Alle begrippen P4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:12 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

80 Terms

1
New cards

Herinneringsaanwijzing

Elke prikkel die het oproepen van een herinnering bevordert

2
New cards

Principes van coderingsspecificiteit

- Het idee dat elke prikkel die samen met een ervaring wordt gecodeerd, later een herinnering aan die ervaring kan oproepen

3
New cards

Prospectief geheugen

Onthouden dat je iets op een later tijdstip moet doen

4
New cards

Vergeetproces door ophalen

Verminderde mogelijkheid om iets in de toekomst te herinneren na het ophalen van een gerelateerd item uit het langetermijngeheugen

5
New cards

Proactieve interferentie

Interferentie die optreedt wanneer eerdere informatie het vermogen om nieuwe informatie te onthouden belemmert

6
New cards

Retroactieve interferentie

Interferentie die optreedt wanneer nieuwe informatie het vermogen om oude informatie te onthouden remt

7
New cards

Blokkering

Het tijdelijke onvermogen om iets te onthouden

8
New cards

Vergeetachtigheid/afwezigheid

Het onoplettend of oppervlakkig opslaan van gebeurtenissen

9
New cards

Persistentie

Het voortdurend terugkeren van ongewenste herinneringen

10
New cards

Geheugenvertekening/memory bias

Het veranderen van herinneringen in de loop van de tijd, zodat ze in overeenstemming komen met huidige overtuigingen of houdingen

11
New cards

Verkeerde toeschrijving van de bron

Geheugenvervorming die optreedt wanneer mensen zich de tijd, plaats, persoon of omstandigheden van een herinnering verkeerd herinneren

12
New cards

Bronamnesie

Een vorm van verkeerde toeschrijving die optreedt wanneer mensen een herinnering aan een gebeurtenis hebben, maar zich niet kunnen herinneren waar ze de informatie zijn tegengekomen

13
New cards

Cryptomnesie

Een vorm van verkeerde toeschrijving die optreedt wanneer mensen denken dat ze een nieuw idee hebben bedacht, maar in werkelijkheid een opgeslagen idee hebben opgehaald en er niet in zijn geslaagd het idee aan de juiste bron toe te schrijven

14
New cards

Suggestibiliteit

Het ontstaan van vertekende herinneringen door misleidende informatie

15
New cards

Geheugen

het vermogen om informatie op te slaan en op te halen

16
New cards

Amnesie

Een stoornis in het langetermijngeheugen – als gevolg van ziekte, hersenletsel of psychologisch trauma – waarbij de persoon het vermogen verliest om grote hoeveelheden informatie op te halen

17
New cards

Retrograde amnesie

Een aandoening waarbij mensen herinneringen aan het verleden verliezen, zoals herinneringen aan gebeurtenissen, feiten, mensen of zelfs persoonlijke informatie

18
New cards

Anterograde amnesie

Een aandoening waarbij mensen het vermogen verliezen om nieuwe herinneringen te vormen

19
New cards

Priming

Een vergemakkelijking van de reactie op een stimulus als gevolg van recente ervaring met die stimulus of een verwante stimulus

20
New cards

Impliciet geheugen

Geheugen dat tot uiting komt via reacties, handelingen of reacties

21
New cards

Expliciet geheugen

Geheugen dat bewust wordt opgehaald

22
New cards

Procedureel geheugen

Een type impliciet geheugen dat betrekking heeft op vaardigheden en gewoontes

23
New cards

Episodisch geheugen

Geheugen voor iemands ervaringen uit het verleden die worden geïdentificeerd door een tijd en plaats

24
New cards

Semantisch geheugen

Geheugen voor feiten onafhankelijk van persoonlijke ervaring

25
New cards

Codering

Het proces waarbij de waarneming van een stimulus of gebeurtenis wordt omgezet in een herinnering

26
New cards

Schema's

Cognitieve structuren in het langetermijngeheugen die ons helpen informatie waar te nemen, te ordenen en te begrijpen

27
New cards

Chunking

Het ordenen van informatie in betekenisvolle eenheden om het gemakkelijker te onthouden

28
New cards

Mnemonische technieken

leermiddelen of strategieën die het herinneren bevorderen door het gebruik van herinneringsprikkels

