1/18
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Contestatie van het politiek liberalisme: Nieuwe impuls voor extreem nationalisme → Groei/consolidatie extreemrechts in Europa rond 1990
Bv. Front National (ca. 14% 1988), Vlaams Blok (Zwarte Zondag 1991), Lega Nord (ca. 10% 1994), FPÖ (ca. 27% 1999), Lijst Pim Fortuyn (17% 2002), Fidesz (ca. 53% 2010), AfD (ca. 12% 2017)
Hiërarchiedenken: appreciatie ongelijkheid en elitevorming, maar afkeer van bestaand establishment → “kloof tussen burger en politiek”
Sterke leiderschap maar populistisch (gericht teg bestaande elite/establishment; gaan het anders doen; ‘Alternatieven’)
Politicus die ‘taal vh volk’ spreekt, … maar steeds politicus
Een halve eeuw geneutraliseerd door conservatief rechts
Na WOII: fascisme gedelegitimeerd
→ Conservatief rechts vangt kiezers op
Motieven van kiezers?
Onvrede over internationalisering van het beleid (Europese integratie) en de economie (multinationals; de-industrialistie; “globalisering”)
Onvrede over erosie welvaartsstaat (neoliberalisme) → migratiekritiek als primair zondebokmechanisme (xenofobie/racisme; klassentegenstelling ingeruild door etnische tegenstelling?)
Want - geld vr soc zekerheid
Onvrede over erosie eigen cultuur/identiteit (dr migratie)
Contestatie van het politiek liberalisme: De-industrialisatie in het Westen
(= relocalisatie van de industrie naar Azië); bron van ongenoegen
Eerder verplaatsing
Industrie zorgde in de 1e en 2e wereld voor identiteit: fabriek als een “zuil” die van wieg tot graf het leven bepaalde
Sociale kringen, sporten, vrienden + buren, kinderopvang,...
Grote sociale homogeniteit in (voormalige) industriële regio’s
Wegvallen veroorzaakt intergenerationele trauma’s (“halfwaardetijd”)
Industrie gaat weg d hele levens bepaalde + vorm gaf
Kinderen ook - kansen want ouder k X goede nieuwe jobs want X vaardigheden/kwalificaties
⇒ Armoede, - toekomstvisie, - zelfbeeld; ook vervuiling bodem/water
Contestatie van het politiek liberalisme: Great Convergence
Inhaalbeweging ZO-Aziatische landen
Economische liberalisering in China vanaf eind jaren 70 o.l.v. Deng Xiaoping (1904-1997, r. 1978-89): realpoliticus (⇔ ideologische zuiverheid Mao)
→ Transitie naar staatsgeleide markteconomie (de facto; de jure: socialisme)
Privé-initiatief
Exportgerichte economie
Import van kennis ⇒ stimulering onderwijs (studenten studeren in W + komen terug m kennis)
Massale verstedelijking, opkomst middenklasse, onderwijsrevolutie
Totale controle voor de partij
(⇔ SU: Gorbatsjov, partij trekt z terug)
Incl privésfeer, staatsbedrijven
Aanvankelijk vooral goedkope producten (lage kost, geen vakbonden, geen milieuregels); vanaf jaren 90 geavanceerdere technologie
Great convergence: tussen Azië (ook India) en Westen verkleint (maar: kloof binnen landen vergroot)
Contestatie van het politiek liberalisme: Trumpisme
“History of the present” (Timothy Garton Ash)
Focus v historici beschrijven waar dingen van nu omschrijven/bespreken
Xvoldoende distantie MAAR k wel kennis uit verleden inzetten om te helpen verklaren
William Davies
Trump 1.0 (2017-21): Politiek van bewuste misleiding (fake news, post truth)
Beiden kanten gingen uit van een waarheid; 1 kant had gelijk en andere niet; proberen elkaar te misleiden; niemand erkent gelijk vh ander
Trump 2.0 (2025-):
Stupidity-crisis: complete irratio in beleid (bv. handelstarieven, uitstap klimaatakkoorden, Groenlandcrisis, militaire interventies, anti-vaccinbeleid)
Dingen doen die eig land benadelen
=> wetenschappelijke kennis gedeprecieerd
→ “Functionele domheid” die zich richt tegen het denken op zichzelf (= wetenschap en expertise)
Clicks, memes, onmiddellijke reacties → Algoritmisch gestuurde economie waarin het menselijk oordeel irrelevant wordt
= Aandachtseconomie: aandacht/reacties sturen politiek; sociale media > expertise/wetenschap
Jodendom en nationalisme in de 19e eeuw: Joodse diaspora
vanaf Oudheid (6e eeuw v.o.t. / 2e eeuw) vanuit Judea/Palestina
Naar Midden-Oosten, Middellandse Zeegebied; vanaf late ME vooral naar OostEuropa (push/pull; latere Bloodlands)
Pull: financiële expertise, nrml gezien welgesteld; O-EU = tolerant
Antisemitisme in AR: religieuze kwestie, niet biologisch → Bekering is mogelijk (Spanje als uitzondering)
Theologische interpretatie van diaspora (existentieel):
Verbanning is straf van God (pas terug nr Heilig Land bij eindtijd)
Terugkeer naar Heilig Land is goddelijk voorrecht
= X voor mensen te beslissen
⇔ 19e eeuw: terugkeer mogelijk + wenselijk
Franse Revolutie: Gelijkheidsdenken contra antisemitisme
→ Theoretische emancipatie (<> Oost-Europa: sterke discriminatie)
Burgerschap voor franse inwoners, X onderscheid; ⇔ O-EU: discriminatie
Late 18e – 19e eeuw: Joodse Verlichting (Haskalah):
