beeld tussen hypotone en hypertone dehydratie?

Bij hypotone dehydratie zwellen cellen → geen dorst, eerder sloom en suf;
Bij
hypertone dehydratie krimpen cellen → sterke dorst en vaak prikkelbaarheid.

12
New cards

Wat gebeurt er met het bloedvolume bij hypotone dehydratie?

Het extracellulaire volume daalt, wat leidt tot hypovolemie en verminderde weefselperfusie.

13
New cards

Wat is het risico van onbehandelde hypotone dehydratie?

Hersenoedeem door intracellulaire wateropstapeling, wat kan leiden tot bewustzijnsverlies en de dood.

14
New cards

Wat doet de nier bij hypotone dehydratie?

De nier probeert natrium te behouden via aldosteron en wateruitscheiding te beperken via ADH, maar bij ernstige zouttekorten is dat onvoldoende om de osmolariteit te herstellen.

15
New cards

Wat is de beste behandeling voor hypotone dehydratie?

Toediening van een zoutoplossing met hogere natriumconcentratie dan plasma (licht hypertoon of isotone NaCl) om het extracellulaire natrium te herstellen en de osmolariteit te normaliseren.

16
New cards

Wat is de belangrijkste parameter om de ernst van hypotone dehydratie te volgen tijdens behandeling?

De natriumconcentratie in het plasma — die moet langzaam normaliseren om hersenzwelling of osmotische demyelinisatie te voorkomen.

17
New cards

Wat gebeurt er als de natriumconcentratie te snel gecorrigeerd wordt bij hypotone dehydratie?

De hersencellen verliezen plots water → ze krimpen te snel → kans op osmotisch demyelinisatiesyndroom (centrale pontiene myelinolyse).

18
New cards

Waarom is het belangrijk om de correctiesnelheid van natrium te beperken bij behandeling?

Omdat de hersenen zich adaptief aanpassen aan een lage osmolariteit; te snelle stijging van natrium trekt plots water uit de hersencellen → neurologische schade.

19
New cards

Wat is het effect van hypotone dehydratie op de bloeddruk?

De bloeddruk daalt door het lagere extracellulaire volume en het verlies van circulerend natrium.

20
New cards

Waarom zijn spierzwakte en collaps mogelijk bij hypotone dehydratie?

Door hyponatriëmie en hypochloremie, die het membraanpotentiaal van spiercellen verstoren → verminderde prikkelgeleiding en contractie.

21
New cards

Waarom is de huidturgor bij hypotone dehydratie vaak minder ernstig verminderd dan bij hypertone dehydratie?

Omdat water vanuit het bloed naar de cellen en deels ook in het interstitium verplaatst; de huid blijft dus iets vochtiger.

22
New cards

Wat zijn neurologische symptomen die specifiek kunnen optreden bij hypotone dehydratie?

Sufheid, apathie, tremoren, incoördinatie, toevallen en bij ernstige gevallen coma door hersencelzwelling.

23
New cards

Wat gebeurt er met de osmoreceptoren in de hypothalamus bij hypotone dehydratie?

Ze worden niet gestimuleerd door de lage plasmatische osmolariteit → geen dorstreflex en verminderde ADH-afgifte.

24
New cards

Wat is de prognose van onbehandelde hypotone dehydratie?

Slecht: hersenoedeem, shock en multi-orgaanfalen kunnen optreden door ernstige natriumdaling en intracellulaire zwelling.

25
New cards

Wat is het doel van infuustherapie bij dehydratie?

Het doel van infuustherapie is

  1. het herstellen van het circulerend volume

  2. het normaliseren van de osmolariteit

  3. het corrigeren van elektrolytentekorten.

26
New cards

Wat betekent ‘isotone infusie’?

Isotone infusie betekent dat de toegediende oplossing dezelfde osmolariteit heeft als plasma (~300 mOsm/L), zodat er geen netto waterverplaatsing tussen cellen en extracellulair compartiment optreedt.