29
New cards

Zintuiglijk geheugen

Een geheugensysteem dat zintuiglijke informatie zeer kortstondig opslaat in een vorm die dicht bij de oorspronkelijke zintuiglijke waarneming ligt

30
New cards

Werkgeheugen

Een cognitief systeem met beperkte capaciteit dat informatie tijdelijk opslaat en verwerkt voor direct gebruik

31
New cards

Langetermijngeheugen

De opslag van informatie die minuten tot oneindig lang kan duren

32
New cards

Seriële positie-effect -

De bevinding dat het vermogen om items uit een lijst te herinneren afhangt van de volgorde van presentatie, zodat items die vroeg of laat in de lijst worden gepresenteerd beter worden onthouden dan die in het midden

33
New cards

Consolidatie

Het geleidelijke proces van geheugenopslag in de hersenen

34
New cards

Langetermijnpotentiëring (LTP)

Versterking van een synaptische verbinding, waardoor de postsynaptische neuronen gemakkelijker geactiveerd worden door presynaptische neuronen

35
New cards

Flashbulb-herinneringen

Levendige episodische herinneringen aan de omstandigheden waarin mensen voor het eerst kennis namen van een verrassende en ingrijpende of emotioneel opwindende gebeurtenis

36
New cards

Herconsolidatie

Het opnieuw opslaan van een herinnering na het ophalen ervan

37
New cards

Taal

Een communicatiesysteem dat gebruikmaakt van klanken en symbolen volgens grammaticale regels

38
New cards

Morphemes

De kleinste taaleenheden met betekenis, waaronder achtervoegsels en voorvoegsels

39
New cards

Phonemes

De basisklanken van de spraak, de bouwstenen van de taal

40
New cards

Afasie

Een taalstoornis die leidt tot tekortkomingen in taalbegrip en -productie

41
New cards

Wernicke-gebied

Een gebied in de linkerhersenhelft waar de temporale en pariëtale kwabben samenkomen, betrokken bij spraakbegrip

42
New cards

Taalkundige relativiteitstheorie

De stelling dat taal het denken bepaalt

43
New cards

Telegrafische spraak

de manier waarop peuters spreken, met rudimentaire zinnen waarin woorden en grammaticale kenmerken ontbreken, maar die een logische syntaxis volgen en een schat aan betekenis overbrengen

44
New cards

Oppervlaktestructuur

in taal, de klank en volgorde van woorden

45
New cards

Diepstructuur

in taal, de impliciete betekenissen van zinnen

46
New cards

Phonics

een methode om lezen in het Engels te onderwijzen die zich richt op de associatie tussen letters en hun fonemen

47
New cards

Cognitie

De mentale activiteit die bestaat uit denken en de inzichten die daaruit voortvloeien

48
New cards

Denken

Het mentaal bewerken van voorstellingen van kennis over de wereld

49
New cards

Analoge voorstellingen

Mentale voorstellingen die enkele fysieke kenmerken vertonen van datgene wat ze voorstellen

50
New cards

Symbolische voorstellingen

Abstracte mentale voorstellingen die niet overeenkomen met de fysieke kenmerken van objecten of ideeën

51
New cards

Concept

Een categorie of klasse van verwante items die bestaat uit mentale voorstellingen van die items

52
New cards

Prototypemodel

Een manier om over concepten na te denken: binnen elke categorie is er een beste voorbeeld – een prototype – voor die categorie

53
New cards

Exemplaarmodel

Een manier om over concepten na te denken: alle leden van een categorie zijn voorbeelden (exemplaren); samen vormen ze het concept en bepalen ze het lidmaatschap van de categorie

54
New cards

Script

Een schema dat gedrag in de loop van de tijd binnen een situatie stuurt

55
New cards

Stereotypen

Cognitieve schema's die een gemakkelijke, snelle verwerking van informatie over mensen mogelijk maken op basis van hun lidmaatschap van bepaalde groepen

56
New cards

Besluitvorming

een cognitief proces dat leidt tot de keuze van een handelwijze of overtuiging uit verschillende opties

