examen economie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/167

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:37 PM on 5/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

168 Terms

1
New cards

Wie bepaalt de vraag naar arbeid?

De werkgevers: zij hebben arbeid nodig

2
New cards

Geef 4 factoren die de vraag naar arbeid kunnen beinvloeden

  1. Stjgende productiekosten

  2. Hoge loonskosten door indexatie van de lonen

  3. De conjunctuur

  4. Technologische vooruitgang

3
New cards

Wie bepaalt het aanbod van arbeid?

De werknemers: zij bieden hun arbeid aan

4
New cards

Welke 3 factoren kunnen het aanbod van de arbeid beinvloeden?

  1. Immigratie

  2. Maatschappelijke evoluties

  3. Wettelijke bepalingen

5
New cards

Tot welke marktvorm behoort de arbeidsmarkt?

Tot de markt van volkomen concurrentie

6
New cards

Geef de 4 kenmerken van een volkomen concurrentie

Atomische markt: veel vragers + aanbieders

Homogeen product: arbeid

Transparante markt: iedereen beschikt over alle info

Open markt: iedereen kan arbeid vragen/aanbieden

7
New cards

Hoe kan men op de arbeidsmarkt een aanbodoverschot oplossen?

Maar …

Door middel van het loonniveau te doen zakken: Qa zakt & Qv stijgt

In de praktijk komt een daling van het loon bijna nooit voor

8
New cards

Hoe kan men op de arbeidsmarkt een vraagoverschot oplossen?

Door het loon te laten stijgen

9
New cards

Hoe noemen we beroepen waarvan de vacatures niet ingevuld geraken?

Geef hier 2 voorbeelden van

Knelpuntberoepen

  1. Vrachtwagenbestuurder

  2. Boekhouder

10
New cards

Maak een schema van de samenstelling van de bevolking

<p></p>
11
New cards

Vanaf wanneer is iemand geen gedeelte meer van de bevolking op arbeidsleeftijd?

Jonger dan 15 of ouder dan de wettelijke pensioensleeftijd

12
New cards

Door welke 2 zaken wordt de totale bevolking bepaalt? Hoe bereken je die?

Natuurlijke aangroei: sterftecijfer - geboortecijfer

Migratiesaldo: immigratiecijfer - emigratiecijfer

13
New cards

Van welke 3 zaken is de beroepsbevolking afhankelijk?

  1. Grootte van de totale bevolking

  2. Wettelijke pensioensleeftijd

  3. Leeftijdsopbouw v/d bevolking (weergegeven door een bevolkingspiramide)

14
New cards

Geef 3 oorzaken voor migratie

  1. socio-politiek

  2. economisch

  3. milieugebonden

15
New cards

Wat is het migratiesaldo?

Het migratiesaldo is het verschil tussen de immi- en de emigranten op een bepaald grondgebied

16
New cards

Wat kan een oplossing zijn voor de vergrijzing van de bevolking?

Een positief migratiesaldo

17
New cards

Wat is een bevolkingspiramide?

Het stelt de leeftijdsopbouw v/e bevolking grafisch voor en geeft een beeld van de samenstelling van de bevolking volgens leeftijd en geslacht

18
New cards

Wat is een arbeidsovereenkomst?

Door wat wordt de overeenkomst gekenmerkt?

Een arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij per persoon (de WN) zich ertoe verbindt om, tegen loon, arbeid te verrichten voor een andere persoon (de WG)

Het wordt gekenmerkt door de ondergeschiktheid van de WN t.o.v. de WG

19
New cards

Welke 4 elementen MOETEN vervuld zijn voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst?

  1. Een overeenkomst

  2. Arbeid

  3. Loon

  4. Gezag

20
New cards

Wat is een vakbond?

Wat doen ze (3)?

Welke vakbonden zijn er?

Vakbonden komen op voor de belangen van de werkenden en niet-werkenden in de hele samenleving

  • Zetelen in verschillende overlegorganen waar zij onderhandelen aan bv. arbeidsvoorwaarden

  • Ze betalen de werkloosheidsuitkering voor de leden uit

  • De leden krijgen advies, informatie en hulp over bv. arbeidsvoorwaarden, omstandigheden en arbeidsrecht

ACV → Algemeen Christelijk Vakverbond

ABVV → Algemeen Belgisch Vakverbond

ACLVB → Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van Belgie

21
New cards

Wat zijn werkgeversorganisaties?

