1/51
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Gramkleuring
…
Ziehl-Neelsen kleuring
…
Auraminekleuring
…
Bloedagar (BA, COS = Columbia agar met Oxalated Sheep blood, Columbia agar) x
Algemeen
Rijke voedingsbodem (tryptic soy agar, Columbia agar, Mueller-Hinton, Blood agar base)
N-bron (peptonen), NaCl, eventueel gistextract en/of zetmeel
5% schapen-, paarden- of mensenbloed → o.a. Factor X
Groei van: grampositieven en gramnegatieven
Electieve stof: bloed → hemolysepatroon
Alfa-hemolyse, vergroenend: groene verkleuring van het hemoglobine door oxidatie van hemoglobine naar methemoglobine
Bèta-hemolyse: volledige lyse van de rode bloedcellen door hemolysinen
Niet-hemolytisch (gamma-hemolyse): geen lyse van rode bloedcellen
37°C/CO2-incubator
MacConkey agar (MC, MAC) x
Selectief en electief
Selectieve stoffen: galzouten en kristalviolet → remmen de groei van grampositieve bacteriën
Groei van: gramnegatieve bacteriën
Electieve stoffen: lactose en neutraalrood (pH-indicator) → lactosenegatieve kolonies kleuren wit/kleurloos, lactosepositieve kolonies kleuren roze-rood (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering) en vertonen afname/neerslag in galzouten
37°C
Sorbitol MacConkey agar (SMAC) x
Selectief en electief
Selectieve stoffen: galzouten en kristalviolet → remmen de groei van grampositieve bacteriën
(Groei van: gramnegatieve bacteriën)
Electieve stoffen: sorbitol en neutraalrood (pH-indicator) → sorbitolnegatieve kolonies kleuren kleurloos, sorbitolpositieve kolonies kleuren roze-rood (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering)
37°C
Mannitol Salt Agar (MSA) x
Selectief en electief
Selectieve stoffen: NaCl (hoge concentratie, bvb. 7,5% NaCl) → remt de groei van de meeste bacteriën, maar halotolerante bacteriën kunnen wel groeien
Groei van: Staphylococcen
Electieve stoffen: mannitol en fenolrood (pH-indicator) → mannitolnegatieve kolonies kleuren wit/kleurloos (rode bodem), mannitolpositieve kolonies kleuren geel (gele bodem) (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering) → S. aureus = mannitolpositief en S. epidermidis = mannitolnegatief
37°C

CHROMagar MRSA, MRSA ID, MRSA Select x
Selectief
Selectieve stoffen: antibiotica en hoge zoutconcentratie + chromogeen substraat
Groei van: MRSA

Chocolade-agar
Algemene voedingsbodem voor de isolatie van moeilijk kweekbare micro-organismen
Rijke gelyseerde bloedagar
Aangerijkt met factor X en V
37°C/CO2-incubator
Factor X
xxx
Factor V
xxx
Schaedler-agar
Algemene voedingsbodem voor de isolatie van anaerobe bacteriën
Bloedagar (schapenbloed)
Aangerijkt met hemine (→ bron van ijzer en porfyrinen, nodig voor de elektronentransportketen, vnl. bij anaeroben), vitamine K(1) (→ co-factor in enzymatische reacties, vnl. bij anaeroben) en gistextract (→ AZ, vitaminen, nucleotiden en groeifactoren → groei van moeilijke bacteriën)
Reducerende stof: L-cystine (→ zuurstofarm medium)
37°C/anaeroob
Thioglycolaat-broth
Vloeibare voedingsbodem die de groei toelaat van anaerobe en aerobe bacteriën
Reducerende stof = natriumthioglycolaat (→ zuurstofarm medium)
Methyleenblauw (redoxindicator)
Cystine-lactose-elektrolyte-deficient (CLED) agar
Algemene bodem dat gebruikt wordt voor de isolatie van micro-organismen uit urine
Niet echt selectief, maar bevat cystine en is elektrolyt-deficiënt
Cystine → bevordert groei van sommige bacteriën
Lage elektrolytenconcentratie belemmert de uitzwerming van Proteus
Electieve stoffen: lactose en bromothymolblauw (pH-indicator)
Lactosenegatieve kolonies kleuren blauw/groen
Lactosepositieve kolonies kleuren geel (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering)
37°C
Gal-esculine agar (GAE), D-coccosel agar (DCO), enterococcosel agar x
Selectief en electief → vnl. voor de isolatie van Enterococcus spp. en sommige Streptococcus spp. (groep D) (uit urine)
Selectieve stoffen: galzouten en Na-azide
Galzouten remmen de groei van de meeste grampositieve bacteriën, buiten Enterococcus spp. en groep D Streptococcus spp.
Na-azide remt de groei van gramnegatieve bacteriën
Groei van: Groep D Streptokokken (Enterococcus spp. en sommige Streptococcus spp.)
Electieve stoffen: esculine en ijzer(III)ionen (ijzer-ammonium-citraat)
Esculinepositieve kolonies kunnen esculine wel hydrolyseren/afbreken → afbraakproducten reageren met ijzerzouten → zwart precipitaat = zwartverkleuring → Enterococcus spp. en groep D Streptococcus spp. → bruinzwart
Esculinenegatieve kolonies kunnen esculine niet hydrolyseren/afbreken en vertonen geen zwartverkleuring → kleurloos/lichtbruin
37°C