57
New cards

Probleemoplossing

het vinden van een manier om een obstakel te omzeilen en zo een doel te bereiken

58
New cards

Heuristieken

snelkoppelingen (vuistregels of informele richtlijnen) die worden gebruikt om de hoeveelheid denkwerk die nodig is om beslissingen te nemen te verminderen

59
New cards

Anchoring

De neiging om bij het vellen van een oordeel te vertrouwen op het eerste stukje informatie dat men tegenkomt of op informatie die het snelst in je opkomt

60
New cards

Framing

Bij besluitvorming, een nadruk op de potentiële verliezen of potentiële winsten van ten minste één alternatief

61
New cards

Beschikbaarheidsheuristiek

Een beslissing nemen op basis van het antwoord dat het gemakkelijkst in je opkomt

62
New cards

Representativiteitsheuristiek

Een persoon of een object in een categorie plaatsen als die persoon of dat object lijkt op iemands prototype voor die categorie

63
New cards

Affectieve voorspelling

De neiging van mensen om te overschatten hoe gebeurtenissen hen in de toekomst zullen laten voelen

64
New cards

Herstructurering

Een nieuwe manier van denken over een probleem die helpt bij de oplossing ervan

65
New cards

Mentale sets

Probleemoplossingsstrategieën die in het verleden hebben gewerkt

66
New cards

Functionele fixatie

Bij het oplossen van problemen, het hebben van vaste ideeën over de typische functies van objecten

67
New cards

Inzicht

Het plotseling besef dat er een oplossing voor een probleem is

68
New cards

Mentale leeftijd

Een beoordeling van het intellectuele niveau van een kind in vergelijking met dat van leeftijdsgenoten; vastgesteld door de testscore van het kind te vergelijken met de gemiddelde score voor kinderen van elke chronologische leeftijd

69
New cards

Intelligentiequotiënt (IQ)

Een index van intelligentie die wordt berekend door de geschatte mentale leeftijd van een kind te delen door de chronologische leeftijd van het kind, en dit getal vervolgens te vermenigvuldigen met 100

70
New cards

Algemene intelligentie (g)

Het idee dat één algemene factor ten grondslag ligt aan intelligentie

71
New cards

Fluïde intelligentie

Intelligentie die het vermogen weerspiegelt om informatie te verwerken, relaties te begrijpen en logisch te denken, met name in nieuwe of complexe omstandigheden

72
New cards

Gekristalliseerde intelligentie

Intelligentie die zowel de door ervaring verworven kennis als het vermogen om die kennis te gebruiken weerspiegelt

73
New cards

Emotionele intelligentie (EI)

Een vorm van sociale intelligentie die de nadruk legt op het beheersen, herkennen en begrijpen van emoties en het gebruik ervan om passend denken en handelen te sturen

74
New cards

Intelligentie

Het vermogen om kennis te gebruiken om te redeneren, beslissingen te nemen, gebeurtenissen te begrijpen, problemen op te lossen, complexe ideeën te begrijpen, snel te leren en zich aan te passen aan uitdagingen in de omgeving

75
New cards

Mentale leeftijd

Een beoordeling van het intellectuele niveau van een kind in vergelijking met dat van leeftijdsgenoten; bepaald door de testscore van het kind te vergelijken met de gemiddelde score voor kinderen van elke chronologische leeftijd

76
New cards

Intelligentiequotiënt (IQ)

Een index van intelligentie die wordt berekend door de geschatte mentale leeftijd van een kind te delen door de chronologische leeftijd van het kind, en dit getal vervolgens te vermenigvuldigen met 100

77
New cards

Algemene intelligentie (g)

Het idee dat één algemene factor ten grondslag ligt aan intelligentie

78
New cards

Emotionele intelligentie (EI)

Een vorm van sociale intelligentie die de nadruk legt op het beheersen, herkennen en begrijpen van emoties en het gebruik ervan om passend denken en handelen te sturen

79
New cards

Fluïde intelligentie

Intelligentie die het vermogen weerspiegelt om informatie te verwerken, relaties te begrijpen en logisch te denken, met name in nieuwe of complexe omstandigheden

80
New cards

Gekristalliseerde intelligentie

Intelligentie die zowel de door ervaring verworven kennis als het vermogen om die kennis te gebruiken weerspiegelt