Hoodstuk 1 pedagogie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/36

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:58 PM on 6/1/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

37 Terms

1
New cards
term image

eco-model Bronfenbrender

2
New cards

Definitie Hellinckx

Volgens Hellinckx wordt opvoeden beschouwd als een transactioneel proces, waarbij het kind en de ouder/opvoeder elkaar wederzijds beïnvloeden binnen een context van dagelijks samenleven)

opvoeden = een complex fenomeen

kern van opvoeden = samenleven

(het is in het samen leven tussen ouders en kinderen) een continute wissel werking

intentioneel (bewust dingen doorgven) 20%  en fuctioneel 80% (minder bewust dingen door geven)(kan heel erg slecht gaan) -> je kan hier bewust door praten (daarom moeilijk in kaart gebeuren)

3
New cards

Definitie van Hellinckx Opvoeder

• Gedurende langere tijd

• Dagelijks

• Met een kind samenleeft

• Zich verantwoordelijk weet/voelt voor de toekomst van het kind

4
New cards

Complementair

opvoeder kan en kind leren van elkaar en zorgen ervoor dat ze samen beter ouders en mensen worden

5
New cards

Circulair

ouders en kinderen werkken op elkaar in: de ouders belvoed het gedrag van het kind en het gradag van het kind de ouder.

6
New cards

Mulitfactorieel

Het door veel binvloed zowel door factoren buiten en binnen de mensen.

7
New cards

Het kind

Genetische factoren

• Neurobiologische invloeden

• Pre-, peri- en postnatale invloeden

• Fysieke kenmerken

• Geslacht

8
New cards

De opvoeder of ouder

Persoonskenmerken van de ouder

• Temperament/persoonskenmerken (cognitief, affectief, sociaal, …)

• Leeftijd

• Gezondheid (fysiek en mentaal)

9
New cards

De Opvoedingsgeschiedenis

• Indirecte invloed

• Directe invloed

• Intergenerationele overdracht

• Pedagogisch besef (Baartman)

• Belangenconflicten

10
New cards

Subsysteem en gezinskenmerken

Subsysteemkenmerken:

• Partnerrelatie

• Siblings: aantal kinderen, plaats in de kinderrij

11
New cards

Subsysteem en gezinskenmerken

Subsysteemkenmerken:

• Algemene gezinskenmerken:

• De gezinsorganisatie

• Afgrenzingsprocessen binnen het gezin

• Coalitie- en alliantiestructuren

• De gezinscultuur

• De gezinsdynamiek

12
New cards

De gezinsorganisatie

Afgrenzingsprocessen:

• Ruimtelijk territorium

• Psychisch territorium

• Handelingsterrein

twee gezinstypes

13
New cards

Los zand gezin

de grezen binnen het gezin te vaag.: de leden hebben een overdreven gevoel van zelfstandigheid en een gebrek aan samenhorigheid

14
New cards

Kluwen gezin

hier worden de leden van het gezin opgelorkt door samen horigheid er is weinging vrijheid of ruimte om iet slos van het gezin te doen

15
New cards

Alliantie

Een positieve samenwerking of verbondenheid tussen twee of meer gezinsleden rond een gemeenschappelijk doel.
Een alliantie is normaal en functioneel zolang ze open blijft naar de andere gezinsleden.

16
New cards

Coalitie

Een sterkere, vaak verborgen samenwerking tussen twee gezinsleden tegen een derde gezinslid.
Hier ontstaat meestal een onevenwicht in macht of loyaliteit.

17
New cards

Triangulatie

Een situatie waarbij een derde persoon betrokken wordt in een conflict tussen twee anderen om spanning te verminderen.
Daardoor wordt het conflict niet rechtstreeks opgelost.

Voorbeeld: ouders hebben ruzie en betrekken het kind erbij.

