Geschiedenis 4 - alles - V2

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/814

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:52 PM on 5/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

815 Terms

1
New cards

Wie definieerde de inhoud van 'Verlichting' aan het einde van de 18e eeuw?

Immanuel Kant

2
New cards

Wat is Kants motto van de Verlichting?

Sapere aude! (Durf je eigen verstand te gebruiken)

3
New cards

Wat betekent Kants formule over de Aufklärung?

De mens is zelf schuldig aan zijn eigen onmondigheid, hij durft zijn verstand niet zelfstandig te gebruiken

4
New cards

Onder welke twee begrippen vat men Kants uitspraak over de Verlichting?

Emancipatie en rationaliteit

5
New cards

Naar welke historische periode verwijst 'emancipatie' in de Verlichting?

De Renaissance

6
New cards

Naar welke historische gebeurtenis verwijst 'rationaliteit' in de Verlichting?

De wetenschappelijke revolutie

7
New cards

Waarvoor staat John Locke bekend in de context van de Verlichting?

  • Hij paste natuurwetenschappelijke methodes toe op de menselijke samenleving

  • Verdedigde de Glorious Revolution

8
New cards

Wat bedoelde Locke met de vergelijking van de menselijke geest met een 'onbeschreven stuk papier'?

De mens wordt gevormd door zintuiglijke waarnemingen (tabula rasa)

9
New cards

Van welke methode was Locke een aanhanger, en op welk domein paste hij ze toe?

  • De empirisch-inductieve methode van Bacon

  • Toegepast op de opvoedkunde.

10
New cards

Waarom was de Verlichting een keerpunt in het denken over de mens?

  • Voordien dacht men dat de mens slecht was

  • De Verlichting bracht optimisme over de toekomst van mens en maatschappij.

11
New cards

Wat betekent 'Aufklärung'?

Het Duitse woord voor Verlichting

12
New cards

Wat was de Glorious Revolution?

  • Een Engelse revolutie waarbij het parlement de macht kreeg over de koning (1688).

  • Locke verdedigde deze omwenteling

13
New cards

Wat betekent 'Sapere aude'?

Latijn voor 'durf te weten'. Kants oproep om je eigen verstand te gebruiken

14
New cards

Wat was de derde achtergrond van de Verlichting, naast de Renaissance en de wetenschappelijke revolutie?

De invloed van informatie over de buiten-Europese wereld

15
New cards

Wat betekent 'afwijkende waardepatronen'?

Andere normen en waarden dan de eigen cultuur → de kennismaking ermee leidde tot een cultuurschok

16
New cards

Welke relativerende conclusie trok Montaigne uit de wetenschap?

In bepaalde culturen werd kannibalisme als volkomen acceptabel beschouwd, dat geeft ons geen reden tot morele verontwaardiging

17
New cards

Wat deed Montesquieu in zijn Lettres Persanes?

Hij liet twee Perzen door Europa reizen en hun ervaringen neerschrijven, wat leidde tot zelfkritiek op Europa

18
New cards

Wat is het concept van de 'edele wilde'?

Het idee dat volkeren dicht bij de natuur een zuivere, natuurlijke moraal bezitten die Europa kan inspireren

19
New cards

Wat was Thomas Hobbes zijn visie op de mens?

De mens was zondig en moest in bedwang gehouden worden door een staatshoofd met absoluut gezag.

20
New cards

Welke periode geldt als overgangstijd naar de Verlichting?

1685 tot 1715, deel van de regeringstijd van Lodewijk XIV

21
New cards

Wie was Pierre Bayle en wat was zijn belang?

Een uit Frankrijk gevluchte predikant, werkzaam in Rotterdam, en de belangrijkste vertegenwoordiger van de toenemende sceptsis

22
New cards

Wat betekent 'sceptsis' in de context van de Verlichting?

Twijfel aan traditionele autoriteiten, zowel wereldlijke als geestelijke

23
New cards

Wat was de Querelle des Anciens et des Modernes?

Een debat over de vraag of hedendaagse schrijvers en geleerden superieur of inferieur waren aan de klassieken, de 'modernen' wonnen.