assimilatie met dominante moderniserende samenlevingen (o.a. kleding, meer focus op seculiere kennis, depreciatie Jiddisch)
Frustratie want burgerrechten Franse Rev = theoretisch
Assimilatie om ‘joodsheid’ te verminderen/-! maken; wel geloof blijven aanhangen
⇒ integratie (+ Middenklasse)
X unaniem geapprecieerd binnen Joodse gemeenschap; steeds Orthodoxen
⇒ Transformatie van het antisemitisme: integratie biologische motieven (“ras”) = modern antisemitisme
Jodendom en nationalisme in de 19e eeuw: Joods nationalisme + Palestina
19e eeuw: Modern antisemitisme + opkomst natiestaat idee → Joods nationalisme met Palestina als preferentiële locatie
Push:
Vervolging Joden in Rusland vanaf 1880s
→ Migratie naar Amerika;
1e Aliya = eerste Zionistische initiatief; verhuizing → Heilig Land
⇔ 1e chr./isl. protesten in Jeruzalem
Dreyfusaffaire: Journalist Theodor Herzl (1860-1904) brengt verslag uit; schrijft Der Judenstaat (1896)
Assimilatie faalt (vervolging Dreyfus in land v Franse Rev!?)
Oplossing: nood aan politieke ruimte (natiestaat), liefst in Palestina
→ Basis van het zionisme
Herzl: product van de Haskalah; toont grenzen van Haskalah aan
Jodendom en nationalisme in de 19e eeuw: World Zionist Organisation
1897
Lobbywerk Herzl bij Britten
→ Brits Oost-Afrika? (maar X echte stappen genomen)
Toenemende (georganiseerde en permanente) migratie naar Palestina (nieuwe Aliyot) → communistisch geïnspireerde landbouwkolonies
Palestina/Israël: Mandaat-Palestina
1916: Sykes-Picot → Opdeling Ottomaanse Rijk (Libanon/Syrië voor Fr., Palestina/Jordanië/Irak voor VK)
1917: Balfour Declaration
Steun van VK voor “national home” in Palestina, met behoud van rechten voor nietJoden
Diplomatiek doel: Britse invloed in Palestina versterken door steun aan loyale Joden
Na WOI: Mandatensysteem; Balfour Declaration in mandaatsovereenkomst (<> zelfbeschikkingsrechtprincipe)
Palestina rond 1918: ca. 650.000 inw., waarvan ca. 10% Joden en 5-10% christenen
Nieuwe Aliyah jaren 20: instroom ca. 150.000 migranten (+ ca. 200.000 in jaren 30)
Creatie Joodse instellingen (“proto-staat”)
Anti-Joodse aanvallen in jaren 20 → Oprichting Joodse milities
1948: Onafh Israël → snel instituties oprichten om staat vorm te geven, want basis ligt er al
Palestina/Israël: Commissie Peel
1936-39: Arabische Revolte (staking, geweld) contra Britten en Joden (dodental: ca. 500 Britten, 500 Joden, 5000 Arabieren)
1937: Commissie Peel (Op moment v nazisme in Europa)
Zionistische migratie beperken
1e partitieplan (grenzen)
Joodse staat
Brits protectoraat Jeruzalem
Arabisch gebied (X autonome staat, deel Jordanië)
Joden: matig enthousiasme; Arabische afwijzing (nieuwe opstand in 1939)
Palestina/Israël: White Paper
1939
Geen partitie
Migratiestop na 5 jaar
Beperkingen op aankopen van landbouwgrond door Joden
Onafhankelijkheid na 10 jaar, met machtsdeling (Arabische meerderheid)
Doelen: rust; Arabische steun in aanloop naar WOII
⇔ Zionistische paniek over onbetrouwbaarheid van de Britten → willen geen “national home” maar een eigen staat
Palestina/Israël: 1945-1949
Nieuwe migraties (displaced persons, Shoah-overlevers, pogroms in Polen/SU,…)
Geweld tussen Britten en zionisten → VN richt UNSCOP op (11 leden van “kleine landen”, X grote mogendheden in)
Diplomatiek offensief zionisten: tonen dat staat levensvatbaar is (overtuigend)
Arabische bevolking boycot → Gemiste diplomatieke kans
Nieuw partitieplan goedgekeurd op Alg. Vergadering VN in 1947 met steun SU
Ca. 50% voor Joodse staat, met daarin een kleine meerderheid van Joden; onafh. Arabische staat: kleine minderheid Joden)
Internationaal statuut Jeruzalem
1948: Onafhankelijkheidsverklaring Israëlische Staat o.l.v. David Ben-Gurion (theorie: gelijke burgerrechten voor alle inwoners)
Arabisch-Israëlische Oorlog 1948-1949: interne burgeroorlog + Israël contra Arabische coalitie (o.a. Egypte, Jordanië, Libanon)
Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog (“Plan Dalet”: decentrale beslissingsmacht van troepen; mog eig beslissingen maken)
Doel coalitie: pan-Arabisme (eenheid arabische landen), vluchtelingenstroom tegengaan, prestige, territoriale uitbreiding → Slecht georganiseerd
Nakba (“ramp”): ca. 750.000 Arabieren verdreven; vernieling honderden dorpen → Desintegratie Palestijnse samenleving
Palestina/Israël: Hertekening kaart na oorlog
Israël: ca. 80% van Mandaat-Palestina
Ca. 150.000 Palestijnen binnen staat
Grondconfiscaties
Burgerrechten voor Arabische Israëliërs vanaf 1966
Vandaag ca. 20% Arabische Israëliërs (kaart)
West-Jeruzalem naar Israël
Westelijke Jordaanoever bezet door Jordanië
Gaza bezet door Egypte (buffer tegen inval Sinaï door Israël)
1950: wet d iedereen die joods is, in Israël mag komen wonen
Arabische bevolking minder bediend (e.g. taal, transport, infrastructuur v ongelijkheid, armer, scholen - goed,...)
