Hoofdstuk 3: Ergativiteit

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/13

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:23 AM on 6/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

14 Terms

1
New cards

onergatief (eenplaatsig)

  1. keuze van het hulpww: HEBBEN

    • Ik heb gewerkt

  2. attributief gebruik voltooid deelwoord: X

    • *De gewerkte man

  3. -er/-aar/-der suffigering: V

    • Hij is een werker

  4. onpersoonlijke passief: V

    • Er wordt gewerkt

2
New cards

ergatief (eenplaatsig)

  1. keuze van het hulpww: ZIJN

    • Hij is gestorven

  2. attributief gebruik voltooid deelwoord: V

    • De gestorven man

  3. -er/-aar/-der suffigering: X

    • *Hij is een sterver

  4. onpersoonlijke passief: X

    • *Er wordt gestorven

3
New cards

passief

  1. keuze van het hulpww: ZIJN

    • De brief is verstuurd door hem

  2. attributief gebruik voltooid deelwoord: V

    • De (door hem) verstuurde brief

  3. -er/-aar/-der suffigering: X

    • *de brief is een verstuurder

  4. onpersoonlijke passief: /

4
New cards

inchoatief

niet concreet wie de handeling doet (nadruk op de handeling)

bvb. de patiënten genezen voorspoedig // Het glas breekt

5
New cards

causaal

concreet wie de handeling doet (nadruk op uitvoerder)

= tweeplaatsig

bvb. de dokter geneest de patiënten // Ze breekt het glas

6
New cards

inchoatief-causatieve gebruik van ww

  1. keuze van het hulpww: ZIJN

    • Het glas is gebroken

    • Hij heeft het glas gebroken

  2. attributief gebruik voltooid deelwoord: V

    • het gebroken glas

      • vanzelf test:

        • het glas breekt vanzelf

        • *de man breekt het glas vanzelf

      • komt dus door inchoatief gebruik!

  3. -er/-aar/-der suffigering: X

    • *het glas is een breker

  4. onpersoonlijke passief: X

    • *er wordt door het glas gebroken

7
New cards

Burzio’s generalisatie

als spec VP leeg is, kan ww geen ACC casus toekennen (in structuren zonder geboren subject)

DUS moet die naamval gaan halen (NOM bij TP)

is eigenlijk een object + patens, maar syntactisch is dat een subject

8
New cards

onergatief (tweeplaatsig)

  1. keuze van het hulpww: HEBBEN

    • Hij heeft Ann geholpen

  2. attributief gebruik van VD: X

    • *de geholpen Ann

  3. er/aar/der suffigering: V

    • een helper

  4. passief: V

    • Ann wordt geholpen

  5. woordvolgorde O < S: X

    • dat Ann de meisjes geholpen heeft: S < O

    • *dat de meisjes Ann geholpen heeft: O < S

9
New cards

ergatief (tweeplaatsig)

  1. keuze van het hulpww: ZIJN

    • Die ramp is Ann overkomen

  2. attributief gebruik van VD: V

    • de haar overkomende ramp

  3. er/aar/der suffigering: X

    • *een overkomer

  4. passief: X

    • *Ann wordt overkomen

  5. woordvolgorde O < S: V

    • dat die rampen An overkomen zijn: S < O

    • dat Ann die rampen overkomen zijn: O < S

10
New cards

koppelwoorden

= ergatief

  1. keuze van het hulpww: ZIJN

    • De man is boos

  2. attributief gebruik van VD: V

    • de boos geworden / gebleven / *geweeste man (uitzondering)

  3. er/aar/der suffigering: X

    • *de boos worden / blijver / zijner

  4. passief: X

    • *Er werd door de man boos geweest / geworden / gebleven

11
New cards

bewegingswerkwoorden

= onergatief, maar hebben ook een ergatief gebruik

  1. keuze van het hulpww: HEBBEN

    • De man heeft gelopen/gewandeld

  2. attributief gebruik van VD: X

    • *de gewandelde / gelopen man

  3. er/aar/der suffigering: V

    • de wandelaar / loper

  4. passief: V

    • Er werd door de man gelopen / gewandeld

12
New cards

positiewerkwoorden

= analyseren we als ergatieve ww

  1. keuze van het hulpww: HEBBEN

    • De jas heeft in de kast gehangen

  2. attributief gebruik van VD: X

    • lijkt oke maar komt door causale gebruik

  3. er/aar/der suffigering: X

    • de jas is een hanger (gram oke, maar kan eigenlijk niet qua betekenis)

  4. passief: X

    • ?? Er werd door de jas in de kast gehangen

13
New cards

voldoende voorwaarden

X is een voldoende voorwaarde voor Y = als X dan ook Y
X → Y

  • zijn

  • attributief

Als zijn/attributief dan ergatief, maar als ergatief niet perse zijn/attributief

14
New cards

noodzakelijke voorwaarden

X is een noodzakelijke voorwaarde voor Y = als Y dan ook X

Y → X

  • afwezigheid PASS

  • afwezigheid er/aar/der suffigering

  • O voor S

Als ergatief dan afwezigheid PASS, afwezigheid er/aar/der suffigering, O voor S mogelijk, maar als afwezigheid PASS, afwezigheid er/aar/der suffigering, O voor S mogelijk niet perse ergatief