1/48
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Sociale ongelijkheid (kc)
Een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
Sociale stratificatie
Het indelen van de maatschappij in verschillende ongelijke groepen (sociale lagen), hier is dus sprake van sociale ongelijkheid.
Maatschappelijke positie
De sociale laag/groep waartoe je behoort, oftewel je plek op de maatschappelijke ladder.
Sociale mobiliteit
Het stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
Positietoewijzing
Een persoon verkrijgt door de maatschappelijke oorzaken een bepaalde maatschappelijke positie, bijvoorbeeld doordat iemand in een arme wijk woont en daardoor minder kansen heeft.
Positieverwerving
Een persoon verkrijgt door zijn eigen bijdrage een bepaalde maatschappelijke positie, bijvoorbeeld door het volgen van opleidingen en het maken van persoonlijke keuzes.
Marxistische theorieën
Zien internationale verhoudingen vooral vanuit kapitalisme en economische ongelijkheid. Bezitters van productiemiddelen hebben meer macht en multinationale bedrijven kunnen veel invloed uitoefenen op staten.
Realistische theorieën
Zien internationale verhoudingen als een strijd om macht en veiligheid. Staten handelen vanuit eigenbelang, proberen sterker te worden en werken alleen samen als dat voordeel oplevert. Militair macht is daarbij belangrijk.
Liberale theorieën
Zien internationale samenwerking en wederzijdse afhankelijkheid als belangrijk voor vrede en welvaart. Internationale verhoudingen worden beïnvloed door economische, technologische en internationale organisaties, niet alleen door militaire macht.
Sociaal constructivistische theorieën
Zien internationale verhoudingen als sociaal geconstrueerd. Ideeën, betekenissen en identiteiten van staten bepalen internationale relaties en machtsverhoudingen.
Politiek psychologische theorieën
Internationale verhoudingen worden verklaard vanuit het gedrag en de psyche van individuen (zoals regeringsleiders). Hun karakter, kennis en opvattingen beïnvloeden hoe staten handelen en dus ook de machtsverhoudingen tussen staten.
Macht (kc)
Het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
Formele macht
De macht die is vastgelegd in wetten en die iemand heeft op grond van zijn positie, bijvoorbeeld een politieagent.
Informele macht
De macht die iemand heeft door zijn uitstraling, kennis of charisma. Bijvoorbeeld een wetenschapper of bekende Nederlander.
Gezag (kc)
Macht die als legitiem wordt beschouwd.
(legitiem is geaccepteerd of gerechtvaardigd, de macht wordt dus geaccepteerd.)
Polity
Politieke structuur en spelregels van een land (grondwet, parlement). Systeem.
Politics
Politieke proces, het politieke spel en de strijd om macht (debatten in de Tweede Kamer, verkiezingscampagnes). Spel.
Policy
Beleid, maatregelen van de overheid (klimaatbeleid, onderwijsmaatregelen). Beleid.
Besluitvormingsmethode
Kijkt welke personen of groepen invloed hebben op besluiten en wie uiteindelijk zijn zin krijgt. Iemand heeft macht als zijn ideeën of belangen worden uitgevoerd.
Positiemethode
Kijkt naar de positie van landen binnen internationale organisaties en naar de samenwerkingen tussen landen. Deze posities en netwerken verklaren waarom sommige landen meer invloed of belangrijke functies hebben.
Inventarisatie van machtsbronnen
Er wordt gekeken naar machtsbronnen van staten, zoals grootte van het landoppervlak, omvang van het leger of de geografische ligging. Deze bepalen de machtsverhoudingen tussen staten.
Law of anticipated reactions
Gaat ervan uit dat mensen of landen hun gedrag aanpassen aan wat machthebbers van hen verwachten. Dit is ook een kritiek op de besluitvormingsmethode, omdat die alleen laat zien hoe macht werkt als die echt wordt gebruikt, terwijl macht ook op een minder zichtbare manier kan werken.
Conflict (kc)
Een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de eigen doelen te bereiken.
