Biologie Examen Juni

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/54

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de anatomie en fysiologie van het zenuwstelsel, het hormonale stelsel, spierwerking en de biologische processen bij planten op basis van de collegedictaten.

Last updated 5:04 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

55 Terms

1
New cards

Celkern

Het midden van de cel.

2
New cards

Celmembraan

De laag rond de cel die deze beschermt.

3
New cards

Cytoplasma

Het gelachtige volume van de cel.

4
New cards

Prikkel

Een signaal of verandering die wordt opgevangen door de receptoren.

5
New cards

Informatieoverdracht

Het versturen van signalen via het zenuwstelsel.

6
New cards

Verwerkingscentra

Gespecialiseerde delen van de hersenen die informatie onderzoeken en beoordelen.

7
New cards

Coördinatie

Het proces waarbij de verwerkingscentra de werking van de effectoren op elkaar afstemmen.

8
New cards

Conductor

Een geleider, zoals het zenuwstelsel, die informatie transporteert naar de effectoren.

9
New cards

Neuronen

Zenuwcellen die zorgen voor de informatieoverdracht.

10
New cards

Cellichaam

Deel van het neuron dat de celkern en celorganellen bevat.

11
New cards

Dendrieten

Deel van het neuron dat prikkels van andere zenuwcellen ontvangt en informatie naar het cellichaam brengt.

12
New cards

Axon

Deel van het neuron dat informatie van het cellichaam doorstuurt naar andere cellen.

13
New cards

Eindknopjes

De uiteinden van een axon die blaasjes bevatten met stoffen om signalen over te brengen.

14
New cards

Myelineschede

Vette substantie opgebouwd uit cellen van Schwann die een isolerende laag vormt rond het axon.

15
New cards

Knoop van Ranvier

Plaats tussen myelinescheden waar sprongsgewijze geleiding plaatsvindt.

16
New cards

Zenuw

Een structuur opgebouwd uit meerdere neuronen, zenuwbundels (axonen), bindweefselschede en een bindweefselmantel.

17
New cards

Impulsgeleiding

Het doorgeven van informatie binnen een neuron via een elektrisch signaal.

18
New cards

Impulsoverdracht

Het doorgeven van informatie van het ene neuron naar de volgende cel via een chemisch signaal.

19
New cards

Rustpotentiaal

De elektrische spanning van −70 mV-70\,mV in een neuron wanneer er geen impuls is.

20
New cards

Depolarisatie

De fase waarin de membraaneigenschappen veranderen en positief geladen ionen naar de buitenzijde van het axon verplaatsen.

21
New cards

Drempelpotentiaal

De waarde die de depolarisatie moet bereiken om een actiepotentiaal te veroorzaken.

22
New cards

Actiepotentiaal

Een plaatselijke ladingsverandering van korte duur die fungeert als een alles-of-niets gebeurtenis.

23
New cards

Repolarisatie

De fase waarin de oorspronkelijke ladingsverandering zich herstelt naar +70 mV+70\,mV, ook wel de herstelfase genoemd.

24
New cards

Synaps

De opening tussen de eindknopjes van een axon en de dendrieten van een volgende cel.

25
New cards

Neurotransmitters

Stoffen die een impuls van de ene neuron overbrengen naar de volgende cel.

26
New cards

Synaptische spleet

De zeer smalle ruimte van ongeveer 20 nm20\,nm tussen een neuron en de volgende cel.

27
New cards

Degranulatie

Het openbarsten van synaptische blaasjes waardoor neurotransmitters vrijkomen in de synaptische spleet.

28
New cards

Centraal zenuwstelsel (CZS)

Het stelsel bestaande uit de hersenen en het ruggenmerg.

29
New cards

Perifeer zenuwstelsel (PZS)

Het stelsel bestaande uit hersenzenuwen, ruggenmergzenuwen en grensstrengen.

30
New cards

Sensorische neuronen

Neuronen die impulsen geleiden van de receptor naar het CZS.

31
New cards

Motorische neuronen

Neuronen die impulsen geleiden van het CZS naar de effectoren.

32
New cards

Schakelneuronen

Cellen die doorheen het CZS in beide richtingen liggen en impulsen doorgeven aan andere schakel- of motorische neuronen.

33
New cards

Hormonen

Chemische signaalstoffen die via de bloedbaan elke plaats in het lichaam bereiken om effectoren aan te sturen.

34
New cards

Endocriene secretieklier

Een klier die hormonen aanmaakt en deze rechtstreeks in het bloed vrijstelt via haarvaten.

35
New cards

Exocriene klier

Een klier waarbij het product uitwendig wordt afgegeven, vaak via een afvoerbuis, voor excretie of specifieke verteringstaken.

36
New cards

Sleutel-slot principe

Het principe waarbij een hormoon alleen kan binden aan een doelwitcel als de moleculestructuur precies op de receptor past.

37
New cards

Eilandjes van Langerhans

Hormoonproducerende cellen in de alvleesklier die glucagon en insuline produceren.

38
New cards

Insuline

Hormoon geproduceerd door ÎČ\beta-cellen dat het glucosegehalte in het bloed doet dalen.

39
New cards

Glucagon

Hormoon geproduceerd door \text{\alpha}-cellen dat het glucosegehalte in het bloed doet stijgen.

40
New cards

Homeostase

De toestand van evenwicht in het lichaam, zoals een stabiele bloedsuikerspiegel.

41
New cards

TSH

Schildklierstimulerend hormoon geproduceerd door de hypofyse.

42
New cards

Skeletspieren

Dwarsgestreepte spieren die we bewust kunnen opspannen en die snel vermoeid raken.

43
New cards

Gladde spieren

Onbewust aangestuurde spieren in de organen die trager werken en onvermoeibaar zijn.

44
New cards

Hartspier

Spierweefsel met kenmerken van zowel gladde als dwarsgestreepte spieren, dat krachtig en onvermoeibaar samentrekt.

45
New cards

Actine

Dunne eiwitdraden in spierfibrillen die over myosine schuiven tijdens samentrekking.

46
New cards

Myosine

Dikke eiwitdraden in spierfibrillen.

47
New cards

Motorische eenheid

Alle spiervezels die onder controle staan van één motorisch neuron en tegelijk samentrekken.

48
New cards

Antagonisten

Spieren die een tegengestelde werking hebben en tegengestelde bewegingen uitvoeren.

49
New cards

Sinusknoop

Deeltje in het hart dat een elektrisch signaal geeft om het hart te laten samentrekken.

50
New cards

Fotoreceptoren

Receptoren in planten die gevoelig zijn voor lichtprikkels.

51
New cards

Tropie

Een beweging van een plant naar een uitwendige prikkel toe (positief) of ervan weg (negatief).

52
New cards

Auxine

Een plantenhormoon dat onder andere de lengtegroei van de stengel stimuleert.

53
New cards

Xyleem

Houtvaten in planten die verantwoordelijk zijn voor het opwaartse transport van water.

54
New cards

Floëem

Zeefvaten in planten die zorgen voor het transport van assimilaten, zowel opwaarts als neerwaarts.

55
New cards

Huidmondjes

Openingen in het blad om gassen uit te wisselen met de omgeving.