CPS-agar
Algemene bodem dat gebruikt wordt voor de isolatie van micro-organismen uit urine → semi-kwantitatieve beoordeling én directe identificatie van E. coli, Proteus en Enterococcus, en presumptieve identificatie van KESC (beter dan CLED-agar voor de isolatie van pathogenen uit urine)
Bevat tryptofaan en chromogene substraten
E. coli
Beta-glucuronidase (of eventueel beta-galactosidase, zoals op UriSelect agar) → roze-bordeaux kolonies
Proteus, Morganella, Providencia
Tryptofaandeaminase → bruinverkleuring
Extra: indoltest → negatief = P. mirabilis, positief = P. vulgaris, Morganella of Providencia
Enterococcus
Beta-glucosidase → turquoise kolonies (grampositieve kokken)
KESC
Beta-glucosidase → groene tot bruingroene kolonies (gramnegatieve staven)
Overige bacteriën
Andere kleur/morfologie → minder typisch
37°C

Uriselect agar
Hetzelfde principe als CPS-agar, buiten dat E.coli wordt geïdentificeerd via bèta-galactosidaseactiviteit
Chocolade agar + polyvitex + VCAT
Chocolade agar + polyvitex + VCAT → 37°C/CO2 → kweken van veeleisende bacteriën zoals N. meningitidis en N. gonorrhoeae = selectieve voedingsbodem voor de isolatie van N. meningitidis en N. gonorrhoeae uit een mengflora
Rijke gelyseerde bloedagar (voedingstoffen)
Aangerijkt met factor X (hemin) en V (NAD) = essentiële groeifactoren voor bepaalde bacteriën
Polyvitex = extra vitamines en groeifactoren → betere groei van fastidieuze kiemen
Selectiviteit door antibioticamengsel VCAT = vancomycine (tegen grampositieven), colistine (tegen gramnegatieven), amfotericine (tegen schimmels), trimethoprim (tegen contaminanten)
Haemophilus chocolade-agar
Selectieve voedingsbodem voor de isolatie van Haemophilus spp. uit een mengflora
Rijke gelyseerde bloedagar (voedingstoffen)
Aangerijkt met factor X (hemin) en V (NAD) = essentiële groeifactoren voor bepaalde bacteriën
Selectiviteit: antibiotica-mengsel: bacitracine – cloxacilline
MRSA Select
Selectief chromogeen medium voor de isolatie en directe identificatie van methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA)
Selectiviteit: antibiotica-mengsel en hoge zoutconcentratie → remt groei van andere bacteriën, bevatten vaak meticilline (of een verwant antibioticum zoals oxacilline of cefoxitine) in het medium
Bevat een chromogeen substraat voor de detectie van Staphylococcus aureus (β- glucosidase of β-galactosidase)
Buffered Charcoal Yeast Extract (BCYE) agar
Rijk medium voor het kweken van fastidieuze bacteriën, vnl. Legionella pneumophila
Buffer → pH stabiel houden voor optimale groei
Charcoal/actieve kool → neutralisatie van toxische stoffen zoals zuurstofradicalen en vetzuren, bescherming van gevoelige bacteriën
Yeast extract/gistextract → vitamines, aminozuren en groeifactoren
L-cysteïne → essentieel aminozuur voor Legionella, groeit niet zonder cysteïne
IJzerzouten → nodig voor bacterieel metabolisme
Salmonella-Shigella-agar (SS-agar)
Selectief en electief → isolatie van Salmonella enterica en Shigella uit bijvoorbeeld stoelgang
Selectieve stoffen: galzouten en kleurstoffen, waaronder briliantgroen en natriumcitraat
Remmen de groei van grampositieve bacteriën en vele andere Enterobacteriaceae
Electieve stoffen: lactose, neutraalrood, natriumthiosulfaat en ijzerzouten
Lactose en neutraalrood: lactosenegatieve kolonies kleuren wit/kleurloos, lactosepositieve kolonies kleuren roze-rood (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering)
Natriumthiosulfaat en ijzerzouten: natriumthiosulfaat fungeert als S-bron, H2S-negatieve kolonies kunnen deze niet reduceren en produceren geen H2S, H2S-positieve kolonies wel → H2S reageert met ijzerionen (ijzerzouten) tot ijzersulfide = onoplosbaar en zwart van kleur → zwart precipitaat
Xylose Lysine Deoxycholate agar (XLD-agar)
