AK A2 hfd 5 Nigeria rijk en toch arm - alle begrippen | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/75

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:25 AM on 6/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

76 Terms

1
New cards

aanlandige wind

Wind vanaf zee. Heet ook zeewind.

2
New cards

Aardas

De denkbeeldige lijn van de Noordpool naar de Zuidpool.

3
New cards

aflandige wind

Wind vanaf land.

4
New cards

Afzetmarkt

Het aantal klanten dat producten wil kopen.

5
New cards

Analfabetisme

Het percentage van de bevolking ouder dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.

6
New cards

Arbeidsmigrant

Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook economische migrant.

7
New cards

Armoedegrens

Het minimale inkomen dat je nodig hebt om goed te kunnen leven.

8
New cards

Artsendichtheid

Het aantal artsen per duizend inwoners.

9
New cards

Autonomie

Vrijheid van een land of gebied om eigen wetten en regels te bepalen. Heet ook zelfbestuur.

10
New cards

Basisbehoefte

Iets wat iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven: voedsel, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg.

11
New cards

Beroepsbevolking

Mensen die betaald werk (willen) doen.

12
New cards

Bevolkingsprognose

Berekende voorspelling van het bevolkingsaantal.

13
New cards

bilaterale hulp

Hulp die het ene land direct aan het andere land geeft.

14
New cards

bnp per inwoner

Het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. Je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied.

15
New cards

Braindrain

Het vertrek van goedopgeleide mensen naar het buitenland.

16
New cards

bruto nationaal product (bnp)

Het geld dat alle inwoners in een land per jaar samen verdienen.

17
New cards

buitenlandse investering

Investering van een buitenlands bedrijf in een land.

18
New cards

Corruptie

Het stiekem aannemen van geld en in ruil daarvoor mensen voortrekken of diensten bewijzen.

19
New cards

Deelstaat

Gebied binnen een land dat voor een deel zelfbestuur (autonomie) heeft. Er is een hoofdstad, er zijn ministeries en er zijn eigen wetten en regels.

20
New cards

Dienstensector

Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten. Heet ook tertiaire sector.

21
New cards

Diversificatie

Het minder eenzijdig maken van de economie.

22
New cards

duurzame hulp

Hulp waar een land blijvend iets aan heeft. Heet ook structurele hulp.

23
New cards

economische migrant

Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied. Heet ook arbeidsmigrant.

24
New cards

Eindproduct

Industrieproduct dat geschikt is voor consumenten en dat ontstaan is uit een halffabricaat.

25
New cards

etnische groep

Deel van een volk dat in een ander land (bij elkaar) woont.

26
New cards

etnische minderheid

Etnische groep die in een land in de minderheid is.

27
New cards

Export

Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.

28
New cards

Halffabricaat

Industrieproduct dat nog verder bewerkt moeten worden tot eindproduct.

29
New cards

Import

Invoer van goederen en diensten uit een ander land.

30
New cards

informele sector

Ongeschoold, slechtbetaald werk in de dienstensector dat niet officieel wordt geregistreerd. Mensen betalen geen belasting, maar hebben ook geen recht op uitkeringen.

31
New cards

Infrastructuur

Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen en informatie te vervoeren.

32
New cards

intertropische convergentiezone (ITCZ)

Het tropisch minimum.

33
New cards

Invoerrechten

Belasting op producten die in een land worden ingevoerd.

34
New cards

Keerkring

De breedtecirkel van 23½° N.B. en 23½° Z.B.; grens van de tropen.

35
New cards

Kennismigrant

Arbeidsmigrant die vanwege zijn kennis verhuist.

36
New cards

Kolonie

Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.

37
New cards

Krottenwijk

Een zelfbouwwijk met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er mogen blijven wonen.

38
New cards

Mangrove

Boom die langs tropische kusten leeft in zout water.

39
New cards

menselijke factor

Een verschijnsel verklaren vanuit de mens.

40
New cards

Moesson

Wind die elk half jaar van richting wisselt.

