1/180
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn granen?
= droge zaden afkomstig van planten die behoren tot de familie Gramineae
= eenzadige vruchten (je kan het graan niet opsplitsen in 2 lobben)
Onderdelen van granen
caryopsis / graan = manier van plant om nageslacht te voorzien
kiem = stukje van zaad waar de plant uit groeit
endosperm = opslagvat (bevat o.a. nutriënten)
zaadhuid/zemel = beschermlaag van invloeden van buitenaf
kaf = blaadjes rond graantje

fylogenetische boomstam van granen
echte granen = planten die behoren tot grasfamilie (Gramineae)
tarwe
rogge
gerst
haver
rijst
maïs
sorgum
parelgierst
fonio
teff
pseudogranen = niet in de klasse van de monocotillen, maar dicotillen (maar verwerkingsprocessen zijn gelijkaardig aan granen)
amarant
quinoa
boekweit
rest = Fabaceae
erwt
peulvrucht
soja
Algemene aspecten van granen
makkelijk te kweken
in gematigde en droge klimaten —> MAAR niet geschikt voor tropische klimaten!!
hoge opbrengst
zetmeelbron
stabiel zonder te verwerken
bewaren in droge condities
bederf vaak door schimmels
mycotoxines zijn een voedselveiligheidprobleem
insecten en rodenten zorgen voor grote verliezen
Wereldproductie
Types klimaten
droog klimaat = maïs
vochtig klimaat = rijst
tussen de 2 = tarwe
Algemene groei
hogere opbrengst per hectare
uitbreiding van de kweekoppervlakte
groeiende handel
Tarwe
Diploïd tarwe
Eenkoorn (Triticum monococcum)
Tetraploïd tarwe
Emmer (Triticum dicoccum)
Khorasan (Triticum turanicum)
Durum (Triticum durum)
Hexaploïd tarwe —> geen gehuld graan meer
Broodtarwe (Triticum aestivum)
Spelt (Triticum spelta)
Durumtarwe/broodtarwe + wilde rogge → Triticale
Durumtarwe + wilde gerst → Tritordeum
Tarwe: Broodtarwe (Triticum aestivum)
Toepassingen
malen (= fractionatie)
bakkerijproducten
Classificatie
Cultivatie | korreleigenschappen | gemalen bloem eigenschappen |
winter → zaaien in herfst —> oogsten in late lente of vroege zomer | korreltextuur: hard korrelpigmentatie: rood | sterk (grof, zeefbaar) |
lente —> zaaien in de lente —> oogsten in late zomer | korreltextuur: zacht korrelpigmentatie: wit | zwak(fijne, onregelmatig) → moeilijker voor brood uit te maken |
Bakkwaliteit
Sterke tarwe: geproduceerd in droge klimaten → hoger eiwitgehalte
Zwakke tarwe: geproduceerd in meer vochtige klimaten → lager eiwitgehalte
Spelt vs durum
Spelt (Triticum spelta)
ontpellen noodzakelijk
verwerking gelijkaardig aan broodtarwe
Durum (Triticum durum)
Harde korrels
Griesmeel (geel, grof gemalen meel)
Pastaproductie
Rijst
° Oryza
Soorten
Oryza sativa (Azië): indica - japonica - javanica
Oryza glaberrima (West-Afrika)
Types
ongepelde rijst = korrel met de pel
bruine rijst = rijst waar de pel van verwijderd is → taaie textuur
voorgekookte rijst = de pel wordt doorweekt, gestoomd en gedroogd voor het verwijderen van de pel en polijsten → steviger in textuur
doel: micronutrienten die aanwezig zijn in de zemel laten doordringen tot de korrel
witte rijst = volledig vermaald en gepolijst + verwijderen van de zemellaag
Op basis van grootte
Langkorrelige rijstkorrels
Mediumkorrelige rijstkorrels
Kortkorrelige rijstkorrels
Maïs (Zea mays)
Meest geproduceerd → dierenvoeding + bio-ethanol industriën
Gebruik in voeding
Droog gemalen maïsmeel: tortillas, maïspap
Nat gemalen maïsmeel: zetmeel en bijproducten
Classificatie
Popcorn (Zea mays everta)
Flint corn (Zea mays indurate)
Flour corn (Zea mays amylacea)
Dent corn or field corn (Zea mays indentata)
Sweet or ‘green’ corn (Zea saccharata or Zea rugosa)
Waxy corn, high amylose corn, high lysine corn …
Rogge (Secale cereale)
Heeft broodfunctionaliteit niet zoals bij tarwe, dus sowieso ook tarwe nodig om de juiste structuur van brood te krijgen
Geproduceerd in: Duitsland, Polen, Oekraïne, Rusland
hoge amylase activiteit !!
nutritioneel heel goed
Gerst
Soorten
Hordeum vulgare L.: 6 rijen + stevige aar + alle bloempjes zijn vruchtbaar
Hordeum distichon L.: 2 rijen + centrale aartjes zijn vruchtbare bloemen,terwijl de bloemen in de zijaartjes mannelijk of geslachtloos zijn
Hordeum irregulare: onregelmatige gerst
Karakteristieken
Harige aar
Gehulde korrel (bier) vs gepelde korrel (parelgerst)
Haver
Soorten
Gewone of boomhaver (Avena sativa L.)
Grote naakte haver (Avena nuda L.)
Rode haver (Avena byzantina C. Koch)
Kenmerken
vroeger paardenvoer
nutritioneel door aanwezigheid van beta-glucans
eten als havermaaltijd, griesmeel of als onderdeel van muesli
Sorghum (Sorghum bicolour)
aangepast aan breder scala ecologische omstandigheden
2 problemen op vlak van voedselkwaliteit
tannines in de zaadhuid verminderen het vermogen van het lichaam om voedingsstoffen zoals eiwitten en zetmeel op te nemen
groot deel van eiwit is prolamine, wat slecht verteerbaar is voor de mens
Conclusie: moeilijk te verwerken tot eetbare vorm
processen die tannines neutraliseren
buitenste laag van granen polijsten = lang proces
Gierst
soorten
Pennisetum glaucum
Eleusine coracana
Setaria italica
Panicum miliaceum
Eigenschappen
Parelgierst heeft meeste aandacht
makkelijk te groeien
lijdt aan minder ziektes dan andere granen
hoge energiewaarde
geen tannines
Fonio
Soorten
Digitaria exilis
Digitaria iburua
Eigenschappen
een van de meest nutritionele granen
rijk aan methionine en cystine
verwerken is moeilijk
Teff (Eragrostis tef)
Afkomstig van Ethiopië
kleinste gekende graan
Pseudogranen
Soorten
Amaranth (Amaranthus …): hoog lysinegehalte → meergranenbrood
Quinoa (Chenopodium quinoa): bittere smaak door saponines → spoelen met alkalisch water
Boekweit (Fagopyrum esculentum): meer aandacht als voezaam product
Eigenschappen
Verwerking gelijkaardig aan echte granen
Rol in menselijke voeding
gekookte volledige zaden
bloem
vervanger van tarwe
Meer uitgesproken smaak dan tarwe
Onderdelen tarwekorrel


