Geschiedenis Examenreview - 7 Tijdvakken, Structuurbegrippen en Wereldgeschiedenis

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/590

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze set van 500 vocabulary flashcards dekt alle aspecten van de cursus geschiedenis: van de prehistorie tot de 21e eeuw, inclusief economische, sociale en culturele begrippen, belangrijke historische figuren en de werking van de Belgische en Europese instellingen.

Last updated 5:02 PM on 3/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

591 Terms

1
New cards

Prehistorie

Periode van ca. 3 miljoen v.C. tot 3500 v.C., gekenmerkt door afwezigheid van het schrift.

2
New cards

Neolithische revolutie

De overgang van jager-verzamelaars naar een sedentair bestaan door landbouw en veeteelt (ca. 10.000 v.C.).

3
New cards

Sedentair

Op een vaste woonplaats verblijven, in tegenstelling tot een nomadisch bestaan.

4
New cards

Vruchtbare Sikkel

Gebied in het Midden-Oosten waar de landbouw voor het eerst ontstond.

5
New cards

Oude Nabije Oosten

Tijdvak van 3500 v.C. tot 800 v.C., gekenmerkt door het ontstaan van het schrift en de eerste steden.

6
New cards

Spijkerschrift

Een van de oudste vormen van schrift, ontwikkeld in Mesopotamië.

7
New cards

Mesopotamië

Het gebied tussen de Eufraat en de Tigris (huidig Irak), bakermat van vroege beschavingen.

8
New cards

Klassieke Oudheid

Tijdvak van 800 v.C. tot 476 n.C., gedomineerd door de Griekse en Romeinse cultuur.

9
New cards

Democratie

Bestuursvorm waarbij het volk inspraak heeft, ontstaan in het oude Athene.

10
New cards

476 n.C.

Het jaar van de val van het West-Romeinse Rijk, einde van de Klassieke Oudheid.

11
New cards

Middeleeuwen

Tijdvak van 476 tot 1453, gekenmerkt door feodalisme en de grote macht van de Kerk.

12
New cards

Feodalisme

Maatschappelijke organisatie gebaseerd op de relatie tussen leenheren en leenmannen.

13
New cards

1453

De val van Constantinopel en het Oost-Romeinse Rijk; start van de Vroegmoderne tijd.

14
New cards

Vroegmoderne tijd

Tijdvak van 1453 tot 1789, gekenmerkt door ontdekkingsreizen, de Reformatie en de boekdrukkunst.

15
New cards

1789

Begin van de Franse Revolutie; start van de Moderne tijd.

16
New cards

Moderne tijd

Tijdvak van 1789 tot 1945, gekenmerkt door de industriële revolutie en wereldoorlogen.

17
New cards

Hedendaagse tijd

Tijdvak van 1945 tot heden, gekenmerkt door de Koude Oorlog en de digitale revolutie.

18
New cards

Continuïteit

Iets dat over een langere periode hetzelfde blijft in de geschiedenis.

19
New cards

Breuk

Een abrupte en opvallende verandering in de geschiedenis.

20
New cards

Evolutie

Een geleidelijke verandering over een langere tijd.

21
New cards

Revolutie

Een plotselinge en ingrijpende verandering op politiek, economisch of sociaal vlak.

22
New cards

Gelijktijdigheid

Gebeurtenissen die op hetzelfde moment plaatsvinden, maar op andere locaties.

23
New cards

Ongelijktijdigheid

Ontwikkelingen die niet overal op hetzelfde moment plaatsvinden (bijv. industrialisatie).

24
New cards

Centrum-periferiemodel

Model dat de relatie tussen machtige, ontwikkelde gebieden en afhankelijke wingebieden beschrijft.

25
New cards

Antropocentrisme

Wereldbeeld waarbij de mens centraal staat (typisch voor de Renaissance).

26
New cards

Etnocentrisme

De neiging om de eigen cultuur als superieur te beschouwen en als maatstaf te gebruiken.

27
New cards

Politiek domein

Maatschappelijk domein dat gaat over regels, wetten, bestuur en macht.