24
New cards

Wat betekent het idee van 'vooruitgang' in de Verlichting?

Het geloof dat de mensheid en de samenleving voortdurend kunnen verbeteren.

25
New cards

Wat was het verschil in tijdsoriëntatie tussen de Renaissance en de Verlichting?

  • De Renaissance zocht normen in het verleden

  • De Verlichting oriënteerde zich op de toekomst

26
New cards

Waarom golden Locke en Newton als lichtende voorbeelden van de achttiende eeuw?

  • Locke vanwege zijn kentheoretische inzichten

  • Newton als schepper van een sluitend natuurwetenschappelijk wereldbeeld

27
New cards

Wie behoorde tot de eerste generatie van de Verlichting en waarom werd hij de eerste socioloog genoemd?

  • Montesquieu

  • Hij maakte een systematische analyse van allerlei maatschappijtypen

28
New cards

Welke denkers behoorden tot de tweede generatie van de Verlichting?

Voltaire, Rousseau, d'Alembert, Diderot en Hume

29
New cards

Welke denkers behoorden tot de derde generatie van de Verlichting?

De Schotten (o.a. Adam Smith) en de Duitsers (Lessing, Mendelssohn, Kant)

30
New cards

Hoe werden de ideeën van de Verlichting in Frankrijk verspreid?

Via

  • Diderots Encyclopédie

  • Academies

  • Vrijmetselaarsloges

31
New cards
<p>Wat was de belangrijkste functie van koffiehuizen in de Verlichting?</p>

Wat was de belangrijkste functie van koffiehuizen in de Verlichting?

Verspreiding van verlichte denkbeelden onder een breed publiek → toegang was vrij voor alle standen

32
New cards

Wat betekent 'kentheoretische inzichten'?

Inzichten over hoe de mens kennis verwerft en wat we kunnen weten.

33
New cards

Wat is een Vrijmetselaarsloge?

Een geheim genootschap dat in de Verlichting diende als plek waar verlichte ideeën werden gedeeld en verspreid.

34
New cards

Wat was het specifieke doelwit van Voltaire binnen de Verlichting in Frankrijk?

Het christelijk geloof in het algemeen en de katholieke kerk in het bijzonder.

35
New cards

Welk element valt op in het werk van Montesquieu, Diderot en Rousseau?

Het maatschappijkritische element

36
New cards

Hoe verschilde de Verlichting in protestantse landen van die in Frankrijk?

In protestantse landen gingen religie en filosofie vaak hand in hand, in plaats van tegenover elkaar te staan.

37
New cards

Waar richtten Schotse denkers zich op tijdens de Verlichting?

  • Ethiek

  • de plaats van de economie in de maatschappij

  • verbanden tussen ethiek, economie en maatschappelijke ontwikkeling

38
New cards

Welke vorsten raakten in de ban van de Verlichting in Centraal-Europa?

Frederik II, Jozef II en Catharina II

39
New cards

Wat betekent 'verlicht despotisme'?

Een regeringsvorm waarbij een absolute vorst verlichte ideeën toepast van bovenaf, zonder de macht af te staan aan het volk

40
New cards

Welke voorbeelden van mensenrechten worden genoemd?

  • Het recht op vrijheid

  • Het recht op geluk en het nastreven daarvan (zoals in de Declaration of Independence)

41
New cards

Wat is het 'natuurrecht'?

Het idee dat staat en maatschappij ingericht moeten worden volgens natuurlijke verhoudingen en wetten

42
New cards

Welke drie politieke stelsels onderscheidde Montesquieu?

  • De despotie

  • de monarchie

  • de republiek

43
New cards

Welke waarde hoort volgens Montesquieu bij elk politiek stelsel?

  • Republiek → deugd

  • Monarchie → eer,

  • Despotie → vrees

44
New cards

Wat bepaalde volgens Montesquieu welk politiek stelsel geschikt was voor een land?

De omvang van de staat en het klimaat van de regio.

