1/13
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
onergatief (eenplaatsig)
keuze van het hulpww: HEBBEN
Ik heb gewerkt
attributief gebruik voltooid deelwoord: X
*De gewerkte man
-er/-aar/-der suffigering: V
Hij is een werker
onpersoonlijke passief: V
Er wordt gewerkt
ergatief (eenplaatsig)
keuze van het hulpww: ZIJN
Hij is gestorven
attributief gebruik voltooid deelwoord: V
De gestorven man
-er/-aar/-der suffigering: X
*Hij is een sterver
onpersoonlijke passief: X
*Er wordt gestorven
passief
keuze van het hulpww: ZIJN
De brief is verstuurd door hem
attributief gebruik voltooid deelwoord: V
De (door hem) verstuurde brief
-er/-aar/-der suffigering: X
*de brief is een verstuurder
onpersoonlijke passief: /
inchoatief
niet concreet wie de handeling doet (nadruk op de handeling)
bvb. de patiënten genezen voorspoedig // Het glas breekt
causaal
concreet wie de handeling doet (nadruk op uitvoerder)
= tweeplaatsig
bvb. de dokter geneest de patiënten // Ze breekt het glas
inchoatief-causatieve gebruik van ww
keuze van het hulpww: ZIJN
Het glas is gebroken
Hij heeft het glas gebroken
attributief gebruik voltooid deelwoord: V
het gebroken glas
vanzelf test:
het glas breekt vanzelf
*de man breekt het glas vanzelf
komt dus door inchoatief gebruik!
-er/-aar/-der suffigering: X
*het glas is een breker
onpersoonlijke passief: X
*er wordt door het glas gebroken
Burzio’s generalisatie
als spec VP leeg is, kan ww geen ACC casus toekennen (in structuren zonder geboren subject)
DUS moet die naamval gaan halen (NOM bij TP)
is eigenlijk een object + patens, maar syntactisch is dat een subject
onergatief (tweeplaatsig)
keuze van het hulpww: HEBBEN
Hij heeft Ann geholpen
attributief gebruik van VD: X
*de geholpen Ann
er/aar/der suffigering: V
een helper
passief: V
Ann wordt geholpen
woordvolgorde O < S: X
dat Ann de meisjes geholpen heeft: S < O
*dat de meisjes Ann geholpen heeft: O < S
ergatief (tweeplaatsig)
keuze van het hulpww: ZIJN
Die ramp is Ann overkomen
attributief gebruik van VD: V
de haar overkomende ramp
er/aar/der suffigering: X
*een overkomer
passief: X
*Ann wordt overkomen
woordvolgorde O < S: V
dat die rampen An overkomen zijn: S < O
dat Ann die rampen overkomen zijn: O < S
koppelwoorden
= ergatief
keuze van het hulpww: ZIJN
De man is boos
attributief gebruik van VD: V
de boos geworden / gebleven / *geweeste man (uitzondering)
er/aar/der suffigering: X
*de boos worden / blijver / zijner
passief: X
*Er werd door de man boos geweest / geworden / gebleven
bewegingswerkwoorden
= onergatief, maar hebben ook een ergatief gebruik
keuze van het hulpww: HEBBEN
De man heeft gelopen/gewandeld
attributief gebruik van VD: X
*de gewandelde / gelopen man
er/aar/der suffigering: V
de wandelaar / loper
passief: V
Er werd door de man gelopen / gewandeld
positiewerkwoorden
= analyseren we als ergatieve ww
keuze van het hulpww: HEBBEN
De jas heeft in de kast gehangen
attributief gebruik van VD: X
lijkt oke maar komt door causale gebruik
er/aar/der suffigering: X
de jas is een hanger (gram oke, maar kan eigenlijk niet qua betekenis)
passief: X
?? Er werd door de jas in de kast gehangen
voldoende voorwaarden
X is een voldoende voorwaarde voor Y = als X dan ook Y
X → Y
zijn
attributief
Als zijn/attributief dan ergatief, maar als ergatief niet perse zijn/attributief
noodzakelijke voorwaarden
X is een noodzakelijke voorwaarde voor Y = als Y dan ook X
Y → X
afwezigheid PASS
afwezigheid er/aar/der suffigering
O voor S
Als ergatief dan afwezigheid PASS, afwezigheid er/aar/der suffigering, O voor S mogelijk, maar als afwezigheid PASS, afwezigheid er/aar/der suffigering, O voor S mogelijk niet perse ergatief