28
New cards

Economisch domein

Maatschappelijk domein dat gaat over levensonderhoud, handel, geld en industrie.

29
New cards

Sociaal domein

Maatschappelijk domein dat gaat over verhoudingen tussen groepen mensen en standen.

30
New cards

Cultureel domein

Maatschappelijk domein dat gaat over geloof, kunst, wetenschap en gewoontes.

31
New cards

Indirecte oorzaak

Dieperliggende factor die op lange termijn een gebeurtenis voorbereidt.

32
New cards

Aanleiding

Directe oorzaak op korte termijn die een gebeurtenis doet losbarsten.

33
New cards

Scharnierpunt

Moment in de geschiedenis waarop de samenleving fundamenteel verandert op meerdere domeinen.

34
New cards

Periodisering

Het opdelen van het verleden in overzichtelijke tijdvakken.

35
New cards

Imperialisme

Politiek waarbij landen hun macht uitbreiden door andere gebieden te veroveren.

36
New cards

Dekolonisatie

Het proces waarbij kolonies onafhankelijk worden van hun moederland.

37
New cards

Totalitaire staat

Een staat waarin de overheid totale controle heeft over het leven van de burgers.

38
New cards

Rechtsstaat

Een staat waarin de wet voor iedereen geldt en burgerrechten beschermd zijn.

39
New cards

Supranationaal

Boven de nationale staat staand; instellingen die macht hebben over lidstaten.

40
New cards

Gelaagde samenleving

Samenleving ingedeeld in sociale klassen of standen met ongelijke rechten.

41
New cards

Proletariaat

Klasse van bezitloze arbeiders die afhankelijk zijn van hun loon.

42
New cards

Bourgeoisie

De rijke gegoede burgerij of bezittende klasse.

43
New cards

Congres van Wenen

Conferentie in 1815 om Europa na Napoleon te herstellen en machtsevenwicht te creëren.

44
New cards

Restauratie

Het herstellen van de oude orde (het Ancien Régime) na een periode van revolutie.

45
New cards

Bufferstaat

Een land dat tussen twee grootmachten ligt om conflicten te vermijden.

46
New cards

Grote Alliantie

Samenwerking tussen Groot-Brittannië, Rusland, Pruisen en Oostenrijk na 1815.

47
New cards

Splendid isolation

Britse politiek van afzijdigheid van het Europese vasteland.

48
New cards

Liberalisme

Ideologie die streeft naar individuele vrijheid, grondrechten en vrije markt.

49
New cards

Nationalisme

Ideologie waarbij het eigen volk en de eigen natie centraal staan.

50
New cards

Cijnskiesrecht

Kiesrecht waarbij enkel mannen die voldoende belastingen betalen mogen stemmen.

51
New cards

Belgische Revolutie

De opstand in 1830 die leidde tot de onafhankelijkheid van België van Nederland.

52
New cards

Monsterverbond

Samenwerking (unionisme) tussen katholieken en liberalen tegen Willem I.

53
New cards

21 juli 1831

Datum waarop Leopold I de eed aflegde als eerste koning der Belgen.

54
New cards

Constitutionele monarchie

Koningschap waarbij de macht van de vorst begrensd wordt door een grondwet.

55
New cards

Industriële Revolutie

Overgang van handmatige productie naar machinale productie in fabrieken.

56
New cards

Stoommachine

Nieuwe energiebron in de 18e eeuw die de industrialisatie mogelijk maakte.

57
New cards

Urbanisatie

De trek van het platteland naar de stad (verstedelijking).

58
New cards

Laissez-faire

Economisch principe van de vrije markt zonder staatsinmenging.

59
New cards

Eerste Industriële Revolutie

Fase gericht op textiel, steenkool en ijzer (ca. 1750-1850).

60
New cards

Tweede Industriële Revolutie

Fase gericht op elektriciteit, staal en chemie (ca. 1870-1910).

61
New cards

Marxisme

Economische en politieke leer van Karl Marx die streeft naar een klasseloze maatschappij.

62
New cards

Klassenstrijd

De voortdurende strijd tussen de bezittende klasse en de werkende klasse.

