Kaarten: Inleiding tot de taal- en tekststructuren | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/322

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:30 PM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

323 Terms

1
New cards

aanpassing

vorm van bewerking waarbij de tekstsoort behouden wordt

2
New cards

adaptatie

vorm van bewerking waarbij er een verandering van tekstsoort optreedt

3
New cards

"acrofonisch" principe (bij namen van letters)

De klankwaarde van de letters is gebaseerd op de eerste klank van het woord dat afgebeeld is

bvb A => Alpha (origineel van bij de Feniciërs: aleph)

4
New cards

afasie

wanneer facetten van het taalvermogen gedeeltelijk of geheel verloren gaan naar aanleiding van ziekte, ongelukken of chirurgische ingrepen

5
New cards

Broca-afasie (expressieve afasie/agrammatisme)

beschadiging van Broca-centrum

moeite met spraak (telegramstijl/non-fluent aphasia, aangezien syntaxis verloren), goed begrip

bewust van de afasie

6
New cards

conductie-afasie

boogbundel verwoest => geen interactie tussen Broca en Wernicke

=> vloeiende spraak en goed begrip, maar kunnen woorden niet meer herhalen

7
New cards

globale afasie

boogbundel + Broca + Wernicke verwoest

vrijwel geen spraak, weinig begrip

8
New cards

Wernicke-afasie (receptieve afasie/paragrammatisme)

syntaxis in orde (spreken kan), maar onbegrijpelijk (begrip is aangetast)

fluent aphasia/semantisch jargon

niet bewust van de afasie

9
New cards

afleiding (in de woordvorming) 15, 37,50

bevat minstens één ongebonden morfeem

10
New cards

alfabet

één symbool per klank

11
New cards

ambiguïteit

één en dezelfde vorm kan op meer dan één manier worden geïnterpreteerd

12
New cards

lexicale ambiguïteit

de vorm van een bepaald woord kan semantisch op verschillende manieren worden geïnterpreteerd

vb homonymie

13
New cards

structurele ambiguïteit

dezelfde opeenvolging van elementen beantwoordt aan verschillende onderliggende hiërarchische organisaties

=> aan de lineariteit kan men de hiërarchie niet afleiden

14
New cards

anafoor 53, 67-68

coreferentiële uitdrukking na de referentiële uitdrukking (dus verwijst terug)

15
New cards

analogie

transparantie verhogen

vb deux / second => deuxieme

16
New cards

antoniem

tegengestelde woorden, je moet beide woorden kennen om één van de twee te begrijpen

17
New cards

barbarisme

foutieve leenvertalingen

18
New cards

basisniveauterm ("basic level term")

woorden tussen het algemeen niveau en het specifieke niveau

vb: dier - hond - labrador

=> wij hebben de neiging om bij benoemingen eerder voor de basisniveauterm te gaan!

19
New cards

behaviorisme

kind is bij zijn geboorte een linguïstische tabula rasa; verwerft taal enkel vanuit de stimuli van het taalaanbod

MTV: passief en taalspecifiek proces, imitatie staat centraal

20
New cards

betekenis 13-14, 17-20, 37, 40-43, 51, 64-72

de conceptuele inhoud die aan taaltekens worden gekoppeld

betekenis van een woord = een op een taalspecifieke manier afgebakende mentale entiteit of denkinhoud, met een aantal eigenschappen

21
New cards

betekenisverandering

verenging, verruiming of overdracht

22
New cards

betekenisoverdracht/betekenisovergang

via metonymie of metafoor

23
New cards

betekenisverenging/betekenisspecialisatie

betekenis wordt verengd (dit is een weggevertje)

vb Lat. potio 'drank' > Fr. poison 'gif

24
New cards

betekenisverruiming/betekenisveralgeming

betekenis wordt ruimer

soms adhv grammaticalisatie

25
New cards

referentie

de relatie tussen taal en de werkelijkheid waarover men spreekt

26
New cards

bilateraliteit (van het taalteken)

taaltekens zijn tweeledig:

het teken zelf (de vorm)

de betekenis: conceptuele inhoud van het teken

verwijzing aan de hand hiervan noemt men referentie

27
New cards

"bouba/kiki-effect"

vorm van synesthesie

wanneer mensen twee willekeurige woorden (Bouba en Kiki, bijvoorbeeld) en twee vormen (rond en hoekig) te zien krijgen, systematisch het woord Bouba associëren met de ronde vorm en het woord Kiki met de hoekige vorm

