week 8: c13 wg 15 // c14 wg 16

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/12

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:48 AM on 6/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

13 Terms

1
New cards

hc 13: uitleggen wat positieve gezondheid inhoudt

1/4

-        Gezondheid niet meer als aan- of afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren

-        In deze visie is gezondheid niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessionals maar van ons allemaal

→ Als je deze definitie handhaaft, betekent dat dat niet alleen de zorgprofessional verantwoordelijk is voor gezondheid, maar bijv. ook sociale domein van de patiënt

 

Belangrijke kansen voor het werkveld die de positieve gezondheid biedt zijn:

• De mens staat centraal

• Het concept benadrukt het ‘potentieel’, niet wat er niet meer gaat

• De focus op ‘gezondheid’ in plaats van op ziekte helpt beleidsmakers en

politici anders te denken en het aanbod beter aan te laten sluiten bij de

vraag

“Gezondheid als het

vermogen van mensen

zich aan te passen en

eigen regie te voeren,

in het licht van fysieke,

emotionele en sociale

uitdagingen van het

leven”

<p>-<span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;; line-height: normal; font-size: 7pt;">&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>Gezondheid niet meer als aan- of afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren</p><p class="MsoListParagraphCxSpMiddle">-<span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;; line-height: normal; font-size: 7pt;">&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </span>In deze visie is gezondheid niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessionals maar van ons allemaal</p><p class="MsoListParagraphCxSpMiddle">→ Als je deze definitie handhaaft, betekent dat dat niet alleen de zorgprofessional verantwoordelijk is voor gezondheid, maar bijv. ook sociale domein van de patiënt</p><p class="MsoListParagraphCxSpLast">&nbsp;</p><p class="MsoListParagraphCxSpLast">Belangrijke kansen voor het werkveld die de positieve gezondheid biedt zijn:</p><p>• De mens staat centraal</p><p>• Het concept benadrukt het ‘potentieel’, niet wat er niet meer gaat</p><p>• De focus op ‘gezondheid’ in plaats van op ziekte helpt beleidsmakers en</p><p>politici anders te denken en het aanbod beter aan te laten sluiten bij de</p><p>vraag</p><p></p><p></p><p>“Gezondheid als het </p><p>vermogen van mensen </p><p>zich aan te passen en </p><p>eigen regie te voeren, </p><p>in het licht van fysieke, </p><p>emotionele en sociale </p><p>uitdagingen van het </p><p>leven”</p><p></p><p class="MsoListParagraphCxSpLast"></p>
2
New cards
<p>hc13: uitleggen wat eigen regie omvat</p><p></p><p>2/4</p>

hc13: uitleggen wat eigen regie omvat

2/4

Wat is zelfregie? (Brink, 2012)

Cliënt:

“Zelfregie is zelf beslissen over hoe je leven eruit ziet en over de eventuele

professionele ondersteuning daarbinnen. Daarbij is motivatie, je eigen

invulling van wat een goed leven is voor jou, de belangrijkste leidraad. Eigen

kracht en contacten met anderen om je heen zijn belangrijke hulpbronnen.“

Professional:

"De nieuwe professional moet op zijn handen zitten. Niet zomaar zelf even

bellen naar instanties en formulieren invullen. Mensen ondersteunen bij het

zelf oplossen van problemen: dat is de opdracht voor de nieuwe

professional.”

<p>Wat is zelfregie? (Brink, 2012)</p><p>Cliënt:</p><p>“Zelfregie is zelf beslissen over hoe je leven eruit ziet en over de eventuele </p><p>professionele ondersteuning daarbinnen. Daarbij is motivatie, je eigen </p><p>invulling van wat een goed leven is voor jou, de belangrijkste leidraad. Eigen </p><p>kracht en contacten met anderen om je heen zijn belangrijke hulpbronnen.“<br></p><p>Professional: </p><p>"De nieuwe professional moet op zijn handen zitten. Niet zomaar zelf even </p><p>bellen naar instanties en formulieren invullen. Mensen ondersteunen bij het </p><p>zelf oplossen van problemen: dat is de opdracht voor de nieuwe </p><p>professional.”</p>
3
New cards

hc 13 (extra) - wat is zelfregie in relatie tot de hulpverlener

Zelfregie in relatie tot de hulpverlener

1. Bij eigenaarschap gaat het om de ruimte die je als hulpvrager durft in te

nemen én om de ruimte die je van de professional krijgt

2. Bij eigen kracht gaat het om het vertrouwen in je eigen kunnen en de

bevestiging en complimenten van de professional

3. Bij motivatie gaat het om zelfkennis en durven dromen én om het

openstaan van de professional voor je dromen

4. Bij contacten gaat het om de betekenis die contacten voor jou hebben én

ondersteuning van de professional bij het meer gebruik maken van die

contacten

4
New cards

hc 13: Benoemen welke barrieres eigen regie in de weg kunnen zitten

3/4

knowt flashcard image
5
New cards

hc 13: Het cliëntenperspectief relateren aan de theoretische concepten positieve gezondheid en eigen regie.