45
New cards

Wat was het verschil tussen Frankrijk en Engeland qua staatsinrichting volgens Montesquieu?

  • In Frankrijk was de wetgevende en uitvoerende macht in één hand (absolute monarchie)

  • In Engeland waren ze formeel gescheiden.

46
New cards

Wat is het verschil tussen een 'descriptief' en een 'normatief' moment in Montesquieus analyse?

  • Descriptief = hij beschrijft hoe stelsels werken

  • Normatief = hij geeft impliciet aan hoe het zou moeten zijn (kritiek op Frankrijk)

47
New cards

Hoe was het volksonderwijs georganiseerd vóór de Verlichting?

Alle leeftijden in één lokaal, één onderwijzer zonder vakkennis.

48
New cards

Wat was een literaire salon in de 18e eeuw?

Een ontmoetingscentrum voor de sociale elite waar men ideeën uitwisselde en vrijer van mening kon wisselen dan aan het hof

49
New cards

Welke taak had de gastvrouw in een literaire salon?

  • De gasten selecteren

  • onderwerp van gesprek bepalen

50
New cards

Wat veranderde er met de salons na 1789?

Ze kregen een politieke kleuring.

51
New cards

Waarom brak Rousseau met de cultuurstijl van zijn collega-verlichters?

Hij verschilde vaak van mening met hen en vond hun levensstijl verderfelijk → hij predikte een terugkeer naar de natuur.

52
New cards

Wat is een 'hermitage'?

Een afgelegen, eenvoudige woning.

53
New cards

Wat is een 'abbé' in de context van de 18e-eeuwse salons?

Een geestelijke die vaak meer bezig was met sociale status en high-society dan met zijn religieuze roeping.

54
New cards

Wat is de 'trias politica'?

De scheiding der machten in drie (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht)

55
New cards

In welk document werd de leer van Montesquieu over de machtsscheiding verwerkt?

De Amerikaanse grondwet van 1787

56
New cards

Wat was het centrale begrip bij Rousseau, in tegenstelling tot Locke en Montesquieu?

  • De gelijkheidsgedachte

  • Bij Locke en Montesquieu stond vrijheidsgedachte centraal.

57
New cards

Wat is Rousseaus 'Contrat Social' (1762)?

Een werk waarin hij de principes schetst van een rechtvaardige burgerlijke samenleving.

58
New cards

Welke dubbele rol hebben mensen in Rousseaus Contrat Social?

Ze zijn tegelijk staatsburger (soeverein) en onderdaan (onderworpen aan absoluut gezag)

59
New cards

Wat was de methode van Rousseau tegenover die van Montesquieu?

  • Rousseau werkte deductief (vertrok van ideeën)

  • Montesquieu werkte empirisch (vertrok van waarnemingen)

60
New cards

Wat betekent 'empirisme'?

De overtuiging dat kennis voortkomt uit waarneming en ervaring (de methode van Montesquieu)

61
New cards

Wat betekent 'rationalisme' in de context van de Verlichting?

Overtuiging dat de rede en logisch redeneren de basis zijn van kennis (methode van Rousseau)

62
New cards

Wat is deïsme?

De opvatting dat God de natuur heeft geschapen en die nu regeert via natuurwetten, zonder verdere tussenkomst.

63
New cards

Wat is physicotheologie?

De visie dat de doelmatige inrichting van de natuur Gods bestaan bewijst (zoals een horloge bewijst dat er een maker is)

64
New cards

Hoe evolueerde het denken over de natuur in de loop van de 18e eeuw?

Van een statisch, door God geordend begrip naar een dynamischer opvatting, met meer aandacht voor atheïsme en materialisme

65
New cards

Wie was markies De Sade en hoe verschilde hij van Rousseau?

Hij zag de natuur als een jungle en verbond daar onaanvaardbare morele conclusies aan, tegenpool van Rousseaus idealisering van de natuur

66
New cards

Welke gebeurtenis deed het optimisme van de Verlichting halverwege de 18e eeuw wankelen?

