Assessment H7 - deel 4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:48 AM on 4/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

80 Terms

1
New cards

Wat kenmerkt formeel onderwijs in moderne samenlevingen

Formeel onderwijs is wijdverspreid en maakt deel uit van een uitgebreid schoolsysteem.

2
New cards

Hoe werden vaardigheden vroeger vooral aangeleerd in de VS

Via apprenticeships met slechts een kleine hoeveelheid formeel onderwijs.

3
New cards

Hoeveel mensen volgen postsecundair onderwijs in midden- en hoge-inkomenslanden

Meer dan 50% van de bevolking volgt een vorm van postsecundair onderwijs.

4
New cards

Waarover bestaat discussie binnen postsecundair onderwijs

Over het belang van brede vorming of liberal education.

5
New cards

Waarop zijn de meeste opleidingen gericht

Op gespecialiseerde training zoals recht, geneeskunde of lassen.

6
New cards

Wat is het effect van formeel onderwijs op de overgang naar volwassenheid

Formeel onderwijs verlengt de periode tussen kindertijd en volledig volwassen functioneren.

7
New cards

Hoe verschilt de leeftijd van historische leiders van die van moderne jongeren

Historische figuren zoals Alexander de Grote en Napoleon hadden al op jonge leeftijd belangrijke rollen terwijl moderne jongeren langer studeren.

8
New cards

Wat is de centrale vraag in onderzoek naar scholing en intelligentie

Of educatie bijdraagt aan algemene intelligentie of niet.

9
New cards

Waarom zijn bevindingen over scholing en intelligentie inconsistent

Omdat sommige studies effecten tonen en andere geen effect vinden.

10
New cards

Wat is de algemene consensus in intelligentieonderzoek over scholen en leerkrachten

Dat scholen en leerkrachten minder effect hebben op intelligentie dan vaak verwacht wordt.

11
New cards

Wat betekent ā€œPity the poor teacherā€

Dat slechts een klein deel van schoolprestaties door schoolfactoren wordt verklaard.

12
New cards

Hoeveel procent van de variantie in schoolprestaties wordt door schoolfactoren verklaard

Ongeveer 10%.

13
New cards

Waardoor wordt het grootste deel van schoolprestaties verklaard

Door persoonlijke kenmerken van leerlingen.

14
New cards

Wat onderzocht de studie van Ritchie et al.

Of educatie een effect heeft op algemene intelligentie g of op specifieke vaardigheden.

15
New cards

Op welke leeftijden werden deelnemers getest in de Moray House Test bij de studie v ritchie et al

Op 11 jaar en op 70 jaar.

16
New cards

Welke extra testen werden afgenomen op 70 jaar

Testen van vloeiende intelligentie, gekristalliseerde intelligentie en verwerkingssnelheid.

17
New cards

Wat voorspelt IQ op 11 jaar volgens Ritchie et al.

De kans op langere levensduur en het opleidingsniveau dat men behaalt.

18
New cards

Wat toont model A in de studie van Ritchie

Een rechtstreeks effect van duur van opleiding op g en g beĆÆnvloedt subtesten.

19
New cards

Wat toont model B in de studie van Ritchie

Een rechtstreeks effect van duur van opleiding op g en op subtesten.

20
New cards

Wat toont model C in de studie van Ritchie

Geen rechtstreeks effect van opleiding op g maar wel op specifieke subtesten.

21
New cards

Welk model paste het best bij de data volgens Ritchie

Model C zonder rechtstreeks effect op g.

22
New cards

Wat is een belangrijk resultaat van Ritchie et al.

IQ op 11 jaar voorspelt jaren onderwijs met r = .42.

23
New cards

Wat betekent r = .42 tussen IQ en onderwijs

Mensen met hoger IQ gaan gemiddeld langer naar school.

24
New cards

Wat concludeerden Ritchie et al. over het effect van onderwijs op g

Dat onderwijs geen rechtstreeks effect heeft op g op 70 jaar.

25
New cards

Wat waren tegenargumenten van de professor tegen model C

  • dat theorie en data coherent moeten samenhangen

    • je moet knn verklaren wrm onderwijs bepaalde subtesten wel verklaard en andere niet

  • geen logica in het effect v jaren onderwijs op matrices redeneren, logisch geheugen…

  • specifieke effecten zijn moeilijk te verklaren zonder effect op g

  • heranalyse ondersteunt geen algemene g factor

26
New cards

Wat toonde de heranalyse met alleen de Moray House Test

Dat jaren onderwijs slechts 1% extra variantie verklaren bovenop IQ op 11 jaar.

