L8 T-cel receptoren

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

genen TCR schema, schema TCR-CD3 complex, AANVULLEN (genen)

Last updated 3:42 PM on 4/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards

wat doen T-celreceptoren?

herkennen specifiek vreemde epitopen met behulp van lichaamseigen MHC moleculen

2
New cards

leg het experiment uit dat aantoont dat T-celreceptoren specifiek vreemde epitopen herkennen met behulp van lichaamseigen MHC moleculen

  1. situatie 1

    1. TCR

    2. eigen MHC

    3. viraal peptide A

    4. → doden

  1. situatie 2

    1. TCR

    2. eigen MHC

    3. viraal peptide B

    4. → niet doden

  1. situatie 3:

    1. TCR

    2. niet-eigen MHC

    3. viraal peptide A

    4. → niet doden

→ hebben TCR, eigen MHC, én antigen waartegen TCR gericht is nodig voor herkennen van vreemde epitopen

<ol><li><p>situatie 1</p><ol><li><p>TCR</p></li><li><p>eigen MHC</p></li><li><p>viraal peptide A</p></li><li><p>→ doden</p></li></ol></li></ol><p></p><ol start="2"><li><p>situatie 2</p><ol><li><p>TCR</p></li><li><p>eigen MHC</p></li><li><p>viraal peptide B</p></li><li><p>→ niet doden</p></li></ol></li></ol><p></p><ol start="3"><li><p>situatie 3:</p><ol><li><p>TCR</p></li><li><p>niet-eigen MHC</p></li><li><p>viraal peptide A</p></li><li><p>→ niet doden</p></li></ol></li></ol><p>→ hebben TCR, eigen MHC, én antigen waartegen TCR gericht is nodig voor herkennen van vreemde epitopen</p>
3
New cards

leg het experiment uit waarbij ze de genen specifiek voor T-cellen/T-celreceptoren hebben geïdentificeerd

receptoren moeilijker te identificeren: zitten op celmembraan, hebben intact celmembraan nodig om correcte werking waar te nemen etc → drm dmv RNA:

  1. mRNA isoleren uit T- en B-cellen

  2. mRNA uit T-cellen (vooral membraangebonden) → omzetten naar cDNA (reverse transcriptase)

  3. cDNA T-cellen hybridiseren met mRNA B-cellen

  4. gedeelde sequenties hybridiseren → verwijderen

  5. overblijvende cDNA = T-cel-specifiek (→ bevat TCR-genen)

  6. cDNA gebruiken als probes in southern blot

    1. verschillende banden duiden op verschillende lengtes van DNA

    2. → zijn in verschillende klones verschillende banden

    3. → bewijst genherschikking: elke klone heeft eigen TCR

<p>receptoren moeilijker te identificeren: zitten op celmembraan, hebben intact celmembraan nodig om correcte werking waar te nemen etc → drm dmv RNA:</p><ol><li><p>mRNA isoleren uit T- en B-cellen</p></li><li><p>mRNA uit T-cellen (vooral membraangebonden) → omzetten naar cDNA (reverse transcriptase)</p></li><li><p>cDNA T-cellen hybridiseren met mRNA B-cellen</p></li><li><p>gedeelde sequenties hybridiseren → verwijderen</p></li><li><p>overblijvende cDNA = T-cel-specifiek (→ bevat TCR-genen)</p></li><li><p>cDNA gebruiken als probes in southern blot</p><ol><li><p>verschillende banden duiden op verschillende lengtes van DNA</p></li><li><p>→ zijn in verschillende klones verschillende banden</p></li><li><p>→ bewijst genherschikking: elke klone heeft eigen TCR</p></li></ol></li></ol><p></p>
4
New cards

wat is cDNA?

synthetisch DNA aangemaakt in labo obv mRNA met behulp van het enzym reverse transcriptase, bevat enkel coderende sequenties (dus enkel exonen, geen intronen)

5
New cards

hoe werkt southern blotting?

