1/322
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aanpassing
vorm van bewerking waarbij de tekstsoort behouden wordt
adaptatie
vorm van bewerking waarbij er een verandering van tekstsoort optreedt
"acrofonisch" principe (bij namen van letters)
De klankwaarde van de letters is gebaseerd op de eerste klank van het woord dat afgebeeld is
bvb A => Alpha (origineel van bij de Feniciërs: aleph)
afasie
wanneer facetten van het taalvermogen gedeeltelijk of geheel verloren gaan naar aanleiding van ziekte, ongelukken of chirurgische ingrepen
Broca-afasie (expressieve afasie/agrammatisme)
beschadiging van Broca-centrum
moeite met spraak (telegramstijl/non-fluent aphasia, aangezien syntaxis verloren), goed begrip
bewust van de afasie
conductie-afasie
boogbundel verwoest => geen interactie tussen Broca en Wernicke
=> vloeiende spraak en goed begrip, maar kunnen woorden niet meer herhalen
globale afasie
boogbundel + Broca + Wernicke verwoest
vrijwel geen spraak, weinig begrip
Wernicke-afasie (receptieve afasie/paragrammatisme)
syntaxis in orde (spreken kan), maar onbegrijpelijk (begrip is aangetast)
fluent aphasia/semantisch jargon
niet bewust van de afasie
afleiding (in de woordvorming) 15, 37,50
bevat minstens één ongebonden morfeem
alfabet
één symbool per klank
ambiguïteit
één en dezelfde vorm kan op meer dan één manier worden geïnterpreteerd
lexicale ambiguïteit
de vorm van een bepaald woord kan semantisch op verschillende manieren worden geïnterpreteerd
vb homonymie
structurele ambiguïteit
dezelfde opeenvolging van elementen beantwoordt aan verschillende onderliggende hiërarchische organisaties
=> aan de lineariteit kan men de hiërarchie niet afleiden
anafoor 53, 67-68
coreferentiële uitdrukking na de referentiële uitdrukking (dus verwijst terug)
analogie
transparantie verhogen
vb deux / second => deuxieme
antoniem
tegengestelde woorden, je moet beide woorden kennen om één van de twee te begrijpen
barbarisme
foutieve leenvertalingen
basisniveauterm ("basic level term")
woorden tussen het algemeen niveau en het specifieke niveau
vb: dier - hond - labrador
=> wij hebben de neiging om bij benoemingen eerder voor de basisniveauterm te gaan!
behaviorisme
kind is bij zijn geboorte een linguïstische tabula rasa; verwerft taal enkel vanuit de stimuli van het taalaanbod
MTV: passief en taalspecifiek proces, imitatie staat centraal
betekenis 13-14, 17-20, 37, 40-43, 51, 64-72
de conceptuele inhoud die aan taaltekens worden gekoppeld
betekenis van een woord = een op een taalspecifieke manier afgebakende mentale entiteit of denkinhoud, met een aantal eigenschappen
betekenisverandering
verenging, verruiming of overdracht
betekenisoverdracht/betekenisovergang
via metonymie of metafoor
betekenisverenging/betekenisspecialisatie
betekenis wordt verengd (dit is een weggevertje)
vb Lat. potio 'drank' > Fr. poison 'gif
betekenisverruiming/betekenisveralgeming
betekenis wordt ruimer
soms adhv grammaticalisatie
referentie
de relatie tussen taal en de werkelijkheid waarover men spreekt
bilateraliteit (van het taalteken)
taaltekens zijn tweeledig:
het teken zelf (de vorm)
de betekenis: conceptuele inhoud van het teken
verwijzing aan de hand hiervan noemt men referentie
"bouba/kiki-effect"
vorm van synesthesie
wanneer mensen twee willekeurige woorden (Bouba en Kiki, bijvoorbeeld) en twee vormen (rond en hoekig) te zien krijgen, systematisch het woord Bouba associëren met de ronde vorm en het woord Kiki met de hoekige vorm
boustrofedon
Boustrofedon, ossendraaischrift of ossenploegschrift is een schrijfrichting waarbij de tekst in opeenvolgende regels om beurten van links naar rechts en van rechts naar links wordt geschreven

brontaal, -tekst / doeltaal, -tekst
van toepassing bij de vertaling
brontekst + taal: de tekst (in een bepaalde taal) die wordt vertaald
doeltekst + taal: het product van de vertaling naar een andere taal dan de brontaal
CDS (Child Directed Speech)
het specifieke convergente taalgebruik van ouders en andere volwassenen in interacties met een kind
- prosodisch
- complexiteit wordt vermeden
- redundantie
- aanpassing aan het niveau van het kind
scaffolding en accomodatie!