  • Een aardbeving in Lissabon waarbij duizenden omkwamen

  • Plus oorlogen die over het continent raasden

67
New cards

Wat was Voltaires ‘roman Candide’?

Een vernietigende aanval op het idee dat wij in de beste van alle mogelijke werelden leven

68
New cards

Hoe keek Voltaire op het einde van zijn leven naar de mens?

Pessimistisch, hij achtte de massa niet vatbaar voor redelijkheid.

69
New cards

Wat was het antropologische uitgangspunt van het Schotse verlichtingsdenken?

Dat medegevoel diep in de mens geworteld is en hem tot een sociaal wezen maakt.

70
New cards

Wat bedoelde Adam Smith met de 'onzichtbare hand'?

De vrije markt, geleid door eigenbelang, zou als vanzelf het algemeen welzijn bevorderen, alsof een onzichtbare hand de voorzienigheid stuurt.

71
New cards

Wat was een axioma van de 18e-eeuwse psychologie?

De mens zoekt plezier en vermijdt pijn (basiswet van menselijk gedrag)

72
New cards

Wat is mercantilisme?

Een economisch systeem waarbij de staat de handel sterk regelt om rijkdom te vergaren.

73
New cards

Wie waren Helvétius en Bentham?

Filosofen die beiden geloofden dat de mens manipuleerbaar is en dat gedrag gestuurd kan worden door beloning en straf.

74
New cards

Wat wordt in het boek bedoeld met een "oordeelkundige mengeling van zoet en zuur"?

  • Het strategisch inzetten van beloningen (zoet) en straffen (zuur).

  • Doel: Het blijvend beïnvloeden en kneden van menselijk gedrag.

75
New cards

Hoe dachten verlichtingsdenkers over de manipuleerbaarheid van de mens?

Zij stelden dat de mens niet onveranderlijk is, door de juiste omgeving en prikkels (beloning/straf) kan men mensen vormen tot "gedisciplineerde" burgers of arbeiders.

76
New cards

Welk effect hadden de verlichtingsideeën over gedragsbeïnvloeding op de Industriële Revolutie in Engeland?

Het hielp bij het creëren van een gedisciplineerde arbeidersklasse.

77
New cards

Op welke twee maatschappelijke terreinen had het idee van de manipuleerbare mens een "niet bepaald gelukkige" invloed?

  • De bijstand (armenzorg).

  • Het gevangeniswezen.

78
New cards

Wat betekent de term "sociale draagvlak" in de context van de Verlichting?

  • De mate waarin de brede bevolking de verlichte ideeën kende en ondersteunde.

  • In de 18e eeuw was dit draagvlak zeer klein; het was een elite-beweging.

79
New cards

Wie was Voltaire en hoe stelde hij zich op tegenover onrecht?

  • Een van de beroemdste Franse verlichtingsdenkers.

  • Hij schreef pamflet na pamflet om te protesteren tegen individuele gevallen van groot onrecht.

80
New cards

Waarom ontstonden echt revolutionaire ideeën pas in de laatste fase van de Verlichting?

Eerdere denkers waren vaak welgesteld en tevreden met hun eigen leven.

81
New cards

Waarom slaagden verlichte despoten ( absolute vorsten*) er vaak niet in om de grootste maatschappelijke problemen op te lossen?

Zij wilden hun eigen bevoorrechte positie en privileges niet opgeven of echt ter discussie stellen.

82
New cards

Waarom namen verlichte despoten niet het complete pakket aan verlichtingsdenkbeelden over?

Zij wilden hun eigen staatsmacht versterken en weigerden daarom hun onderdanen beslissende politieke invloed te geven.

83
New cards

Waarom zou het toekennen van politieke rechten aan burgers averechts werken voor de hervormingsplannen van de vorsten?

Het zou de gevestigde posities in de standenmaatschappij enkel versterken, terwijl die standen juist moesten worden afgebroken om maatschappelijk te kunnen hervormen.

84
New cards

Wat wordt er in het boek bedoeld met een 'nivellerende tendens'?

Dit is het streven om ongelijkheden recht te trekken, zoals Maria Theresia en Jozef II deden door boeren te beschermen tegen de machtige adel.

