1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Replicatiecrisis
het probleem dat veel gepubliceerde wetenschappelijke bevindingen niet succesvol kunnen worden gerepliceerd in nieuw onderzoek.
Directe replicatie
het zo nauwkeurig mogelijk herhalen van een oorspronkelijk onderzoek om te testen of dezelfde resultaten opnieuw worden gevonden.
Conceptuele replicatie
het opnieuw testen van hetzelfde concept met een andere methode of in een andere context om generaliseerbaarheid te onderzoeken.
Exploratief onderzoek
onderzoek waarbij data worden gebruikt om nieuwe hypothesen of patronen te ontdekken.
Confirmatief onderzoek
onderzoek waarbij vooraf opgestelde hypothesen worden getoetst met een vastgelegd analyseplan.
Preprint
een versie van een wetenschappelijk artikel die openbaar beschikbaar is voordat het peer review proces is afgerond.
Visualisatiebias
vertekening die ontstaat door de manier waarop data grafisch worden weergegeven, waardoor effecten groter of kleiner kunnen lijken.
Effectgrootte
een maat voor de sterkte van een verband of verschil, los van statistische significantie.
Doelgroepanalyse
het analyseren van wat het publiek al weet, belangrijk vindt en hoe zij het best bereikt kunnen worden bij wetenschappelijke communicatie.
Mechanisme
de onderliggende verklaring voor hoe en waarom een interventie of factor een bepaald effect veroorzaakt, wat aansluit bij mediatie.
Randvoorwaarden
de omstandigheden of factoren die bepalen onder welke condities een interventie werkt, wat aansluit bij moderatie.
Beleidsinterventie
een maatregel of programma dat bedoeld is om een sociaal probleem te beïnvloeden.
Contextafhankelijkheid
het idee dat de effectiviteit van een interventie afhankelijk is van de specifieke sociale en culturele context waarin deze wordt uitgevoerd.
Positivism
de aanname dat kennis objectief in de wereld bestaat en dat onderzoekers deze werkelijkheid neutraal en meetbaar kunnen vastleggen.
Constructivism
de aanname dat kennis deels wordt geconstrueerd door mensen zelf en beïnvloed wordt door cultuur, context en subjectieve ervaringen.
Internal alignment
de logische en onderbouwde samenhang tussen theoretisch kader, onderzoeksvraag, onderzoeksdesign, methode en bevindingen.
Theoretical framework
het geheel van theorieën en concepten dat de basis vormt voor het onderzoek en richting geeft aan de onderzoeksvraag en interpretatie.
Richness
de rijkheid van data, oftewel de hoeveelheid detail en context die inzicht geeft in het onderzochte fenomeen.
Co-coding
het onafhankelijk coderen van dezelfde data door meerdere onderzoekers en het vervolgens vergelijken van interpretaties om subjectieve vertekening te beperken.
Stakeholder involvement
het actief betrekken van relevante betrokkenen of sleutelpersonen in het onderzoeksproces.
Credibility
de mate waarin de bevindingen geloofwaardig en goed onderbouwd zijn door de data.
Dependability
de mate waarin het onderzoeksproces transparant is beschreven zodat anderen kunnen begrijpen hoe het onderzoek is uitgevoerd.
Confirmability
de mate waarin duidelijk is dat de bevindingen voortkomen uit de data en niet uit persoonlijke meningen van de onderzoeker.
Thick description
een gedetailleerde en contextuele beschrijving van situaties, deelnemers en processen zodat lezers de context goed kunnen begrijpen.