bran = zemel (aleuronlaag + zaadhuid + pericarp)
aleuronlaag = buitenste laag van endosperm → voedzaam, maar minder gunstig voor bakkwaliteit
endosperm:
bevat zetmeel en eiwitten
eiwitten meer aan buitenkant van endosperm
kiem
bevat veel eiwitten, vitaminen, enzymen, GEEN zetmeel
Bij malen
korrel wordt gescheiden in endosperm, zemelen en kiem + voedingstoffen zijn ongelijk verdeeld
Onderdelen maïskorrels

Grote kiem
2 zones in endosperm (zacht endosperm + hard endosperm)
Onderdelen gepelde granen

bevatten extra kaf
Onderdelen pseudogranen

Quinoa/Amarant
embryo rond zetmeelrijke perisperm
Boekweit
zetmeel in endosperm, embryo rijk aan vet en eiwit
Nutritionele componenten granen
Vooral koolhydraten (zetmeel), eiwitten en voedingsvezels
Eiwitten = enzymen + opslagproteïnen (prolaminen, glutelinen)
Minder vetten, maar maïs en haver bevatten relatief meer lipiden
Osborne-classificatie
Albumines = water oplosbaar
Globulines = oplosbaar is zoute oplossingen
Prolamines = oplosbaar in alcoholische oplossingen
Glutelines = oplosbaar in zure of alkalische oplossingen
In tarwe
gliadinen + gluteninen → gluten = belangrijk voor broodbereiding
Voedingswaarde is lager door weinig lysine
Algemeen
Eiwitten verschillend over granen
Granen bevatten cellulose, beta-glucanen, arabinoxylanen
zemel → mineralen
kiem → vitamines: B1, B2, B3 + tocoferolen
Toepassingen
Raffineren: verlaagt micronutriënten
Parboiling van rijst: verhoogt gehalte
Overzicht
Introductie
Ingrediënten
Algemeen brood makingsproces
Andere broodmakingssystemen & technieken
Minor ingredienten
Brood shelf life
Broden
type brood | ingrediënten | speciale kenmerken |
Wit boerenbrood | Tarwebloem 62%, water, zonnebloemolie, gejodeerd zout (zout, kaliumjodaat), gist, rijstmeel, tarwemoutmeel, meelverbeteraar: ascorbinezuur, roggezuurdesem | |
Volkorenbrood | Volkoren tarwemeel, tarwebloem, water, zuurdesem (tarwe), raapzaadolie, roggebloem, gist, gejodeerd zout, zemelen (tarwe), gluten (tarwe), geroosterde moutbloem (tarwe), antioxidant (ascorbinezuur) | |
Meergranenbrood | Tarwebloem, water, tarwegluten, sojavlokken, tarwemoutmeel (geroosterd), gerstevlokken, zonnebloempitten 2,7%, havervlokken, gist, gedroogd gerstemoutextract, roggebloem, gejodeerd zout, gebroken haver, 1,3% bruin lijnzaden, azijn, gedroogde roggezuurdesem, maltodextrine (maïs), emulgator: calciumstearoyl-2-lactylaat, 0,5% lijnzaad, 0,5% geel lijnzaad, meelverbeteraar: ascorbinezuur. | |
Roggebrood | Bio gebroken volkoren rogge 28%, water, bio zuurdesem van volkoren rogge (water, biovolroggemeel 10%), biovolroggemeel (21.7%), bioroggezaad 3%, zout, gist | |
Toastbrood | Tarwebloem 65%, water, koolzaadolie, suiker, gist, zout, natuurlijk aroma (bevat alcohol), conserveermiddel: calciumpropionaat, tarewegluten, emulgator: mono- en diglyceriden van vetzuren, meelverbeteraar: ascorbinezuur | |
Zuurdesem | Tarwebloem*, roggebloem*, water, zuurdesem*(tarwebloem*, water, roggebloem*), havervlokken*, sesamzaad*, zonnebloempitten*, zeezout, lijnzaad*, koolzaadolie*, antioxidant : ascorbinezuur, maanzaad*, pompoenzaad, gist, ouwel* (aardappelzetmeel*, water, zonnebloemolie*, cacaopoeder*, rijstzetmeel*) *ingrediënten afkomstig uit de biologische landbouw. | |
Glutenvrij brood | Water, rijstebloem, tapiocazetmeel, maïszetmeel, aardappelzetmeel, raapzaadolie, verdikkingsmiddelen (cellulose, hydroxypropylmethylcellulose), vezels (psyllium), maïsmeel, gemodificeerd zetmeel, gist, suiker, zout, emulgator (mono- en diglyceriden van vetzuren), aroma | |
Zoutarm brood | Tarwebloem, gist, plantaardige olie (zonnebloem, kokos), tarwemoutbloem; speltzuurdesem (gedroogd); aardappelzetmeel; enzymen (tarwe); emulgator: mono en diglyceriden van vetzuren, meelverbeteraar: ascorbinezuur ▪ ~ 0.03 g zout/100 g >< 1.2 g zout/100 g (wit boerenbrood) |
Introductie: Algemeen processchema van graangebaseerde producten

