1/39
genen TCR schema, schema TCR-CD3 complex, AANVULLEN (genen)
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wat doen T-celreceptoren?
herkennen specifiek vreemde epitopen met behulp van lichaamseigen MHC moleculen
leg het experiment uit dat aantoont dat T-celreceptoren specifiek vreemde epitopen herkennen met behulp van lichaamseigen MHC moleculen
situatie 1
TCR
eigen MHC
viraal peptide A
→ doden
situatie 2
TCR
eigen MHC
viraal peptide B
→ niet doden
situatie 3:
TCR
niet-eigen MHC
viraal peptide A
→ niet doden
→ hebben TCR, eigen MHC, én antigen waartegen TCR gericht is nodig voor herkennen van vreemde epitopen

leg het experiment uit waarbij ze de genen specifiek voor T-cellen/T-celreceptoren hebben geïdentificeerd
receptoren moeilijker te identificeren: zitten op celmembraan, hebben intact celmembraan nodig om correcte werking waar te nemen etc → drm dmv RNA:
mRNA isoleren uit T- en B-cellen
mRNA uit T-cellen (vooral membraangebonden) → omzetten naar cDNA (reverse transcriptase)
cDNA T-cellen hybridiseren met mRNA B-cellen
gedeelde sequenties hybridiseren → verwijderen
overblijvende cDNA = T-cel-specifiek (→ bevat TCR-genen)
cDNA gebruiken als probes in southern blot
verschillende banden duiden op verschillende lengtes van DNA
→ zijn in verschillende klones verschillende banden
→ bewijst genherschikking: elke klone heeft eigen TCR

wat is cDNA?
synthetisch DNA aangemaakt in labo obv mRNA met behulp van het enzym reverse transcriptase, bevat enkel coderende sequenties (dus enkel exonen, geen intronen)
hoe werkt southern blotting?
DNA gel elektroforese → DNA scheiden obv grootte
DNA denatureren → ssDNA
ssDNA naar blotting membraan → ssDNA kunnen niet meer bewegen
gemerkte sequentie toevoegen, complementair aan gezochte sequentie (=probe)
indien gezochte sequentie aanwezig is → hybridiseren
ongehybridiseerde probes wegwassen
→ dmv merker zien we waar WEL gehybridiseerd is
wat is de structuur van een TCR?
heterodimeren: 2 peptidenketens → behoren tot immunoglobuline superfamilie
alfa + bèta (>90%)
delta + gamma (minderheid)
elke keten 2 domeinen
constant domein
variabel domein
elke keten verankerd in celmembraan + stukje cytoplasmatische staart

welke soorten TCR zijn er?
αβ T-celreceptoren (>90%)
δγ T-celreceptoren (minderheid)
wat is het verschil tussen de 2 soorten TCR?
verschil in hoek tussen het variabele en constante domein:
αβ TCR: grotere hoek
δγ TCR: kleinere hoek

wat voor antigenen kan de δγ TCR herkennen?
lipide antigenen
glycolipide antigenen
→ vaak aanwezig thv mucosa/slijmvlies
waar zijn δγ TCR vaak aanwezig?
thv mucosa
aanv reorganisatie
aanv reorganisatie
aanv reorganisatie
aanv reorganisatie
aanv reorganisatie
aanv mech diversiteit verhogen
aanv mechanismen diversiteit verhogen
aanv mechanismen diversiteit verhogen
is enkel TCR genoeg voor signaaltransductie?
nee, daarom: TCR-CD3 complex:
TCR: alfa+bèta (of soms delta+gamma)
CD3 = eiwit rond TCR, bestaat uit 6 peptidenketens die 1 complex vormen → lange cytoplasmatische staarten, zorgen voor signaaltransductie
γε
εδ
ζζ → ITAM (Immunoreceptor Tyrosine Activation Motifs)

wat is CD3?
eiwit dat rond TCR zit, vormen samen TCR-CD3 complex
bestaat uit 6 peptidenketens (3 dimeren)
γε
εδ
ζζ → ITAM
hebben lange cytoplasmatische staarten → zorgen voor signaaltransductie
wat doen T-cell accessory moleculen?
assisteren in signaaltransductie via T celreceptoren
welke verschillen T-cell accessory moleculen zijn er?
CD4
CD8
CD2 (LFA-2)
CD28
CTLA-4
CD45R
CD5
(zie schema voor functie en liganden!!!!!)

ligand CD4?
MHCII
ligand CD8?
MHCI
ligand CD2 (LFA-2)
CD58 (LFA-3)
ligand CD28
CD80/CD86/B7
ligand CTLA-4
CD80/CD86/B7
CD45R
CD22
CD5
CD72
functie CD4
= deel vd immunoglobuline superfamilie
adhesie
signaaltransductie
→ bindt aan MHCII
functie CD8
= deel vd immunoglobuline superfamilie
adhesie
signaaltransductie
→ bindt aan MHCI
functie CD2 (LFA-2)
= deel vd immunoglobuline superfamilie
adhesie
signaaltransductie
→ bindt aan CD58 (LFA-3)
functie CD28
= deel vd immunoglobuline superfamilie
(adhesie?)
signaaltransductie
→ bindt aan CD80/CD86/B7
functie CTLA-4
(adhesie?)
signaaltransductie
→ bindt aan CD80/CD86/B7
functie CD45R
= deel vd immunoglobuline superfamilie
adhesie
signaaltransductie
→ bindt aan CD22
functie CD5
(adhesie?)
signaaltransductie
→ bindt aan CD5
wat is de structuur van CD4?
= glycoproteïne op T helper cellen → interageren met MHCII
4 domeinen, lijken op immunoglobulinen
transmembranair deel
cytoplasmatische staart

wat is de structuur van CD8?
= glycoproteïne op cytotoxische T cellen → interageren met MHCI
2 peptidenketens die heterodimeer vormen: alfa + bèta → behoren tot immunoglobuline superfamilie
elke keten verankerd in membraan (transmembranair deel)
cytoplasmatische staarten

hoe is de binding tussen gepresenteerde antigenen en TCR?
zwakke interacties → drm vorming van immunologische synaps om T cel toch te kunnen activeren
hoe wordt de interactie tussen TCR en antigen versterkt?
door interacties tussen membraangebonden receptoren: adhesiemoleculen, costimulatorische factoren, etc
CD2 + LFA-3
LFA-1 + ICAM1
CD45R + CD22
CD28 + B7/CD80/CD86