4/4

Vanuit het cliëntenperspectief gaat gezondheid over meer dan alleen het afwezig zijn van ziekte. Cliënten kijken vaak breder naar gezondheid dan professionals en vinden bijvoorbeeld ook kwaliteit van leven, sociale relaties, zingeving, dagelijks functioneren en welbevinden belangrijk.

Dit sluit aan bij het concept van positieve gezondheid van Huber. Volgens Huber is gezondheid het vermogen om zich aan te passen en zelf regie te voeren, ook wanneer iemand een ziekte of beperking heeft. Gezondheid wordt daarbij bekeken vanuit zes dimensies: lichamelijke functies, mentale functies en beleving, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal-maatschappelijke participatie en dagelijks functioneren.

Het cliëntenperspectief sluit ook aan bij eigen regie. Volgens Brink is de cliënt eigenaar van zijn eigen leven en keuzes. De professional neemt de regie niet over, maar ondersteunt de cliënt bij het maken van keuzes. Daarbij staan eigenaarschap, eigen kracht, motivatie en sociale contacten centraal.

Vanuit het cliëntenperspectief betekent goede zorg dus niet alleen dat klachten verminderen, maar ook dat mensen zelf keuzes kunnen maken, hun eigen doelen kunnen nastreven en zoveel mogelijk controle ervaren over hun leven.

Kort tentamenantwoord:
Het cliëntenperspectief sluit aan bij positieve gezondheid omdat cliënten gezondheid breed zien en niet alleen als de afwezigheid van ziekte. Daarnaast sluit het aan bij eigen regie omdat cliënten eigenaar zijn van hun eigen leven en ondersteund worden om zelf keuzes te maken op basis van hun eigen wensen, mogelijkheden en doelen.

6
New cards

wg 15: Uitleggen welke ethische dilemma's met betrekking tot eigen regie zich kunnen voordoen en waarom.

1/3

  1. Autonomie van de patiënt versus gezondheid bevorderen
    Moet de keuze van de patiënt altijd gevolgd worden, ook als die keuze niet leidt tot de beste gezondheidsuitkomsten?

  2. Holistische benadering van de patiënt versus professionele grenzen
    Mogen of moeten zorgverleners zich bemoeien met niet-medische aspecten van het leven van patiënten, zoals schulden, relaties of huisvesting?

  3. Autonomie van de patiënt versus activeren van de patiënt
    Moet een zorgverlener zorgtaken uitvoeren en beslissingen nemen voor een patiënt, of de patiënt stimuleren om dit zoveel mogelijk zelf te doen?

  4. Zorgen voor de patiënt versus activeren van de patiënt
    Moet een zorgverlener kwetsbare patiënten helpen door taken over te nemen, of juist proberen hen zoveel mogelijk zelf te laten doen om hun zelfstandigheid te vergroten?

  5. Autonomie van de patiënt versus betrokkenheid van familieleden
    Mogen familieleden, bijvoorbeeld ouders, betrokken worden bij de zorg van een jongvolwassene wanneer deze zich niet aan de behandeling houdt?

<ol><li><p><strong>Autonomie van de patiënt versus gezondheid bevorderen</strong><br>Moet de keuze van de patiënt altijd gevolgd worden, ook als die keuze niet leidt tot de beste gezondheidsuitkomsten?</p></li><li><p><strong>Holistische benadering van de patiënt versus professionele grenzen</strong><br>Mogen of moeten zorgverleners zich bemoeien met niet-medische aspecten van het leven van patiënten, zoals schulden, relaties of huisvesting?</p></li><li><p><strong>Autonomie van de patiënt versus activeren van de patiënt</strong><br>Moet een zorgverlener zorgtaken uitvoeren en beslissingen nemen voor een patiënt, of de patiënt stimuleren om dit zoveel mogelijk zelf te doen?</p></li><li><p><strong>Zorgen voor de patiënt versus activeren van de patiënt</strong><br>Moet een zorgverlener kwetsbare patiënten helpen door taken over te nemen, of juist proberen hen zoveel mogelijk zelf te laten doen om hun zelfstandigheid te vergroten?</p></li><li><p><strong>Autonomie van de patiënt versus betrokkenheid van familieleden</strong><br>Mogen familieleden, bijvoorbeeld ouders, betrokken worden bij de zorg van een jongvolwassene wanneer deze zich niet aan de behandeling houdt?</p></li></ol><p></p>
7
New cards

wg 15: Inzicht in de verschillende perspectieven om eigen regie te benaderen.

2/3

Inzicht in de verschillende perspectieven om eigen regie te benaderen

Eigen regie kan vanuit verschillende perspectieven bekeken worden.

Perspectief 1: Eigen regie als autonomie en keuzevrijheid

Volgens Brink betekent eigen regie dat mensen zelf beslissen hoe hun leven eruitziet en welke ondersteuning zij wel of niet willen ontvangen. De cliënt blijft eigenaar van zijn leven en maakt zelf keuzes. De rol van de professional is ondersteunen, niet overnemen.

