biologie begrippenlijst 2e semester 2025-2026

0.0(0)
Studied by 2 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/56

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:44 AM on 6/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

57 Terms

1
New cards

Interspecifieke interactie

Interactie tussen organismen van een verschillende soort

2
New cards

Intraspecifieke interactie

Interactie tussen soortgenoten

3
New cards

Symbiose

Een langdurige, interspecifieke interactie waarbij minstens 1 van beide organismen een voordeel ervaart

4
New cards

Symbionten

Organismen die een symbiose aangaan (bv. gast-gastheer)

5
New cards

Interactietabel

Middel om interactie weer te geven en te benoemen

6
New cards

Predatie

Een relatie tussen 2 organismen waarbij de predator de levende prooi aanvalt om zich te voeden

7
New cards

Kannibalisme

Predatie tussen soortgenoten -> intraspecifieke interactie

8
New cards

Grazers

Brede groep van organismen die zich vooral voeden met het groene deel van de plant = consumenten 1e orde = herbivoren

9
New cards

Predatie door echte predatoren

Dieren die actief jagen op andere dieren om die na de vangst te consumeren = hogere orde consumenten = carnivoren

10
New cards

Gastheer (GH)

Een organisme dat een ander organisme in of op zich draagt; prooi niet direct consumeren maar er zolang mogelijk van profiteren

11
New cards

Parasitoïsme

Interspecifieke interactie waarbij de GH de interactie met de parasitoïde niet overleeft

12
New cards

Parasitisme

Interspecifieke interactie waarbij de GH de interactie met de parasiet wel overleeft, kan heel lang tot levenslang duren

13
New cards

Microparasieten

Micro-organismen die parasitair leven, vaak in de cellen van de gastheer

14
New cards

Macroparasieten

Macroscopisch grote parasieten

15
New cards

Proglottiden

Kleine stukjes lintworm met eitjes

16
New cards

Obligate parasiet

Parasiet heeft gastheer absoluut nodig om levenscyclus te beëindigen

17
New cards

Facultatieve parasiet

Gastheer is niet noodzakelijk om te overleven, maar geeft extra energie

18
New cards

Holoparasieten

Plantaardige parasieten die zelf niet aan fotosynthese doen; hebben de gastheer nodig om te overleven

19
New cards

Half-parasieten / hemi-parasieten

Plantaardige parasieten die zelf ook aan fotosynthese doen; hebben de gastheer nodig voor H2O of extra nutriënten

20
New cards

Amensalisme

Interspecifieke interactie waarbij een organisme een ander organisme in zijn ontwikkeling verhindert (-) zonder er zelf voor- of nadeel van te ondervinden (0)

21
New cards

Penicilline (Alexander Fleming, 1928)

Eerste antibioticum

22
New cards

Competitie

Ontstaat door overlap in verband met voorkeur voor habitat, niche en hulpbronnen

23
New cards

Mutualisme

Symbiontische samenlevingsvorm waarbij beide soorten een voordeel (+) ondervinden van elkaars aanwezigheid

24
New cards

Coöperatie

Samenwerking tussen verschillende soorten waarbij tijdelijk een voordeel wordt behaald, of wanneer soortgenoten tijdelijk of blijvend samenwerken

25
New cards

Commensalisme

Symbiontische samenlevingsvorm waarbij 1 organisme een uitgesproken voordeel (+) heeft en de andere geen voor- of nadeel (0)

26
New cards

Epifyten

Planten die op takken of stam van grotere planten of bomen groeien

27
New cards

Co-evolutie

Proces waarbij soorten zich voortdurend aan elkaar aanpassen; leidt vaak tot een samenwerkingsverband waarbij beide soorten niet meer zonder elkaar kunnen

28
New cards

Broedparasitisme

Vorm van parasitisme waarbij een dier zijn eieren in het nest van een andere diersoort legt om niet zelf de jongen uit te broeden, te beschermen of groot te brengen

29
New cards

Kleptoparasitisme

Parasitisme door diefstal: dier voedt zich met een prooi die een ander dier heeft gevangen of gedood, of steelt voedselvoorraad/nestmateriaal