  1. DNA gel elektroforese → DNA scheiden obv grootte

  2. DNA denatureren → ssDNA

  3. ssDNA naar blotting membraan → ssDNA kunnen niet meer bewegen

  4. gemerkte sequentie toevoegen, complementair aan gezochte sequentie (=probe)

  5. indien gezochte sequentie aanwezig is → hybridiseren

  6. ongehybridiseerde probes wegwassen

  7. → dmv merker zien we waar WEL gehybridiseerd is

6
New cards

wat is de structuur van een TCR?

  1. heterodimeren: 2 peptidenketens → behoren tot immunoglobuline superfamilie

    1. alfa + bèta (>90%)

    2. delta + gamma (minderheid)

  2. elke keten 2 domeinen

    1. constant domein

    2. variabel domein

  3. elke keten verankerd in celmembraan + stukje cytoplasmatische staart

<ol><li><p>heterodimeren: 2 peptidenketens → behoren tot immunoglobuline superfamilie</p><ol><li><p>alfa + bèta (&gt;90%)</p></li><li><p>delta + gamma (minderheid)</p></li></ol></li><li><p>elke keten 2 domeinen</p><ol><li><p>constant domein</p></li><li><p>variabel domein</p></li></ol></li><li><p>elke keten verankerd in celmembraan + stukje cytoplasmatische staart</p></li></ol><p></p>
7
New cards

welke soorten TCR zijn er?

  1. αβ T-celreceptoren (>90%)

  2. δγ T-celreceptoren (minderheid)

8
New cards

wat is het verschil tussen de 2 soorten TCR?

verschil in hoek tussen het variabele en constante domein:

  1. αβ TCR: grotere hoek

  2. δγ TCR: kleinere hoek

<p>verschil in hoek tussen het variabele en constante domein: </p><ol><li><p>αβ TCR: grotere hoek</p></li><li><p>δγ TCR: kleinere hoek</p></li></ol><p></p>
9
New cards

wat voor antigenen kan de δγ TCR herkennen?

  1. lipide antigenen

  2. glycolipide antigenen

→ vaak aanwezig thv mucosa/slijmvlies

10
New cards

waar zijn δγ TCR vaak aanwezig?

thv mucosa

11
New cards

aanv reorganisatie

12
New cards

aanv reorganisatie

13
New cards

aanv reorganisatie

14
New cards

aanv reorganisatie

15
New cards

aanv reorganisatie

16
New cards

aanv mech diversiteit verhogen

17
New cards

aanv mechanismen diversiteit verhogen

18
New cards

aanv mechanismen diversiteit verhogen

19
New cards

is enkel TCR genoeg voor signaaltransductie?

nee, daarom: TCR-CD3 complex:

  1. TCR: alfa+bèta (of soms delta+gamma)

  2. CD3 = eiwit rond TCR, bestaat uit 6 peptidenketens die 1 complex vormen → lange cytoplasmatische staarten, zorgen voor signaaltransductie

    1. γε

    2. εδ

    3. ζζ → ITAM (Immunoreceptor Tyrosine Activation Motifs)

<p>nee, daarom: TCR-CD3 complex:</p><ol><li><p>TCR: alfa+bèta (of soms delta+gamma)</p></li><li><p>CD3 = eiwit rond TCR, bestaat uit 6 peptidenketens die 1 complex vormen → lange cytoplasmatische staarten, zorgen voor signaaltransductie</p><ol><li><p><span>γε</span></p></li><li><p><span>εδ</span></p></li><li><p><span>ζζ → ITAM (Immunoreceptor Tyrosine Activation Motifs)</span></p></li></ol></li></ol><p></p><p></p>
20
New cards

wat is CD3?

  1. eiwit dat rond TCR zit, vormen samen TCR-CD3 complex

  2. bestaat uit 6 peptidenketens (3 dimeren)

    1. γε

    2. εδ

    3. ζζ → ITAM

  3. hebben lange cytoplasmatische staarten → zorgen voor signaaltransductie

21
New cards

wat doen T-cell accessory moleculen?

assisteren in signaaltransductie via T celreceptoren

22
New cards

welke verschillen T-cell accessory moleculen zijn er?

