Management & Economie: Flashcards Prof. Ir. Arch. Lorenzo van Torhaut

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/54

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide lijst van kernbegrippen uit de lessen Management en Economie, specifiek gericht op de architectuursector en algemene economische principes.

Last updated 9:23 AM on 6/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

55 Terms

1
New cards

Economie

De sociale wetenschap die menselijk gedrag bestudeert als een relatie tussen doelen en schaarse middelen met alternatieve aanwendingsmogelijkheden.

2
New cards

Schaarste

De beperkte hoeveelheid middelen die beschikbaar zijn om behoeften te bevredigen.

3
New cards

Welvaart

De mate waarin behoeften worden vervuld met schaarse middelen; tijd wordt hier niet in meegerekend.

4
New cards

Welzijn

De combinatie van welvaart met het vervullen van niet-meetbare behoeften.

5
New cards

Productiefactoren

De middelen om goederen of diensten te produceren, bestaande uit Arbeid, Natuur en Kapitaal.

6
New cards

Toegevoegde waarde

Het creëren van meer waarde (winst) met de ingezette productiefactoren dan hun oorspronkelijke waarde; het doel van bedrijven.

7
New cards

Mercantilisme

Economische stroming gekenmerkt door een obsessie met edele metalen en het streven naar een positieve handelsbalans (protectionisme).

8
New cards

Fysiocratie

Economische leer die zware nadruk legt op landbouw als de enige bron van werkelijke rijkdom.

9
New cards

The Invisible Hand

Het concept van Adam Smith dat individueel eigenbelang in een vrije markt onbedoeld leidt tot maatschappelijk welzijn.

10
New cards

Homo Economicus

Een rationeel handelend mensbeeld die beslissingen neemt om het eigen welzijn te maximaliseren.

11
New cards

Keynesiaanse school

Stroming die stelt dat de overheid de economie moet stimuleren via overheidsuitgaven (anticyclisch beleid) bij crises.

12
New cards

Marxistische school

Theorie die stelt dat enkel arbeid waarde heeft en pleit voor de afschaffing van privébezit en een centraal geleide economie.

13
New cards

Allocatiemechanisme

Het proces dat bepaalt hoe mensen, middelen en goederen worden toegewezen binnen een samenleving.

14
New cards

Planeconomie

Een economisch systeem waarin de staat bepaalt wat er geproduceerd wordt, wie het doet en tegen welke prijs.

15
New cards

Opportuniteitskosten

De kosten verbonden aan het opofferen van het best mogelijke alternatief bij het maken van een keuze.

16
New cards

Marginale beslissing

Een beslissing gebaseerd op het effect van een kleine extra eenheid (bijv. één extra product maken).

17
New cards

Prijsevenwicht

Het punt waar de vraag- en aanbodcurve elkaar ontmoeten op de markt.

18
New cards

Crony capitalism

Een systeem waarbij zakelijke en politieke elites samenwerken voor eigen voordeel, wat de concurrentie verstoort.

19
New cards

Methodologisch individualisme

Het principe dat economische fenomenen begrepen moeten worden door te kijken naar het handelen van individuen.

20
New cards

Fiduciair geld

Geld dat gebaseerd is op vertrouwen en niet op de intrinsieke waarde van het materiaal (zoals papiergeld).

21
New cards

Geldmultiplicator

Het proces van geldcreatie via leningen waarbij banken slechts een fractie van de deposito's als reserve aanhouden (Fractional Reserve Banking).

22
New cards

Fiat money

Geld zonder intrinsieke waarde dat door de overheid als wettig betaalmiddel is aangewezen.

23
New cards

Devaluatie

Het opzettelijk verlagen van de waarde van de eigen munt ten opzichte van andere valuta om de export te stimuleren.

24
New cards

Inflatie

De stijging van het algemene prijspeil die zorgt voor een daling van de koopkracht.

25
New cards

Deflatie

Een daling van het algemene prijspeil, wat kan leiden tot economische stagnatie omdat mensen aankopen uitstellen.

26
New cards

ROI (Return on Investment)

Het totaalrendement berekend als: Omzet uit investeringInvesteringInvestering×100%\frac{\text{Omzet uit investering} - \text{Investering}}{\text{Investering}} \times 100\%.

27
New cards

Yield (Rendement)

De jaarlijkse beleggingsopbrengst uitgedrukt als percentage van het belegde bedrag: OpbrengstBelegde bedrag×100%\frac{\text{Opbrengst}}{\text{Belegde bedrag}} \times 100\%.

28
New cards

Net Present Value (NPV)

De huidige waarde van toekomstige inkomsten na correctie voor kapitaalkost of inflatie.