27
New cards

Wat was het eerste model in de heranalyse

Intelligentie op 11 jaar → opleidingsduur → intelligentie op 70 jaar.

<p>Intelligentie op 11 jaar → opleidingsduur → intelligentie op 70 jaar.</p>
28
New cards

Waarom paste het eerste model niet goed bij de data

Omdat het slechts 15% van de variantie verklaarde.

29
New cards

Wat was het tweede model in de heranalyse

Intelligentie op 11 jaar → zowel opleidingsduur als intelligentie op 70 jaar.

<p>Intelligentie op 11 jaar → zowel opleidingsduur als intelligentie op 70 jaar.</p>
30
New cards

Wat toont het tweede model

Dat intelligentie relatief stabiel is.

31
New cards

Wat was het derde model in de heranalyse

Rechtstreeks effect van IQ op 11 jaar op IQ op 70 jaar en indirect effect via opleiding.

<p>Rechtstreeks effect van IQ op 11 jaar op IQ op 70 jaar en indirect effect via opleiding.</p>
32
New cards

Hoeveel variantie in IQ op 70 jaar werd verklaard door IQ op 11 jaar bij het 3de model

45%.

33
New cards

Hoeveel variantie werd verklaard door opleidingsniveau

Ongeveer 1%.

34
New cards

Wat is de conclusie van de heranalyse

Onderwijs voegt weinig toe aan de verklaarde variabiliteit van intelligentie.

35
New cards

Welke drie categorieƫn studies testen het causale effect van onderwijs op intelligentie

Controlled prior intelligence, policy change en school age cutoff.

36
New cards

Wat betekent controlled prior intelligence CPI

Intelligentie meten voor en na verschillende jaren onderwijs.

37
New cards

Wat betekent policy change PC

Veranderingen in testscores verklaren door veranderingen in onderwijsbeleid.

38
New cards

Wat betekent school age cutoff SAC

Kinderen met verschillende leeftijden in hetzelfde schooljaar vergelijken.

39
New cards

Wat is de algemene conclusie van deze studies

Langere onderwijsduur is een causale factor voor hogere intelligentie.

40
New cards

Wat stelde Detterman over schoolprestaties

Dat slechts 10% door schoolkenmerken wordt verklaard en 90% door persoonlijke kenmerken.

41
New cards

Wat was Dettermans denkoefening met 1000 leerlingen

2 mogelijke condities

  • leerlingen willekeurig toewijzen aan klassen of groeperen waarbij het enige verschil de kwaliteit v lesgever is

  • gelijkaardige lesgevers, mr lln opdelen volgens cognitief vermogen

42
New cards

Wat was het resultaat van Dettermans denkoefening

Het effect van intelligentie is sterker dan het effect van de leerkracht. (conditie 2 > conditie 1)

43
New cards

Wat toont Dettermans voorbeeld

Dat scholing slechts een deel van het verhaal is.

44
New cards

Wat onderzocht Stecher et al.

Een groot project om schoolprestaties te verbeteren via effectievere leerkrachten.

45
New cards

Hoeveel kostte het project van Stecher et al.

575 miljoen.

46
New cards

Wat was het resultaat van het project van Stecher

Het was niet succesvol in het verbeteren van prestaties.

47
New cards

Wat toont dit over scholing

Dat scholing geen magische manier is om intelligentie te verhogen.

48
New cards

Hoe vergelijkt Jensen intelligentie met basketbal

Lange mensen hebben voordeel maar training blijft belangrijk.

→ kleine mensen knn met genoeg training ook winnen

→ hoe meer scholing hoe meer tools om te functioneren in de maatschappij

49
New cards

Wat betekent Jensens basketbalmetafoor voor scholing

Scholing helpt functioneren maar bepaalt intelligentie niet volledig.

50
New cards

Wat onderzocht Ritchie en Tucker-Drob in hun meta-analyse

Het effect van scholing op intelligentie.

51
New cards

Wat was het eerste effect van scholing in de meta-analyse

Moeilijkere studierichting leidt tot hogere IQ-scores bij gelijk start-IQ.

