1/56
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Interspecifieke interactie
Interactie tussen organismen van een verschillende soort
Intraspecifieke interactie
Interactie tussen soortgenoten
Symbiose
Een langdurige, interspecifieke interactie waarbij minstens 1 van beide organismen een voordeel ervaart
Symbionten
Organismen die een symbiose aangaan (bv. gast-gastheer)
Interactietabel
Middel om interactie weer te geven en te benoemen
Predatie
Een relatie tussen 2 organismen waarbij de predator de levende prooi aanvalt om zich te voeden
Kannibalisme
Predatie tussen soortgenoten -> intraspecifieke interactie
Grazers
Brede groep van organismen die zich vooral voeden met het groene deel van de plant = consumenten 1e orde = herbivoren
Predatie door echte predatoren
Dieren die actief jagen op andere dieren om die na de vangst te consumeren = hogere orde consumenten = carnivoren
Gastheer (GH)
Een organisme dat een ander organisme in of op zich draagt; prooi niet direct consumeren maar er zolang mogelijk van profiteren
Parasitoïsme
Interspecifieke interactie waarbij de GH de interactie met de parasitoïde niet overleeft
Parasitisme
Interspecifieke interactie waarbij de GH de interactie met de parasiet wel overleeft, kan heel lang tot levenslang duren
Microparasieten
Micro-organismen die parasitair leven, vaak in de cellen van de gastheer
Macroparasieten
Macroscopisch grote parasieten
Proglottiden
Kleine stukjes lintworm met eitjes
Obligate parasiet
Parasiet heeft gastheer absoluut nodig om levenscyclus te beëindigen
Facultatieve parasiet
Gastheer is niet noodzakelijk om te overleven, maar geeft extra energie
Holoparasieten
Plantaardige parasieten die zelf niet aan fotosynthese doen; hebben de gastheer nodig om te overleven
Half-parasieten / hemi-parasieten
Plantaardige parasieten die zelf ook aan fotosynthese doen; hebben de gastheer nodig voor H2O of extra nutriënten
Amensalisme
Interspecifieke interactie waarbij een organisme een ander organisme in zijn ontwikkeling verhindert (-) zonder er zelf voor- of nadeel van te ondervinden (0)
Penicilline (Alexander Fleming, 1928)
Eerste antibioticum
Competitie
Ontstaat door overlap in verband met voorkeur voor habitat, niche en hulpbronnen
Mutualisme
Symbiontische samenlevingsvorm waarbij beide soorten een voordeel (+) ondervinden van elkaars aanwezigheid
Coöperatie
Samenwerking tussen verschillende soorten waarbij tijdelijk een voordeel wordt behaald, of wanneer soortgenoten tijdelijk of blijvend samenwerken
Commensalisme
Symbiontische samenlevingsvorm waarbij 1 organisme een uitgesproken voordeel (+) heeft en de andere geen voor- of nadeel (0)
Epifyten
Planten die op takken of stam van grotere planten of bomen groeien
Co-evolutie
Proces waarbij soorten zich voortdurend aan elkaar aanpassen; leidt vaak tot een samenwerkingsverband waarbij beide soorten niet meer zonder elkaar kunnen
Broedparasitisme
Vorm van parasitisme waarbij een dier zijn eieren in het nest van een andere diersoort legt om niet zelf de jongen uit te broeden, te beschermen of groot te brengen
Kleptoparasitisme
Parasitisme door diefstal: dier voedt zich met een prooi die een ander dier heeft gevangen of gedood, of steelt voedselvoorraad/nestmateriaal
Broedzorg
Wanneer 1 of beide ouders de jongen verzorgen, beschermen en/of voeden
Feromonen
Vluchtige stoffen die de ontwikkeling en activiteiten van soortgenoten bepalen
Aggregatie
Toevallige groepsvorming
Associatie
Groep soortgenoten die toevallig gevormd werd waarbij de individuen voordeel halen uit elkaars aanwezigheid
Nature
Aangeboren gedrag: al van de geboorte aanwezig, genetisch bepaald
Nurture
Aangeleerd gedrag: resultaat van verschillende leerprocessen vanuit de omgeving
Ethologie / gedragsbiologie
Onderdeel van de biologie waarin het gedrag van dieren bestudeerd wordt en hoe dat gedrag veroorzaakt wordt
Adder
Enige giftige slang in België; valt alleen aan als vluchten niet kan; bij beet wordt niet steeds gif ingespoten = droge beet
Sleutelprikkel
Prikkel die het meest effectief is om een bepaald gedrag te veroorzaken
Ritueel
Vaste opeenvolging van gedragingen in een specifieke situatie
Baltsgedrag
Aangeboren ritueel dat dient om een potentiële partner te overtuigen om te paren en zich voort te planten
Aangeboren gedrag
Spontaan gedrag dat optreedt zonder dat er actief over wordt nagedacht
Instinct
Onvrijwillige drijfveer die organismen ervaren in hun soortspecifieke gedrag; genetisch voorgeprogrammeerde reactie op sleutelprikkels; wordt gezien als evolutionair geheugen
Fixed action pattern (FAP) / vast actiepatroon
Reeks handelingen die instinctmatig achter elkaar worden uitgevoerd (bv. eirolgedrag)
Reflex
Automatische onvrijwillige reactie op een prikkel waarbij steeds op eenzelfde en voorspelbare manier wordt gereageerd
Associatief leren
Leermethode waarbij een nieuwe reactie gekoppeld wordt aan een prikkel
Klassieke conditionering (Pavlov)
Een organisme reageert met een reflex op een niet-natuurlijke prikkel nadat het deze leerde associëren met een natuurlijke prikkel
Operante conditionering (Skinner)
Wanneer een dier leert om zijn gedrag te associëren met de gevolgen ervan (beloning en bestraffing)
Gewenning
Wanneer een organisme regelmatig aan eenzelfde prikkel wordt blootgesteld, waardoor er geen reactie meer uitgelokt wordt
Imprinting (Konrad Lorenz)
Leerproces waarbij vroege sociale interacties of gedragingen blijvend worden vastgelegd in de hersenen van jonge individuen en niet meer kunnen worden gewist
Proefondervindelijk leren / trial-and-error
Ontwikkeling van nieuwe gedragspatronen door het behouden van wat goed is en verwerpen van wat niet goed is
Imitatie / nabootsing
De wil een bepaald gedrag te vertonen omwille van het waarnemen van hetzelfde gedrag in dezelfde situatie
Communicatie
Informatie die een zender verstuurt en de ontvanger waarneemt, met als doel het gedrag van de ontvanger te veranderen
Bioluminescentie
Natuurlijk vermogen van organismen om zelf licht te produceren via een chemische reactie
Geluid
Trillingen in de lucht of onder water
Geurvlag
Kleine hoeveelheid urine waarmee vaak de uithoeken van het territorium worden afgebakend
Elektroreceptie
Zintuiglijk vermogen om elektrische velden waar te kunnen nemen
Beloning
Bekrachtiger