28
New cards

boustrofedon

Boustrofedon, ossendraaischrift of ossenploegschrift is een schrijfrichting waarbij de tekst in opeenvolgende regels om beurten van links naar rechts en van rechts naar links wordt geschreven

<p>Boustrofedon, ossendraaischrift of ossenploegschrift is een schrijfrichting waarbij de tekst in opeenvolgende regels om beurten van links naar rechts en van rechts naar links wordt geschreven</p>
29
New cards

brontaal, -tekst / doeltaal, -tekst

van toepassing bij de vertaling

brontekst + taal: de tekst (in een bepaalde taal) die wordt vertaald

doeltekst + taal: het product van de vertaling naar een andere taal dan de brontaal

30
New cards

CDS (Child Directed Speech)

het specifieke convergente taalgebruik van ouders en andere volwassenen in interacties met een kind

- prosodisch

- complexiteit wordt vermeden

- redundantie

- aanpassing aan het niveau van het kind

scaffolding en accomodatie!

31
New cards

"code-switching"

het afwisselend gebruik van twee of meer talen of taalvarianten binnen een gesprek of tekst

32
New cards

coherentie

samenhang op inhoudelijk vlak:

thematische inhoud (isotopie) + zinsverbanden (expliciet/impliciet => inferentie)

33
New cards

cohesie

formele samenhang van een tekst

grammaticale verbanden + identiteitsrelaties via coreferentie

34
New cards

collocatie (syntagmatisch)

idiomatische verbinding van meerdere woorden

gelexicaliseerde syntagmatische combinatie waarbij aan de cotextuele eenheden een specifieke betekenis beantwoord

vb blond + haar

35
New cards

competence / performance

Chomsky

competence = zie langue bij Saussure

performance = parole

36
New cards

"parsing" bij automatische vertalingen

computer herkent syntactische structuren

vaak moet hiervoor gepre-edit worden (immers zijn er vaak impliciete syntactische structuren, deze worden dan geëxpliciteerd)

37
New cards

FAHQT en FAUT

Full Automatic High Quality Translation: nooit helemaal gelukt, altijd editing betrokken

Full Automatic Understandable Translation: haalbaarder

38
New cards

constituent

deel van een hiërarchische constituentenstructuur

39
New cards

context

3 soorten (situationaliteit):

- cotext

- uitingssituatie (deiktische elementen)

- historisch, sociaal, etc

40
New cards

cotext

één van de 3 soorten situationaliteit

de talige context: de tekst die aan een bepaald woord/passage voorafgaat en volgt

41
New cards

convergent taalgebruik (in de MTV)

taalaccomodatie; zich aanpassen aan een variant

42
New cards

Setting and scene (Speaking-model)

setting: tijd en ruimte

scene: cultureel en psychologisch kader van de conversatie

43
New cards

Participants (Speaking-model)

de deelnemers aan het gesprek

(a)symmetrie?

44
New cards

Ends (speaking-model)

wat zijn de doeleinden? > doel, redenen, beoogde resultaten van de dialoog

45
New cards

Act sequence (Speaking-model)

vorm en de inhoud van het gesprek

isotopie vs heterotopie

dominante spreker/onderwerp/vorm?

46
New cards

Key (Speaking-model)

welke is de 'sleutel' of toonsoort van de dialoog?

vb emotieve toon vs rationele toon

47
New cards

Instrumentalities (Speaking-model)

welke taal/talen en welk soort taalgebruik wordt gebruikt?

moedertaal vs code-switching vs vreemde taal

standaardtaal vs dialecten

registers

48
New cards

Norms (Speaking-model)

welke normen hanteren de gesprekspartners? > de sociale conventies, regels, gewoonten, gebruiken, taboes, sociale hiërarchie (bv. bureaucratie) waaraan de dialoogpartners zich doorgaans houden

49
New cards

Genre (Speaking-model)

welke tekstsoort?