27
New cards

Wat gebeurt er met waterverdeling in het lichaam bij toediening van een isotone infuusvloeistof?

Het water blijft volledig in het extracellulaire compartiment: ongeveer 75% komt in het interstitium en 25% in het plasma.

28
New cards

Wat bevat fysiologisch zout (NaCl 0,9%)?

Fysiologisch zout bevat 0,9 g natriumchloride per 100 mL water (9 g/L), wat overeenkomt met 154 mmol Na⁺ en 154 mmol Cl⁻, samen goed voor een osmolariteit van ongeveer 308 mOsm/L.

29
New cards

Wat bevat Ringer-lactaat?

Ringer-lactaat bevat Na⁺, Cl⁻, K⁺, Ca²⁺ en lactaat (dat in de lever tot HCO₃⁻ wordt omgezet). Het is dus licht alkaliserend en beter geschikt bij metabole acidose.

30
New cards

Hoe bepaal je de hoeveelheid vocht die moet worden toegediend?

De hoeveelheid wordt berekend op basis van het vochttekort, de onderhoudsbehoefte en het lopende verlies.

31
New cards

Wat gebeurt er als men een hypertonische oplossing toedient bij isotone of hypertone dehydratie?

Het extracellulaire osmolariteit stijgt → water verlaat de cellen → cellulaire dehydratatie en mogelijke neurologische verschijnselen.

32
New cards

Wat gebeurt er als men een hypotone oplossing toedient bij isotone of hypotone dehydratie?

De osmolariteit van het plasma daalt verder → water trekt de cellen in → risico op hersenoedeem of celzwelling.

33
New cards

Hoe bereken je het vochttekort?

Het vochttekort = (geschat % dehydratie) × lichaamsgewicht (kg) × 10
→ uitgedrukt in mL vocht dat ontbreekt.

Voorbeeld:
Een hond van 10 kg met 8% dehydratie:
8 × 10 × 10 =
800 mL tekort.

34
New cards

Wat betekent het als een dier 10% uitgedroogd is?

Dat het 10% van zijn lichaamsgewicht aan water verloren is; bij 10 kg is dat dus 1 liter vochtverlies.

35
New cards

Wat omvat de onderhoudsbehoefte in een infuusplan?

De hoeveelheid vocht die een gezond dier normaal per dag nodig heeft om verlies via urine, feces en verdamping te compenseren (ongeveer 50 mL/kg/dag bij volwassen dieren).

36
New cards

Wat zijn lopende verliezen bij infuustherapie?

Lopende verliezen zijn de extra verliezen bovenop het normale onderhoud, zoals bij diarree, braken of overvloedig zweten. Ze moeten geschat en mee berekend worden in het infuusplan.

37
New cards

Wat is de totale vochtbehoefte bij infusie?

Totale vochtbehoefte = vochttekort + onderhoud + lopende verliezen

38
New cards

Wat is het effect van te snelle infusie van isotone vloeistof?

Het kan leiden tot overvulling van de circulatie, verhoogde veneuze druk, longoedeem of ascites, vooral bij dieren met hart- of nierproblemen.

39
New cards

Wat zijn de tekenen van overhydratie tijdens infuustherapie?

  1. Toename van ademhalingsfrequentie

  2. Oedeemvorming

  3. Toename van veneuze druk

  4. Serosanguineuze neusuitvloeiing bij herkauwers

  5. Gewichtstoename in korte tijd

40
New cards

Wat is een belangrijke regel bij het corrigeren van ernstige dehydratie?

Corrigeer het vochttekort geleidelijk over 12 tot 24 uur, tenzij er sprake is van shock — dan mag het eerste deel sneller worden toegediend.

41
New cards

Wat is de verdeling van vocht na toediening van 1 liter isotone oplossing?