Introductie: Verhouding vet en suiker in bakkerijproducten
suikers = vermalsers

Introductie: Brood
Verschillende types
vorm
kleur
smaak
textuur
kruimstructuur
versheid
nutritionele kwaliteit
Hoofdtypes
Wit brood: gemaakt van bloem die enkel de endospermfractie van het graan bevat
Volkoren brood: gemaakt van volkorengranen
Bruin brood: gemaakt van bloem waarvan enkele zemelen en tarwekiemen zijn verwijderd en 85% van het graan blijft over
Ingredienten
Hoofdingrediënten
Tarwebloem
Gist (Droge gist/Verse gist)
Zout
Water
Extra ingrediënten
minerale gistvoeding
suiker
vet
zuivelproducten
verrijking
schimmel inhibitoren
tarwegluten
diastatische mout
niet-diastatische mout
enzymen
sojabloem
Ingredienten: Tarwebloem
Functie = STRUCTUUR
eiwitten: gliadine + glutenine + water → gluten = viscoelastisch materiaal → elasticiteit, rekbaarheid, stevigheid en stabiliteit → houden gassen vast die tijdens fermentatie ontstaan
zetmeel + water → gel → kristallisatie van zetmeel (= retrogradatie) = stevigheid van brood
amylase + beschadigd zetmeel → suikers → ondersteunen gistactiviteit tijdens fermentatie + rijzen ondersteunen
beschadigd zetmeel ↑ → waterabsorptie ↑ + enzymtoegankelijkheid ↑
Kenmerken
Proteine gehalte van brood bloem: 11 - 13%
Vochtgehalte: 14%
Ingredienten: Tarwebloem - Proteinen
Fracties (Osborne)
Albumine: oplosbaar in water en verdunde buffers
Globuline: oplosbaar in zoute oplossingen
Prolamine: oplosbaar in 70-90% ethanol
Gluteline: oplosbaar in verdunde zuur of base
Functies
Albumine en globuline
in water oplosbare eiwit van tarwe-endosperm
20 -25% van de totale graaneiwitten
enzymen die betrokken zijn bij de metabolische activiteit van de tarwekorrel
voedingswaarde: goede AA-balans
Prolamine (Gliadine) en Gluteline (Glutenine)
30 - 50% van totale graaneiwitten
verder onder te verdelen obv moleculair gewicht of aanwezigheid van S-houdende AA
Gliadinen
heterogeen mengsel van monomere polypeptiden
globulaire structuur
absorberen veel water → viskeuze eigenschappen in het deeg = rekbaarheid van het gluten
Glutenine
Langwerpig
reductie van S-S-bindingen → quaternaire structuur van gluteninen gaat verloren → afzonderlijke subeenheden ontstaan
HMW - GS = glutelinesubeenheden met hoog MW → elasticiteit van de gluten
LMW - GS = glutelinesubeenheden met laag MW

Ingredienten: Tarwebloem - Verdere verwerking
Rijping van Bloem
Vers gemalen bloem verbetert spontaan in bakkwaliteit tijdens opslag (±1 - 2 maanden)
Natuurlijke oxidatiereacties vinden plaats
Enzymen (lipase, lipoxygenase) + lipiden in meel → oxidatieproducten
Oxidatieproducten reageren met glutenproteïnen
Resultaat
Meer S-S-bruggen in gluten
Sterker glutennetwerk
Betere gasretentie → betere broodkwaliteit
Enhancers
Blootstelling aan lucht
Chemische verbeteraars
beïnvloeden fysische eigenschappen tijdens fermentatie
Verhogen niet de CO2-productie, maar verbeteren de gasretentie
Bleken van Bloem
Doel: wittere bloem verkrijgen
Gele kleur komt vooral van xanthofylen, zonder voedingswaarde
Types bleken
Natuurlijk bleken | Chemisch bleken |
door oxidatie bij blootstelling aan lucht (sneller) of opslag (trager) | met stoffen zoals:
|
Chemische bleekmiddelen zijn niet toegestaan in EU → alternatieven
Niet-verhitte meelsoorten van peulvruchten (bv. soja, erwten)
Lipoxygenase werkt als natuurlijke bleker
Ingredienten: Tarwebloem - Kwaliteitscontrole
Industriële bakkers hanteren strikte kwaliteitsnormen
Bloem wordt getest op verschillende niveaus
Bloem zelf
Deeg
Eindproduct (brood)
Testen evalueren
Eiwiteigenschappen
Zetmeeleigenschappen
Ingredienten: Rijsmiddelen
Doel
Deeg laten rijzen
Vorming van poreuze structuur
Mechanisme
Productie van CO2 → volume, vorm, samenhang, luchtige textuur, aroma
Methoden
Gist
Micro-organismen: LAB en/of AAB (bv. Zuurdesem)
Chemische rijsmiddelen (bv. Bakpoeder)
Ingredienten: Rijsmiddelen - Gist
= Saccharomyces cerevisiae
Werking
anaerobische fermentatie: suikers → CO2 + ethanol
Snelheid van fermentatie beïnvloedt door: T, nutriententoevoer, waterniveau, pH, suikerconcentratie, zout, niveau en type gist
Conditioneert deeg biochemisch
Vormt smaakprecursoren (bijproducten van alcoholische fermentatie)
Snelheid van fermentatie beïnvloedt door: T, nutriententoevoer, waterniveau, pH, suikerconcentratie, zout, niveau en type gist
Functies
Zorgt voor volume (CO2-productie)
Verbetert
Deegstructuur (via pH-daling, alcohol, gasbellen)
Textuur
Smaak en aroma
Verhoogt nutritionele waarde
door fytase-activiteit → betere mineraalopname
Dosering
langere fermentatie → minder gist nodig
Typische hoeveelheden
2% verse gist
1% droge gist
Werkt het best in lichtzuur milieu !!
Ingredienten: Rijsmiddelen - Zuurdesem
= spontane fermentatie van bloem + water
Gisten + bacteriën (LAB en/of AAB) → zuur productie
biopreservatie
pH ↓ → inhibitie van amylase activiteit
verbeterde smaak
Effecten
Vorming van metabolieten beïnvloeden
Smaak & aroma
Technologische eigenschappen
Types zuurdesem
Type 0 | Pre-degen / sponsdeeg |
Type I | stevig zuurdesembrood met dagelijks vers gebakken deeg |
Type II | Vloeibaar industrieel zuurdesem |
Type III | Gedroogd poeder |
Ingredienten: Rijsmiddelen - Zuurdesem: FEDIMA-definities
Zuurdesem brood
zuurdesem = hoofd-rijsmiddel
Broom met zuurdesem
Zuurdesem + commerciële gist
Gist = hoofd-rijsmiddel
Brood met zuurdesemsmaak
Smaakstoffen + gist + eventueel inactieve zuurdesem
Ingredienten: Rijsmiddelen - Zuurdesem: waarom extra organische zuren toevoegen?
Verzuurders → verzuring in zuurdesem
Artificieel zuurdesem (zonder fermentatieve verzuring)
Infectirisicos onderdrukken
Protease activiteit onderdrukken
alfa-amylase activiteit onderdrukken/stimuleren
Gluten zwelling
Waterabsorptie verhogen
Ingredienten: Rijsmiddelen - Zuurdesem: functies onderdelen