52
New cards

Wat was het tweede effect van scholing in de meta-analyse

Verhoging van leerplichtleeftijd verhoogt IQ-scores.

53
New cards

Wat was het derde effect van scholing in de meta-analyse

School age cutoff beĆÆnvloedt IQ-scores.

54
New cards

Hoeveel stijgt IQ gemiddeld per jaar scholing volgens de meta-analyse

Tussen 1.2 en 5.2 IQ-punten per jaar scholing.

55
New cards

Welke vragen blijven bestaan bij deze resultaten

Of het effect blijft in volwassenheid, additief is en effect heeft op g.

56
New cards

Wat onderzocht Hegelund et al.

Het effect van aantal jaren onderwijs op IQ in volwassenheid.

57
New cards

Welke leeftijden werden onderzocht in de studie van Hegelund

IQ op 12 jaar en IQ in jong- en middenvolwassenheid.

58
New cards

Hoe groot was het IQ-verschil tussen 7 en 17 jaar opleiding in jongvolwassenheid

22 IQ-punten.

59
New cards

Hoe groot was het IQ-verschil in middenvolwassenheid

13 IQ-punten.

60
New cards

Bij wie was het effect van onderwijs het grootst

Bij mensen met een laag start-IQ. (die dus laag starten en lang scholing volgen)

61
New cards

Hoeveel variantie in IQ werd verklaard door IQ op 12 jaar

46%.

62
New cards

Hoeveel werd verklaard na toevoeging van onderwijsjaren

53%.

63
New cards

Hoeveel variantie werd dus door onderwijs verklaard en wat betekent dit in iq punten

7% → ongeveer 13 iq punten verschil tussen weinig en veel scholing

= scholing wel degelijk een effect

64
New cards

Waarom verschillen resultaten tussen Denemarken en Schotland (1% en 7%)

Door verschillen in toegang tot onderwijs.

65
New cards

Hoe verschilt toegang tot onderwijs tussen Denemarken en Schotland

Denemarken heeft toegankelijk onderwijs terwijl Schotland elitairder en duurder is.

66
New cards

Welke tweede verklaring is er voor verschillen tussen studies

Leeftijd waarop intelligentie werd gemeten.

  • denen (7%) = gemeten in midden volwassenheid aan de top vd professionele carriĆØre

  • schotten (1%) = gemeten bij gepensioneerden die minder cognitief actief zijn

67
New cards

Wat is het fade-out effect bij gepensioneerden

Cognitieve prestaties dalen wanneer cognitieve uitdaging wegvalt.

68
New cards

Waar heeft opleiding vooral effect op en hoe verschilde dit tss ricthie en de denen

Op gekristalliseerde intelligentie

  • ricthie keek niet echt nr gekristalliseerde intelligentie, denen wel

    • heeft invloed wnt gekristalliseerde intelligentie is waar opleiding vnl een effect op heeft

69
New cards

Wat is een algemene conclusie over genen en intelligentie

Genen verklaren niet alles.

70
New cards

Welke niet-genetische factoren beĆÆnvloeden intelligentie

Loodinname, slechte voeding en andere omgevingsfactoren.

71
New cards

Wat is in de praktijk makkelijker

Schade aanrichten dan intelligentie verhogen.

72
New cards

Wat tonen voorschoolse programma’s

Soms lange termijn effecten op levensuitkomsten maar weinig effect op IQ.

73
New cards

Wat is het effect van formeel onderwijs op intelligentie

Beperkt en onduidelijk voor g-factor.

74
New cards

Wat is intellectuele engagement

Zich bezighouden met cognitief uitdagende activiteiten.

75
New cards

Wat doen intelligente mensen vaker

Zich bezighouden met cognitief uitdagende activiteiten.

76
New cards

Wat kan intellectuele engagement verbeteren

Specifieke cognitieve vaardigheden.

77
New cards

Waarom leidt dit tot kleine IQ-stijgingen

Omdat g-factor niet noodzakelijk verhoogt.

78
New cards

Waaruit moet effectief beleid rond intelligentie bestaan

Complementaire maatregelen.

79
New cards

Wat is de eerste stap in beleid rond intelligentie

Schadelijke factoren verminderen.

80
New cards

Wat is de tweede stap in beleid rond intelligentie

Wetenschappelijk bewezen positieve interventies toepassen.