63
New cards

Socialisme

Politieke stroming die streeft naar sociale rechtvaardigheid via democratische hervormingen.

64
New cards

BWP

Belgische Werkliedenpartij, opgericht in 1885.

65
New cards

Rerum Novarum

Pauselijke encycliek uit 1891 die de basis legde voor de christendemocratie.

66
New cards

Christendemocratie

Politieke stroming die christelijke waarden koppelt aan sociale hervormingen.

67
New cards

Adolf Daens

Priester uit Aalst die streed voor de rechten van de Vlaamse arbeiders.

68
New cards

Vakbond

Organisatie die opkomt voor de belangen van werknemers.

69
New cards

Coöperatie

Vereniging waarbij leden samen eigenaar zijn en winsten delen.

70
New cards

Mutualiteit

Ziekenfonds dat leden helpt bij ziekte of ongeval.

71
New cards

Modern Imperialisme

De wedloop om kolonies in Afrika en Azië tussen 1870 en 1914.

72
New cards

Conferentie van Berlijn

Vergadering in 1884-1885 waarbij Afrika werd verdeeld onder Europese machten.

73
New cards

Congo-Vrijstaat

Het persoonlijke privé-eigendom van Leopold II (1885-1908).

74
New cards

Rubberregime

Gewelddadig systeem van dwangarbeid in Congo gericht op rubberwinning.

75
New cards

Eerste Wereldoorlog

Mondiaal conflict tussen de Centralen en de Geallieerden (1914-1918).

76
New cards

Militarisme

Verheerlijking van het leger en militaire macht.

77
New cards

Triple Entente

Bondgenootschap tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland.

78
New cards

Triple Alliantie

Bondgenootschap tussen Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.

79
New cards

Sarajevo, 1914

Locatie van de moord op Franz Ferdinand, de aanleiding voor WOI.

80
New cards

Von Schlieffenplan

Duits oorlogsplan om Frankrijk via België snel uit te schakelen.

81
New cards

Stellingenoorlog

Oorlogsvoering vanuit statische loopgraven (kenmerkend voor WOI).

82
New cards

Inundatie

Het opzettelijk onder water zetten van land (zoals de IJzervlakte in 1914).

83
New cards

Vrede van Brest-Litovsk

Vrede tussen Duitsland en Rusland (1918), einde van het Oostfront.

84
New cards

11 november 1918

Wapenstilstand die een einde maakte aan de gevechten van WOI.

85
New cards

Verdrag van Versailles

Vredesverdrag na WOI dat Duitsland zwaar strafte.

86
New cards

Volkenbond

Internationale organisatie opgericht na WOI om vrede te bewaren (mislukt).

87
New cards

Stalinisme

Totalitaire beleid van Stalin in de Sovjet-Unie (terreur, vijfjarenplannen).

88
New cards

Collectivisatie

Het samenvoegen van kleine privéboerderijen tot grote staatsbedrijven.

89
New cards

Holodomor

Door de staat veroorzaakte hongersnood in Oekraïne (1932-1933).

90
New cards

Goelag

Systeem van Russische strafkampen voor politieke tegenstanders.

91
New cards

Fascisme

Antidemocratische, nationalistische ideologie van Mussolini.

92
New cards

Nazisme

Nationaalsocialisme; de racistische en antisemitische ideologie van Hitler.

93
New cards

Appeasementpolitiek

Politiek van toegevingen aan Hitler om oorlog te vermijden.

94
New cards

Blitzkrieg

Snelle bewegingsoorlog met tanks en vliegtuigen (typisch voor WOII).

95
New cards

Holocaust

De systematische genocide op de Joden door de Nazi's (Shoah).

96
New cards

Verenigde Naties

Mondiale organisatie opgericht in 1945 voor vrede en veiligheid.

97
New cards

Veiligheidsraad

VN-orgaan met 5 vaste leden met vetorecht, belast met wereldvrede.

98
New cards

Koude Oorlog

Gewapende vrede tussen de VS (kapitalisme) en de Sovjet-Unie (communisme).

99
New cards

NAVO

Westers militair bondgenootschap (1949).

100
New cards

Warschaupact

Communistisch militair bondgenootschap (1955).