Selectief en electief → isolatie van Salmonella enterica en Shigella uit bijvoorbeeld stoelgang
Selectieve stoffen: deoxycholate = galzout
Remt de groei van grampositieve bacteriën
Electieve stoffen: suikers (xylose, lactose, sucrose), fenolrood, lysine, natriumthiosulfaat en ijzerzouten
Suikers (xylose, lactose, sucrose) en fenolrood: niet-suikerfermenterende kolonies kleuren rood, suikerfermenterende kolonies kleuren geel (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering)
Lysine: kolonies die lysinedecarboxylatie kunnen uitvoeren kleuren rood (basenproductie en hogere pH zorgen voor kleurverandering) → Salmonella enterica!
Natriumthiosulfaat en ijzerzouten: natriumthiosulfaat fungeert als S-bron, H2S-negatieve kolonies kunnen deze niet reduceren en produceren geen H2S, H2S-positieve kolonies wel → H2S reageert met ijzerionen (ijzerzouten) tot ijzersulfide = onoplosbaar en zwart van kleur → zwart precipitaat
Cefsulodin-Irgasan-Novobiocin (CIN) agar
Selectief en electief → isolatie van Yersinia enterocolitica uit klinische en voedselmonsters
Selectieve stoffen: mix van antibiotica
Remt de groei van de meeste Enterobacteriaceae en Pseudomonas spp.
Cefsulodin → antibioticum dat specifiek de groei van gramnegatieve bacteriën remt, irgasan (triclosan) → breedspectrum antimicrobieel middel dat de groei van begeleidende flora remt, novobiocin → antibioticum dat grampositieve en sommige gramnegatieve bacteriën remt
Selectieve stoffen: deoxycholate = galzout
Remt de groei van grampositieve bacteriën
Electieve stoffen: mannitol en neutraalrood
Mannitol en neutraalrood: mannitolnegatieve kolonies (die kunnen groeien) kleuren wit/kleurloos, mannitolpositieve kolonies kleuren dieprood (zuurproductie en lagere pH zorgen voor kleurverandering) → Y. enterocolitica vormt kolonies met een dieprood centrum en een transparante rand = bull’s eye

Gardnerella-agar
Selectieve bodem voor het aantonen van Garnerella vaginalis in genitale stalen.
Selectieve stoffen = nalidixinezuur, colistine en amfotericine B
Nalidixinezuur → remt de groei van gramnegatieve staven (zoals Enterobacteriaceae en Pseudomonas spp.)
Colistine → remt de groei van veel gramnegatieve bacteriën
Amfotericine B → remt de groei van gisten, waaronder Candida
Electieve stoffen = mensenbloed
Mensenbloed → Garnerella vaginalis vertoont bèta-hemolyse op mensenbloed (niet op schapenbloed)
Tween 80 → vaak toegevoegd om de hemolytische zones te vergroten en de recovery van beschadigde cellen te verbeteren
Sabouraud agar
Selectief medium voor de isolatie van gisten en schimmels.
Selectief: hoge suikerconcentraties en lage pH → ideaal voor schimmels, ongunstig voor de meeste bacteriën
Verdere selectiviteit ten opzichte van bacteriën door toevoegen van:
Chloramfenicol → breedspectrum AB dat de groei van de meeste gramnegatieve en -positieve bacteriën remt
Gentamicine → verdere onderdrukking van gramnegatieve bacteriën
Eerst incubatie op 37°C (18-24u) → groei van Candida = klinisch relevant
Dan incubatie op KT → groei van opportunistische gisten en schimmels die niet goed tegen hoge temperaturen kunnen
VCNT-chocolade agar
Vancomycine-colistine-nystatine-trimethoprim
Selectieve plaat gebruikt voor de isolatie van Neisseria meningitidis uit de nasofarynx
Chocolade-agar → vrijgestelde groeifactoren (voedingstoffen) door lyse van bloed
Vancomycine → remt grampositieven
Colistine → remt gramnegatieven (behalve Neisseria)
Nystatine → remt schimmels
Trimethoprim → remt o.a. Proteus
Thayer-Martin medium (bi-plaat) → speciaal voor Neisseria gonorrhoeae (uit genitale/faryngeale stalen)
De ene helft → enkel chocolade-agar
De andere helft → chocolade-agar met antibiotica VCNT (onderdrukking van de normale flora)