Wat doen ze (3)?

Welke zijn er?

Zij behartigen de belangen van de aangesloten werkgevers en maken geen deel uit van de overheid

  • Zetelen in verschillende overlegorganen waar zij onderhandelen aan bv. arbeidsvoorwaarden

  • Geven informatie, advies en hulp aan leden

  • Brengen leden samen en stimuleren samenwerking tussen WGs

VBO → Verbond voor Belgische Ondernemingen

VoKa → Vlaams netwerk van Ondernemingen

UNIZO → UNIe van Zelfstandige Ondernemers

Boerenbond

22
New cards

Hoe worden de werkgever en werknemerorganisaties genoemd?

Sociale partners

23
New cards

Wat is de Nationale Arbeidsraad (NAR)

Beschrijf de samenstelling

Beschrijf de bevoegdheid

Beschrijf een akkoord binnen de NAR

De NAR is een belangrijk overkoepelend orgaan voor de organisatie van arbeidsverhoudingen in Belgie

De NAR is samengesteld uit evenveel vertegenwoordigers van de representatie werkgever- en werknemersorganisatie

Advies verlenen van sociale waarden, het sluiten van CAO’s.

Een akkord gesloten binnen de NAR is een intersectorale CAO of interprofessioneel akkoord

24
New cards

Wat is een Paritair Comite?

Beschrijf de samenstelling

Beschrijf de bevoegdheid

Wat is de bedoeling?

Beschrijf een CAO binnen de PC

Het is een inspraakorgaan op sectoraal niveau voor een bepaalde bedrijfstak

Een Paritair Comite is een inspraakorgaan met een gelijk aantal leden van representatie werkgevers- en werknemersorganisaties

Ze onderhandelen over voorwaarden van CAOs.

De bedoeling is om voor ondernemingen aanverwante activiteiten gemeenschappelijke minimale arbeidsvoorwaarden uit te werken die aangepasrt zijn aan de sector.

Een CAO afgesloten in een PC is een sectoraal CAO en geldt voor al de bedrijven in die sector.

25
New cards

Wat is een ondernemingsraad?

Beschrijf de samenstelling

Beschrijf de bevoegdheid

Een ondernemingsraad moet worden opgericht in alle ondernemingen die tenminste 100 werknemers tewerkstellen

De OR is paritair opgesteld, dat wil zeggen dat er evenveel vertegenwoordigers van werknemers als van de werkgevers in moeten zetelen.

De OR heeft een dubbele rol:

  • De OR heeft recht om info v/d onderneming, zowel op economisch of financieel vlak als op het vlak van de arbeidsverhoudingen

  • De OR heeft een adviserende bevoegdheid over diverse materie zoals bv. arbeidersvoorwaarden, beroepsopleidingen, …

26
New cards

Wat is de groep van 10?

Beschrijf de bevoegdheden

Wat is hun doel?

Hoe doen ze dit?

De belangrijkst vertegenwoordigers v. werkgevers en vakbonden

Onderhandelen over sociaal-economisch beleid, zoals loonakkoorden en arbeidsmarkt m.a.w. ze overleggen thema’s als lonen, pensioenmobiliteit en arbeidsomstandigheden

Hun doel is om interprofessionele akoorden (IPAs) af te sluiten die een kader vormen voor sectorale afspraken

  • Ze bepalen loonnormen

  • CRB adviseert + studies

  • groep v. 10 → vaardigt IPA uit met advies van CRB

  • => NAR kan IPA omzeilen in CAO

  • of => parlement zet IPA om in wet

  • MAAR: geen akkoord → regering besluit

27
New cards

Wat zijn Collectieve ArbeidsOvereenkomsten (CAO)?

Door wie kan dat besloten worden?

Waar is een CAO van toepassing?

Het is een akkoord dat gesloten wordt tusssen 1 of meerdere WN- of 1 of meer WG-organisaties, daarin worden individuele en collectieve betrekkingen tussen WGs en WNs in ondernemingen in een bedrijfstak of nationaal vastgesteld

  • Door 1 of meer WGs en 1 of meer representatieve WNsorganisaties

  • Door 1 of meer representatieve WGsorganisaties en 1 of meer WNsorganisaties

  1. Voor het ganse land als het gesloten is in de NAR

  2. Voor een bedrijfssector, als ze is gesloten in een PC

28
New cards

Waarvoor staat CPBW?