Ingredienten: Rijsmiddelen - Bakpoeder
Meestal gebruikt in cake en koekjes
Samenstelling
Zuur
Base (NaHCO3)
Drager (bv. zetmeel)
Werking
reactie met water → CO2 + zout + H2O
Types
Single-acting: CO2 bij nat worden
Double-acting: CO2 bij nat worden + CO2 bij verwarmen
Voorbeelden zuren
Natriumzuurpyrofosfaat
Monocalciumfosfaat
Natriumaluminiumfosfaat
Glucono-delta-lacton
Ingredienten: Zout
Algemene functie = SMAAKVERSTERKER
Verbetert smaak
Verhoogt gasrententie → groter broodvolume
Effect op deeg
glutennetwerk dichter op elkaar → Versterkt gluten → verhoogt deegstabiliteit → minder plakkerig deeg
verhoogt waterabsorptie → Vertraagt optimale deegontwikkeling (absorbeert water)
Effect op fermentatie
Vertraagt gistfermentatie
Remt proteolytische enzymen
Vorm
opgelost
droog
Alternatieven
KCl, maar bittere smaak
Ingredienten: Water
Functie = HYDRATATIE
Combineert (= hydrateert) proteinen om gluten te vormen
Hydrateert meelgom (pentosanen) en molen-beschadigde zetmeelgranules
medium voor chemische en biochemische reacties
Helpt deegmobiliteit
Componenten van hydratatie
Beschadigd zetmeel
Eiwitten (= gluten)
Vezels (arabinoxylanen)
Ingredienten: Water - Waterhoeveelheid
Bepaalt reologische eigenschappen (deeggedrag)
Beïnvloedt zetmeelgelatinisatie
Niet optimale waterhoeveelheid
Moeilijk hanteerbaar deeg
Slechte deegexpansie
Toestel
Farinograaf = optimale hoeveelheid wordt hier mee bepaald
Type water
Hard water > zacht water: hard water bevat Ca en dit is een cofactor voor amylase-enzymen
Ingredienten: Minerale gistvoeding
Functie = CONTROLEERT FERMENTATIE
Water conditioners - calcium zouten
Gist conditioners - ammonium zouten
Deeg conditioners - oxiderende stoffen
Ingredienten: Suiker
Functie = ENERGIEBRON VOOR GIST
Substraat voor gist (energiebron)
Zoete smaak
Bruine korstkleur
Verzacht kruim
Helpt vocht vasthouden → langere shelf-life
Opmerking
Te veel suiker → osmotisch effect → slechtere fermentatie + plakkerig deeg
Ingredienten: Vet
Functie = LUBRICATION (= mondgevoel)
Verbetering kruimstructuur
Fijnere, gelijkmatigere poriën
Dunnere celwanden
Zachtere kruim
Vertraagt veroudering = verlenging shelf life
gemak waarmee gascellen in deeg uitzetten
smeert snijbladen tijdens het snijden van brood
Mechanisme
Smeermiddel tussen gluten en zetmeel → vermindert wrijving tijdens kneden → flexibeler deeg → verbetert:
Kneedbaarheid
Gasretentie → groter volume
Vetkristallen stabiliseren gascellen
beta-vorm effectiever dan beta’-vorm
Ingredienten: Zuivelproducten
Functie = VOEDINGSWAARDE + KORST KLEUR VERBETERING
Proteinen (rijk in lysine) en calcium
Smaakverbetering
Korst kleur (Bruinreactie + karamellisatie)
Bufferend effect in degen en vloeibare fermenten
Ingredienten: Verrijking
Functie = VOEDINGSWAARDE
Fe
Niacin
Ca
Riboflavin
Thiamine
Ingredienten: Schimmel inhibitoren
Functie = VERTRAGING MICROBIEEL BEDERF
Vertraging schimmelgroei en verlengd bederfloos leven
Vertraging van vorming van “touwen” door B. subtilis
Ingredienten: Tarwegluten
= bijproduct van tarwezetmeelindustrie
Functie = VERBETERING BLOEMSTERKTE
Versterkt zwakke bloem → verbetert gasretentie → verbetert broodvolume
Nuttig bij
Volkoren meel
Diepvriesdegen
Variatie
Verschillende glutenin/gliadine-verhoudingen afhankelijk van tarwebron
Ingredienten: Diastatisch mout
Functie
Bevat fermenteerbaar suiker maltose
Bevat amylasen (zetten zetmeel → suikers)
Verbetert smaak
Verbetert korstkleur
Verbetert deegverwerking
Verlengt shelf life
Ingredienten: Niet-diastatisch mout
Functie
Bevat suiker (maltose)
Verbetert smaak
Verbetert korstkleur
Ingredienten: Enzymen
Functie
Amylasen
zetten zetmeel → suiker
helpt korstkleur
verbetert deegverwerking
verlengt shelf life
minder hittestabiel dan graanamylasen → zijn geïnactiveerd voordat zetmeel gelatinizeerd in de oven
Hittebestendige, bacteriële en intermediair hittebestendige bacteriële/schimmelamylasen zijn beschikbaar en worden gebruikt om stilstand te vertragen.
Proteasen
verzwakt deeg door splitsing van peptidebindingen in tarwe-eiwitten
reduceert deegmengingstijd
verhoogt pandoorstroming
Ingredienten: Enzym actieve soja bloem
Functie
Natuurlijk oxidatiemiddel: meer S-S-bruggen → sterker gluten
lipoxygenase: afbraak van pigmenten = bleekeffect
Algemeen brood makingsproces: Doel + stappen
Doel
omzetting van tarwebloem naar een vast en luchtig brood
Stappen
Mengen & deegontwikkeling
Bulk fermentatie = voorrijs
Verdelen + afronden
1ste fermentatie = bolrijs (gluten kort laten ontspannen)
Mengen
2de fermentatie = narijs (in de vorm)
Bakken