50
New cards

ethnopoetics

Hymes

onderzoek naar de (gedeeltelijk impliciete, ev. gedeeltelijk universele?) structuren van cultureel bepaald gesproken taalgebruik, incl. storytelling (vgl. orale culturen)

51
New cards

coreferentie 52-53, 68

taalelementen die de functie hebben om de identiteitsrelaties over de grenzen van zinnen te waarborgen

- pro-forms

- herhalingen

- lexicale vervanging

52
New cards

cortex (cerebri)

= hersenschors

laagje boven de grote hersenen, ligt in vele plooien over beide hemisferen

bestaat uit miljarden neuronen

groeven en wendingen (gyrus = rond, sulcus = put)

53
New cards

deficithypothese

Bernstein

etnolecten hebben een restricted code en zijn dus een lage variëteit

standaardtaal heeft een elaborated code en is dus een hoge variëteit

Bernstein vond dus dat er een assymetrie was in de toepasbaarheid, en pleitte voor "compenseringsprogrammas" voor kinderen die opgroeiden in een etnolect

54
New cards

differentiehypothese

Labov + Dittmar

geen "hoge" en "lage" variëteit: functionele gelijkwaardigheid maar sociologische verschillen

55
New cards

deixis

één van de 3 soorten situationaliteit (uitingssituatie)

deiktische elementen: elementen die verwijzen naar de uitingssituatie, naar de spreker en zijn positie in de ruimte en de tijd, die slechts adequaat kunnen worden geïnterpreteerd met kennis van de uitingssituatie

vb "ik", "gisteren"

5 soorten: ruimte, tijd, persoon, ruimte en tekst

56
New cards

lexicale densiteit

verhouding tussen het aantal inhoudswoorden en het totale aantal woorden

typisch: in geschreven taalgebruik is er een hogere lexicale densiteit dan in gesproken taalgebruik

57
New cards

determinisme

extreme vorm van linguïstisch relativisme

het idee dat de specifieke taal die je spreekt 100% bepaalt hoe je denk (vb Weisgerber en Whorf)

58
New cards

diachronie / synchronie

synchroon: op een bepaald moment in de tijd

diachroon: evolutie doorheen de tijd

59
New cards

dialect

overkoepelende term voor regionale en sociale dialecten

60
New cards

regiolect

niet-standaardtalige variëteit die in een bepaald gebied wordt gesproken

61
New cards

diaglossie

als er vloeiende overgangen tussen taalvariëteiten bij diglossie zijn, en er bestaat een "tussentaal" (zowel standaardtaal als dialecten zijn verwaterd)

62
New cards

diatopisch

variatie in de ruimte

63
New cards

diastratisch

variatie in de sociale lagen

64
New cards

diafasisch

variatie in registers

65
New cards

diamesisch

gesproken vs geschreven taal

66
New cards

diglossie

twee of meer talen worden complementair gebruikt door een deel van de bevolking; voor elke taal is een bepaalde functie weggelegd, en meestal geniet één van de talen een superieur statuut

typisch voor standaardtaal-dialect

67
New cards

glottofagie

een dominante taal slorpt andere talen op

68
New cards

dysgrafie/agrafie

problemen met het schrijven bij afasiepatiënten

69
New cards

dyslexie 24

developmental vs acquired

surface dyslexia: moeite met de vorm van taal

deep dyslexia: moeite met de betekenis van taal

70
New cards

"familiegelijkenis"

Wittgenstein

binnen de prototype-analyse

het vage verband tussen de prototypische en de minder prototypische representanten van een bepaalde categorie

71
New cards

"faux amis" ("valse vrienden")

woorden die in verschillende talen vormelijk op elkaar lijken, maar semantisch verschillen

72
New cards

fonogram

een symbool of teken dat een klank of reeks klanken voorstelt

basis voor het alfabetisch schrift

73
New cards

foreigner talk (convergent taalgebruik)

gesprek tussen twee mensen die geen moedertaal delen; de T1-spreker past zijn taal aan en maakt die simpeler

soms maakt de T1-spreker zijn taalgebruik zelfs ongrammaticaal (slecht!)

een soort equivalent van child-directed speech

74
New cards

fossilisatie

= stagnatie

"plafondeffect" bij oudere T2-verwervers: behalve op niveau van de woordenschat kan er geen uitbreiding van de T2-vaardigheid meer plaatsvinden

75
New cards

functioneel koppel ("adjacency pair")

