AFP Periode 2 Alle Leerdoelen met antwoord

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/108

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:50 PM on 6/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

109 Terms

1
New cards
Waaruit bestaat spierweefsel?
Spiervezels, myofibrillen en sarcomeren
2
New cards
Wat is een spiervezel?
Een lange spiercel die kan samentrekken
3
New cards
Wat is een myofibril?
Een lange keten van sarcomeren in een spiervezel
4
New cards
Wat is een sarcomeer?
De kleinste functionele eenheid van een spier – actine en myosine schuiven hier in elkaar
5
New cards
Wat is de functie van een spiervezel?
Samentrekken en kracht leveren voor beweging
6
New cards
Wat is de functie van een myofibril?
Zorgt dat de spiervezel verkort door de sarcomeren korter te maken
7
New cards
Wat is de functie van een sarcomeer?
Zorgt voor het daadwerkelijk verkorten van de spier doordat actine en myosine in elkaar schuiven
8
New cards
Waarom zijn spiervezels/myofibrillen/sarcomeren belangrijk voor beweging?
Ze zorgen dat een spier kan verkorten en aan botten kan trekken waardoor het lichaam beweegt
9
New cards
Wat zijn drie rollen van spierweefsel?
Beweging mogelijk maken, warmte produceren en houding handhaven (spiertonus)
10
New cards
Wat is spiercontractie?
Het samentrekken van een spier doordat de sarcomeren korter worden
11
New cards
Hoe werkt spiercontractie stap voor stap?
Actine en myosine schuiven in elkaar in het sarcomeer. Dit kost energie (ATP). De spier verkort.
12
New cards
Wat zijn de drie soorten spierweefsel?
Dwarsgestreept (skeletspier), glad spierweefsel en hartspier
13
New cards
Wat zijn de kenmerken van dwarsgestreept spierweefsel?
Willekeurig aanstuurbaar, snel maar snel vermoeid
14
New cards
Wat zijn de kenmerken van glad spierweefsel?
Onwillekeurig, langzaam en onvermoeibaar
15
New cards
Wat zijn de kenmerken van hartspierweefsel?
Onwillekeurig, ritmisch en onvermoeibaar
16
New cards
Waar zit dwarsgestreept spierweefsel?
Vastgehecht aan het skelet
17
New cards
Waar zit glad spierweefsel?
In holle organen zoals darmen, maag, blaas en bloedvaten
18
New cards
Waar zit hartspierweefsel?
Alleen in het hart
19
New cards
Wat zijn de functies van het skelet?
Beweging, bescherming van organen, steun, mineraalopslag en productie van bloedcellen
20
New cards
Hoe helpt het skelet bij beweging?
Spieren hechten op botten – als de spier samentrekt trekt hij aan het bot waardoor het lichaam beweegt
21
New cards
Hoe beschermt het skelet organen?
De schedel beschermt de hersenen; de ribbenkast beschermt hart en longen
22
New cards
Wat is de steunfunctie van het skelet?
Het skelet geeft het lichaam vorm en houdt het rechtop
23
New cards
Wat is mineraalopslag in het skelet?
Het skelet slaat calcium en fosfor op – bij een tekort komen deze vrij in het bloed
24
New cards
Waar worden bloedcellen aangemaakt en hoe heet dat proces?
In het beenmerg (bijv. borstbeen en heupbeen) – dit heet hematopoëse
25
New cards
Wat zijn de drie soorten botten op basis van vorm?
Lang bot, plat bot en onregelmatig bot
26
New cards
Geef een voorbeeld van een lang bot
Dijbeen (femur) of opperarmbeen
27
New cards
Geef een voorbeeld van een plat bot
Schouderblad of schedelbot
28
New cards
Geef een voorbeeld van een onregelmatig bot
Ruggenwervel
29
New cards
Wat is een kenmerk van een lang bot?
Het is langer dan breed en heeft een holle schacht (diafyse) met twee uiteinden (epifysen)
30
New cards
Wat is een osteoblast?
Een botcel die nieuw bot aanmaakt (opbouw)
31
New cards
Wat is een osteoclast?
Een botcel die bot afbreekt (resorptie)
32
New cards
Wat is een osteocyt?
Een volwassen botcel die de botstofwisseling regelt
33
New cards
Hoe geneest een bot na een breuk?
1. Reactiefase – bloedstolsel. 2. Reparatiefase – zachte callus. 3. Harde callus – kalkhoudend bot. 4. Remodelleringsfase – normale structuur keert terug.
34
New cards
Wat is botremodellering?
Het voortdurende proces van botafbraak (osteoclasten) en botopbouw (osteoblasten) in gezond bot
35
New cards
Waarom is botremodellering belangrijk?
Om beschadigd bot te vervangen, de calciumhuishouding te regelen en de botsterkte aan te passen aan de belasting
36
New cards
Wat is een gewrichtsaandoening?