18
New cards

Stabiele opvoeder-kind coalitie

Een vaste en langdurige coalitie tussen een ouder/opvoeder en een kind tegenover de andere ouder/opvoeder.
Dit verstoort vaak de hiërarchie binnen het gezin omdat het kind te veel macht of verantwoordelijkheid krijgt.

Voorbeeld: een moeder bespreekt voortdurend relatieproblemen met haar dochter en samen keren ze zich tegen vader.

19
New cards

Detouring

Een gezinsmechanisme waarbij spanningen tussen ouders worden afgeleid naar het gedrag of probleem van een kind.
Het kind wordt zo de focus, waardoor het echte relationele conflict tussen de ouders verborgen blijft.

Voorbeeld: ouders maken minder ruzie zolang ze bezig zijn met “het probleemkind”.

20
New cards

Zondebokpositie

Wanneer één gezinslid systematisch de schuld krijgt van problemen binnen het gezin.
Dat gezinslid draagt als het ware de spanning van het hele gezin.

Voorbeeld: alle conflicten worden toegeschreven aan het gedrag van één kind.

21
New cards

Parentificatie

Een proces waarbij een kind verantwoordelijkheden opneemt die eigenlijk bij de ouder horen.
Het kind gaat emotioneel of praktisch voor de ouder zorgen.

22
New cards

De gezinscultuur

Het kader van opvattingen, expressieve symbolen en waarden, in temen waarvan de gezinsleden hun situatie, zichzelf en hun onderlinge betrekkingen definiëren, hun gevoelens uitdrukken en hun meningen geven.

23
New cards

De gezinsdynamiek

Mogelijke opvoedingsproblemen bij

- Te veel zelfregulatie

- Te weinige zelfregulatie

24
New cards

De materiële en sociale context

• Materiële mogelijkheden

• Familiale omgeving, buurt en familiekring

• De omgeving

25
New cards

Micro systeem

De directe omgeving van een individu, zoals gezin en vrienden, die invloed heeft op hun ontwikkeling.

26
New cards

Meso systeem

De sociale milieu tussen het microsysteem en macrosysteem, zoals school en buurt, dat invloed uitoefent op de ontwikkeling van een individu.

27
New cards

exo systeem

Het sociale milieu dat indirect van invloed is op een individu, zoals ouders' werk en juridische systemen.

28
New cards

Marco systeem

in welke culturele context (normaal om vrije tijd te hebben goed of niet)

29
New cards

chornosysteem

Het systeem dat tijdgebonden factoren en gebeurtenissen beschrijft die invloed hebben op de ontwikkeling, zoals levensfases en historische momenten.

30
New cards
term image

Procesmodel- Belsky

31
New cards

Procesmodel- Belsky

een model dat zich vooral bezighoud met kindermishandeling het is gebaseerd op 3 factoren

1 ouder factoren = het eigen kindertijd, en wat de persoonlijkheid is

2contect factoren  =  hoe ziet die er uit en hoe kennen

3 kind kenmerken = welke temperament

32
New cards

Buffered system

De relatie tussen de kwaliteit van de opvoeding en het aantal tekorten

33
New cards

linaire visie op bufferend systeem

als er 2 rico factoren zijn  is de kans op problemen op 2/10 , beetje acterhaald

34
New cards

non-linaire visie op bufferend systeem

er is een neeuwball effect vanaf 3 problemen zijn er worden de problemen vaak alleen maar groter en gaat 1 enkel probleem veel meer effect hebben

35
New cards

Beperkingen van Procesmodel- Belsky

beperkt tot micro niveau.

protecieve factoren = niet uitgewerkt

Theoretische fundering = niet altijd goed uitgewerkt

36
New cards
term image

Balansmodel van bakker

37
New cards

Balansmodel van bakker

Protectieve factoren

• Mogelijkheid op het bestaan van problemen of stoornissen bij een individu betekenisvol doet afnemen.

Risicofactoren

• Mogelijkheid op het bestaan van problemen of stoornissen bij een individu

betekenisvol doet toenemen.