41
New cards

multiculturele samenleving

Samenleving van mensen uit verschillende culturen.

42
New cards

multilaterale hulp

Hulp van landen die via internationale organisaties aan andere landen wordt gegeven.

43
New cards

natuurlijke bevolkingsgroei

Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterftes.

44
New cards

natuurlijke factor

Een verschijnsel verklaren vanuit de natuur.

45
New cards

natuurlijke hulpbron

Product uit de natuur dat mensen goed kunnen gebruiken.

46
New cards

Neokolonialisme

Afhankelijkheid van arme landen ten opzichte van rijke landen na de kolonisatie. Arme landen leveren grondstoffen aan en zijn afnemers van industrieproducten uit rijke landen.

47
New cards

niet-gouvernementele organisatie (ngo)

Organisatie die onafhankelijk van de overheid (Engels: government) ontwikkelingshulp geeft.

48
New cards

Noodhulp

Hulp om te kunnen overleven bij een hongersnood of na een natuurramp.

49
New cards

Ondervoeding

Een tekort aan voedsel.

50
New cards

ontwikkeld land

Rijk land met een hoog ontwikkelingspeil.

51
New cards

Ontwikkelingshulp

Steun die arme landen krijgen om hun levensomstandigheden te verbeteren.

52
New cards

Ontwikkelingskenmerk

Kenmerk waarmee je de armoede of rijkdom in een gebied kunt meten.

53
New cards

Ontwikkelingsland

Arm land met een laag ontwikkelingspeil.

54
New cards

Ontwikkelingssamenwerking

Rijke landen werken samen met arme landen om hen te helpen hun levensomstandigheden te verbeteren.

55
New cards

opkomend land

Land dat nog niet echt ontwikkeld is, maar wel een snelle economische groei doormaakt.

56
New cards

regionale ongelijkheid

Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.

57
New cards

Remittances

Geldzendingen door migranten naar het land van herkomst.

58
New cards

ruimtelijke ordening

Het maken van plannen over de inrichting van een gebied.

59
New cards

ruraal-urbane migratie

Migratie van het platteland naar de stad.

60
New cards

Savanne

Landschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.

61
New cards

selectieve migratie

Migratie op basis van bijvoorbeeld leeftijd, inkomen en/of geslacht.

62
New cards

sociale bevolkingsgroei

Verandering van het bevolkingsaantal door vestiging min vertrek.

63
New cards

Steppe

Droog gebied waar net genoeg regen valt voor de groei van grassen en lage struikjes.

64
New cards

structurele hulp

Hulp waar een land blijvend iets aan heeft. Heet ook duurzame hulp.

65
New cards

tertiaire sector

Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten. Heet ook dienstensector.

66
New cards

tropisch regenwoud

Dicht, ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen.

67
New cards

urban sprawl

De enorme verspreiding van voorsteden over het omringende platteland.

68
New cards

Urbanisatie

Het proces waarbij steeds meer mensen in de stad gaan wonen. Heet ook verstedelijking.

69
New cards

Urbanisatiegraad

Het percentage stedelingen in een land.

70
New cards

Urbanisatietempo

De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.

71
New cards

vrije wereldhandel

Handelssysteem waarbij alle landen in de wereld met elkaar handel kunnen drijven, zonder dat ze elkaar belemmeren.

72
New cards

Vruchtbaarheidscijfer

Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.

73
New cards

vruchtbare leeftijd

Leeftijdscategorie waarbinnen een vrouw kinderen kan krijgen.

74
New cards

Welvaart

Mate waarin iemand genoeg geld heeft om in zijn behoeften te kunnen voorzien. Gaat over het inkomen van mensen.

75
New cards

Welzijn

Mate waarin iemand toegang heeft tot de basisbehoeften. Gaat over gelukkig en gezond kunnen leven.

76
New cards

Zuigelingensterfte

Het gemiddelde aantal kinderen dat in het eerste levensjaar overlijdt, per duizend levendgeborenen, per jaar.