1/306
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vraag & aanbod
Vraag: interesse van publiek in media-inhoud en -diensten aanbod: de hoeveelheid van beschikbare media-inhoud en -diensten
4 types/middelen van schaarste
personeel, grondstoffen, kapitaal & land
Media-economie
de combinatie van de economische leer over concepten/ideeën/principes toegepast op de werking van media-industrie/producten/bedrijven
ruilwaarde
economische waarde van het goed op de markt (€15 voor een boek, aandacht,...)
Macro-economie
bestuderen gehele economie, import/export, financiële bewegingen, inflaties, crisissen en evoluties
Micro-economie
vraag & aanbod individuele actoren/consumenten/bedrijven/markten... Focus op media, rol overheid als regulerende partij
Producent
een individu of organisatie die media-inhoud creëert, ontwikkelt en levert (televisieprogramma's, films, muziek, nieuwsartikelen en digitale content)
Aggregator
platform of dienst die inhoud van verschillende bronnen verzamelt, ordent en beschikbaar maakt voor gebruikers. Zij krijgen toegang tot een breed scala aan media-inhoud op één plaats.
Geef de 3 theorieën over het funtioneren/de werking van een bedrijf
1. Neoklassieke theorie
2. Agencytheorie
3. Transactiekostentheorie
Neoklassieke theorie
economische theorie die stelt dat markten obv vraag en aanbod naar evenwicht streven, waarbij individuen en bedrijven rationeel handelen om hun nut en winst te maximaliseren, en prijzen flexibel zijn om deze doelen te ondersteunen.
Homo economicus
Persoon die volledig rationeel en geïnformeerd handelt, gericht op het maximaliseren van eigen nut of winst bij het nemen van economische beslissingen.
Opportuniteitskost
Wat je misloopt door een bepaalde keuze te maken. Het is de waarde van het beste alternatief dat je niet kiest.
Trade-off idee
Investering in het ene gaat dikwijls ten kost van het andere
Agency theorie
Theorie die zich richt op de relatie tussen een principal (de eigenaar) en een agent (de manager), waarbij de focus ligt op het oplossen van conflicten die kunnen ontstaan door asymmetrische informatie en verschillende belangen tussen beide partijen.
Principal agent-probleem
situatie waarin een persoon/groep (de agent) beslissingen neemt namens een andere persoon of groep (de principal). Een conflict kan ontstaan, omdat de agent mogelijk eigen belangen nastreeft die niet volledig overeenkomen met de principal.
Transactiekostentheorie
onderzoekt de kosten die ontstaan bij het ruilen van goederen en diensten, zoals kosten voor het vinden van partners, het onderhandelen over voorwaarden, en het handhaven van overeenkomsten. Het bekijkt hoe bedrijven deze kosten minimaliseren om efficiënter te functioneren.
Twee views van transactiekostentheorie
1. marktcontract met productie per productie
2. gecentraliseerd instituut substituut voor markt
Vaste kosten
kosten die niet veranderen, ongeacht het productieniveau, zoals huur van apparatuur.
Variabele kosten
kosten veranderen afhankelijk van het productieniveau, zoals grondstoffen en arbeidskosten
Marginale kosten
de extra kosten die ontstaan door het produceren van één extra eenheid van een goed of dienst
Dual product
één productieproces resulteert in de gelijktijdige productie van twee of meer producten die elk waarde hebben voor de producent. (vb = programma dat als hoofdproduct en secundair product wordt verkocht (het programma zelf + merchandise, licenties, spin-offs, reclame)
Demand uncertainty
onvoorspelbaarheid in de vraag naar media-inhoud of -diensten, ook onvoorspelbaarheid van het succes
Cultureel goed
product of dienst met culturele of artistieke waarde, zoals literatuur, kunstwerken, films en muziek.
Publiek goed
Het is niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar.
Aka het is beschikbaar voor iedereen om te consumeren en niemand kan worden uitgesloten (eg: online nieuwsbericht lezen)
Experience good
product of dienst waarvan de waarde moeilijk te beoordelen is vóór consumptie en die afhankelijk is van de individuele ervaring van de consument (boek, resto...)