Voorbeeld: Egbert beslist zelf of hij hulp accepteert of vrijwilligerswerk wil doen.

Perspectief 2: Eigen regie als aanpassingsvermogen (positieve gezondheid)

Volgens Huber is gezondheid het vermogen om je aan te passen en regie te voeren ondanks fysieke, mentale of sociale uitdagingen. Eigen regie gaat dus niet alleen over keuzes maken, maar ook over veerkracht, zelfmanagement en omgaan met tegenslagen.

Voorbeeld: iemand met een chronische ziekte kan toch een betekenisvol leven leiden door zich aan te passen aan zijn situatie.

Perspectief 3: Eigen regie als welzijn en kwaliteit van leven

Wood laat zien dat mensen soms bewust risico's nemen omdat dit vrijheid, plezier, verbondenheid of zingeving oplevert. Vanuit dit perspectief gaat eigen regie niet alleen over veiligheid of gezondheid, maar ook over wat iemand zelf belangrijk vindt voor een goed leven.

Voorbeeld: een festivalbezoeker kiest ervoor alcohol te drinken of drukte op te zoeken omdat dit bijdraagt aan plezier en sociale verbondenheid.

Perspectief 4: Eigen regie versus bescherming

Hier ontstaat een ethisch dilemma. Professionals willen gezondheid beschermen, maar moeten ook de autonomie van mensen respecteren.

Voorbeeld: moet een professional ingrijpen wanneer een festivalbezoeker drugs gebruikt, of respecteer je zijn keuzevrijheid?

Kort samengevat

  • Brink: eigen regie = zelf keuzes maken over je leven en ondersteuning.

  • Huber: eigen regie = kunnen omgaan met uitdagingen en je leven blijven vormgeven.

  • Wood: eigen regie = ruimte hebben om zelf keuzes te maken, zelfs als daar risico's aan verbonden zijn.

  • Professioneel perspectief: voortdurend balanceren tussen autonomie respecteren en gezondheid beschermen.

8
New cards
<p>wg 15: een casus kunnen lezen en toepassen</p><p><br>C<strong>ASUS 2: Egbert trekt het niet</strong></p><p>Toen Egbert 62 werd, moest hij verplicht met pensioen terwijl hij het op zijn werk nog ontzettend naar zijn zin had. Voor zijn gevoel is hij aan de kant gezet en nog steeds kan hij daar maar moeilijk mee omgaan. Twee jaar later is zowel zijn huis als zijn leven een bende. Hijzelf is een wrak en het enige waar hij nog toe in staat is, is zijn dagelijkse tochtje naar de winkel waar hij drank en brood haalt. Verder heeft hij te veel pijn om iets anders te ondernemen, zegt hij. De rest van de dag zit hij dus thuis in zijn stoel en hij ziet hij helemaal niemand. Aan schoonmaken, opruimen of de post openen, komt hij al tijden niet meer toe.</p><p>Je kent Egbert al vijf maanden; vanwege de zorgen van een buurvrouw over Egbert ben je destijds langsgegaan om 'kennis te maken'. Egbert vindt het goed dat je soms langskomt, maar hij schaamt zich zichtbaar voor zijn situatie en zou ook willen dat zijn huis opgeruimd was. Ook zou hij graag in een aanleunwoning willen wonen met meer intensieve zorg om hem heen. Hij zegt zelf niet de kracht te hebben om ook maar iets van zijn wensen op te pakken. Hij is slap en moe en ziet het allemaal niet zitten.</p><p>Als professional kun je natuurlijk een uit de buurt die per week komt schoonmaken. Kun je informeren over de mogelijkheden van een aanleunwoning. Uit Egberts verhalen weet je dat hij tot twee jaar terug een fitte, sterke man was. Hij heeft geen medische aandoening, hij is niet ziek, maar zit wel mentaal op een dieptepunt. Hij heeft volgens jouw professionele inzicht echt zelf de potentie en mogelijkheden om goed voor zichzelf en voor zijn huis te zorgen. Het is geen noodzaak dat hij in een aanleunwoning moet.</p><p>Maar nu, na 5 maanden, krijg je hem nog steeds niet zo ver dat hij die stoel uitkomt. Wat kun je nog meer doen?</p><p></p><p></p><p>3/3</p>

wg 15: een casus kunnen lezen en toepassen


CASUS 2: Egbert trekt het niet

Toen Egbert 62 werd, moest hij verplicht met pensioen terwijl hij het op zijn werk nog ontzettend naar zijn zin had. Voor zijn gevoel is hij aan de kant gezet en nog steeds kan hij daar maar moeilijk mee omgaan. Twee jaar later is zowel zijn huis als zijn leven een bende. Hijzelf is een wrak en het enige waar hij nog toe in staat is, is zijn dagelijkse tochtje naar de winkel waar hij drank en brood haalt. Verder heeft hij te veel pijn om iets anders te ondernemen, zegt hij. De rest van de dag zit hij dus thuis in zijn stoel en hij ziet hij helemaal niemand. Aan schoonmaken, opruimen of de post openen, komt hij al tijden niet meer toe.