Thiosulfaat Citraat Bile Sucrose (TCBS) agar
xxx
LIM broth
Vloeibare voedingsbodem voor de aanrijking van Streptococcus agalactiae uit recto-vaginale wissers (GBS)
Basis:
Todd-Hewitt broth (peptonen, hartinfusie, gistextract en dextrose) → voornamelijk geschikt voor de kweek van streptokokken)
Selectiviteit:
Nalidixinezuur → remt de groei van gramnegatieve staven (zoals Enterobacteriaceae en Pseudomonas spp.)
Colistine → remt de groei van gramnegatieve staven
Strepto B ID agar
Selectief chromogeen medium voor de screening van Streptococcus agalactiae in recto-vaginale wissers (GBS)
Bevat 3 chromogene substraten en een antibiotica-mengsel (→ remming groei van de meeste andere bacteriën en gisten uit mengflora)
Detectie van Streptococcus agalactiae berust op:
fosfatase + → kleurreactie door afbraak chromogeen substraat
esterase – → enkel kleurreactie bij andere bacteriën
beta-cellobiosidase - → enkel kleurreactie bij andere bacteriën
Löfflerbodem x
Aangerijkt medium voor onder andere Corynebacterium diphtheriae
Serum, peptonen en voedinstoffen
Snelle groei van Corynebacteriën met typische morfologie: “metachromatische granulen of korrels”
Tellurietbodem x
Selectief
Selectieve stoffen: kaliumtelluriet
Groei van veel andere bacteriën wordt geremd
Corynebacterium diphtheriae kan telluriet reduceren → metallisch tellurium
Groei van: Corynebacterium diphtheriae → grijze tot zwarte kolonies
Cycloserine-cefoxitine-fructose-agar (CCFA) x
Selectief (en electief)
Selectieve stoffen: cycloserine en cefoxitine (antibiotica) → remmen de groei van veel andere darmbacteriën
Electieve stoffen: fructose → fermentatie van fructose
Groei van Clostridium difiicile
Clostridium difficile fermenteert fructose → zure eindproducten → verzuring → gele verkleuring medium (gele kolonies)
Anaeroob

Bèta-lactamasetest voor Haemophilus influenzae
Nagaan of H. influenzae bèta-lactamase produceert → breekt bèta-lactam-antibiotica af door de bèta-lactamring door te knippen
Chromogeen substraat (meestal nitrocefine) → lijkt op een bèta-lactam-antibioticum
Afbraak van substraat → kleurverandering (rood) → bèta-lactamase aanwezig
Geen afbraak van substraat → geen kleurverandering (geel) → bèta-lactamase niet aanwezig
Oxidasetest
Biochemische test die de aanwezigheid van cytochroom c oxidase in het MO nagaat.
Cytochroom c oxidase speelt een belangrijke rol in de ademhalingsketen (brengt zuurstof in de cel via oxidatie van cytochroom c)
Essentieel voor aerobe bacteriën
Wanneer het reagens (tetramethyl-p-fenyleendiamine, kleurloos) wordt toegevoegd, zal deze binnen 10-20 seconden geoxideerd worden door oxidasepositieve bacteriën naar indofenolblauw, dat gekenmerkt wordt door een donkerpaarse, bijna zwarte kleur.