Waarvoor staat CRB?

Comite voor Preventie en Bescherming op het Werk

Centrale Raad voor Bedrijfsleven

29
New cards

Wat bepaalt de loonnorm?

Om de hoeveel jaar wordt deze beslist?

Het bepaalt hoeveel de lonen maximaal mogen stijgen in de komende twee jaar

elke 2 jaar

30
New cards

Wanneer is er sprake van een indexsprong?

Wanneer de overheid ervoor kiest om de lonen eenmalig niet te indexeren

31
New cards

Wat omvat de loonkost?

  • Brutoloon

  • Sociale zekerheidsbijdrage (werkgever)

  • Bijkomende kosten zoals vakantiegeld, eindejaarspremie, …

  • Arbeidsongevallenverzekering

32
New cards

Welke extralegale voordelen kan een werkgever voorzien als bijkomende verloning?

  • Loonbonus/winstpremie

  • Voordelen in natura: bedrijfswagen, gsm

  • Bijkomende verzekeringen: maaltijdcheques

33
New cards

Hoe bereken je de activiteitsgraad/participatiegraad?

(beroepsbevolking : bevolking op arbeidsleeftijd) . 100

34
New cards

Wanneer ben je laag- midden of hooggeschoold?

Laag: Geen diploma secundair onderwijs

Midden: Secundair diploma, maar geen hoger onderwijs diploma

Hoog: Hoger onderwijs diploma

35
New cards

Wat is de werkloosheidsval?

Dat is een fenomeen waarbij het loon dat ze kunnen verdienen nauwelijks hoger ligt dan hun uitkering, rekeninghoudend met de extra kosten die je hebt als je gaat werken.

36
New cards

Hoe bereken je de werkzaamheidsgraad/werkgelegenheidsgraad?

(werkende bevolking : bevolking op arbeidsleeftijd) . 100

37
New cards

Hoe bereken je de werkloosheidsgraad?

(werkloze bevolking : beroepsbevolking) . 100

38
New cards

Wat vormt de conjunctuur?

De opeenvolgende fasen van versnelling en vertraging van de economische activiteit

39
New cards

Welke indicator wordt gebruikt om economische activiteit weer te geven?

Het BBP: de totale waarde van alle afgewerkte en verkochte goederen en diensten geproduceerd in België in een bepaalde periode

40
New cards

Wanneer is er sprake van hoog- of laagconjunctuur?

Hoogconjunctuur → economische groei > trend

Laagconjunctuur → economische groei < trend

41
New cards
<p>Hoelang duurt een conjunctuurbeweging gewoonlijk, van top tot top?</p>

Hoelang duurt een conjunctuurbeweging gewoonlijk, van top tot top?

4 a 11 jaar

42
New cards

Wat gebeurt er in een contractiefase?

Vraag naar producten daalt
→ Ondernemers verlagen productie
→ deel v/d productiecapacitiet wordt niet gebruikt
→ minder arbeiders nodig
→ op lang termijn worden mensen ontslagen
→ werkloosheidsgraad stijgt en werkzaamheidsgraad daalt

43
New cards

Wat gebeurt er in een expansiefase?

Vraag naar producten stijgt
→ goederen die in de voorraad staan worden eerst verkocht tot V > A
→ productie stijgt, samen met tewerkstelling
→ werkloosheidsgraad daalt en werkzaamheidsgraad stijgt

44
New cards

Waarvoor staat VLAIO?

Agenschap Innoveren en Ondernemen

45
New cards

Hoe stimuleert de Vlaamse overheid ondernemingen te doen innoveren?

Ze geven subsidies

46
New cards

Wat zijn gedetacheerde arbeidskrachten?

Arbeidskrachten die in een andere EU-lidstaat tijdelijk werk mogen verrichten

47
New cards

Wat wordt er bedoelt met startbaanverplichting als wekgelegenheidsmaatregel?

Voor wie is dit?

Welk effect heeft dit op de arbeidsmarktindicatoren?

Dat de werkgever verplicht een aantal jongeren in dienst moet hebben om van een RSZ-vermindering te kunnen genieten en er een verplichte aanwerving is van tenminste 3% jongeren in de private sector en 1.50% in de openbare sector.