Je kent Egbert al vijf maanden; vanwege de zorgen van een buurvrouw over Egbert ben je destijds langsgegaan om 'kennis te maken'. Egbert vindt het goed dat je soms langskomt, maar hij schaamt zich zichtbaar voor zijn situatie en zou ook willen dat zijn huis opgeruimd was. Ook zou hij graag in een aanleunwoning willen wonen met meer intensieve zorg om hem heen. Hij zegt zelf niet de kracht te hebben om ook maar iets van zijn wensen op te pakken. Hij is slap en moe en ziet het allemaal niet zitten.

Als professional kun je natuurlijk een uit de buurt die per week komt schoonmaken. Kun je informeren over de mogelijkheden van een aanleunwoning. Uit Egberts verhalen weet je dat hij tot twee jaar terug een fitte, sterke man was. Hij heeft geen medische aandoening, hij is niet ziek, maar zit wel mentaal op een dieptepunt. Hij heeft volgens jouw professionele inzicht echt zelf de potentie en mogelijkheden om goed voor zichzelf en voor zijn huis te zorgen. Het is geen noodzaak dat hij in een aanleunwoning moet.

Maar nu, na 5 maanden, krijg je hem nog steeds niet zo ver dat hij die stoel uitkomt. Wat kun je nog meer doen?

3/3

Vragen bij de casus 2:

Wat is voor jou het kernprobleem in deze casus?
Egbert zit vast in een passieve, sombere toestand door gedwongen pensioen en verlies van zingeving. Hij heeft mentaal potentieel en wensen, maar mist zelfregie en motivatie om in actie te komen.

Wat vind je er moeilijk aan?
De spanning tussen zijn eigen verantwoordelijkheid (hij kan het wel, maar doet niets) en de zorgplicht: hoe blijf je ondersteunen zonder over te nemen, terwijl zijn situatie steeds meer verloederd.

Welke informele netwerken en organisaties zijn er in de omgeving die je kunt benutten om Egbert te activeren?

  • Buurtgenoten / buurvrouw (informeel contact)

  • Welzijnsorganisatie (bijv. buurtteam of ouderenwerk)

  • Praktische ondersteuning: Thuisadministratie, Stichting Maatjesproject

  • Huishoudelijke hulp via Wmo

  • GGZ / POH-GGZ voor somberheidsklachten zonder medische oorzaak

Op welke manier zouden zij wat kunnen betekenen voor Egbert?

  • Maatje: wekelijks samen een kleine activiteit (post openen, tafel vrijmaken)

  • Huishoudelijke hulp: ontlast en maakt huis leefbaar, vermindert schaamte

  • Welzijn: gesprek over aanleunwoning én kleine stapjes naar voorbereiding

  • POH-GGZ: laagdrempelig gesprek over verlies en regie terugpakken

Zou je in deze casus op een gegeven moment lichte 'drang-methoden' inzetten om Egbert toch in beweging te krijgen?
Nee, het is zijn eigen verantwoordelijkheid. Hij heeft nog wel genoeg zelfredzaamheid om een beetje voor zichzelf te kunnen zorgen. Je kan hem informeren, motiveren en confronteren. Hij haalde zijn identiteit uit het werk, dus mss kan hij vrijwilligerswerk doen.

<p><strong>Vragen bij de casus 2:</strong></p><p><strong>Wat is voor jou het kernprobleem in deze casus?</strong><br>Egbert zit vast in een passieve, sombere toestand door gedwongen pensioen en verlies van zingeving. Hij heeft mentaal potentieel en wensen, maar mist zelfregie en motivatie om in actie te komen.</p><p><strong>Wat vind je er moeilijk aan?</strong><br>De spanning tussen zijn eigen verantwoordelijkheid (hij kan het wel, maar doet niets) en de zorgplicht: hoe blijf je ondersteunen zonder over te nemen, terwijl zijn situatie steeds meer verloederd.</p><p><strong>Welke informele netwerken en organisaties zijn er in de omgeving die je kunt benutten om Egbert te activeren?</strong></p><ul><li><p>Buurtgenoten / buurvrouw (informeel contact)</p></li><li><p>Welzijnsorganisatie (bijv. buurtteam of ouderenwerk)</p></li><li><p>Praktische ondersteuning: Thuisadministratie, Stichting Maatjesproject</p></li><li><p>Huishoudelijke hulp via Wmo</p></li><li><p>GGZ / POH-GGZ voor somberheidsklachten zonder medische oorzaak</p></li></ul><p><strong>Op welke manier zouden zij wat kunnen betekenen voor Egbert?</strong></p><ul><li><p>Maatje: wekelijks samen een kleine activiteit (post openen, tafel vrijmaken)</p></li><li><p>Huishoudelijke hulp: ontlast en maakt huis leefbaar, vermindert schaamte</p></li><li><p>Welzijn: gesprek over aanleunwoning én kleine stapjes naar voorbereiding</p></li><li><p>POH-GGZ: laagdrempelig gesprek over verlies en regie terugpakken</p></li></ul><p><strong>Zou je in deze casus op een gegeven moment lichte 'drang-methoden' inzetten om Egbert toch in beweging te krijgen?</strong><br>Nee, het is zijn eigen verantwoordelijkheid. Hij heeft nog wel genoeg zelfredzaamheid om een beetje voor zichzelf te kunnen zorgen. Je kan hem informeren, motiveren en confronteren. Hij haalde zijn identiteit uit het werk, dus mss kan hij vrijwilligerswerk doen.</p>
9
New cards

hc 14: beschrijven wat er bedoeld wordt met een verschuiving van verzorgingsstaat naar verzorgingsstad