Sacks

taalhandelingen die typisch op elkaar volgen in een conversatie

vb vraag-antwoord, klacht-verontschuldiging

76
New cards

gebarentaal

natuurlijke taal

niet afgeleid van gesproken taal

eerste taal van prelinguaal dove mensen

77
New cards

genetische epistemologie

Piaget

een discipline die de ontwikkeling van kennis bij kinderen bestudeert => de geïntegreerde visie op MTV volgt deze ontwikkeling

78
New cards

geoniemen

soortnamen afgeleid van plaatsnamen

79
New cards

hiërarchie 15-17

taal is geen losse opeenvolging van elementen, er zijn altijd specifieke afhankelijkheidsrelaties

hiërarchische constituentenstructuur: toepasbaar op gelede woorden, woordgroepen en zinnen

80
New cards

hiërogliefen

vorm van logografisch en fonografisch schrift (Klaas heeft fonografisch gezegd in de les met die vaas)

81
New cards

homonymievrees

transparantie stijgt ten koste van de economie (vb amabit => analytisch futurum)

82
New cards

hyperoniem en hyponiem

hyperoniem: algemene term, klasse

hyponiem: specifieke term, deel van een klasse

83
New cards

iconiciteit

eventuele beeldrijkdom van taaltekens, vb klanknabootsingen (onomatopeeën) => wel nog steeds symbolen!

3 types:

morfologisch: vb mv-vormen zijn langer, reduplicatie

fonologisch: klanknabootsing en klanksymboliek

syntactisch: woordvolgorde

84
New cards

icoon / symbool / index

Peirce

de drie type tekens, onderscheid naargelang de relatie tussen het teken en het object waarnaar het verwijst

icoon: associatieve relatie

index: causaliteit/contiguïteit

symbool: arbitrair (taaltekens)

85
New cards

ideogram

tekens voor concepten van universele aard

bijvoorbeeld cijfers

worden taal tot taal anders uitgesproken

86
New cards

imitatie

nabootsing met een serieuze opzet (waarbij bepaalde teksten als een voorbeeld en een model worden beschouwd)

87
New cards

epigoon

iemand die op artistiek of wetenschappelijk gebied anderen slaafs navolgt, zonder eigen creativiteit of originaliteit te tonen

88
New cards

implicatuur

impliciete inhoud die niet-conventieel is (dus niet direct kan worden afgeleid uit de woorden en zinnen in taalgebruik) maar conversationeel

symbool voor de betekenis van een implicatuur: +>

89
New cards

inferentie

cf bottleneck of communication

apperceptieve aanvulling: men leidt meer af van een taaluiting dan wat er concreet is gezegd + men bedoelt meer dan wordt gezegd

90
New cards

informativiteit

tekst is een drager van informatie

informatiestructuur (thema/rhema)

91
New cards

"in-group"-taalgebruik

vs out-group

de manier waarop een groep mensen een eigen taal of taalvariant gebruikt die hen onderscheidt van anderen

geeft een collectief gevoel, maar is in zekere zin ook een vorm van afscherming (tegen de out-group)

vb dogwhistles

92
New cards

interferentie

toepassing van regels van een taal op een andere taal

kan positief zijn, of negatief (dit komt vaker voor als talen veel op elkaar lijken)

93
New cards

intersubjectiviteit

een natuurlijke taal is fundamenteel intersubjectief, aangezien die concreet bestaat in een handeling tss minstens 2 subjecten (dus er bestaan geen private languages)

94
New cards

intertekstualiteit

de functionaliteit van teksten is vaak afhankelijk van voordien geproduceerde en gerecipieerde teksten

macroteksten, maar ook microteksten

belangrijk bij teksttypologie

95
New cards

isotopie

thematische eenheid (deel van coherentie)

96
New cards

katafoor

coreferentiële uitdrukking komt voor de referentiële uitdrukking (dus verwijst naar voren)

97
New cards

klank

= foon

gerealiseerde klankrealisaties (variabel en uniek per persoon) => fonetiek

>< foneem!

98
New cards

lect

algemene term voor een specifieke vorm van een taal, een taalvariëteit

99
New cards

leenvertaling

ontlening + aanpassing

vb skyscraper => wolkenkrabber

100
New cards

lexicale vervanging

vorm van coreferentie waarbij de originele referent wordt aangevuld met extra info

vb Magritte => de schilder, de originele kunstenaars, de beroemde surrealist