Voor de werkgevers met minstens 50 werknemers & alle werknemers onder 26 waarvoor de RSZ-werkgeversbijdrage betaald wordt

Toename van beroepsbevolking → pariticipatiegraad stijgt
Toename werkende bevolking → werkzaamheidsgraad stijgt
Daling werkloze bevolking → werkloosheidsgraad daalt

48
New cards

Hoeveel vermindering (in %) krijgt een werkgever wanneer ze flexi-jobbers aanneemt?

Moet de werkgever voor hun bedrijfsvoorheffingen of werknemersbrijdragen afhouden?

25%

Neen

49
New cards

Welke soorten werkloosheid zijn er?

  • Conjucturele werkloosheid

  • Natuurlijke werkloosheid

    • Structurele werkloosheid

      • Kwantitatieve Structurele werkloosheid

      • Kwalitatieve Structure Werkloosheid

    • Frictiewerkloosheid

    • Seizoenswerkloosheid

  • Tijdelijke werkloosheid

50
New cards

Hoe bereken je de totale vraag in een land?

C + I + G + (X - M)

C: Particuliere consumptie van gezinnen
I: Bedrijfsinvesteringen
G: overheidsconsumptie en -investeringen (government)
X - M: netto-export = export (X) - import (M)

51
New cards

Wat kan men doen tegen conjucturele werkloosheid?

  • Consumptie toenemen: personenbelasting of BTW-tarieven verlagen

  • Projecten starten: aanleggen of onderhouden van infrastructuur

  • Investeren in overheidsdiensten: defensie, politie, …

  • Export stimuleren en import beperken

  • Investeringssubsidies

52
New cards

Wat kan men doen om structurele werkloosheid tegen te gaan?

Voor kwantitatieve:

  • Vraag naar arbeid vergroten

    • Loonkosten voor ondernemingen beperken

      • Daling van sociale lasten voor werkgevers

  • Subsidies of belastingvoordelen aan ondernemers

  • Aanbod van arbeid beperken door stimulatie van deeltijdse arbeid of arbeidsduurverkorting

Voor kwalitatieve:

  • VDAB scholing voor werklozen om knelpuntberoepen uit te oefenen

53
New cards

Waarvoor staat VDAB?

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding

54
New cards

Hoe kunnen we frictiewerkloosheid tegen gaan, welke rol heeft de VDAB hierbij?

  • Door selectie- en sollicitatieprocedures vlotter te doen verlopen

De VDAB zorgt ervoor dat WN en WG snel in contact komen met mekaar en de VDAB begeleid sollicitanten

55
New cards

Wie bepaalt de vraag naar kapitaal en geef een voorbeeld

Gezinnen: afsluiten van hypothecaire lening om een huis te kopen of te verbouwen

Ondernemingen: geld lenen om te investeren

Overheid: om het begrotingstekort te financieren; om de rente op uitstaande schuld te betalen

56
New cards

Wie bepaalt het aanbod van arbeid bij financiele markten?

Gebeurt dit rechtstreeks?

Spaarders via hun spaargeld

Dit gebeurt onrechstreeks want spaarders deponeren hun spaargeld bij de bank en de bank leent op haar beurt het geld uit

57
New cards

Hoe noemt de vergoeding die de spaarder ontvangt om zijn financiele middelen tijdelijk ter beschikking te stellen?

Intrest

58
New cards
<p>Er is een hoge intrestvoet op de kapitaalmarkt: wat is het gevolg?<br>En bij een lage?</p>

Er is een hoge intrestvoet op de kapitaalmarkt: wat is het gevolg?
En bij een lage?

Financiele middelen aangeboden > dan gevraagd. Hierdoor wordt sparen gestimuleerd en lenen duurder

Sparen wordt ontmoedigd, maar de vraag naar financiele middelen neemt toe

59
New cards

Welke factoren bepalen de vraag naar kapitaal?

Wat is het effect hiervan?

  • Belastingvoordelen voor investeringen door gezinnen bv. bij aankoop zonnepanelen

  • Toegenomen investeringsmogelijkheden voor bedrijven bv. subsidies

  • Oplopende begrotingstekorten v/d overheid

Vraag naar FM neemt toe => vraagcurve verschuift nr rechts => rentevoet stijgt en geleende volume stijgt

60
New cards

Welke factoren bepalen het aanbod naar kapitaal?

Belastingvoordelen op spaargelden van de gezinnen of bedrijven of onzeker economisch klimaat

61
New cards

Wat is een aandeel?

Heeft een aandeel een vervaldag?

