Inleiding in de psychologie | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/451

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:23 PM on 6/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

452 Terms

1
New cards

Afhankelijke variabele

De variabele die wordt gemeten of geobserveerd en beïnvloed wordt door de onafhankelijke variabele.

2
New cards

Anekdotisch bewijsmateriaal

Getuigenissen die ervaringen van één of enkele personen beschrijven maar ten onrechte als wetenschappelijk bewijs worden gezien.

3
New cards

Behaviorisme

Historische stroming die psychologie zag als een objectieve wetenschap van observeerbaar gedrag.

4
New cards

Behavioristisch perspectief

Psychologische benadering die gedrag verklaart vanuit stimuli uit de omgeving in plaats van mentale processen.

5
New cards

Bias

Een vooroordeel of vertekening van een situatie op basis van persoonlijke ervaringen en waarden.

6
New cards

Biologisch perspectief

Perspectief dat gedrag verklaart vanuit genen, hersenen, zenuwstelsel en hormoonstelsel.

7
New cards

Cognitief perspectief

Perspectief dat zich richt op mentale processen zoals leren, geheugen, perceptie en denken.

8
New cards

Confirmation bias (bevestigingsbias)

De neiging om informatie te zoeken of te accepteren die bestaande overtuigingen bevestigt.

9
New cards

Controleconditie

De omstandigheden waaraan de controlegroep tijdens een experiment wordt blootgesteld.

10
New cards

Controlegroep

Groep proefpersonen die geen speciale behandeling krijgt en dient als vergelijkingsgroep.

11
New cards

Correlatieonderzoek

Onderzoek naar de relatie tussen variabelen zonder manipulatie van een onafhankelijke variabele.

12
New cards

Crosscultureel psycholoog

Psycholoog die onderzoekt hoe psychologische processen verschillen tussen culturen.

13
New cards

Cultuur

Geheel van taal, waarden, gewoonten, tradities en opvattingen die door een groep worden gedeeld.

14
New cards

Data

Verzamelde informatie die wordt gebruikt om een hypothese te toetsen.

15
New cards

Docent psychologie

Psycholoog die voornamelijk onderwijs geeft aan een hogeschool of universiteit.

16
New cards

Dubbelblindonderzoek

Onderzoek waarbij zowel onderzoekers als deelnemers niet weten wie welke behandeling krijgt.

17
New cards

Emotionele bias

De neiging om oordelen te baseren op gevoelens in plaats van op bewijs.

18
New cards

Empirisch onderzoek

Onderzoek gebaseerd op objectieve observaties en ervaringen.

19
New cards

Evolutionaire psychologie

Specialisme dat gedrag en mentale processen verklaart vanuit overleving en voortplanting.

20
New cards

Expectancy bias (verwachtingsbias)

Vertekening waarbij verwachtingen van de onderzoeker de resultaten beïnvloeden.

21
New cards

Experiment

Onderzoek waarbij omstandigheden gecontroleerd worden en een onafhankelijke variabele wordt gemanipuleerd.

22
New cards

Experimenteel psycholoog

Psycholoog die fundamenteel onderzoek doet naar psychologische processen.

23
New cards

Experimentele conditie

De omstandigheden waaronder de experimentele groep de behandeling ontvangt.

24
New cards

Experimentele groep

Groep proefpersonen die wordt blootgesteld aan de behandeling die onderzocht wordt.

25
New cards

Functionalisme

Historische stroming die mentale processen verklaart vanuit hun functie en nut.

26
New cards

Geen correlatie

Situatie waarin twee variabelen geen samenhang vertonen.

27
New cards

Gevalstudie

Diepgaand onderzoek van één persoon of een zeer klein aantal personen.

28
New cards

Holisme

Opvatting dat het geheel belangrijker is dan de afzonderlijke delen.

29
New cards

Humanistische psychologie

Benadering die nadruk legt op groei, potentieel en vrije wil van de mens.

30
New cards

Hypothese

Toetsbare voorspelling over de relatie tussen variabelen.