Katalasetest
…

DNase test
…

Kligler test
De Kligler Iron Agar test (KIA-test) of de Triple Sugar Iron test (TSI-test) is een biochemisch gecombineerd testmedium, waarmee gramnegatieve darmbacteriën (Enterobacteriaceae) geïdentificeerd kunnen worden op basis van suikerfermentatie, gasproductie en H2S-productie.
De ingrediënten van het medium van de buis bestaan uit:
Peptonen (N-bron en voedingstoffen)
Kleine hoeveelheid glucose (0,1%), lactose (1%), en bij TSI ook sucrose
Fenolrood (pH-indicator)
Thiosulfaat (S-bron) en ijzerzouten
De buis heeft een stomp of butt aan de bodem, en een schuine kant aan de oppervlakte, oftewel een helling of slant.
De helling/slant is zuurstofrijk → zuurstofrijke afbraak van suikers.
De stomp/butt is zuurstofarm → fermentatie of zuurstofarme afbraak van suikers.
Principe: glucose - gas - lactose - H2S
Glucose: Eerst zal glucose gefermenteerd worden en zal dit het hele medium aanzuren (geel). Er is echter weinig glucose en hierdoor zullen bacteriën na een tijd overschakelen op de afbraak van de peptonen (proteolyse) en hierbij basen produceren (rood). Voornamelijk ter hoogte van de helling zal dit zichtbaar worden omdat de zuurstofrijke omgeving de proteolyse aanzienlijk bevordert.
Gas: Bij fermentatie komt gas vrij, dat zich uit in scheuren of bellen in de agar.
Lactose: Lactosepositieve bacterïen zullen lactose kunnen fermenteren en dit zal opnieuw het hele medium aanzuren (geel).
H2S: H2S-positieve bacteriën kunnen thiolsulfaat reduceren en H2S produceren → H2S reageert met ijzerionen (ijzerzouten) tot ijzersulfide = onoplosbaar en zwart van kleur → zwart precipitaat
5 verschillende types kunnen bekomen worden:
Coli-type: + + + -
Paracoli-type: + + - -
Shigella-type: + - - -
Salmonella-type: + (+) - +
Citrobacter freundii type: + + + +