30
New cards

Broedzorg

Wanneer 1 of beide ouders de jongen verzorgen, beschermen en/of voeden

31
New cards

Feromonen

Vluchtige stoffen die de ontwikkeling en activiteiten van soortgenoten bepalen

32
New cards

Aggregatie

Toevallige groepsvorming

33
New cards

Associatie

Groep soortgenoten die toevallig gevormd werd waarbij de individuen voordeel halen uit elkaars aanwezigheid

34
New cards

Nature

Aangeboren gedrag: al van de geboorte aanwezig, genetisch bepaald

35
New cards

Nurture

Aangeleerd gedrag: resultaat van verschillende leerprocessen vanuit de omgeving

36
New cards

Ethologie / gedragsbiologie

Onderdeel van de biologie waarin het gedrag van dieren bestudeerd wordt en hoe dat gedrag veroorzaakt wordt

37
New cards

Adder

Enige giftige slang in België; valt alleen aan als vluchten niet kan; bij beet wordt niet steeds gif ingespoten = droge beet

38
New cards

Sleutelprikkel

Prikkel die het meest effectief is om een bepaald gedrag te veroorzaken

39
New cards

Ritueel

Vaste opeenvolging van gedragingen in een specifieke situatie

40
New cards

Baltsgedrag

Aangeboren ritueel dat dient om een potentiële partner te overtuigen om te paren en zich voort te planten

41
New cards

Aangeboren gedrag

Spontaan gedrag dat optreedt zonder dat er actief over wordt nagedacht

42
New cards

Instinct

Onvrijwillige drijfveer die organismen ervaren in hun soortspecifieke gedrag; genetisch voorgeprogrammeerde reactie op sleutelprikkels; wordt gezien als evolutionair geheugen

43
New cards

Fixed action pattern (FAP) / vast actiepatroon

Reeks handelingen die instinctmatig achter elkaar worden uitgevoerd (bv. eirolgedrag)

44
New cards

Reflex

Automatische onvrijwillige reactie op een prikkel waarbij steeds op eenzelfde en voorspelbare manier wordt gereageerd

45
New cards

Associatief leren

Leermethode waarbij een nieuwe reactie gekoppeld wordt aan een prikkel

46
New cards

Klassieke conditionering (Pavlov)

Een organisme reageert met een reflex op een niet-natuurlijke prikkel nadat het deze leerde associëren met een natuurlijke prikkel

47
New cards

Operante conditionering (Skinner)

Wanneer een dier leert om zijn gedrag te associëren met de gevolgen ervan (beloning en bestraffing)

48
New cards

Gewenning

Wanneer een organisme regelmatig aan eenzelfde prikkel wordt blootgesteld, waardoor er geen reactie meer uitgelokt wordt

49
New cards

Imprinting (Konrad Lorenz)

Leerproces waarbij vroege sociale interacties of gedragingen blijvend worden vastgelegd in de hersenen van jonge individuen en niet meer kunnen worden gewist

50
New cards

Proefondervindelijk leren / trial-and-error

Ontwikkeling van nieuwe gedragspatronen door het behouden van wat goed is en verwerpen van wat niet goed is

51
New cards

Imitatie / nabootsing

De wil een bepaald gedrag te vertonen omwille van het waarnemen van hetzelfde gedrag in dezelfde situatie

52
New cards

Communicatie

Informatie die een zender verstuurt en de ontvanger waarneemt, met als doel het gedrag van de ontvanger te veranderen

53
New cards

Bioluminescentie

Natuurlijk vermogen van organismen om zelf licht te produceren via een chemische reactie

54
New cards

Geluid

Trillingen in de lucht of onder water

55
New cards

Geurvlag

Kleine hoeveelheid urine waarmee vaak de uithoeken van het territorium worden afgebakend

56
New cards

Elektroreceptie

Zintuiglijk vermogen om elektrische velden waar te kunnen nemen

57
New cards

Beloning

Bekrachtiger