1/2

De verzorgingsstaat is een systeem waarin de overheid veel verantwoordelijkheid neemt voor zorg, ondersteuning en sociale zekerheid. Burgers kunnen hierbij relatief sterk rekenen op professionele hulp en voorzieningen.

De verzorgingsstraat (of participatiesamenleving) legt meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, participatie en informele hulp. Burgers worden verwacht eerst te kijken wat zij zelf kunnen, wat familie, vrienden of buren kunnen doen en pas daarna een beroep te doen op professionele zorg.

Deze verschuiving hangt samen met de decentralisaties in het sociaal domein. Daarbij kregen gemeenten meer verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning. De bedoeling was om zorg dichter bij burgers te organiseren, meer maatwerk te bieden, preventief te werken en de kosten te beperken.

wg opdr antw (hierboven was chat met stuvia):

  • In verzorgingsstaat draagt de overheid de hoofdverantwoordelijkheid voor de zorg en het welzijn van de burger.

  • In participatiemaatschappij wordt van burgers verwacht dat zij meer eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en welzijn. De nadruk ligt op zelfredzaamheid en eigen kracht: mensen zijn minder afhankelijk van de overheid.

  • Positieve gezondheid sluit aan bij de participatiemaatschappij, omdat het

  • concept uitgaat van de eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens.

<p>De <strong>verzorgingsstaat</strong> is een systeem waarin de overheid veel verantwoordelijkheid neemt voor zorg, ondersteuning en sociale zekerheid. Burgers kunnen hierbij relatief sterk rekenen op professionele hulp en voorzieningen.</p><p>De <strong>verzorgingsstraat</strong> (of participatiesamenleving) legt meer nadruk op <strong>eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid, participatie en informele hulp</strong>. Burgers worden verwacht eerst te kijken wat zij zelf kunnen, wat familie, vrienden of buren kunnen doen en pas daarna een beroep te doen op professionele zorg.</p><p>Deze verschuiving hangt samen met de decentralisaties in het sociaal domein. Daarbij kregen gemeenten meer verantwoordelijkheid voor zorg en ondersteuning. De bedoeling was om zorg dichter bij burgers te organiseren, meer maatwerk te bieden, preventief te werken en de kosten te beperken.</p><p></p><p></p><p>wg opdr antw (hierboven was chat met stuvia):</p><p></p><ul><li><p>In verzorgingsstaat draagt de overheid de hoofdverantwoordelijkheid voor de zorg en het welzijn van de burger.</p></li><li><p>In participatiemaatschappij wordt van burgers verwacht dat zij meer eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun gezondheid en welzijn. De nadruk ligt op zelfredzaamheid en eigen kracht: mensen zijn minder afhankelijk van de overheid.</p></li><li><p>Positieve gezondheid sluit aan bij de participatiemaatschappij, omdat het</p></li><li><p>concept uitgaat van de eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens.</p></li></ul><p></p>
10
New cards

hc 14: de gevolgen hiervan voor structuren, organisaties en burgers aan elkaar verbinden

2/2

Structuren (macroniveau)

Door de decentralisaties verschuift verantwoordelijkheid van de landelijke overheid naar gemeenten. Zorg wordt lokaal georganiseerd en er komt meer nadruk op eigen regie, preventie en samenwerking tussen verschillende domeinen zoals zorg, welzijn, werk en wonen. Tegelijk blijven landelijke regels, toezicht en financiering bestaan, waardoor het systeem deels centraal en deels lokaal georganiseerd is.

Organisaties (mesoniveau)

Organisaties moeten meer samenwerken om integrale ondersteuning te bieden. Gemeenten, wijkteams, zorgorganisaties, scholen en welzijnsorganisaties moeten problemen gezamenlijk aanpakken in plaats van ieder apart. Hierdoor ontstaan nieuwe samenwerkingsvormen, maar ook uitdagingen zoals informatie-uitwisseling, coördinatie en afstemming tussen organisaties.

Burgers (microniveau)

Van burgers wordt meer zelfredzaamheid en participatie verwacht. Zij moeten vaker gebruikmaken van hun eigen netwerk, mantelzorgers en vrijwilligers. Niet iedereen beschikt echter over dezelfde hulpbronnen, zoals geld, opleiding, gezondheid of sociale contacten. Daardoor kunnen verschillen tussen burgers groter worden en kan niet van iedereen hetzelfde niveau van zelfredzaamheid worden verwacht.