Een aandoening aan een gewricht die pijn, stijfheid of functieverlies geeft
37
New cards
Wat is het verschil tussen een ontsteking- en degeneratieve gewrichtsaandoening?
Ontsteking: immuunsysteem valt het gewricht aan (bijv. RA). Degeneratief: kraakbeen slijt door ouderdom of overbelasting (bijv. artrose).
38
New cards
Wat is reumatoïde artritis (RA)?
Een chronische auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem het gewrichtsslijmvlies (synovium) aanvalt
39
New cards
Wat zijn symptomen van RA?
Ochtendstijfheid langer dan 1 uur, symmetrische gewrichtszwelling en pijn, warme/rode gewrichten, moeheid en gewichtsverlies
40
New cards
Wat zijn oorzaken van RA?
Auto-immuunreactie, genetische aanleg en rookgedrag
41
New cards
Hoe wordt RA behandeld?
Ontstekingsremmers (NSAID's), DMARD's, prednison, fysiotherapie en soms operatie
42
New cards
Wat is artrose?
Een degeneratieve gewrichtsaandoening door slijtage van het kraakbeen
43
New cards
Wat zijn symptomen van artrose?
Startpijn, pijn bij belasting (beter in rust), kortdurende ochtendstijfheid (<30 min), knarsen (crepitaties) en lichte zwelling zonder roodheid
44
New cards
Wat zijn risicofactoren voor artrose?
Ouderdom, overgewicht, jarenlange gewrichtsbelasting, erfelijkheid en eerdere gewrichtsblessure
45
New cards
Hoe wordt artrose behandeld?
Pijnstillers, fysiotherapie, gewichtsreductie, hulpmiddelen (wandelstok) en eventueel een prothese
46
New cards
Wat is osteoporose?
Een stofwisselingsziekte waarbij de botdichtheid afneemt – botten worden broos en breken sneller
47
New cards
Wat gebeurt er met osteoblasten en osteoclasten bij osteoporose?
De botafbraak door osteoclasten is groter dan de botopbouw door osteoblasten
48
New cards
Wat is het verband tussen osteoporose en hormonen?
Na de overgang dalen de oestrogenen – zonder oestrogenen remt niets de osteoclasten meer en neemt botafbraak toe
49
New cards
Wat zijn oorzaken van osteoporose?
Leeftijd, vrouwelijk geslacht, vroege overgang, calcium/vitamine D-tekort, langdurig corticosteroïdengebruik en erfelijkheid
50
New cards
Wat zijn symptomen van osteoporose?
Vaak pijnloos tot er een fractuur ontstaat; daarna lengteverlies, gebochelde rug (kyfose) en rugpijn door wervelfracturen
51
New cards
Hoe wordt osteoporose behandeld?
Calcium en vitamine D-suppletie, bisfosfonaten, valpreventie en gewichtdragende oefeningen
52
New cards
Wat is een fractuur?
Een botbreuk
53
New cards
Hoe wordt een fractuur geclassificeerd?
Op basis van huidbeschadiging (open/gesloten), verplaatsing van botfragmenten en de plaats in het bot (epifyse/diafyse/metafyse)
54
New cards
Wat zijn drie oorzaken van een fractuur?
Trauma (val of ongeluk), overbelasting (stressfractuur) en een inwendige oorzaak zoals osteoporose
55
New cards
Noem vijf soorten fracturen
Transversaal, spiraal, comminutief (verbrijzeld), greenstick (twijgbreuk bij kinderen) en open (gecompliceerd)
56
New cards
Wat is het verschil tussen een open en gesloten fractuur?
Open: huid kapot en bot steekt naar buiten – infectiegevaar. Gesloten: huid is heel – geen infectie van buiten.
57
New cards
Wat is een epifysaire fractuur?
Een breuk in het uiteinde van een pijpbeen
58
New cards
Wat is een diafysaire fractuur?
Een breuk in de schacht van een pijpbeen
59
New cards
Wat is een metafysaire fractuur?
Een breuk in het overgangsgebied tussen schacht en uiteinde
60
New cards
Wat zijn symptomen van een fractuur?
Pijn, zwelling, blauwe plek, standafwijking en asdrukpijn
61
New cards
Hoe wordt een fractuur behandeld?
Reponeren (terugzetten), immobiliseren (gips), osteosynthese, externe fixateur of tractie
62
New cards
Wat is de functie van het cerebrum?
Vier kwabben: frontaal (plannen/beweging), pariëtaal (gevoel), temporaal (horen/geheugen) en occipitaal (zien)
63
New cards
Wat is de functie van het cerebellum?
Coördinatie, evenwicht en spierspanning
64
New cards
Wat is de functie van de thalamus?
Schakelstation voor alle zintuigprikkels (behalve reuk)
65
New cards
Wat is de functie van de hypothalamus?
Regelt dorst, honger, lichaamstemperatuur, emoties en hormonen
66
New cards
Wat is de hersenschors (cortex)?