Een aandel is een effect dat een deel van het eigen vermogen van een onderneming vertegenwoordigt.

Neen

62
New cards

Hoe wordt een aandeelhouder vergoed?

Als de onderneming winst maakt en ervoor kiest om een deel uit te keren ontvangt de aandeelhouder een deel van de winst in de vorm van een dividend

63
New cards

Hoe wordt de aandeelhouder terugbetaald?

Ze kunnen het aandeel verkopen op de aandelenbeurs als je een aandeel hebt van een beursgenoteerde onderneming

64
New cards

Welke verschillende soorten aandelen zijn er?

Defensieve: bijna niet afhankelijk van de economische situatie

Cyclisch: conjunctuurgevoelig, koers stijgt in goede economische tijden, daalt in slechte

65
New cards

Beschrijf waardeaandelen

Eerder defensieve aandelen, weinig vooruitzichten op sterke koerswinst, maar zel met een stevig jaarlijks terugkerend dividend

66
New cards

Beschrijf groeiaandelen

Worden gekocht omdat men verwacht dat de koers (sterk) kan stijgen. Vaak zonder dividend

67
New cards

Welke risico’s zijn er?

Koersschommelingen door prestaties vd onderneming, conjunctuur, maatregelen door de overheid en verhouding met het buitenland

Dividendenrisico (geen dividend)

Kapitaalrisico (krijgen ze hun geld wel terug?)

Wisselkoersrisico

Intrestrisico (als intrest stijgt → leningen duurder → minder winst om te geven)

68
New cards

Waaruit bestaat het return van een aandeel?

Dividend

Koersevolutie

Fiscaliteit en andere kosten

69
New cards

Hoe bereken je het dividendrendement?

(Dividend per aandeel : koers van het aandeel) . 100

70
New cards

Wanneer kan een natuurlijk persoon een vrijstelling bekomen van de roerende voorheffing op hun divididendrendement?

Bij de eerste schijf van 800,00 euro aan dividenden

71
New cards

Welke kosten hanger er aan een dividend? Hoeveel bedragen deze?

Roerende voorheffing, 30%

Effectentaks, 0.15% indien effecten rekening > 1 miljoen euro

Beurstaks, 0.35% bij aan- en verkoop

Makelaarsloon (afhankelijk van financiele instelling)

72
New cards

Wat wordt er verhandeld op de geldmarkt?

Kortlopende financiële middelen die bij uitgifte een looptijd hebben van ten hoogste 1 jaar

73
New cards

Wie kan er op de geldmarkt?

Professionelen zoals banken, overheden en professionele of institutionele beleggers

74
New cards

Wie zijn insitutionele beleggers (5)?

  • Holdings of portefeuillemaatschappijen

  • Verzekeringsmaatschappijen

  • Pensioenfondsen

  • Instellingen voor collectieve beleggingen (icb)

  • Beursvenootschappen

75
New cards

Wat wordt er verhandeld op de kapitaalmarkt?

Financiële middelen met een looptijd van meer dan een jaar

76
New cards

Wie mag er op de kapitaalmarkt verhandelen?

Institutionele beleggers en individuele beleggers

77
New cards

Welke 3 controlerende instellingen zijn er op de kapitaalmarkt?

  1. Nationale bank van België

  2. Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA)

  3. Europa

78
New cards

Wat is de taak van de NBB?

  • Handhaven van de stabiliteit van het financieel stelsel

  • Controle van de financiële instellingen (zijn ze financieel gezond en voldoen ze aan de vereisten van solvabiliteit, liquiditeit & rendabiliteit)

79
New cards

Wat is de taak van de FSMA?

  • Nakijken dat financiële instellingen correcte info geven aan hun klanten

  • Control van financiële producten d.w.z. nakijken of ze geen onrechtmatige financiële diensten aanbieden zoals bv. het witwassen van geld

80
New cards

Wat is de taak van Europa op de kapitaalmarkt?

  • Ijvert voor goede werking van het financieel systeem

  • Bescherming van cliënten

81
New cards

Wat is een obligatie?

Een bewijs van een lening aan bedrijf of overheid OF verhandelbare schuldbetekenis

82
New cards

Wat is een coupure?

De grootte waarin de obligatie wordt uitgegeven: er kunnen kleine coupures gemaakt worden waardoor de obligatie wordt uitgesplitst en ook toegankelijk is voor kleinere beleggers

83
New cards

Hoe heet de partij die de obligatie uitschrijft en die ze ontvangt?