Samenhang tussen de drie niveaus

De overheid (macro) decentraliseert taken naar gemeenten. Hierdoor moeten organisaties (meso) meer integraal samenwerken. Vervolgens krijgen burgers (micro) meer verantwoordelijkheid voor hun eigen zorg en ondersteuning. Het succes van deze verschuiving hangt af van de vraag of organisaties goed samenwerken én of burgers voldoende mogelijkheden en ondersteuning hebben om die grotere verantwoordelijkheid daadwerkelijk op te nemen

<p>Structuren (macroniveau) </p><p>Door de decentralisaties verschuift verantwoordelijkheid van de landelijke overheid naar gemeenten. Zorg wordt lokaal georganiseerd en er komt meer nadruk op eigen regie, preventie en samenwerking tussen verschillende domeinen zoals zorg, welzijn, werk en wonen. Tegelijk blijven landelijke regels, toezicht en financiering bestaan, waardoor het systeem deels centraal en deels lokaal georganiseerd is.</p><p> Organisaties (mesoniveau) </p><p>Organisaties moeten meer samenwerken om integrale ondersteuning te bieden. Gemeenten, wijkteams, zorgorganisaties, scholen en welzijnsorganisaties moeten problemen gezamenlijk aanpakken in plaats van ieder apart. Hierdoor ontstaan nieuwe samenwerkingsvormen, maar ook uitdagingen zoals informatie-uitwisseling, coördinatie en afstemming tussen organisaties.</p><p> Burgers (microniveau) </p><p>Van burgers wordt meer zelfredzaamheid en participatie verwacht. Zij moeten vaker gebruikmaken van hun eigen netwerk, mantelzorgers en vrijwilligers. Niet iedereen beschikt echter over dezelfde hulpbronnen, zoals geld, opleiding, gezondheid of sociale contacten. Daardoor kunnen verschillen tussen burgers groter worden en kan niet van iedereen hetzelfde niveau van zelfredzaamheid worden verwacht.</p><p> Samenhang tussen de drie niveaus </p><p>De overheid (<strong>macro</strong>) decentraliseert taken naar gemeenten. Hierdoor moeten organisaties (<strong>meso</strong>) meer integraal samenwerken. Vervolgens krijgen burgers (<strong>micro</strong>) meer verantwoordelijkheid voor hun eigen zorg en ondersteuning. Het succes van deze verschuiving hangt af van de vraag of organisaties goed samenwerken én of burgers voldoende mogelijkheden en ondersteuning hebben om die grotere verantwoordelijkheid daadwerkelijk op te nemen</p>
11
New cards
<p>wg 16: Positieve gezondheid vanuit macro-, meso- en micro-perspectief benaderen</p><p></p><p>1/2</p><p></p>

wg 16: Positieve gezondheid vanuit macro-, meso- en micro-perspectief benaderen

1/2

Micro: Wat zou het betekenen als een huisarts volledig vanuit positieve gezondheid werkt? Wat levert het op en wat is problematisch?

Als een huisarts volledig vanuit positieve gezondheid werkt, kijkt hij niet alleen naar ziekte en klachten, maar ook naar andere dimensies zoals mentaal welzijn, zingeving, sociaal netwerk, kwaliteit van leven en dagelijks functioneren. De huisarts hanteert dus een holistische benadering en kijkt naar de mens als geheel.

Dit kan voordelen opleveren omdat problemen die achter gezondheidsklachten liggen sneller zichtbaar worden. Een patiënt met lichamelijke klachten blijkt bijvoorbeeld ook last te hebben van eenzaamheid, schulden of verlies van zingeving. Daarnaast sluit deze aanpak aan bij eigen regie, omdat patiënten worden gestimuleerd om zelf keuzes te maken en actief mee te denken over oplossingen.

Tegelijk zijn er ook nadelen. Niet iedere patiënt wil of kan veel eigen regie nemen. Sommige mensen hebben onvoldoende vaardigheden, motivatie of mogelijkheden om zelf verantwoordelijkheid op te nemen. Hierdoor kan het ethische dilemma ontstaan tussen autonomie bevorderen versus gezondheid bevorderen: moet een huisarts de keuze van de patiënt respecteren als die mogelijk slecht is voor diens gezondheid?

Daarnaast vraagt positieve gezondheid veel integrale samenwerking. Een huisarts moet regelmatig samenwerken met wijkteams, welzijnsorganisaties, GGZ, schuldhulpverlening of woningcorporaties. Dat maakt de zorg complexer en vraagt veel afstemming tussen professionals.

Meso: Wat zou het betekenen als de GGD volledig vanuit positieve gezondheid werkt? Wat levert het op en wat is problematisch?

Als de GGD volledig vanuit positieve gezondheid werkt, kijkt zij niet alleen naar ziektepreventie en gezondheidsrisico's, maar ook naar welzijn, participatie, sociale contacten, kwaliteit van leven en veerkracht van burgers.