  1. CD4

  2. CD8

  3. CD2 (LFA-2)

  4. CD28

  5. CTLA-4

  6. CD45R

  7. CD5

(zie schema voor functie en liganden!!!!!)

<ol><li><p>CD4</p></li><li><p>CD8</p></li><li><p>CD2 (LFA-2)</p></li><li><p>CD28</p></li><li><p>CTLA-4</p></li><li><p>CD45R</p></li><li><p>CD5</p></li></ol><p><em>(zie schema voor functie en liganden!!!!!)</em></p>
23
New cards

ligand CD4?

MHCII

24
New cards

ligand CD8?

MHCI

25
New cards

ligand CD2 (LFA-2)

CD58 (LFA-3)

26
New cards

ligand CD28

CD80/CD86/B7

27
New cards

ligand CTLA-4

CD80/CD86/B7

28
New cards

CD45R

CD22

29
New cards

CD5

CD72

30
New cards

functie CD4

  1. = deel vd immunoglobuline superfamilie

  2. adhesie

  3. signaaltransductie

→ bindt aan MHCII

31
New cards

functie CD8

  1. = deel vd immunoglobuline superfamilie

  2. adhesie

  3. signaaltransductie

→ bindt aan MHCI

32
New cards

functie CD2 (LFA-2)

  1. = deel vd immunoglobuline superfamilie

  2. adhesie

  3. signaaltransductie

→ bindt aan CD58 (LFA-3)

33
New cards

functie CD28

  1. = deel vd immunoglobuline superfamilie

  2. (adhesie?)

  3. signaaltransductie

→ bindt aan CD80/CD86/B7

34
New cards

functie CTLA-4

  1. (adhesie?)

  2. signaaltransductie

→ bindt aan CD80/CD86/B7

35
New cards

functie CD45R

  1. = deel vd immunoglobuline superfamilie

  2. adhesie

  3. signaaltransductie

→ bindt aan CD22

36
New cards

functie CD5

  1. (adhesie?)

  2. signaaltransductie

→ bindt aan CD5

37
New cards

wat is de structuur van CD4?

  1. = glycoproteïne op T helper cellen → interageren met MHCII

  2. 4 domeinen, lijken op immunoglobulinen

  3. transmembranair deel

  4. cytoplasmatische staart

<ol><li><p>= glycoproteïne op T helper cellen → interageren met MHCII</p></li><li><p>4 domeinen, lijken op immunoglobulinen</p></li><li><p>transmembranair deel</p></li><li><p>cytoplasmatische staart</p></li></ol><p></p>
38
New cards

wat is de structuur van CD8?

  1. = glycoproteïne op cytotoxische T cellen → interageren met MHCI

  2. 2 peptidenketens die heterodimeer vormen: alfa + bèta → behoren tot immunoglobuline superfamilie

  3. elke keten verankerd in membraan (transmembranair deel)

  4. cytoplasmatische staarten

<ol><li><p>= glycoproteïne op cytotoxische T cellen → interageren met MHCI</p></li><li><p>2 peptidenketens die heterodimeer vormen: alfa + bèta → behoren tot immunoglobuline superfamilie</p></li><li><p>elke keten verankerd in membraan (transmembranair deel)</p></li><li><p>cytoplasmatische staarten</p></li></ol><p></p>
39
New cards

hoe is de binding tussen gepresenteerde antigenen en TCR?

zwakke interacties → drm vorming van immunologische synaps om T cel toch te kunnen activeren

40
New cards

hoe wordt de interactie tussen TCR en antigen versterkt?

door interacties tussen membraangebonden receptoren: adhesiemoleculen, costimulatorische factoren, etc

  1. CD2 + LFA-3

  2. LFA-1 + ICAM1

  3. CD45R + CD22

  4. CD28 + B7/CD80/CD86

<p>door interacties tussen membraangebonden receptoren: adhesiemoleculen, costimulatorische factoren, etc</p><ol><li><p>CD2 + LFA-3</p></li><li><p>LFA-1 + ICAM1</p></li><li><p>CD45R + CD22</p></li><li><p>CD28 + B7/CD80/CD86</p></li></ol><p></p>