"code-switching"
het afwisselend gebruik van twee of meer talen of taalvarianten binnen een gesprek of tekst
coherentie
samenhang op inhoudelijk vlak:
thematische inhoud (isotopie) + zinsverbanden (expliciet/impliciet => inferentie)
cohesie
formele samenhang van een tekst
grammaticale verbanden + identiteitsrelaties via coreferentie
collocatie (syntagmatisch)
idiomatische verbinding van meerdere woorden
gelexicaliseerde syntagmatische combinatie waarbij aan de cotextuele eenheden een specifieke betekenis beantwoord
vb blond + haar
competence / performance
Chomsky
competence = zie langue bij Saussure
performance = parole
"parsing" bij automatische vertalingen
computer herkent syntactische structuren
vaak moet hiervoor gepre-edit worden (immers zijn er vaak impliciete syntactische structuren, deze worden dan geëxpliciteerd)
FAHQT en FAUT
Full Automatic High Quality Translation: nooit helemaal gelukt, altijd editing betrokken
Full Automatic Understandable Translation: haalbaarder
constituent
deel van een hiërarchische constituentenstructuur
context
3 soorten (situationaliteit):
- cotext
- uitingssituatie (deiktische elementen)
- historisch, sociaal, etc
cotext
één van de 3 soorten situationaliteit
de talige context: de tekst die aan een bepaald woord/passage voorafgaat en volgt
convergent taalgebruik (in de MTV)
taalaccomodatie; zich aanpassen aan een variant
Setting and scene (Speaking-model)
setting: tijd en ruimte
scene: cultureel en psychologisch kader van de conversatie
Participants (Speaking-model)
de deelnemers aan het gesprek
(a)symmetrie?
Ends (speaking-model)
wat zijn de doeleinden? > doel, redenen, beoogde resultaten van de dialoog
Act sequence (Speaking-model)
vorm en de inhoud van het gesprek
isotopie vs heterotopie
dominante spreker/onderwerp/vorm?
Key (Speaking-model)
welke is de 'sleutel' of toonsoort van de dialoog?
vb emotieve toon vs rationele toon
Instrumentalities (Speaking-model)
welke taal/talen en welk soort taalgebruik wordt gebruikt?
moedertaal vs code-switching vs vreemde taal
standaardtaal vs dialecten
registers
Norms (Speaking-model)
welke normen hanteren de gesprekspartners? > de sociale conventies, regels, gewoonten, gebruiken, taboes, sociale hiërarchie (bv. bureaucratie) waaraan de dialoogpartners zich doorgaans houden
Genre (Speaking-model)
welke tekstsoort?
ethnopoetics
Hymes
onderzoek naar de (gedeeltelijk impliciete, ev. gedeeltelijk universele?) structuren van cultureel bepaald gesproken taalgebruik, incl. storytelling (vgl. orale culturen)
coreferentie 52-53, 68
taalelementen die de functie hebben om de identiteitsrelaties over de grenzen van zinnen te waarborgen
- pro-forms
- herhalingen
- lexicale vervanging
cortex (cerebri)
= hersenschors
laagje boven de grote hersenen, ligt in vele plooien over beide hemisferen
bestaat uit miljarden neuronen
groeven en wendingen (gyrus = rond, sulcus = put)
deficithypothese
Bernstein
etnolecten hebben een restricted code en zijn dus een lage variëteit
standaardtaal heeft een elaborated code en is dus een hoge variëteit
Bernstein vond dus dat er een assymetrie was in de toepasbaarheid, en pleitte voor "compenseringsprogrammas" voor kinderen die opgroeiden in een etnolect
differentiehypothese
Labov + Dittmar
geen "hoge" en "lage" variëteit: functionele gelijkwaardigheid maar sociologische verschillen
deixis
één van de 3 soorten situationaliteit (uitingssituatie)
deiktische elementen: elementen die verwijzen naar de uitingssituatie, naar de spreker en zijn positie in de ruimte en de tijd, die slechts adequaat kunnen worden geïnterpreteerd met kennis van de uitingssituatie
vb "ik", "gisteren"
5 soorten: ruimte, tijd, persoon, ruimte en tekst
lexicale densiteit
verhouding tussen het aantal inhoudswoorden en het totale aantal woorden
typisch: in geschreven taalgebruik is er een hogere lexicale densiteit dan in gesproken taalgebruik
determinisme
extreme vorm van linguïstisch relativisme
het idee dat de specifieke taal die je spreekt 100% bepaalt hoe je denk (vb Weisgerber en Whorf)
diachronie / synchronie
synchroon: op een bepaald moment in de tijd
diachroon: evolutie doorheen de tijd
dialect
overkoepelende term voor regionale en sociale dialecten
regiolect
niet-standaardtalige variëteit die in een bepaald gebied wordt gesproken
diaglossie
als er vloeiende overgangen tussen taalvariëteiten bij diglossie zijn, en er bestaat een "tussentaal" (zowel standaardtaal als dialecten zijn verwaterd)
diatopisch
variatie in de ruimte
diastratisch
variatie in de sociale lagen
diafasisch
variatie in registers
diamesisch
gesproken vs geschreven taal
diglossie
twee of meer talen worden complementair gebruikt door een deel van de bevolking; voor elke taal is een bepaalde functie weggelegd, en meestal geniet één van de talen een superieur statuut
typisch voor standaardtaal-dialect
glottofagie
een dominante taal slorpt andere talen op
dysgrafie/agrafie
problemen met het schrijven bij afasiepatiënten
dyslexie 24
developmental vs acquired
surface dyslexia: moeite met de vorm van taal
deep dyslexia: moeite met de betekenis van taal
"familiegelijkenis"
Wittgenstein
binnen de prototype-analyse
het vage verband tussen de prototypische en de minder prototypische representanten van een bepaalde categorie
"faux amis" ("valse vrienden")
woorden die in verschillende talen vormelijk op elkaar lijken, maar semantisch verschillen
fonogram
een symbool of teken dat een klank of reeks klanken voorstelt
basis voor het alfabetisch schrift
foreigner talk (convergent taalgebruik)
gesprek tussen twee mensen die geen moedertaal delen; de T1-spreker past zijn taal aan en maakt die simpeler
soms maakt de T1-spreker zijn taalgebruik zelfs ongrammaticaal (slecht!)