Palestina/Israël: IDF
Basis van het Israëlisch nationalisme:
Eenheid scheppen in “smeltkroes”
Nationaal zelfbeeld van weerbaarheid (<> “getto-Jood”)
Militarisering van de samenleving: lange legerdienst, voorbereidende vakken in secundair onderwijs, levenslange reservistenregeling
Economische motor (militair-industrieel complex) maar ook grote kostenpost (relatief lage sociale uitkeringen)
Palestina/Israël: Zesdaagse Oorlog
1967:
Israël vs coalitie Egypte, Syrië, Jordanië
Preventieve oorlog
Bezetting Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem (Jordanië), Gaza en Sinaïwoestijn (Egypte), Golanhoogten (Syrië)
Internationaal niet erkend
Settlerpolitiek
1947-49: Consolidatie staat Israël → 1967: Israëlische overmacht
Transformatie Palestijnse kwestie
Palestina/Israël: Jom Kippoer Oorlog
1973:
Aanval Egypte en Syrië (willen territoria terug)
Reactie o.a. Saoudi-Arabië, Koeweit: Oliecrisis (steun VS aan Israël)
Weinig territoriale veranderingen → Nadruk op diplomatie na 1973 (banden m buurlanden; → Sinaï weer naar Egypte in 1981)
Palestina/Israël: Palestijnse reacties op oorlogen
1959: ° Fatah (overwinning) o.l.v. Yasser Arafat: Seculier nationalisme, gewapende actie tegen Israël
1964: ° Palestine Liberation Organization → Accepteert vanaf eind jaren 80 een tweestatenoplossing
Eind jaren 80: 1e Intifada (afschudden) of “stenenoorlog”
Oprichting Hamas (strijd): Islamitisch nationalisme (Moslimbroederschap); accepteert Israël niet; ziet PLO als collaborateurs → Wordt gesteund door Israël want onderlinge strijd in Palestina
Palestina/Israël: Oslo-akkoorden
VS dwingen Israël tot onderhandelingen; bereidheid bij arbeiderspartij (Yitzhak Rabin)
Opdeling W. Jordaanoever in drie zones
A: Controle door “Palestijnse autoriteit” (steden)
Zeer versnipperd, basically onbestuurbaar
B: Gedeelde controle (periferie steden, dorpen: civiel bestuur PO, politionele controle Israël → verwachting PLO dat dit A wordt)
C: Israëlische controle (60%)
Kolonisten (vandaag ca. 450.000, t.o.v. 300.000 Palestijnen)
Bouwvergunningspolitiek (geweigerd vr Palestijnen)
Militaire domeinen en natuurreservaten
Palestina/Israël: Na Oslo-akkoorden
Moord op Rabin (1995)
Verslechtering sociaaleconomische situatie Palestijnse gebieden; vermindering bewegingsvrijheid; frustratie over uitblijven tweestatenoplossing
2e Intifada vanaf 2000: toename Palestijnse aanslagen door o.a. Hamas en Al-Aqsabrigades → Dominantie van (extreem)- rechts in Israël
Palestina/Israël: Gaza
2005: Terugtrekking Israël in 2005
Gaza bestuurd door Israël sinds 1967; klein aantal kolonisten → Onverdedigbaar
Behoud van controle over lucht/zee
2007: Machtsovername Hamas (“zuil” / eenpartijregime) (<> Palestijnse Autoriteit) → Blokkade door Israël en Egypte
2023: Oorlog in Gaza
1195 Israëlische doden na aanval Hamas
ca. 72.000 Palestijnse doden
ca. 55% van gebouwen vernield (urbicide)
Genocide volgens Independent International Commission of Inquiry on the Occupied Palestinian Territory (2025)