De buitenste laag van de hersenen (grijze stof) – verantwoordelijk voor hogere functies zoals waarneming en bewustzijn
67
New cards
Uit welke delen bestaat de hersenstam?
Middenhersenen, pons en verlengde merg (medulla oblongata)
68
New cards
Wat zijn de functies van de hersenstam?
Regelt ademhaling, bloeddruk, bewustzijn, temperatuur en slaap-waakritme
69
New cards
Wat is de rol van het ruggenmerg?
Verbindt de hersenen met de rest van het lichaam en verzorgt reflexen
70
New cards
Hoe is het ruggenmerg opgebouwd?
Grijze stof binnen (vlindervorm) en witte stof buiten
71
New cards
Wat is de functie van grijze stof in de hersenen?
Cellichamen van zenuwcellen – verwerkt informatie
72
New cards
Wat is de functie van witte stof in de hersenen?
Uitlopers met myeline – zorgt voor snelle communicatie tussen hersengebieden
73
New cards
Wat is de functie van grijze stof in het ruggenmerg?
Schakelcellen en motorische cellichamen (voor reflexen)
74
New cards
Wat is de functie van witte stof in het ruggenmerg?
Opstijgende en afdalende banen
75
New cards
Wat zijn opstijgende en afdalende banen?
Opstijgend: sensorisch signaal van lichaam naar hersenen. Afdalend: motorisch commando van hersenen naar spieren.
76
New cards
Wat is een reflex?
Een snelle, onwillekeurige reactie zonder tussenkomst van de hersenen
77
New cards
Hoe verloopt een reflexboog?
Prikkel → sensorisch neuron → schakelcel in ruggenmerg → motorisch neuron → effector (bijv. spier)
78
New cards
Hoe is een neuron opgebouwd?
Dendrieten (ontvangen signalen), cellichaam, axon (geeft signalen door) en synapsen
79
New cards
Wat is een dendriet?
Korte uitloper die signalen ontvangt
80
New cards
Wat is een axon?
Lange uitloper die signalen doorgeeft
81
New cards
Wat is een synaps?
De plaats waar een impuls wordt overgedragen van de ene zenuwcel naar de andere
82
New cards
Wat is een neurotransmitter?
Een chemische stof die het signaal over de synaptische spleet brengt
83
New cards
Hoe verloopt prikkelgeleiding?
Via dendrieten opgenomen → via axon (sprongsgewijs via knopen van Ranvier) → naar synaps → neurotransmitter activeert volgende cel
84
New cards
Wat zijn de vier soorten pijn?
Nociceptieve pijn, neuropathische pijn, viscerale pijn en psychogene pijn
85
New cards
Wat is nociceptieve pijn?
Pijn door weefselschade
86
New cards
Wat is neuropathische pijn?
Pijn door zenuwbeschadiging
87
New cards
Wat is viscerale pijn?
Pijn uit organen
88
New cards
Wat is psychogene pijn?
Pijn met een psychische oorzaak
89
New cards
Wat is het verschil tussen acute en chronische pijn?
Acuut: plotseling, kortdurend, waarschuwingssignaal. Chronisch: langer dan 3-6 maanden aanwezig, geen waarschuwingsfunctie meer.
90
New cards
Wat zijn nociceptoren?
Zenuwuiteinden die reageren op weefselbedreigende prikkels en deze omzetten in een elektrisch signaal
91
New cards
Hoe werkt paracetamol?
Remt pijn in de hersenen – geen ontstekingsremming
92
New cards
Hoe werken NSAID's?
Remmen zowel ontsteking als pijn (bijv. ibuprofen)
93
New cards
Hoe werken opiaten?
Binden aan opioïdreceptoren in hersenen en ruggenmerg – remmen pijnsignalen en verhogen de pijndrempel
94
New cards
Wat zijn veelvoorkomende bijwerkingen van opiaten?
Constipatie, misselijkheid, braken, sufheid en ademhalingsdepressie bij hoge dosering
95
New cards
Wat is dementie?
Een verzamelnaam voor ziektebeelden waarbij de hersenen blijvend zijn beschadigd en cognitieve functies achteruitgaan (geheugen, denken, taal, gedrag)
96
New cards
Wat is het verschil tussen normaal ouderdomsverlies en dementie?
Normaal: soms iets vergeten maar later weer weten. Dementie: steeds meer vergeten, desoriëntatie en problemen met dagelijkse taken.
97
New cards
Wat zijn de vier vormen van dementie?
Alzheimer, vasculaire dementie, Lewy body dementie en frontotemporale dementie
98
New cards
Wat zijn de kenmerken van Alzheimer?
Meest voorkomend; begint met geheugenverlies
99
New cards
Wat zijn de kenmerken van vasculaire dementie?
Ontstaat door herseninfarcten; stapgewijze achteruitgang
100
New cards
Wat zijn de kenmerken van Lewy body dementie?
Wisselend bewustzijn, hallucinaties en parkinsonisme