1/36
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

eco-model Bronfenbrender
Definitie Hellinckx
Volgens Hellinckx wordt opvoeden beschouwd als een transactioneel proces, waarbij het kind en de ouder/opvoeder elkaar wederzijds beïnvloeden binnen een context van dagelijks samenleven)
opvoeden = een complex fenomeen
kern van opvoeden = samenleven
(het is in het samen leven tussen ouders en kinderen) een continute wissel werking
intentioneel (bewust dingen doorgven) 20% en fuctioneel 80% (minder bewust dingen door geven)(kan heel erg slecht gaan) -> je kan hier bewust door praten (daarom moeilijk in kaart gebeuren)
Definitie van Hellinckx Opvoeder
• Gedurende langere tijd
• Dagelijks
• Met een kind samenleeft
• Zich verantwoordelijk weet/voelt voor de toekomst van het kind
Complementair
opvoeder kan en kind leren van elkaar en zorgen ervoor dat ze samen beter ouders en mensen worden
Circulair
ouders en kinderen werkken op elkaar in: de ouders belvoed het gedrag van het kind en het gradag van het kind de ouder.
Mulitfactorieel
Het door veel binvloed zowel door factoren buiten en binnen de mensen.
Het kind
Genetische factoren
• Neurobiologische invloeden
• Pre-, peri- en postnatale invloeden
• Fysieke kenmerken
• Geslacht
De opvoeder of ouder
Persoonskenmerken van de ouder
• Temperament/persoonskenmerken (cognitief, affectief, sociaal, …)
• Leeftijd
• Gezondheid (fysiek en mentaal)
De Opvoedingsgeschiedenis
• Indirecte invloed
• Directe invloed
• Intergenerationele overdracht
• Pedagogisch besef (Baartman)
• Belangenconflicten
Subsysteem en gezinskenmerken
Subsysteemkenmerken:
• Partnerrelatie
• Siblings: aantal kinderen, plaats in de kinderrij
Subsysteem en gezinskenmerken
Subsysteemkenmerken:
• Algemene gezinskenmerken:
• De gezinsorganisatie
• Afgrenzingsprocessen binnen het gezin
• Coalitie- en alliantiestructuren
• De gezinscultuur
• De gezinsdynamiek
De gezinsorganisatie
Afgrenzingsprocessen:
• Ruimtelijk territorium
• Psychisch territorium
• Handelingsterrein
twee gezinstypes
Los zand gezin
de grezen binnen het gezin te vaag.: de leden hebben een overdreven gevoel van zelfstandigheid en een gebrek aan samenhorigheid
Kluwen gezin
hier worden de leden van het gezin opgelorkt door samen horigheid er is weinging vrijheid of ruimte om iet slos van het gezin te doen
Alliantie
Een positieve samenwerking of verbondenheid tussen twee of meer gezinsleden rond een gemeenschappelijk doel.
Een alliantie is normaal en functioneel zolang ze open blijft naar de andere gezinsleden.
Coalitie
Een sterkere, vaak verborgen samenwerking tussen twee gezinsleden tegen een derde gezinslid.
Hier ontstaat meestal een onevenwicht in macht of loyaliteit.
Triangulatie
Een situatie waarbij een derde persoon betrokken wordt in een conflict tussen twee anderen om spanning te verminderen.
Daardoor wordt het conflict niet rechtstreeks opgelost.
Voorbeeld: ouders hebben ruzie en betrekken het kind erbij.
Stabiele opvoeder-kind coalitie
Een vaste en langdurige coalitie tussen een ouder/opvoeder en een kind tegenover de andere ouder/opvoeder.
Dit verstoort vaak de hiërarchie binnen het gezin omdat het kind te veel macht of verantwoordelijkheid krijgt.
Voorbeeld: een moeder bespreekt voortdurend relatieproblemen met haar dochter en samen keren ze zich tegen vader.
Detouring
Een gezinsmechanisme waarbij spanningen tussen ouders worden afgeleid naar het gedrag of probleem van een kind.
Het kind wordt zo de focus, waardoor het echte relationele conflict tussen de ouders verborgen blijft.
Voorbeeld: ouders maken minder ruzie zolang ze bezig zijn met “het probleemkind”.
Zondebokpositie
Wanneer één gezinslid systematisch de schuld krijgt van problemen binnen het gezin.
Dat gezinslid draagt als het ware de spanning van het hele gezin.
Voorbeeld: alle conflicten worden toegeschreven aan het gedrag van één kind.
Parentificatie
Een proces waarbij een kind verantwoordelijkheden opneemt die eigenlijk bij de ouder horen.
Het kind gaat emotioneel of praktisch voor de ouder zorgen.
De gezinscultuur
Het kader van opvattingen, expressieve symbolen en waarden, in temen waarvan de gezinsleden hun situatie, zichzelf en hun onderlinge betrekkingen definiëren, hun gevoelens uitdrukken en hun meningen geven.
De gezinsdynamiek
Mogelijke opvoedingsproblemen bij
- Te veel zelfregulatie
- Te weinige zelfregulatie
De materiële en sociale context
• Materiële mogelijkheden
• Familiale omgeving, buurt en familiekring
• De omgeving
Micro systeem
De directe omgeving van een individu, zoals gezin en vrienden, die invloed heeft op hun ontwikkeling.
Meso systeem
De sociale milieu tussen het microsysteem en macrosysteem, zoals school en buurt, dat invloed uitoefent op de ontwikkeling van een individu.
exo systeem
Het sociale milieu dat indirect van invloed is op een individu, zoals ouders' werk en juridische systemen.
Marco systeem
in welke culturele context (normaal om vrije tijd te hebben goed of niet)
chornosysteem
Het systeem dat tijdgebonden factoren en gebeurtenissen beschrijft die invloed hebben op de ontwikkeling, zoals levensfases en historische momenten.

Procesmodel- Belsky
Procesmodel- Belsky
een model dat zich vooral bezighoud met kindermishandeling het is gebaseerd op 3 factoren
1 ouder factoren = het eigen kindertijd, en wat de persoonlijkheid is
2contect factoren = hoe ziet die er uit en hoe kennen
3 kind kenmerken = welke temperament
Buffered system
De relatie tussen de kwaliteit van de opvoeding en het aantal tekorten
linaire visie op bufferend systeem
als er 2 rico factoren zijn is de kans op problemen op 2/10 , beetje acterhaald
non-linaire visie op bufferend systeem
er is een neeuwball effect vanaf 3 problemen zijn er worden de problemen vaak alleen maar groter en gaat 1 enkel probleem veel meer effect hebben
Beperkingen van Procesmodel- Belsky
beperkt tot micro niveau.
protecieve factoren = niet uitgewerkt
Theoretische fundering = niet altijd goed uitgewerkt

Balansmodel van bakker
Balansmodel van bakker
Protectieve factoren
• Mogelijkheid op het bestaan van problemen of stoornissen bij een individu betekenisvol doet afnemen.
Risicofactoren
• Mogelijkheid op het bestaan van problemen of stoornissen bij een individu
betekenisvol doet toenemen.