MIU-test
De MIU-test is een biochemisch gecombineerd testmedium, waarmee gramnegatieve darmbacteriën (Enterobacteriaceae) geïdentificeerd kunnen worden op basis van motiliteit, indolevorming en urease-activiteit.
Principe:
Motiliteit: Troebele verspreiding van de bacterie vanuit de entlijn
xxx
Gelatinasetest
De gelatinasetest of de gelatinehydrolysetest bepaalt of bacteriën het enzym gelatinase produceren.
Gelatinase = extracellulair enzym dat gelatine afbreekt (hydrolyseert) tot aminozuren
Medium bevat voedingsgelatine en stolt bij lage temperaturen
Na enting en incubatie wordt de buis in een ijsbad of koelkast gepplaatst
Gelatinasepositief → medium blijft vloeibaar na koeling (vloeibaarwording of liquefactie) = gelatine is afgebroken
Gelatinasenegatief → medium stolt na koeling = gelatine is nog steeds intact
Wordt gebruikt voor de identificatie van oa. Serratia
Wordt gebruikt voor de differentiatie van S. aureus (positief) van S. epidermidis (negatief)
Ureasetest
Bepaalt of bacteriën het enzym urease produceert.
Urease splitst ureum in ammoniak en koolstofdioxide en de toename in ammoniak zorgt voor een verhoging van de pH.
Fenolrood wordt meestal als pH-indicator gebruikt.
Ureasepositief → vorming ammoniak en verhoging van de pH → dieproze, rode kleur
Ureasenegatief → geen vorming van ammoniak en geen verhoging van de pH → geel, oranje kleur blijft behouden
Oorspronkelijke pH was neutraal, eerder zuur → vandaar reeds in het begin geel, oranje
Indooltest
Bepaalt of de bacterie het enzym tryptofaanase bezit.
Tryptofaanase zet het aminozuur tryptofaan om in indool, pyruvaat en ammoniak → desaminatie en verdere afsplitsing van zijketens totdat indool overblijft
Medium bevat tryptofaan (bvb. SIM, MIU)
Na incubatie wordt het Kovacs-reagens toegevoegd → reageert met indool
Indoolpostief → rode ring aan de oppervlakte
Indoolnegatief → de laag blijft geel/bruin
Mannitoltest
Bepaalt of de bacterie mannitol kan fermenteren
Medium bevat mannitol en fenolrood
Mannitolpositef → mannitolfermentatie en zuurproductie → pH daalt → medium kleurt geel
Mannitolnegatief → geen mannitolfermentatie en zuurproductie → pH blijft onveranderd → medium blijft rood/roos
Halofiel karakter nagaan bij bacteriën
Nagaan of een bacterie zout (NaCl) nodig heeft om te groeien
Kiem wordt uitgeënt op kweekmedia met verschillende NaCl-concentraties: van 0% naar 12%
Wanneer de bacterie enkel kan groeien met NaCl, is deze strikt halofiel → andere Vibrio’s
Wanneer de bacterie kan groeien zonder NaCl, is deze niet (of minder) strikt halofiel → Vibrio cholerae
Wanneer de bacterie kan groeien in een hoge NaCl-concentratie, is deze halotolerant
Hippuraathydrolysetest (Campylobacter en Streptococcus agalactiae)
De test gaat na of een bacterie hippuricase bevat
Het enzym hydrolyseert substraat hippuraat tot glycine en benzoëzuur, glycine reageert met het reagens ninhydrine
Aanwezigheid van hippuricase → hydrolyse hippuraat → glycine reageert met reagens ninhydrine → kleurreactie → paarse verkleuring
Afwezigheid van hippuricase → geen kleurreactie
Indoxyl-acetaat hydrolysetest
De test gaat na of een bacterie indoxyl-acetaat kan hydrolyseren met esterasen.
Het substraat indoxyl-acetaat wordt gehydrolyseerd door esterase → indoxyl → oxideert spontaat → blauwgroen eindproduct
Campylobacter jejuni, coli en upsaliensis = positief → bevatten esterase → vorming blauwgroene kleur
De rest = negatief → bevatten geen esterase = negatief → geen kleurverandering
Gamma-glutamylpeptidase test
De test gaat na of een bacterie gamma-glutamylpeptidase produceert
Een chromogeen substraat (bvb. gamma-glutamyl-p-nitroanilide) bevat een gamma-glutamylgroep dat afgesplitst kan worden door gamma-glutamylpeptidase
Aanwezigheid van het enzym → gamma-glutamylgroep wordt afgesplitst en de chromofoor (bvb. p-nitroaniline) komt vrij → vorming geeloranje kleur
Afwezigheid van het enzym → geen kleurverandering
Tributryin hydrolyse test
De test gaat na of een bacterie lipase (esterase) produceert
Het substraat tributyrin is een lipde (vet) dat gehydrolyseerd kan worden door een lipase (esterase) → bevindt zich in het medium als een troebele emulsie
Aanwezigheid van lipase → hydrolyse van tributryin naar glycerol en vetzuren (butyraat) → troebelheid van het medium verdwijnt lokaal, vorming van een heldere zone rond de kolonie
Afwezigheid van lipase→ medium blijft troebel
Polysaccharide synthese test
De test gaat na of een bacterie uit sucrose (saccharose) polysacchariden kan vormen door bvb. de aanwezigheid van oa. glucosyltransferasen
De bacterie wordt geïncubeerd met sucrose dat bij aanwezigheid van oa. glucosyltransferasen wordt omgezet naar extracellulaire polysacchariden
Aanwezigheid van oa. glucosyltransferasen → productie van extracellulaire polysacchariden uit sucrose → vorming van een plakkerige slijmerige massa rond de kolonie
Afwezigheid van enzymen die polysacchariden kunnen produceren uit sucrose → geen plakkerige slijmerige massa rond de kolonie
ONPG test
De test gaat na of een bacterie bèta-galactosidase bevat
Het substraat O-nitrofenyl-bèta-D-galactopyranoside (ONPG) wordt door bèta-galactosidase gesplitst naar galactose en o-nitrofenol (gele kleur)
Aanwezigheid van bèta-galactosidase → splitsing van ONPG naar galactose en o-nitrofenol → gele verkleuring
Afwezigheid van bèta-galactosidase → geen kleurverandering
Pyrrolidonase-test (PYR-test)
De test gaat na of een bacterie pyrrolidonyl-arylamidase (PYR) bevat
Het substraat bevat een pyrollidonylgroep wordt door pyrrolidonyl-arylamidase gehydrolyseerd
Aanwezigheid van pyrrolidonyl-arylamidase → hydrolyse → vrijgave molecule (bèta-naftylamide) dat reageert met specifiek reagens (DMACA) → kleurreactie → rood-roze verkleuring
Afwezigheid van pyrrolidonyl-arylamidase → geen kleurreactie
CAMP-test
Streptococcus agalactiae produceert een CAMP-factor dat de werking van het bèta-hemolysine van Staphyloccus aureus versterkt
Schapenbloedagar → streepenting met Staphylococcus aureus
Loodrecht hierop → streepenting met staal dat vermoedelijk Streptococcus agalactiae bevat (strepen mogen elkaar niet raken)
Verhoogde CO2-incubatie 18-24 uur
Driehoekige zone van versterkte bèta-hemolyse met de punt naar de entingslijn van de stafylokok gericht (versterken elkaars hemolyse)