Algemeen brood makingsproces: Mengen en deegontwikkeling (1) - Doel
Vorming van glutennetwerk
Hydratatie
Homogene menging van alle ingrediënten
Insluiten van luchtbelletjes = startpunten voor gasgroei
Algemeen brood makingsproces: Mengen en deegontwikkeling (1) - Glutennetwerk
matrix van: zetmeelkorrels + luchtbellen
Ontstaat na hydratatie van
gluteninen (sterkte)
gliadinen (flexibiliteit)
Geeft deeg visco-elastische eigenschappen → essentieel voor uitzetting door CO2 van gist
Watergehalte beïnvloedt
deegstructuur
reologische eigenschappen
Algemeen brood makingsproces: Mengen en deegontwikkeling (1) - Moleculaire veranderingen tijdens kneden
Glutenine
Algemeen
opgebouwd uit HMW en LMW subunits
begin |
|
tijdens kneden |
|
eind | → vorming van nieuwe S-S bindingen → sterker deeg |
Gliadine
Werkt als plasticizer
Voorkomt te stijve structuur
Zorgt voor rekbaarheid (extensibiliteit)
Conclusie: Netwerk gestabiliseerd door
S-S bindingen
H-bruggen
niet-covalente interacties


Algemeen brood makingsproces: Mengen en deegontwikkeling (1) - Deegkwaliteit afhankelijk van kneden
Onderontwikkeld deeg | Optimaal ontwikkeld deeg | Overkneed deeg |
|
|
|
![]() | ![]() | ![]() |
Algemeen brood makingsproces: Mengen en deegontwikkeling (1) - Eigenschappen van gluten
Water-onoplosbaar
Unieke combinatie van
Elasticiteit
Vloei-eigenschappen
Kan geïsoleerd worden door uitwassen met water
Interageert met
lipiden
emulgatoren
arabinoxylanen
Veel deegverbeteraars richten zich op het aanpassen van het glutennetwerk
Algemeen brood makingsproces: Fermentatie - Algemeen
Algemeen
Fermentatie = afbraak van suikers door gist of zuurdesem → productie van CO2
Essentieel voor
rijzen van deeg
vorming van een luchtige broodstructuur
CO2 vormt geen nieuwe gasbellen, maar vergroot bestaande luchtbellen (gevormd tijdens het mengen)
Suikerbronnen voor gist
Eerst: kleine hoeveelheid natuurlijke suikers in bloem
Daarna: suikers vormen uit zetmeelafbraak (diastatische activiteit)
Producten van fermentatie
Hoofdproducten
CO2 → volume
Ethanol → verdampt grotendeels tijdens bakken
Nevenproducten
Zuren, carbonylverbindingen, esters → beïnvloeden
smaak & aroma
Glutennetwerk
Algemeen brood makingsproces: Fermentatie - Belangrijke enzymen
Locatie enzymen
In bloem
alfa-amylase: zetmeel → kleinere suikers
beta-amylase: vormt maltose
In gist
maltase: maltose → glucose
invertase: sucrose → glucose + fructose
zymase: glucose/fructose → CO2 + alcohol
Rol alfa-amylase
bloem bevat nog genoeg beta-amylase, maar weinig alfa-amylase
te veel alfa-amylase | te weinig alfa-amylase |
|
|
|
|
Standaardisatie van alfa-amylase
Toevoegingen
gekiemde tarwe
moutbloem
fungale amylase
Voorkeur voor fungale amylase
Lagere inactivatietemperatuur
Minder risico op kleverig kruim
Algemeen brood makingsproces: Fermentatie - Beschadigd zetmeel
ontstaat tijdens malen (mechanische druk)
Eigenschappen
neemt makkelijker water op
beter toegankelijk voor enzymen
Te weinig = onvoldoende gasvorming
Algemeen brood makingsproces: Bulkfermentatie (2) = Rijzen
Condities
[T = 27°C, RH = 75%]
Activiteit
Gist activiteit produceert CO2 en ethanol door suikers te consumeren (5 stappen)

Algemeen brood makingsproces: Verdelen + afronden (3)
Verdelen
doel: wegen van deegstukken
op gewicht
op volume
→ langere fermenatie → meer gassen → meer volume → minder gewicht
Afronden
doel: reconstructie van deeg
verdelen heeft het glutennetwerk beschadigd
een ondoorlaatbaar oppervlak creëren (niet-plakkerig, gasrententie promoten)
Algemeen brood makingsproces: 1ste fermentatie (4)
Condities
[T = 28-30°C, RH = 75%]
Algemeen brood makingsproces: Ponsen en vormen (5)
Ponsen
Doel
Verwijderen van gas
oorspronkelijk: N2, O2 en CO2 aanwezig
O2 geconsumeerd door gist, AA en andere enzymes
CO2 geproduceerd
N2 gedeeltelijk verwijderd door ponsen
Herverdeling van gasbellen
afvlakking van cellen en splitsing in meer kleinere gasbellen → fijnere kruimstructuur
Structurering van gluten
combinatie van uitgerekt gluten
Stimulatie van de fermentatie

Vormen
Doel
creëren van uiteindelijke vorm van het deegstuk
plaatsen in een bakvorm voor gelijkmatig bakken