Het voordeel hiervan is dat gezondheidsproblemen breder worden aangepakt. De GGD kan dan niet alleen focussen op het voorkomen van ziekte, maar ook op factoren die bijdragen aan een gezond en betekenisvol leven. Dit sluit aan bij een holistische benadering van gezondheid.

Tegelijk ontstaat hier een spanningsveld. De GGD werkt normaal vooral vanuit een populatiegerichte benadering en richt zich op groepen burgers. Positieve gezondheid is juist sterk gericht op individuele ervaringen en persoonlijke doelen. Wanneer de GGD zich te veel op individuele situaties richt, bestaat het risico dat zij haar kerntaak op populatieniveau uit het oog verliest.

Daarnaast speelt het dilemma van holistische benadering versus professionele grenzen. Als gezondheid alle levensdomeinen omvat, rijst de vraag hoever de verantwoordelijkheid van de GGD reikt. Moet de GGD zich ook bezighouden met onderwerpen zoals schulden, huisvesting of eenzaamheid? Daardoor wordt het moeilijk om af te bakenen wat wel en niet tot het werkterrein van de organisatie behoort.

Kortom: positieve gezondheid kan zorgen voor een bredere en meer mensgerichte aanpak, maar roept ook vragen op over eigen regie, professionele grenzen, samenwerking en de kerntaak van organisaties zoals de GGD.

Macro: Wat zou het betekenen als het hele zorgbeleid volledig vanuit positieve gezondheid werkt? Wat levert het op en wat is problematisch?

Als de overheid volledig vanuit positieve gezondheid werkt, richt beleid zich niet alleen op ziekte en zorg, maar ook op welzijn, participatie, zingeving en kwaliteit van leven. Er komt meer aandacht voor preventie en eigen regie.

Dit sluit aan bij de verschuiving van de verzorgingsstaat naar de verzorgingsstraat, waarbij burgers meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun gezondheid en welzijn.

Een probleem is dat niet iedereen evenveel mogelijkheden heeft om eigen regie te nemen. Mensen verschillen in gezondheid, opleiding, inkomen en sociaal netwerk. Hierdoor kunnen ongelijkheden toenemen.

Daarnaast vraagt deze aanpak veel integrale samenwerking tussen zorg, welzijn, onderwijs, wonen en werk, wat in de praktijk niet altijd eenvoudig is.

Kort: positieve gezondheid op macroniveau kan zorgen voor meer preventie en eigen regie, maar brengt ook uitdagingen mee rond ongelijkheid en samenwerking.