Intangibily
goed/dienst dat niet tastbaar is
(eg: kennis, expertise of digitale content: kan niet fysiek worden aangeraakt)
Sunk costs
direct hoge vaste kosten voor het produceren van media, maar direct ook lage marginale (reproductie)kosten
Publieke dienst
wanneer winst niet het doel is, maar het publieke/maatschappelijke belang. Meestal gefinancierd door de overheid en gericht op het bevorderen van het algemeen welzijn
Aandachtseconomie
een economisch systeem waarin het schaarse goed de aandacht van mensen is en bedrijven concurreren hierom, vaak via reclame, sociale media en contentmarketing
Startjaren commercialisering media?
jaren 80
BIPT afkorting
Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie
BIPT uitleg
Federale regulator voor telecommunicatie en postdiensten in België.
Verantwoordelijk voor toezicht telecom- en postmarkt, verstrekken van vergunningen aan operatoren en waarborgen eerlijke concurrentie & consumentenbescherming.
VRM
Vlaamse Regulator voor de Media, onafhankelijke toezichthouder van Vlaamse audiovisuele mediadiensten, zoals tv, radio en on-demanddiensten.
CSA
Conseil Supérieur de l'Audiovisuel
Franstalige onafhankelijke toezichthouder die fungeert als de regelgevende instantie voor audiovisuele media in het Franstalige deel van België.
Medienrat
Duitse onafhankelijke toezichthouder op Duitstalige audiovisuele media, die ook de regels controleert bij organisaties
Belgische Mededingsautoriteit
Federaal verantwoordelijk instituut voor het toezicht op concurrentie, fusies & overnames in alle sectoren van de economie.
Nultarief
de Belgische kranten moeten geen BTW betalen op de media-producten, daardoor goedkoper verkopen & meer winst maken
CDJ
conseil de déontologie journalistique; autoregulerend orgaan van Fr- & Dui-talige Belgische media
AGJPB
association générale des journalistes professionnelles de Belgique
AVBB
algemene vereniging van beroepsjournalisten in België
AJP
association des journalistes professionnels francophones et germanophones
(zelfregulering Waalse en Dui-talige journalisten)
VVJ
Vlaamse vereniging journalisten
(zelfregulering Vlaamse journalisten)
Wie geeft Vlaamse vergunningen (bv zendvergunning)
VRM
Mediadecreet
algemene mediaregelgeving waarin de taken van de openbare omroep staan beschreven, opgesteld door de Vlaamse overheid
Ketenradio's
radiozenders die dezelfde inhoud simultaan uitzenden over verschillende frequenties in diverse regio's. Hierdoor hebben ze een breder bereik met meer luisteraars. (Vaak onder gemeenschappelijke naam met centrale studio die content produceert & distribueert nd stations)
Industriële organisatie (IO)
Hoe mediabedrijven en de media-industrie als geheel is georganiseerd/functioneert (heeft 4 mogelijke structuren)
Kenmerkkarakteristieken van de markt (3)
1. aantal aanbieders
2. type producten
3. toetredingsdrempels
homogene producten
gelijkaardige producten (kwaliteit, vorm...)
je concurreert op prijs
bv: vliegtickets
heterogene producten / differentiële producten
producten hebben verschillende kenmerken
je concurreert op beter zijn (betere dingen kunnen aanbieden).
bv: verschillende soorten camera's
4 types marktstructuren
1. perfecte competitie
2. monopolistische concurrentie
3. oligopolie
4. monopolie
Perfecte competitie
Marktstructuur: veel aanbieders en vragers
Producten: homogeen
Prijsbeïnvloeding: geen enkele aanbieder kan de prijs zomaar beïnvloeden
Toetreding: vrije toe- en uittreding van de markt
Monopolistische concurrentie
Marktstructuur: veel aanbieders en vragers
Producten: vergelijkbaar maar niet identiek zijn (heterogeen, elk hun eigen niche)
Prijscontrole: enige controle over de prijs door productdifferentiatie
Toetreding: relatief vrije toetreding en uittreding.
Oligopolie
Marktstructuur: weinig aanbieders
Producten: homogeen of heterogeen
Prijsbeïnvloeding: elke aanbieder heeft invloed op de prijs
Toetreding: hoge barrières
Monopolie
Marktstructuur: één aanbieder
Product: uniek zonder directe substituten
Prijsbepaling: volledig door monopolie
Toetreding: zeer hoge of onoverkomelijke
Marktmacht
mate waarin een bedrijf zelf een prijs kan opleggen voor de klant (de macht die een bedrijf heeft om de prijs te bepalen)
Geef een voorbeeld van een perfecte concurrentie in de media
STRIKVRAAG. BESTAAT NIET. DIKKE L.