31
New cards

Introspectie

Beschrijving van eigen bewuste ervaringen en gedachten.

32
New cards

Natuurlijke observatie

Onderzoek waarbij gedrag in de natuurlijke omgeving wordt geobserveerd.

33
New cards

Negatieve correlatie

Samenhang waarbij de ene variabele stijgt terwijl de andere daalt.

34
New cards

Neurowetenschap

Vakgebied dat onderzoekt hoe hersenen gedachten, gevoelens en gedrag voortbrengen.

35
New cards

Onafhankelijke variabele

Variabele die door de onderzoeker wordt gemanipuleerd.

36
New cards

Ontwikkelingsperspectief

Perspectief dat veranderingen gedurende de levensloop bestudeert.

37
New cards

Operationele definitie

Objectieve beschrijving van een begrip binnen een onderzoek.

38
New cards

Perspectieven vanuit de gehele persoon (whole person)

Benaderingen die de mens als geheel bekijken, waaronder psychodynamische, humanistische en trekbenaderingen.

39
New cards

Placebo

Middel zonder werkzame stof dat lijkt op een echt geneesmiddel.

40
New cards

Positieve correlatie

Samenhang waarbij twee variabelen in dezelfde richting veranderen.

41
New cards

Pseudopsychologie

Niet-wetenschappelijke psychologische aannames die als wetenschap worden gepresenteerd.

42
New cards

Psychiatrie

Medisch specialisme gericht op diagnose en behandeling van psychische stoornissen.

43
New cards

Psychoanalyse

Theorie en behandelmethode van Freud die de nadruk legt op onbewuste processen.

44
New cards

Psychodynamische psychologie

Benadering die gedrag verklaart vanuit onbewuste behoeften, verlangens en conflicten.

45
New cards

Psychologie

Wetenschap van gedrag en mentale processen.

46
New cards

Psychologie van karaktertrekken en temperament

Perspectief dat gedrag verklaart vanuit stabiele persoonlijkheidskenmerken.

47
New cards

Randomisering

Willekeurige toewijzing van proefpersonen aan groepen.

48
New cards

Repliceren

Het opnieuw uitvoeren van onderzoek om te controleren of dezelfde resultaten worden gevonden.

49
New cards

Significant

Statistische term die aangeeft dat een effect waarschijnlijk niet door toeval is ontstaan.

50
New cards

Sociocultureel perspectief

Perspectief dat de invloed van sociale interacties en cultuur op gedrag benadrukt.

51
New cards

Structuralisme

Historische stroming die de structuur van bewustzijn probeerde te analyseren.

52
New cards

Survey

Onderzoeksmethode waarbij mensen vragen beantwoorden uit een vooraf opgestelde vragenlijst.

53
New cards

Theorie

Toetsbare verklaring voor een verzameling feiten of observaties.

54
New cards

Toegepast psycholoog

Psycholoog die psychologische kennis gebruikt om praktische problemen op te lossen.

55
New cards

Vaardigheden voor kritisch denken

Vaardigheden om wetenschappelijke claims kritisch te beoordelen.

56
New cards

Variabele

Factor die invloed heeft op wat onderzocht wordt.

57
New cards

Wetenschappelijke methode

Systematische procedure voor het empirisch toetsen van hypotheses.

58
New cards

Absolute drempel

De minimale hoeveelheid stimulatie die nodig is om een stimulus in 50% van de gevallen waar te nemen.

59
New cards

Ambigue figuur

Een afbeelding die op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden.

60
New cards

Amplitude

De fysieke sterkte of intensiteit van een geluidsgolf.

61
New cards

Basilair membraan

Trillingsgevoelig vlies in de cochlea waarop haarcellen zitten die geluid omzetten in zenuwimpulsen.

62
New cards

Binding problem

Het probleem hoe de hersenen informatie uit verschillende zintuigen combineren tot één percept.

63
New cards

Blinde vlek

De plaats waar de oogzenuw het oog verlaat en geen fotoreceptoren aanwezig zijn.