85
New cards

Waarom voerden vorsten in de Donau-monarchie maatregelen ter bescherming van de boeren zoveel mogelijk buiten de standenvergaderingen om door?

Zij deden dit omdat de adel deze vergaderingen volledig beheerste en zulke maatregelen anders direct zou blokkeren.

86
New cards

Welke twee begrippen kenmerken de gezamenlijke denktrant van zowel de verlichte filosofen als de vorsten?

Beiden hanteerden een uiterst rationalistische en pragmatische manier van denken.

87
New cards

Wat getuigt van een rationalistische instelling in het rechtssysteem, zoals in Pruisen onder Frederik II?

De codificering van het gewoonterecht en het uniformeren van lokale stelsels tot één overkoepelend landrecht getuigen hiervan.

88
New cards

Waarom werden bepaalde kloosters in deze periode door de staat opgeheven?

Ze werden beschouwd als parasiterende en niet-investerende instellingen die schadelijk waren voor de staat en economie.

89
New cards

Welke twee redenen lagen ten grondslag aan de tolerantie-edicten van de verlichte despoten?

Deze edicten hadden naast principiële overwegingen ook een sterk pragmatische achtergrond om de staat politiek en financieel te versterken.

90
New cards

Waarin verschilden de verlichte despoten van absolutistische vorsten zoals Lodewijk XIV?

Bij verlichte despoten ontbrak het irrationele element van oorlogsvoering voor pure glorie en was er, in tegenstelling tot hun voorgangers, wel sprake van religieuze tolerantie.

91
New cards

Welke drie maatregelen van verlichte despoten kunnen worden gezien als een aanzet tot een welvaarts- en welzijnspolitiek?

  • Bescherming van boeren

  • De humanisering van het strafrecht

  • Opbouw van een onderwijsstelsel.

92
New cards

Aan welk specifiek staatsorgaan was de hele maatschappij in Pruisen onder Frederik II uiteindelijk ondergeschikt?

De hele samenleving stond in dienst van de staat, en de staat stond op zijn beurt in dienst van het leger.

93
New cards

Waarom richtte Frederik II zijn onderwijspolitiek in Pruisen niet op het hele volk?

Hij wilde de bestaande privileges van de standen ontzien om zijn eigen absolute macht niet in gevaar te brengen.

94
New cards

Wat was een 'corvee' in de context van de Franse wegenbouw?

Het was een onbetaalde, verplichte arbeidsdienst die kleine boeren aan de overheid moesten leveren.

95
New cards

Waarop spitste de politieke crisis in Frankrijk zich in deze periode voornamelijk toe?

De zwaar ontspoorde publieke financiën, die zo in het ongerede waren geraakt dat structurele hervormingen onvermijdelijk werden.

96
New cards

Waar draaide de politieke crisis in de Republiek primair om, in tegenstelling tot Frankrijk?

Over de inrichting van het staatsbestel zelf, zoals de macht van de stadhouder en de verhoudingen tussen regenten en burgerij.

97
New cards

Waardoor ontstond er, ondanks algemene economische groei en rijkdom, toch een brede verpaupering van de bevolking?

Doordat slechts een kleine minderheid profiteerde en de totale bevolking veel sterker groeide dan de beschikbare werkgelegenheid.

98
New cards

Welk negatief effect hadden de nog heersende feodale verhoudingen op de economie en samenleving?

Zij legden een zware last op de boerenbevolking en belemmerden een noodzakelijke verhoging van de agrarische productiviteit.

99
New cards

Waarom stonden de gilden structurele oplossingen voor het werkgelegenheidsvraagstuk in de weg?

De gilden reserveerden werkgelegenheid exclusief voor hun eigen groep en hielden daarmee belangrijke economische vernieuwingen tegen.

100
New cards

Hoe schaadde het verlangen van de rijken naar een adellijke levensstijl de algehele economie?

Doordat de rijken hun geld voornamelijk besteedden aan luxeproducten, hielden zij veel minder kapitaal over voor nuttige economische investeringen.