een soort equivalent van child-directed speech
fossilisatie
= stagnatie
"plafondeffect" bij oudere T2-verwervers: behalve op niveau van de woordenschat kan er geen uitbreiding van de T2-vaardigheid meer plaatsvinden
functioneel koppel ("adjacency pair")
Sacks
taalhandelingen die typisch op elkaar volgen in een conversatie
vb vraag-antwoord, klacht-verontschuldiging
gebarentaal
natuurlijke taal
niet afgeleid van gesproken taal
eerste taal van prelinguaal dove mensen
genetische epistemologie
Piaget
een discipline die de ontwikkeling van kennis bij kinderen bestudeert => de geïntegreerde visie op MTV volgt deze ontwikkeling
geoniemen
soortnamen afgeleid van plaatsnamen
hiërarchie 15-17
taal is geen losse opeenvolging van elementen, er zijn altijd specifieke afhankelijkheidsrelaties
hiërarchische constituentenstructuur: toepasbaar op gelede woorden, woordgroepen en zinnen
hiërogliefen
vorm van logografisch en fonografisch schrift (Klaas heeft fonografisch gezegd in de les met die vaas)
homonymievrees
transparantie stijgt ten koste van de economie (vb amabit => analytisch futurum)
hyperoniem en hyponiem
hyperoniem: algemene term, klasse
hyponiem: specifieke term, deel van een klasse
iconiciteit
eventuele beeldrijkdom van taaltekens, vb klanknabootsingen (onomatopeeën) => wel nog steeds symbolen!
3 types:
morfologisch: vb mv-vormen zijn langer, reduplicatie
fonologisch: klanknabootsing en klanksymboliek
syntactisch: woordvolgorde
icoon / symbool / index
Peirce
de drie type tekens, onderscheid naargelang de relatie tussen het teken en het object waarnaar het verwijst
icoon: associatieve relatie
index: causaliteit/contiguïteit
symbool: arbitrair (taaltekens)
ideogram
tekens voor concepten van universele aard
bijvoorbeeld cijfers
worden taal tot taal anders uitgesproken
imitatie
nabootsing met een serieuze opzet (waarbij bepaalde teksten als een voorbeeld en een model worden beschouwd)
epigoon
iemand die op artistiek of wetenschappelijk gebied anderen slaafs navolgt, zonder eigen creativiteit of originaliteit te tonen
implicatuur
impliciete inhoud die niet-conventieel is (dus niet direct kan worden afgeleid uit de woorden en zinnen in taalgebruik) maar conversationeel
symbool voor de betekenis van een implicatuur: +>
inferentie
cf bottleneck of communication
apperceptieve aanvulling: men leidt meer af van een taaluiting dan wat er concreet is gezegd + men bedoelt meer dan wordt gezegd
informativiteit
tekst is een drager van informatie
informatiestructuur (thema/rhema)
"in-group"-taalgebruik
vs out-group
de manier waarop een groep mensen een eigen taal of taalvariant gebruikt die hen onderscheidt van anderen
geeft een collectief gevoel, maar is in zekere zin ook een vorm van afscherming (tegen de out-group)
vb dogwhistles
interferentie
toepassing van regels van een taal op een andere taal
kan positief zijn, of negatief (dit komt vaker voor als talen veel op elkaar lijken)
intersubjectiviteit
een natuurlijke taal is fundamenteel intersubjectief, aangezien die concreet bestaat in een handeling tss minstens 2 subjecten (dus er bestaan geen private languages)
intertekstualiteit
de functionaliteit van teksten is vaak afhankelijk van voordien geproduceerde en gerecipieerde teksten
macroteksten, maar ook microteksten
belangrijk bij teksttypologie
isotopie
thematische eenheid (deel van coherentie)
katafoor
coreferentiële uitdrukking komt voor de referentiële uitdrukking (dus verwijst naar voren)
klank
= foon
gerealiseerde klankrealisaties (variabel en uniek per persoon) => fonetiek
>< foneem!
lect
algemene term voor een specifieke vorm van een taal, een taalvariëteit
leenvertaling
ontlening + aanpassing
vb skyscraper => wolkenkrabber
lexicale vervanging
vorm van coreferentie waarbij de originele referent wordt aangevuld met extra info
vb Magritte => de schilder, de originele kunstenaars, de beroemde surrealist