29
New cards

Regel van 72

Een vuistregel om te berekenen hoe lang het duurt om kapitaal te verdubbelen: 72Rendement per jaar=Aantal jaar\frac{72}{\text{Rendement per jaar}} = \text{Aantal jaar}.

30
New cards

Mattheüseffect

Het economisch principe dat wie al kapitaal heeft dit sneller ziet aangroeien, terwijl wie niets heeft achterblijft.

31
New cards

Loonspanning

Het verschil tussen de laagste en hoogste lonen binnen een organisatie of economie.

32
New cards

Activiteitsgraad

De verhouding tussen de beroepsbevolking (werkenden en werkzoekenden) en de totale bevolking op arbeidsleeftijd.

33
New cards

SWT (Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag)

Het huidige brugpensioen; een werkloosheidsuitkering aangevuld door de werkgever.

34
New cards

Zichtrekening

Een zeer liquide bankrekening bedoeld voor dagelijks gebruik, meestal zonder rente.

35
New cards

Wet van Breyne

Woningbouwwet die de koper van een woning op plan beschermt tegen fraude en wanprestatie door de bouwheer.

36
New cards

Businessplan

Een formeel document dat de haalbaarheid van een ondernemingsidee toelicht en dient als pad voor toekomstige groei.

37
New cards

SWOT-analyse

Een model dat de Strengths (sterktes), Weaknesses (zwaktes), Opportunities (kansen) en Threats (bedreigingen) van een idee evalueert.

38
New cards

Vijfkrachtenmodel van Porter

Een model dat de aantrekkelijkheid van een markt analyseert op basis van interne concurrentie, leveranciers, afnemers, substituten en nieuwe toetreders.

39
New cards

Kostenleiderschap

Een bedrijfsstrategie gericht op het zijn van de goedkoopste aanbieder door operationele efficiëntie.

40
New cards

Productlevenscyclus (PLC)

De fases die een product doorloopt: introductie, groei, maturiteit, stabiliteit en verval.

41
New cards

Isikawa-diagram

Een visgraatdiagram gebruikt om de oorzaken van een probleem of belemmeringen voor innovatie systematisch te ontleden.

42
New cards

Bedrijfscultuur

Het DNA van een organisatie bestaande uit gedragspatronen, symbolen, heldenverhalen en gedeelde waarden.

43
New cards

WACC

Weighted Average Cost of Capital; de gewogen gemiddelde kostprijs van het kapitaal (eigen en vreemd vermogen).

44
New cards

Marketingmix

De combinatie van de 4 P's: Product, Prijs, Plaats en Promotie om de marketingstrategie uit te voeren.

45
New cards

Just in Time (JIT) delivery

Een logistieke methode waarbij grondstoffen pas geleverd worden op het moment dat ze nodig zijn in het productieproces.

46
New cards

BBP (Bruto Binnenlands Product)

De totale geldwaarde van alle goederen en diensten die binnen de landsgrenzen van een land worden geproduceerd.

47
New cards

Comparatieve productiviteit

De theorie van David Ricardo dat landen zich moeten specialiseren in wat ze relatief gezien het meest efficiënt kunnen produceren.

48
New cards

Tulpenmanie

Historisch voorbeeld van de eerste grote speculatiebubbel (17e eeuw) waarbij de prijs van tulpenbollen losgekoppeld raakte van de waarde.

49
New cards

Algemene aannemer (AA)

Een bouwpartner die de coördinatie van het totale bouwproces beheert en gespecialiseerde taken uitbesteedt aan onderaannemers.

50
New cards

Residuele grondwaarde

De maximale prijs die een ontwikkelaar voor een perceel kan betalen: Verkoopwaarde project(Bouwkosten+Winst+Kosten)\text{Verkoopwaarde project} - (\text{Bouwkosten} + \text{Winst} + \text{Kosten}).

51
New cards

PPS (Publiek-Private Samenwerking)

Samenwerkingsvorm tussen de overheid en private partijen voor grote infrastructuurprojecten, vaak met DBFMOC-structuur.

52
New cards

DBFMOC

Een integrale overheidsopdracht bestaande uit Design, Build, Finance, Maintain, Operate en Commercialise.

53
New cards

Wet van '39

De Belgische wet die het monopolie en de aansprakelijkheid van de architect regelt.

54
New cards

Solvabiliteit

De ratio eigen vermogen ten opzichte van het balanstotaal; geeft aan in hoeverre een bedrijf met eigen middelen gefinancierd is.

55
New cards

Liquiditeit

De mate waarin een bedrijf in staat is om haar schulden op korte termijn te betalen met haar vlottende activa.