Algemeen brood makingsproces: 2de fermentatie (6)
Condities
[T = 32-34°C, RH = 90-95%]
Algemeen brood makingsproces: Bakken (7)
Algemeen
Na fermentatie → deeg gaat in oven
Sterke volumetoename = “oven spring”
T-stijging
gistactiviteit ↑
Gasoplosbaarheid ↑
Uitzetting van gassen ↑
Tegelijk
zetmeel gelatiniseert
eiwitten (gluten) denatureren
Resultaat
Vorming van definitieve broodstructuur
Algemeen brood makingsproces: Bakken (3) - Fysische en chemische veranderingen tijdens bakken
Gasexpansie (± tot 40°C)
Volume ↑ (‘oven spring’)
waterverdamping
CO2 minder oplosbaar
hogere fermentatiesnelheid
gasexpansie
Alfa-amylase in actie
Toename fermentatie (± tot 50°C)
Gist sterft af
Start kruimvorming (± vanaf 60°C)
Zetmeel gelatiniseert → structuurvorming
granules zwellen
barsten open
vormen gelstructuur
Amylaseactiviteit op nieuwe beschikbaar zetmeel
schimmels: minimale invloed (inactivering tijdens gelatinisatie)
Granen: tot 75 - 80°C
Bacteriën: 90°C
→ zoetere kruim, kleur van korst
Denaturatie van gluten (± vanaf 74°C)
Gluten vormt een semi-rigide netwerk
Zorgt voor
stevigheid van kruim
stabilisatie van gascellen
Eindtemperatuur kruim
binnenkant brood bereikt ± 98°C
pas dan is brood volledig gebakken
Korstvorming
Korsttemperatuur = veel hoger (± 180°C)
Gevolgen
sterke waterverdamping → droge korst
Chemische reacties → bruine kleur + smaak
Maillardreactie
Karamelisatie
Samenvattend
Kruimvorming | Korstvorming |
|
|


Algemeen brood makingsproces: Bakken (3) - Gebruik van stoom
Hete stoom gaat condenseren op oppevlak van deeg → meer vocht op oppervlak → korstvorming wordt uitgesteld → deeg kan nog wat meer rijzen
Algemeen brood makingsproces: Bakken (3) - Invloed temperatuur & vochtigheid
Temperatuur
Te laag | Te hoog |
|
|
Vochtigheid
Te laag | Te hoog |
|
|
Algemeen brood makingsproces: Bakken (3) - Types ovens
statisch
multi-deck
rack ovens
dynamisch
roterende ovens
bandoven
Algemeen brood makingsproces: Overzicht

Andere broodmakingssystemen & technieken: Deegontwikkeling
Biologische deegontwikkeling (bulk fermentatie): deeg rijst lang doordat reacties tussen disulfide- en sulfhydrylgroepen langzaam verlopen door mechanische effecten van gasbellenexpansie
Mechanische deegontwikkeling: hoog mechanisch energie-input + snelle verbreking van disulfidebruggen → reacties versnellen
Chemische deegontwikkeling: oxiderende en reducerende agentia toegevoegd om uitwisselingsreacties te bevorderen bij lage energie
Andere broodmakingssystemen & technieken: Deegontwikkeling - Biologische deegontwikkeling (bulk fermentatie) (1)
Straight dough system |
Doel: meest traditionele naturelle proces |
Sponge-and-dough system |
Doel: smaak en rheologische eigenschappen van finale deeg veranderen |
Liquid sponge | Doel: variatie op traditionele sponge, meer water is toegevoegd |
Andere broodmakingssystemen & technieken: Deegontwikkeling - Mechanische deegontwikkeling (2)
Chorleywood process
= broodbereiding op zodanige manier zodat de tijd om brood te bakken veel korter is
ontworpen voor zwakke bloem
gesloten high-speed miixer met speciale bladen
bulkfermentatie overbodig
intensief mengen onder vacuum → moleculen snel in contact met oxidanten
Gasbellenstructuur gevormd tijdens mengen
Doel: fermentatieproces verkorten
No time dough
Doel: proces verkorten door bulk fermentatie en ponsen uit te sluiten
Continuous dough making
Doel: continu proces
Andere broodmakingssystemen & technieken: Deegontwikkeling - Chemische deegontwikkeling (3)
= ADD-proces = Activated dough development process
mechanische werkinput verlagen door chemische verbreken van S-S bruggen
Bulk fermentatie of intensief mechanisch mengen niet nodig
Toevoeging bij mengen
snelle reducer: L-cysteïne
trage oxidant: KBrO3 + ascorbinezuur
Minor ingredienten
= Bloem-, deeg- en broodverbeteraars
Doel
Rheologische eigenschappen van deeg verbeteren
Stabiliteit van deeg verhogen
Broodkwaliteit te verbeteren
Hoofdklassen van additieven
Redox agentia
Emulsifiers
Enzymen
Minor ingredienten: Redox agentia (1)
= werken op cysteïne sulfhydryl/thiol groepen en S-S bruggen in gluten
Oxidizers
zelf reduceren + sulfideuiteinden oxideren tot S-S binding
Cross-linking van proteïnemoleculen → strakker deeg + minder rekbaarheid + meer elasticiteit
Voorbeelden
Kaliumbromaat (KBrO3)
verboden in veel Europese landen
werkt langzaam + verhoogt elasticiteit en vermindert extensibiliteit
L-threo-ascorbinezuur (vitamine C)
Toegestaan in EU
inhibeert protease en oxideert gluten → sterker deeg + betere gasretentie + groter broodvolume
Actieve vorm = DHAA = L-threo-dehydroascorbinezuur: oxidatie van glutathion (GSH → GSSG) → SH-banden oxidatie → elasticiteit ↑ + extensibiliteit ↓
Kaliumjodaat (KIO3)
verboden in EU
Azodicarbonamide (ADA)
verboden in EU
Reducers
Splitsen disulfidebruggen → kleinere moleculen + zachter deeg
Voorbeelden
L-cysteïne
natuurlijk AA
maakt gluten zachter, verbetert deegontwikkeling, vermindert mechanische energie
Combinatie reducer + lichte oxidant
vermindert energiebehoefte bij mechanische deegontwikkeling
S-S bruggen herstellen tijdens fermentatie


