Ouderenpsychologie HC 1 - ouder worden, ouderenzorg en sociale aspecten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:43 PM on 5/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Gerontologie

Studie van het ouder worden en de ouderdom: lichamelijk, psychologisch, sociaal & existentieel.

2
New cards

Ouderenpsychologie

Studie van de psychologische fenomenen bij het ouder worden en de ouderdom: gedrag, emoties, cognitie en competenties.

3
New cards

Klinische ouderenpsychologie

Past psychodiagnostiek en psychotherapeutische behandelingen toe bij ouderen met psychische klachten en stoornissen.

4
New cards

Waarom is leeftijd subjectief? (men is zo oud als men zich voelt)

Er is variatie in bijvoorbeeld: • Biologische leeftijd • Lichamelijke en mentale gezondheid • Temperament en persoonlijkheid • Levensgeschiedenissen • Cohortverschillen (omstandigheden van opgroeien) • Activiteit en sociale integratie • Familiale toestand • Culturele en religieuze achtergronden etc.

5
New cards

Vier levensfasen

  1. Van baby tot adolescent 2. Volwassenheid (werken en kinderen krijgen) 3. Gepensioneerd (stoppen met werken betekent niet dat je niets meer kan: vrijwilligerswerk, mantelzorg, oppassen) 4. Beperkingen (afhankelijk van zorg).
6
New cards

Positieve gezondheid

Het vermogen om te gaan met lichamelijke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven.

7
New cards

Ageism of leeftijdsdiscriminatie volgens Butler

Een vooroordeel van de ene leeftijdsgroep naar de andere. Het is een proces van systematische stereotypering en discriminatie tegen mensen omdat ze oud zijn, net zoals racisme en seksisme dit doen voor kleur en geslacht. Zowel positief als negatief.

8
New cards

Waarom is een nieuwe definitie van leeftijdsdiscriminatie noodzakelijk?

• Leeftijd is ook een sociaal construct • Creëert een wij-zijgevoel • Vergelijking met racisme en seksisme klopt niet (je weet niet hoe het is om de andere kenmerken te hebben en zal dit ook nooit meemaken, maar we worden wel allemaal ouder) • Nodigt uit tot stereotypering, bijvoorbeeld door het woord elderly • Doet geen recht aan de complexiteit van het concept.

9
New cards

Kenmerken voor nieuwe definitie leeftijd

• Cognitieve (stereotypen), affectieve (vooroordelen) en gedragscomponenten (discriminatie) • Positieve (sageïsme: ouderen zijn wijzer omdat ze langer leven ten opzichte van jongeren) en negatieve aspecten • Bewust en onbewust (automatisch uiten van stereotypen en vooroordelen) • Diverse niveaus: micro (individueel en interpersoonlijk), meso (binnen sociale netwerken), macro (intentioneel en cultureel, bijvoorbeeld verplichte pensioenleeftijd).

10
New cards

Sageïsme

Een voorbeeld van positieve stereotypering is de perceptie dat ouderen automatisch meer wijsheid bezitten omdat ze langer hebben geleefd dan jongere mensen. Dit wordt sageïsme genoemd.

11
New cards

New ageism en pitying positive

Positief vooroordeel kan ook resulteren in negatieve effecten, zoals compassionate stereotypes, new ageism en pitying positive, die wijzen op buitensporige negatieve percepties van afhankelijkheid van ouderen en hun behoefte aan hulp. Dit kan resulteren in mededogen, maar ook in buitensporige zorg, betutteling en pacificatie van veel ouderen.

12
New cards

Ontgroening

Het aandeel jongeren wordt kleiner.

13
New cards

Vergrijzing

Het aandeel ouderen wordt groter.

14
New cards

Dubbele vergrijzing

Groter aandeel hoogouderen.

15
New cards

Grijze druk

Verhouding tussen 65+ en beroepsbevolking wordt ongunstiger, minder mensen moeten voor meer mensen zorgen.

16
New cards

Oldest Old Support Ratio

Hoeveel mensen potentieel in staat zijn om mantelzorg te verlenen: 85+/50-75.

17
New cards

Op welke drieslag wordt WOZO (programma wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen) ingezet?