Manifest
Wanneer een conflict zichtbaar en open wordt uitgevochten.
Latent
Wanneer partijen verschillende opvattingen en belangen hebben, maar het conflict nog niet openlijk zichtbaar is.
Samenwerking (kc)
Het proces waarin individuen, groepen en/of staten relaties vormen om hun handelen op elkaar af te stemmen voor een gemeenschappelijk doel.
Omgevingsfactoren
Alle factoren die de politieke besluitvorming kunnen beïnvloeden, zoals demografische, ecologische, culturele, economische, technologische en sociale ontwikkelingen.
Staat
Gebied met een bevolking en vaste grenzen, waar een overheid het hoogste gezag heeft (interne soevereiniteit) en door andere staten wordt erkend als onafhankelijke macht (externe soevereiniteit). Een staat heeft ook het geweldsmonopolie en belastingmonopolie.
Fragiele staat
Een land waarvan de overheid de controle over haar eigen grondgebied kwijt is. De veiligheid van burgers kan niet worden gegarandeerd, omdat de overheid het geweldsmonopolie verloren heeft.
Internationaal recht
Het geheel van regels en afspraken tussen staten. Staten zijn in principe alleen gebonden aan regels waarmee ze zelf hebben ingestemd. Internationaal recht kan de soevereiniteit van staten beperken, omdat internationale verdragen en besluiten bindend kunnen zijn.
Evolutionistische theorieën
Deze theorieën gaan ervan uit dat landen zich stap voor stap ontwikkelen. Arme landen zitten in een eerdere fase van ontwikkeling en zullen uiteindelijk dezelfde weg volgen als rijke landen al hebben afgelegd.
Afhankelijkheidstheorieën
Deze theorieën stellen dat armoede in sommige landen juist komt door de macht van rijke landen. Rijke landen zijn rijk doordat andere landen arm blijven. Er is daardoor sprake van ongelijke machtsverhoudingen en afhankelijkheid tussen landen.
Verenigde Naties
Internationale organisatie van bijna alle landen die zich richt op vrede, veiligheid, mensenrechten en samenwerking.
Veiligheidsraad
Belangrijkste VN-orgaan dat bindende besluiten kan nemen over vrede en veiligheid.
IMF
Organisatie die landen financiële steun geeft bij economische problemen, vaak met voorwaarden.
Wereldbank
Organisatie die leningen geeft aan landen voor ontwikkeling en economische groei.
Wereldhandelsorganisatie
Organisatie die regels maakt voor wereldhandel, vrijhandel bevordert en handelsconflicten oplost.
NAVO
Militair bondgenootschap van landen in Europa en Noord-Amerika voor veiligheid en gezamenlijke verdediging.
Europese Unie
Samenwerking van Europese landen op economisch en politiek gebied met gedeelde regels en vrij verkeer.
Europese Commissie
Dagelijks bestuur van de EU dat wetsvoorstellen doet en beleid uitvoert.
Europees Parlement
Door burgers gekozen EU-instelling die wetten bespreekt, wijzigt en de Commissie controleert.
Raad van de Europese Unie
Instelling van ministers die samen met het Parlement EU-wetten vaststelt.
Europese Raad
Vergadering van regeringsleiders die de grote politieke richting van de EU bepaalt.
Hof van Justitie van de EU
Rechtbank die controleert of EU-wetgeving goed wordt toegepast en nageleefd.
Soevereiniteit
Het recht van een staat om zelf de hoogste macht binnen zijn eigen grondgebied uit te oefenen.
Supranationaal
Samenwerking waarbij landen een deel van hun macht overdragen aan een bovenstatelijke organisatie.
Intergouvernementeel
Samenwerking waarbij landen zelf de macht houden en samen beslissen.
Interdependentie
Wederzijdse afhankelijkheid tussen landen.
Koopman en dominee
Beeld van Nederlands buitenlandbeleid waarbij economie (koopman) en idealen zoals mensenrechten (dominee) worden gecombineerd.