Minor ingredienten: Emulsifiers (2)
Hoofdgroep: polar lipids
Functies
Kruim verzachten: zetmeel-complexatie
zachtere kruim
kleinere en gelijkmatige poriën
vertraagde veroudering door complexatie met zetmeel
Deeg versterking: interactie gluten-surfactant
hogere deegstabiliteit
homogeen deeg
uniforme poriënstructuur
hoger volume
Toepassingen
niet toegestaan in bloem, wel in broodformuleringen
Voorbeelden
Diacetyl tartaarester van monoglyceriden (DATEM)
Belangrijkste deegversterker
Mono- en diglyceriden
Belangrijkste kruimverzachter
Minor ingredienten: Enzymes (3)
essentieel in broodbereiding tot denaturatie bij bakken
kunnen chemische additieven vervangen (redox of emulsifiers)
Belangrijke enzymen
alfa-amylasen |
Te lage alfa-amylase activiteit
Te hoge alfa-amylase activiteit
Optimale alfa-amylase bepalen via Hagberg Falling Number (FN) method !! |
proteasen |
|
lipoxygenasen |
|
Hemicellulasen/ pentosanasen/ xylanasen |
|
Glucose-oxidase | Als redox agentia
Actie tijdens mixen
|
Lipasen |
|

Brood shelf life
Kenmerken
Fysicochemische veranderingen
Sensorische veranderingen
Microbiële groei
Oorzaken
Staling (veroudering)
Microbieel bederf
Smaakachteruitgang
Brood shelf life: Staling/ veroudering (1)
(mechanisme + gevolgen + invloed T + anti-stalings maatregelen)
= afname van consumptieacceptatie zonder microbiële oorzaak
reversibel proces
Mechanisme van staling
Tijdens het bakken = gelatinisatie = verlies van kristallijne structuur
zetmeel gelatiniseert
amylose lekt uit
Tijdens afkoelen = retrogradatie
herkristallisatie
Initiële stevigheid: amylose
Progressieve stevigheid: amylopectine
Tijdens opslag
amylopectine retrogradatie (start < 55°C, traag proces) → belangrijkste oorzaak van verdere verharding
Gevolgen
minder waterbinding in kristallijne vorm →
verharding van kruim
taaiere korst
vochtmigratie (kruim → korst)
krimp van zetmeelgranulen → loskomen glutennetwerk
→ toename van kruimeligheid
→ smaakverlies
Invloed T
Snelste staling rond 4°C (koelkast)
Reversibel bij verhitten
Anti-staling maatregelen
Kruimverzachters (bv. lipiden)
amyloseketen gaat zich rond het vetzuur vormen → vorming van amylose lipide complex (ALC) → amylose kristalisatie wordt tegengegaan → verhinderen van harde kruimvorming
Hoe langer de vetzuurketen, hoe sterker het complex
Verhitten


Brood shelf life: Microbieel bederf (2)
brood: aw > 0,9 → gunstig voor groei
Schimmelgroei
Penicillium, Aspergillus
ontstaan na bakken door contaminatie met lucht/apparatuur
Bacterieel bederf (“rope”)
Bacillus subtilis
Gele/bruinachtige kruim + onaangename geur
sporen overleven bakken
preventie: lage pH
Gistbederf (chalk mould)
vooral bij gesneden brood of roggebrood
Brood shelf life: Smaakachteruitgang (3)
verlies broodaroma
ontwikkeling van “stale flavour”
Oorzaken
binding van aromastoffen aan amylose
oxidatie van aromacomponenten
migratie van aroma’s (korst → kruim)
Brood shelf life: Bewaarmethoden
Fysisch
Invriezen (-20°C): vertraagde staling + geen microbiële groei
MAP: CO2 ↑ → remming schimmels
Chemisch
Propionzuur en zouten: tegen schimmels en bacteriën
Sorbinezuur
Ethanol
Zuren: remmen bacteriën
Biologisch/alternatief
Zuurdesem/ MZB
Essentiële oliën: sterk effect, maar kan deegkwaliteit beïnvloeden
Brioche brood
zachte, donkere korst
stevig en tedere kruim met kleine poriën
tragere verharding
“egg wash” → donkere korst
Hamburger buns
bevat meer vet, suiker en minder water vergeleken met normaal wit brood
voor-fermentatie(‘sponge’)
gelijkaardig productieproces als gewoon brood
water mist als coating om sesam zaadjes op de korst te houden
Alveograaf

Parameters:
P of tenaciteit (mm H2O) = Hoeveelheid weerstand nodig om het deeg uit te blazen
L of extensibiliteit (mm) = tijd tot scheuren van het deeg
P/L (-) = hogere ratio à stugger en niet-rekbaar deeg
W of bakkracht ( ) = oppervlakte onder de curve
Extra vragen
Wat gebeurt er als je vezels toevoegt?
Meer weerstand à P ↑
Deeg scheurt sneller à L ↓
P/L ↑ à Minder kracht nodig om op te blazen + scheurt snel à stugger en minder rekbaar
Mixolab

C1 = waterabsorptie
C2 = eiwitten verzwakken
C3 = verstijfselen
C4 = minimale viscositeit
hoger gehalte enzymes (amylasen) à lagere C4
C5 = Finale viscositeit
Hoger verschil tussen C4 en C5 à meer retrogradatie à harder brood
alfa = snelhed waarmee eiwitten afzwakken
beta = snelheid van verstijfselen
gamma = snelheid van retrogradatie
Glutomatic

Principe: gluten uitwassen met zoutoplossing
Parameters
Sterke gluten (g)
kunnen meer S-S bruggen maken
Liggen bovenop de zeef na zeven
Zwakke gluten (g)
Minder S-S bruggen
Hangen onderaan de zeef na zeven
Totale natte gluten (g)
massa die je bekomt na het spoelen met zoutoplossing
zwakke gluten + sterke gluten
Gluten index (%)
Verhouding sterke gluten/totaal natte gluten * 100
Hagberg Falling number