<p>Micro: Wat zou het betekenen als een huisarts volledig vanuit positieve gezondheid werkt? Wat levert het op en wat is problematisch?</p><p>Als een huisarts volledig vanuit <strong>positieve gezondheid</strong> werkt, kijkt hij niet alleen naar ziekte en klachten, maar ook naar andere dimensies zoals mentaal welzijn, zingeving, sociaal netwerk, kwaliteit van leven en dagelijks functioneren. De huisarts hanteert dus een <strong>holistische benadering</strong> en kijkt naar de mens als geheel.</p><p>Dit kan voordelen opleveren omdat problemen die achter gezondheidsklachten liggen sneller zichtbaar worden. Een patiënt met lichamelijke klachten blijkt bijvoorbeeld ook last te hebben van eenzaamheid, schulden of verlies van zingeving. Daarnaast sluit deze aanpak aan bij <strong>eigen regie</strong>, omdat patiënten worden gestimuleerd om zelf keuzes te maken en actief mee te denken over oplossingen.</p><p>Tegelijk zijn er ook nadelen. Niet iedere patiënt wil of kan veel eigen regie nemen. Sommige mensen hebben onvoldoende vaardigheden, motivatie of mogelijkheden om zelf verantwoordelijkheid op te nemen. Hierdoor kan het ethische dilemma ontstaan tussen <strong>autonomie bevorderen versus gezondheid bevorderen</strong>: moet een huisarts de keuze van de patiënt respecteren als die mogelijk slecht is voor diens gezondheid?</p><p>Daarnaast vraagt positieve gezondheid veel <strong>integrale samenwerking</strong>. Een huisarts moet regelmatig samenwerken met wijkteams, welzijnsorganisaties, GGZ, schuldhulpverlening of woningcorporaties. Dat maakt de zorg complexer en vraagt veel afstemming tussen professionals.</p><p></p><p>Meso: Wat zou het betekenen als de GGD volledig vanuit positieve gezondheid werkt? Wat levert het op en wat is problematisch?</p><p>Als de GGD volledig vanuit positieve gezondheid werkt, kijkt zij niet alleen naar ziektepreventie en gezondheidsrisico's, maar ook naar welzijn, participatie, sociale contacten, kwaliteit van leven en veerkracht van burgers.</p><p>Het voordeel hiervan is dat gezondheidsproblemen breder worden aangepakt. De GGD kan dan niet alleen focussen op het voorkomen van ziekte, maar ook op factoren die bijdragen aan een gezond en betekenisvol leven. Dit sluit aan bij een <strong>holistische benadering van gezondheid</strong>.</p><p>Tegelijk ontstaat hier een spanningsveld. De GGD werkt normaal vooral vanuit een <strong>populatiegerichte benadering</strong> en richt zich op groepen burgers. Positieve gezondheid is juist sterk gericht op individuele ervaringen en persoonlijke doelen. Wanneer de GGD zich te veel op individuele situaties richt, bestaat het risico dat zij haar kerntaak op populatieniveau uit het oog verliest.</p><p>Daarnaast speelt het dilemma van <strong>holistische benadering versus professionele grenzen</strong>. Als gezondheid alle levensdomeinen omvat, rijst de vraag hoever de verantwoordelijkheid van de GGD reikt. Moet de GGD zich ook bezighouden met onderwerpen zoals schulden, huisvesting of eenzaamheid? Daardoor wordt het moeilijk om af te bakenen wat wel en niet tot het werkterrein van de organisatie behoort.</p><p>Kortom: positieve gezondheid kan zorgen voor een bredere en meer mensgerichte aanpak, maar roept ook vragen op over eigen regie, professionele grenzen, samenwerking en de kerntaak van organisaties zoals de GGD.</p><p></p><p>Macro: Wat zou het betekenen als het hele zorgbeleid volledig vanuit positieve gezondheid werkt? Wat levert het op en wat is problematisch? </p><p>Als de overheid volledig vanuit <strong>positieve gezondheid</strong> werkt, richt beleid zich niet alleen op ziekte en zorg, maar ook op welzijn, participatie, zingeving en kwaliteit van leven. Er komt meer aandacht voor <strong>preventie</strong> en <strong>eigen regie</strong>.</p><p>Dit sluit aan bij de verschuiving van de <strong>verzorgingsstaat naar de verzorgingsstraat</strong>, waarbij burgers meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun gezondheid en welzijn.</p><p>Een probleem is dat niet iedereen evenveel mogelijkheden heeft om eigen regie te nemen. Mensen verschillen in gezondheid, opleiding, inkomen en sociaal netwerk. Hierdoor kunnen ongelijkheden toenemen.</p><p>Daarnaast vraagt deze aanpak veel <strong>integrale samenwerking</strong> tussen zorg, welzijn, onderwijs, wonen en werk, wat in de praktijk niet altijd eenvoudig is.</p><p><strong>Kort:</strong> positieve gezondheid op macroniveau kan zorgen voor meer preventie en eigen regie, maar brengt ook uitdagingen mee rond ongelijkheid en samenwerking.</p>
12
New cards
<p>wg 16: De complexiteit van het begrip positieve gezondheid beschrijven en dit illustreren aan de hand van praktijkvoorbeelden.</p><p></p><p>2/2</p>

wg 16: De complexiteit van het begrip positieve gezondheid beschrijven en dit illustreren aan de hand van praktijkvoorbeelden.

2/2

Positieve punten: persoon meer centraal, potentieel van mensen benadrukken, eigen regie (kan ook negatief zijn)

Negatieve punten: je betrekt er zoveel bij dat “wat zegt het eigenlijk nog? Wat moet je ermee?” het maakt het best wel complex. Ook sluiten de dimensies elkaar ook niet uit, maar ze overlappen elkaar ook (dus niet altijd even duidelijk). Definitie je kan ook ongezonde aanpassingsvormen gaan doen, het is een manier om om te gaan met de uitdagingen, maar geen gezonde manier. Wordt niet meegenomen in de definitie. Vergelijken landen moeilijk, doordat vooral Nederland dit gebruikt

<p>Positieve punten: persoon meer centraal, potentieel van mensen benadrukken, eigen regie (kan ook negatief zijn)</p><p class="MsoNormal">Negatieve punten: je betrekt er zoveel bij dat <span>→ </span> “wat zegt het eigenlijk nog? Wat moet je ermee?” <span>→</span> het maakt het best wel complex. Ook sluiten de dimensies elkaar ook niet uit, maar ze overlappen elkaar ook (dus niet altijd even duidelijk). Definitie <span>→ </span> je kan ook ongezonde aanpassingsvormen gaan doen, het is een manier om om te gaan met de uitdagingen, maar geen gezonde manier. Wordt niet meegenomen in de definitie. Vergelijken landen moeilijk, doordat vooral Nederland dit gebruikt</p>
13
New cards

extra wg 16- Bedenk vanuit de perspectieven (burgers, professionals, zorgorganisaties) wat

voor betekenis positieve gezondheid heeft; wat vraagt dit van hen?

Burgers: Actief nadenken over wat gezondheid voor hén betekent, eigen

verantwoordelijkheid nemen en zelfredzaam zijn.

Professionals: Voor zorgprofessionals betekent positieve gezondheid een

verschuiving van een ziektegerichte naar een persoonsgerichte benadering. In

plaats van alleen te vragen wat er is, vragen zij ook wat belangrijk is voor de

patiënt. Het vraagt van hen dat zij als coach of partner optreden

Zorgorganisaties: Vraagt om scholing van professionals in de positieve

gezondheidsaanpak, en samenwerking met de omgeving van de client