  1. Zelf als het kan: zelf de regie, reablement (kijken naar wat iemand zelf kan in plaats van overnemen), intramuraal (naar verpleeghuis) alleen in uiterste geval. 2. Thuis als het kan: thuis voelen, sociaal netwerk activeren, passende woning in eigen stimulerende omgeving. 3. Digitaal als het kan: ondersteuning en zorg digitaal voor zelfstandigheid en kwaliteit van leven.
18
New cards

Hoe wordt er vanuit WOZO aandacht besteed aan de laatste levensfase?

Voorbereiden op kwetsbaarheid, advanced care planning (doelen van zorg en behandelen bespreken) en spreken over levenseinde.

19
New cards

Vijf actielijnen WOZO

  1. Samen vitaal oud worden: ouderen houden regie, omzien naar elkaar, voorbereiden op het ouder worden, indien nodig passende ondersteuning. 2. Sterke basiszorg voor ouderen: samenwerking binnen basiszorg, tussen medisch en sociaal domein, tussen zorgverzekeringswet en wet langdurige zorg. 3. Passende Wlz-zorg. 4. Wonen en zorg voor ouderen: geschikte woningen en omgeving. 5. Arbeidsmarkt en innovatie: behoud van zorgprofessionals, innovatie voor arbeidsbesparing inclusief technologie, mensgerichte zorg, mantelzorgers zien en ondersteunen.
20
New cards

Verschil sociale isolatie en eenzaamheid

• Sociale isolatie: meer objectief, geen of een heel klein aantal betekenisvolle relaties, geen vangnet. • Eenzaamheid: subjectief, onplezierig of ontoelaatbaar ervaren discrepantie tussen de gerealiseerde en gewenste relaties.

21
New cards

Verschil emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid

• Emotionele eenzaamheid: ontbreken van vertrouwelijk contact, mensen bij wie je je verhaal kwijt kan en die met je meedenken en waarmee je verbinding voelt. • Sociale eenzaamheid: gaat meer over het missen van een netwerk en gezelligheid, niet per se diepgang.

22
New cards

Wat voor interventies kunnen worden ingezet op eenzaamheid?

  1. Relatienetwerk verbeteren: meer relaties aangaan en de kwaliteit verbeteren. 2. Standaardverlaging: veranderen van wensen en behoeften in relaties. 3. Andere betekenis geven aan de situatie.
23
New cards

Verschil tussen mantelzorg en vrijwilligerswerk

• Mantelzorg: wordt niet gedaan als beroep (niet vrijwillig), maar omdat iemand uit de directe omgeving hulpbehoevend is. • Vrijwilligerswerk: vrijwillig, werk en activiteiten zijn aantrekkelijk.

24
New cards

Informele zorg

Mantelzorg + vrijwilligerswerk.

25
New cards

3 fasen van het mantelzorgproces

  1. Roladaptatie: jezelf erkennen als mantelzorger. 2. Roluitvoering: kijken wat er nodig is en dat aanpakken. 3. Uiteindelijk uit handen geven in verband met overbelasting.
26
New cards

Waar bestaan interventies voor mantelzorgers over het algemeen uit?

  1. Informatie geven 2. Vaardigheden leren 3. Steunsysteem versterken.
27
New cards

Waar bestaan psychologische interventies uit?

• Psycho-educatie • Psychotherapie, zoals CGT (disfunctionele gedachten ombuigen naar helpende gedachten) en ACT (accepteren van de situatie) • Ondersteuningsgroepen • E-health.

28
New cards

Wanneer is men oud?

De meest eenvoudige afbakening is de pensioenleeftijd, waarbij er sprake is van heterogeniteit: sommige werken door tot 70, anderen pensioneren eerder.

29
New cards

Reciprociteit

Mate waarin het geven en ontvangen van steun met elkaar in balans zijn. Bij ouderen is vaak de instrumentele steun uit balans.

30
New cards

Theorieën over netwerkveranderingen

• Konvooimodel: benadrukt de invloed van levensgebeurtenissen (zoals werk of verhuizing) op relaties. • Socio-emotional selectivity theory: stelt dat ouderen zich steeds meer richten op betekenisvolle relaties met een emotionele waarde, waarbij het verkrijgen van emotionele steun en geborgenheid centraal staan. Hierdoor wordt het netwerk klein