64
New cards

Blindzicht

Het vermogen om objecten te lokaliseren zonder deze bewust te kunnen zien.

65
New cards

Bottom-up verwerking

Perceptuele verwerking die begint bij de kenmerken van de stimulus.

66
New cards

Cochlea (slakkenhuis)

Onderdeel van het binnenoor waar geluidsgolven worden omgezet in zenuwimpulsen.

67
New cards

Concluderen door leren

De opvatting dat perceptie voornamelijk wordt gevormd door ervaring en leren.

68
New cards

Elektromagnetisch spectrum

Het volledige bereik van elektromagnetische straling.

69
New cards

Feromoon

Chemische stof die wordt uitgescheiden om soortgenoten te beïnvloeden of informatie over te brengen.

70
New cards

Figuur

Het deel van een patroon dat de aandacht trekt.

71
New cards

Fotoreceptor

Lichtgevoelige cel in het netvlies die licht omzet in zenuwimpulsen.

72
New cards

Fovea

Het centrale deel van het netvlies waarmee het scherpst wordt gezien.

73
New cards

Frequentie

Het aantal trillingen per seconde van een geluidsgolf.

74
New cards

Ganglioncel

Zenuwcel in het netvlies die signalen doorstuurt naar de oogzenuw.

75
New cards

Gestaltpsychologie

Stroming die stelt dat perceptie wordt georganiseerd tot betekenisvolle gehelen.

76
New cards

Grond

De achtergrond van een waargenomen patroon.

77
New cards

Gustatie

Het smaakvermogen.

78
New cards

Helderheid

De waargenomen intensiteit van licht.

79
New cards

Huidzintuig

Zintuigelijk systeem voor aanraking, druk, warmte en kou.

80
New cards

Illusie

Een aantoonbaar verkeerde perceptie van een stimulus.

81
New cards

Kegeltje

Fotoreceptor die gevoelig is voor kleuren.

82
New cards

Kenmerkdetector

Cel in de hersenen die gespecialiseerd is in het herkennen van specifieke kenmerken van stimuli.

83
New cards

Kleur

Psychologische ervaring gebaseerd op de golflengte van zichtbaar licht.

84
New cards

Kleurenblindheid (daltonisme)

Onvermogen om bepaalde kleuren van elkaar te onderscheiden.

85
New cards

Nabeeld

Sensatie die blijft bestaan nadat de stimulus verdwenen is.

86
New cards

Olfactie

Het reukvermogen.

87
New cards

Oogzenuw

Bundel zenuwvezels die visuele informatie naar de hersenen vervoert.

88
New cards

Opponent-procestheorie

Theorie die stelt dat kleuren in tegengestelde paren worden verwerkt.

89
New cards

Percept

Het betekenisvolle resultaat van perceptie.

90
New cards

Perceptie

Het proces waarbij betekenis wordt gegeven aan sensorische informatie.

91
New cards

Perceptuele blindheid

Het niet waarnemen van iets doordat de aandacht er niet op gericht is.

92
New cards

Perceptuele constantie

Het vermogen om objecten als hetzelfde te herkennen ondanks veranderingen in omstandigheden.

93
New cards

Perceptuele predispositie

De neiging om bepaalde stimuli eerder op te merken of op een bepaalde manier te interpreteren.

94
New cards

Proprioceptie

Het vermogen om de positie en beweging van lichaamsdelen waar te nemen.

95
New cards

Retina

Het lichtgevoelige netvlies achter in het oog.

96
New cards

Sensatie

Het proces waarbij receptoren een stimulus omzetten in zenuwimpulsen.

97
New cards

Sensorische adaptatie

Verminderde gevoeligheid voor een constante stimulus.

98
New cards

Signaaldetectietheorie

Theorie die stelt dat waarneming afhankelijk is van stimulus, context en waarnemer.

99
New cards

Sluiting

De neiging om ontbrekende delen van een figuur automatisch aan te vullen.

100
New cards

Staafje

Fotoreceptor die gevoelig is voor zwak licht maar niet voor kleur.