1/19
Deze flashcards behandelen de vocabulair betreffende de Belgische staatsstructuur, historische conflicten en het politieke landschap op basis van de collegedictaten.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Discriminatie
Het onredelijk onderscheid maken tussen mensen, zoals in het interbellum waarbij Nederlandstaligen minder kansen kregen bij de overheid of het leger.
Collaboratie
Het samenwerken met de vijand, specifiek de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Repressie
De bestraffing van collaborateurs na de Tweede Wereldoorlog door de Belgische staat.
Koningskwestie
Het politieke conflict tussen 1944 en 1950 over de mogelijke terugkeer van koning Leopold III op de troon.
Taalgrens
De in 1962 definitief vastgelegde grens tussen het Nederlandse, Franse en Duitse taalgebied in België.
Taalfaciliteiten
De mogelijkheid voor inwoners van bepaalde rand- of grens-gemeenten om officiële documenten in hun eigen taal te ontvangen, ook al liggen deze in een ander taalgebied.
Federaal
Een staatsvorm waarbij de macht verdeeld is tussen een centrale overheid en verschillende deelstaten (zoals gewesten en gemeenschappen).
Gewest
Een Belgisch bestuursniveau (Vlaanderen, Wallonië, Brussel) dat verantwoordelijk is voor plaatsgebonden zaken zoals milieu, wegennet en economie.
Gemeenschap
Een Belgisch bestuursniveau (Vlaamse, Franse, Duitstalige) dat bevoegd is voor persoonsgebonden zaken zoals onderwijs en cultuur.
Confederalisme
Een staatsstructuur waarbij de deelstaten meer macht en bevoegdheden hebben dan de centrale federale staat.
Traditionele partijen
De oudste politieke partijen in België: de liberale, de katholieke en de socialistische partij.
Progressief
Een politieke houding die vernieuwing nastreeft en zich vaak identificeert met de term 'links'.
Conservatief
Een politieke houding gericht op het behouden van traditionele waarden en principes, vaak aangeduid als 'rechts'.
Rechtsstaat
Een staat waarin iedereen gelijk is voor de wet en waar ook de overheid de wetten strikt moet respecteren.
Particratie
Een politiek systeem waarbij de politieke partijen en hun voorzitters een overheersende macht en invloed hebben op het bestuur.
Opkomstplicht
De wettelijke verplichting voor burgers om te verschijnen bij verkiezingen; in 2023 afgeschaft voor de gemeente- en provincieraadsverkiezingen.
Coalitie
Een samenwerkingsverband tussen verschillende politieke partijen om een meerderheidsregering te vormen.
Oppositie
De politieke partijen die niet in de regering zitten en het beleid van de meerderheid controleren.
Scheiding der machten
Het principe waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht gescheiden zijn om machtsmisbruik te voorkomen.
Sint-Michielsakkoord
Een belangrijke staatshervorming in 1993 die van België formeel een federale staat maakte.