Principe:
Toestel bevat staafje dat valt door een verwarmd mengsel van meel en water totdat het staafje de bodem raakt, wordt de tijd gemeten
Door verhitting verstijfselt het zetmeel en wordt het mengsel dik. De alfa-amylase in het meel begint dit zetmeel direct af te breken tot suikers, waardoor het mengsel weer vloeibaarder wordt.
Extra vragen:
Wat gebeurt er bij tarwedeeg?
Afhankelijk van amylase activiteit
Hoge amylaseactiviteit à veel afbraak van zetmeel à staafje valt snel à laag valgetal
Lagere amylaseactiviteit à weinig afbraak van zetmeel à staafje valt traag à hoog valgetal
FN = 250 s of hoger
Waarom mag FN niet te hoog zijn?
Te weinig enzymactiviteit à tijdens het rijzen wordt er dan te weinig zetmeel omgezet naar suikers à geen voeding voor gist à onvoldoende rijs
Zeleny test

Principe:
Meet de eiwitkwaliteit → kijkt naar hydratatie en zwelling van gluten in zuur milieu
Stappen:
Zuur + meel → zuur zorgt ervoor dat gluten opzwellen → opgezwollen glutendeeltjes zinken naar bodem (= hoogte van laag sediment)
Interpretatie:
Hoe hoger het sediment, hoe beter → hoog sedimentatievolume betekent dat gluten veel water kunnen binden en een sterk netwerk vormen → “sterke” tarwe
Waarde moet rond de 40 mL of hoger zijn → lager is slechter
Dickey-john

Principe:
Fysische en chemische eigenschappen van graan bepalen
Parameters:
Hectolitergewicht (kg/l)
Voorspelt hoeveel bloem je uit een kilo graan kan halen
Lager dan 75 → grote korrels + meer poriën tussen korrels → uiteindelijk krijg je minder bloem
Vochtgehalte (%)
Moet lager dan 14% zijn
Zeeftest

Principe:
Meet hoe fijn de bloem gemalen is
Minstens 98% van de bloem moet een partikelgrootte kleiner dan 212 µm hebben
Extra vragen: (niet 100% zeker van dit…)
Wat gebeurt er als je te kleine partikelgrootte hebt?
Oppervlakte partikels ↑ + zetmeelbeschadiging ↑ à hogere waterabsorptie
Wat gebeurt er als je te grote partikelgrootte hebt?
Oppervlakte partikels ↓ + zetmeelbeschadiging ↓ à lagere waterabsorptie
Wat doen zeefversnellers?
Maken verstopte zeefporiën vrij
Beschadigd zetmeel

Principe:
Vrij jodium (I2) wordt toegevoegd aan meel à beschadigd zetmeel heeft “open” structuur en trekt jodium (I2) aan
Vrij jodium geleidt stroom, dus minder vrij jodium door binding aan beschadigd zetmeel, geeft een lagere elektrische stroom
Parameters:
Meestal 5 a 6 %
Gehalte mag niet te hoog zijn, anders te kleverig deeg (te veel waterabsorptie door beschadigd zetmeel), gescheurde kruim …
Farinograaf van Brabender

Principe:
meet de weerstand van het deeg tijdens het kneden bij een constante temperatuur
Parameters:
Water absorptie (%)
Hoeveelheid water nodig om de top van de curve op de 500 FU lijn te krijgen
Deeg ontwikkelingstijd (min)
Tijd nodig om tot 500 FU (= maximale weerstand) te komen
Graad van verzwakking (FU)
Verschil tussen de top van de curve en het midden van de curve 12 minuten na de piek
Stabiliteit (min)
Tijd boven 500 FU
Lagere tijd à minder resistent tegen overkneden
Farinograph quality number (mm)
Tijd vanaf het begin van de test tot op het punt waar de curve met 30 FU is gezakt tov de maximale weerstand
Extra vragen:
Wat als je vezels toevoegd?
Waterabsorptie gaat omhoog à ontwikkelingstijd wordt langer à stabiliteit gaat omlaag
Wat als de lijn onder 500 FU zit?
Dan moet je extra water toevoegen en opnieuw meten
Verstijfselingseigenschappen

Principe:
Een suspensie van bloem en water wordt onder constant roeren verhit en weer afgekoeld. Het toestel meet de weerstand (viscositeit) die ontstaat wanneer de zetmeelkorrels opzwellen en openbarsten
Parameters:
Initiële viscositeit (mPa.s)
Dikte voor opwarming
Verstijfselingstemperatuur (°C)
60°C – 65°C voor tarwebloem
Temperatuur waarbij viscositeit voor het eerst stijgt
Piek viscositeit (mPa.s)
Maximale viscositeit wanneer de zetmeelkorrels maximaal opgezwollen zijn
Piektijd (min)
Wanneer deze maximale viscositeit wordt bereikt
Piek temperatuur (°C)
Analoog 4)
Holding strength (mPa.s)
Laagste viscositeit tijdens verhitting (= nadat de korrels zijn gescheurd)
Moment waarop alle amylose uit zetmeelkorrels is geloogd
Breakdown (mPa.s)
Verschil tussen piek viscositeit en holding strength
Geeft aan hoe stabiel het zetmeel is
Finale viscositeit (mPa.s)
Viscositeit na afkoeling
Total setback (mPa.s)
Verschil tussen finale viscositeit en holding strength
Hogere waarde à meer retrogradatie
Setback from peak (mPa.s)
Verschil tussen finale viscositeit en piek viscositeit
Pekar test

Principe:
Ijzer meer gereduceerd bij hogere vitamine C à blauwe kleur
Resultaat
Blauwe stipjes wijzen op aanwezigheid van vitamine C
Extensograaf

Principe:
Kijkt naar de rekbaarheid en de kracht van het deeg na een rustperiode (<-> Farinograaf: kijkt naar het kneden) (<-> Extensograaf: meet invloed van rusten)
Deeg oprollen en aan haak hangen en trekken totdat het scheurt
Parameters:
Resistance to extension (EU)
Weerstand gemeten na 5 cm uitrekking
Maximum resistance (EU)
Maximale kracht die het deeg biedt voordat het scheurt
Extensibility (mm)
Afstand van starten met meten tot scheuren = rekbaarheid
Ratio number (EU/mm)
Verhouding tussen weerstand en rekbaarheid
Hoge ratio à stug, elastisch deeg (moeilijk uitrekbaar)
Lage ratio à slap, plastisch deeg (valt makkelijk uit elkaar)
Maximum ratio (EU/mm)