Flashcards Familiaal Vermogensrecht (KU Leuven)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de kernbegrippen van het Familiaal Vermogensrecht, inclusief huwelijksstelsels, erfrecht, giften en testamenten, gebaseerd op de colleges van A.-L. Verbeke.

Last updated 1:34 PM on 5/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

29 Terms

1
New cards

Wettelijk stelsel

Het huwelijksvermogensstelsel (stelsel van gemeenschap van aanwinsten) dat automatisch van kracht is vanaf de voltrekking van het huwelijk als er geen huwelijkscontract is gesloten.

2
New cards

Eigen vermogen (EV)

In het wettelijk stelsel bestaat dit uit goederen die men al bezat voor het huwelijk en goederen die men tijdens het huwelijk verkrijgt via erfenis of schenking.

3
New cards

Gemeenschappelijk vermogen (GV)

In het wettelijk stelsel omvat dit alle aanwinsten (zoals inkomsten uit arbeid) die tijdens het huwelijk worden verworven.

4
New cards

Praesumptio communis

Het wettelijke vermoeden dat alle goederen en schulden van echtgenoten gemeenschappelijk zijn, tenzij het eigen karakter met dubbel bewijs (oorsprong en financiering) wordt aangetoond.

5
New cards

Pars major-principe

Een regel bij zaakvervanging waarbij het statuut van een nieuw goed wordt bepaald door het vermogen (EV of GV) dat meer dan de helft van de prijs heeft gefinancierd.

6
New cards

Belegging en wederbelegging

De procedure waarbij een echtgenoot een goed verwerft met eigen gelden of de opbrengst van een vervreemd eigen goed, waardoor het nieuwe goed ook een eigen statuut krijgt.

7
New cards

Titres et finances

Het onderscheid waarbij bepaalde rechten persoonlijk zijn (titel), maar de vermogenswaarde ervan tot de huwgemeenschap behoort (finances), zoals bij cliënteel of beroepsgoederen.

8
New cards

Contributio

De regeling tussen echtgenoten onderling die bepaalt welk vermogen (het eigen of het gemeenschappelijke) definitief de last van een schuld moet dragen.

9
New cards

Obligatio

Het verhaalsrecht van schuldeisers, oftewel de vraag op welke vermogens zij beslag kunnen leggen voor de betaling van een schuld.

10
New cards

Concurrentieel bestuur

De basisregel in het wettelijk stelsel waarbij elke echtgenoot alleen bestuursdaden over het gemeenschappelijk vermogen mag stellen; wie eerst handelt, krijgt voorrang.

11
New cards

Valkeniers-clausule

Een beding in een huwelijkscontract (art. 2.3.2 BW) waarbij echtgenoten met kinderen uit een vorige relatie afspraken maken over de beperking of ontneming van elkaars erfrechten.

12
New cards

Anticipatieve inbreng

Een verklaring in een aankoopakte waarbij samenwonende partners aangeven dat een goed dat zij in onverdeeldheid kopen, bij een later huwelijk in hun gemeenschappelijk vermogen zal vallen.

13
New cards

Verrekenbeding van aanwinsten

Een contractuele correctie in een stelsel van scheiding van goederen waarbij echtgenoten bij ontbinding de tijdens het huwelijk opgebouwde aanwinsten met elkaar verrekenen.

14
New cards

Saisine

Het recht waarbij wettelijke erfgerechtigden bij het overlijden van de erflater onmiddellijk en van rechtswege in het juridisch bezit van de nalatenschap treden.

15
New cards

Onwaardigheid (om te erven)

De wettelijke uitsluiting van een erfgenaam die schuldig is bevonden aan zware feiten tegen de erflater, zoals het opzettelijk veroorzaken van diens dood.

16
New cards

Plaatsvervulling

Het mechanisme waarbij de afstammelingen van een vooroverleden of onwaardige erfgenaam diens plaats innemen in de wettelijke erfopvolging.

17
New cards

Kloving

De opsplitsing van de nalatenschap in een vaderlijke en een moederlijke lijn wanneer de overledene geen afstammelingen of bevoorrechte zijverwanten nalaat.

18
New cards

Assepoesterregel

De bepaling (art. 203 §3 OBW) waarbij stiefkinderen van de langstlevende echtgenoot onderhoud, opvoeding en opleiding kunnen vorderen.

19
New cards

Erfrechtelijk vruchtgebruik

Het wettelijke recht van de langstlevende echtgenoot op het vruchtgebruik van de gehele of een deel van de nalatenschap van de overleden partner.

20
New cards

Instant verouderings-regel

Een fictie bij de omzetting van vruchtgebruik waarbij de langstlevende echtgenoot geacht wordt minstens 20 jaar ouder te zijn dan de oudste afstammeling van de erflater.

21
New cards

Handgift

Een zakelijk contract waarbij een schenking van lichamelijke roerende goederen tot stand komt door de loutere materiële overhandiging van de zaak.

22
New cards

Bankgift

Een onrechtstreekse schenking die wordt uitgevoerd via een bankoverschrijving van de schenker naar de begiftigde.

23
New cards

Testament

Een eenzijdige, persoonlijke en herroepelijke akte waarbij een persoon beschikt over zijn goederen voor de tijd na zijn overlijden.

24
New cards

Fideïcommis de residuo (restlegaat)

Een tweetrapslegaat waarbij de erflater bepaalt dat wat een eerste begiftigde (de bezwaarde) bij overlijden overlaat van het legaat, naar een tweede begiftigde (de verwachter) gaat.

25
New cards

Globale erfovereenkomst (familiepact)

Een notariële overeenkomst tussen ouders en al hun kinderen om een regeling te treffen voor de verdeling van de nalatenschap en de waardering van eerdere schenkingen.

26
New cards

De reserve

Het dwingend door de wet voorbehouden deel van de nalatenschap waarover de erflater niet vrij mag beschikken ten nadele van zijn kinderen of langstlevende echtgenoot.

27
New cards

Inkorting

De vordering die reservataire erfgenamen kunnen instellen om giften of legaten te verminderen die hun wettelijke minimumdeel (reserve) aantasten.

28
New cards

Inbreng (van giften)

Het systeem waarbij erfgenamen in de rechte lijn hun ontvangen schenkingen bij de verdeling van de nalatenschap moeten verrekenen om de gelijkheid te herstellen.

29
New cards

Fictieve massa

De theoretische basis voor de berekening van de reserve en het beschikbaar deel, gevormd door de bestaande goederen min de schulden plus alle gedane schenkingen.