De emittent en de obligatiehouder

84
New cards

Beschrijf het proces van een obligatielening (4)

  1. De emittent schrijft de obligatielening uit

  2. De obligatiehouder belegt in obligaties door het uitlenen van geld

  3. De emittent keert een intrestvergoeding uit op afgesproken tijdestip, meestal jaarlijks (=COUPON)

  4. De emittent betaalt de verschuldigde intrest en terugbetaling van geleend bedrag of nominale waarde op de vervaldag

85
New cards

Op welke markt worden obligaties verhandeld?

Nieuwe obligaties worden uitgegeven op de primaire markt

Bestaande op de secundaire markt

86
New cards

Wat is de nominale waarde?

Het bedrag waarvoor een obligatie oorspronkelijk is uitgegeven. Dit is de waarde die op de obligatie staat vermeld

87
New cards

Wat is de uitgifteprijs of emissieprijs?

De prijs die de obligatiehouder betaalt bij uitgifte en die kan verschillen v/d nominale waarde. Dit wordt dikwijls weergeven als percentage

88
New cards

Hoe noemt het wanneer:

  1. Uitgifteprijs < nominale waarde

  2. Uitgifteprijs > nominale waarde

  3. Uitgifteprijs = nominale waarde

  1. uitgifte beneden pari

  2. uitgifte boven pari

  3. uitgifte a pari

89
New cards

Welke 2 soorten obligaties zijn er?

Lineaire obligaties en bedrijfsobligaties

90
New cards

Wie kan er OLO’s uitgeven?

Voor wie?

De overheid

Voor professionele beleggers omdat ze uitgegeven worden in grote coupures van minimaal 125 000 euro

91
New cards

Hoe worden OLO’s uitgegeven?

Ze worden om de 2 maanden geplaatst via aanbestedingen bij de partijen die de beste voorstellen doen

92
New cards

Wat is de hoogte vd intrestvoet bij een OLO?

Dat wordt bepaald door de kredietwaardigheid: overheden met een betrouwbare kredietwaardigheid kunnen lenen aan een lagere intrestvoet

93
New cards

Welke 3 risico’s zijn er bij obligatie?

Risico ivm de kwaliteit van de uitgever of debiteurenrisico

Muntrisico

Intrestrisico

94
New cards

Wat wordt er bedoelt met risico ivm de kwaliteit van de uitgever of debiteurenrisico?

Bij financiele problemen vd uitgever, kan de uitkering v/d jaarklijke intresten of de terugbetaling v/h geleend bedrag in het gedrang komen. Bij faillisement worden door de curator eerst de bevoorrechte schuldeisers terugbetaald in wettelijke volgorde. Het kan zijn dat er daarna geen geld meer is

95
New cards

Wat wordt er bedoelt met muntrisico?

BIj obligaties in een vreemde valuta wordt de belegger geconfronteerd met wisselkoersschommelingen

96
New cards

Wanneer is er sprake van depreciatie van de euro?

Wanneer de waarde van de euro daalt t.o.v. de waarde van de vreemde valuta: 1 EUR = 0.90 USD

97
New cards

Wanneer is er sprake van appreciatie van de euro?

Wanneer de waarde van de euro stijgt t.o.v. de waarde van de vreemde valuta: 1 EUR = 1.10 USD

98
New cards

Hoeveel procent beurstaks is er?

Wanneer is deze taks er niet?

0.12%

Wanneer er een intekening gedaan wordt op een nieuwe emissie van een obligatie op de primaire markt

99
New cards

Hoeveel procent roerende voorheffingen zijn er verschuldigd op de intrest van een obligatiebelegging?

30%

100
New cards
<p>Leg uit</p>

Leg uit

  1. Betalen van intresten op spaarrekeningen, intresten …
    Betalen van dividenden, geld van toegestane leningen ter beschikking stellen

  2. Sparen op spaarrekening, beleggen in obligaties, aandelen, … betalen van intresten op aangegane leningen of aflossen van aangegane leningen

  3. Overschotten op rekeningen plaatsen, betalen van intresten op aangegane leningen, aflossen van aangegane leningen

  4. Betalen van intresten op spaartegoed, geld op toegestane leningen ter beschikking stellen

  5. Betalen van intresten op aangegane leningen, aflossen van aangegane leningen

  6. Geld van goedgekeurde leningen ter beschikking stellen