Ongeveer 250 mL blijft in het plasma en 750 mL verplaatst zich naar het interstitium; er komt geen water in de cellen.

42
New cards

Waarom wordt glucose 5% niet beschouwd als isotone infusie bij volumetherapie?

Hoewel glucose 5% initieel isotone osmolariteit heeft, wordt de glucose snel gemetaboliseerd, waardoor enkel water overblijft → effectief hypotoon → trekt water in de cellen.

43
New cards

Wat is het effect van Ringer-lactaat op de zuur-basebalans?

Ringer-lactaat werkt licht alkaliserend, omdat lactaat in de lever wordt omgezet tot bicarbonaat (HCO₃⁻), wat helpt bij metabole acidose.

44
New cards

Waarom mag Ringer-lactaat niet worden gebruikt bij dieren met ernstige leverinsufficiëntie?

Omdat de omzetting van lactaat naar bicarbonaat in de lever gebeurt; bij leverfalen kan lactaat opstapelen → risico op lactaatacidose.

45
New cards

Wat is het voordeel van NaCl 0,9% bij braken of maagverlies?

NaCl 0,9% vervangt zowel water als natrium en chloride, die bij braken verloren gaan met het maagzuur.

46
New cards

Wat is het voordeel van Ringer-lactaat bij diarree?

Ringer-lactaat bevat meerdere elektrolyten (Na⁺, K⁺, Ca²⁺, Cl⁻) en corrigeert milde acidose die vaak optreedt bij diarree.

47
New cards

Wat betekent colloïdale infusie en wanneer gebruik je die?

Colloïdale infusies bevatten grote moleculen (zoals hydroxyethylzetmeel of plasma-eiwitten) die in de bloedbaan blijven en de colloïd-osmotische druk verhogen; ze worden gebruikt bij ernstige hypovolemie of eiwitverlies.

48
New cards

Wat is het verschil tussen kristalloïde en colloïdale infuusvloeistoffen?

  • Kristalloïden (zoals NaCl of Ringer) zijn kleine ionen die snel verdelen over het ECF.

  • Colloïden blijven grotendeels in de bloedbaan en trekken water aan → volumetoename intravasculair.

49
New cards

Wanneer kies je voor een hypertonische infuusvloeistof?

Bij acute hypovolemie of shock, om snel de plasmatische osmolariteit te verhogen en water uit het interstitium in de bloedbaan te trekken (kortdurend effect).

50
New cards

Waarom combineer je hypertonische infusie vaak met isotone infusie?

Omdat de hypertonische vloeistof slechts tijdelijk water naar de circulatie trekt; isotone vloeistof vult daarna het extracellulaire volume aan om stabiel herstel te garanderen.

51
New cards

Wat is de maximale correctiesnelheid van natrium bij infuustherapie?

Bij hyponatriëmie mag het natriumgehalte niet sneller dan 0,5 mmol/L per uur stijgen, om hersenbeschadiging te voorkomen.

52
New cards

Wat gebeurt er met de veneuze druk tijdens effectieve infuustherapie bij hypovolemie?

De veneuze druk stijgt geleidelijk naarmate het circulerend volume herstelt.

53
New cards

Wat is het verschil in werking tussen ADH en aldosteron tijdens infuustherapie?

  • ADH regelt waterretentie in de verzamelbuizen.

  • Aldosteron regelt natrium- (en dus indirect water-) retentie in de distale tubuli.

54
New cards

Wat zijn belangrijke parameters om te monitoren tijdens infuustherapie?

  • Lichaamsgewicht

  • Hartfrequentie en bloeddruk

  • Urineproductie

  • Huidturgor en CRT

  • Veneuze druk (indien mogelijk)

55
New cards

Wat is het doel van het langzaam toedienen van infuus bij hersenoedeem of hypotone dehydratie?

Om te vermijden dat de osmolariteit te snel stijgt, wat hersencellen zou doen krimpen → risico op osmotische demyelinisatie.