SCP (afkorting + uitleg)
Structure-conduct-performance
model dat helpt te begrijpen hoe de structuur van een markt invloed heeft op het gedrag van bedrijven (conduct) en uiteindelijk op de prestaties van de markt (performance).
Structuur (Structure-conduct-performance)
De opbouw van de markt.
Hoeveel bedrijven zijn er? Zijn er veel kleine bedrijven, of juist een paar grote? Is het gemakkelijk voor nieuwe bedrijven om toe te treden, of zijn er hoge barrières? vb: monopolie (één bedrijf), oligopolie (enkele bedrijven), of perfecte concurrentie (veel kleine bedrijven).
Conduct (structure-conduct-performance)
Hoe bedrijven zich gedragen binnen de marktstructuur.
Wat voor beslissingen nemen ze over prijzen, productie, innovatie, en marketing? Bv: in een oligopolie letten bedrijven veel op elkaar en kunnen ze besluiten om niet te veel met prijzen te concurreren om een prijsstrijd te vermijden.
Performance (Structure-conduct-performance)
De resultaten die uit het gedrag van bedrijven voortvloeien.
Hoe efficiënt is de markt? Wat zijn de prijzen voor consumenten? Hoeveel innovatie is er? Zijn de bedrijven winstgevend? De prestaties worden gemeten aan de hand van zaken als winst, productiekosten, en klanttevredenheid.
Gemiddelde kost
Totale kosten (vaste + variabele kosten) delen door #geproduceerde eenheden. Geeft gemiddeld beeld van kosten/eenheid over een bepaalde productieperiode.
Economies of scale
schaalvoordelen
Geeft kostenbesparingen en efficiëntieverbeteringen dmv productie op grotere schaal te realiseren
-> gemiddelde kosten/eenheid daalt
Economies of scope
synergie
de gecombineerde inspanningen van twee of meer entiteiten (bedrijven/afdelingen/personen) leiden tot een resultaat dat groter en effectiever is dan de som van hun afzonderlijke bijdragen
Convergentie
Verschillende media & technologieën smelten tot nieuwe vormen van interactie/consumptie van media-inhoud. Dit bepaalt hoe we informatie produceren, verspreiden en consumeren. Het is een non-stop proces door de technologische ontwikkelingen.
4 aspecten van convergentie
1. Technologie
2. Content/format
3. Industrieel
4. Regelgeving
Digimeter
kijkt naar internetgebruik en technologiegebruik
Digitaliseren
alles naar 0 en 1 opzetten zodat de pc het kan lezen en hier unieke content van kan maken
Black box
één apparaat dat alle functies/diensten van verschillende media-apparaten en -platforms kan uitvoeren, al onze mediabehoeften en -activiteiten zullen worden geconvergeerd in één enkele universele interface of apparaat.
Hybride multimediadiensten
combinatie van verschillende mediavormen, oud en nieuw komen samen
Crossmedia
meerdere mediaplatforms gebruiken om één boodschap/content te verspreiden, waarbij elk platform zijn eigen unieke rol speelt maar samen een coherent verhaal vormen.
Transmedia
Het vertellen van een verhaal over verschillende mediaplatforms, waarbij elk platform een unieke en aanvullende bijdrage levert, zodat het volledige verhaal pas begrepen kan worden door alle platforms samen te gebruiken. (Marvel)
Level playing field
Marktsituatie waarin alle mediabedrijven, ongeacht grootte of invloed, onder dezelfde voorwaarden opereren en gelijke kansen hebben om te concurreren en succes te behalen.
Overheid zorgt hiervoor door bv te de-reguleren; bv gelijke toegang tot markten
Vertical supply chain
manier om industriestructuur te ontleden/analyseren
downstream
productie -> distributie
upstream
distributie -> productie
Productie
het creëren en ontwikkelen van media-inhoud (films, tv-shows, muziek, boeken...) door vrijwel iedereen die het kan
Aggregatie
het verzamelen en selecteren van diverse media-inhoud van verschillende bronnen om een coherent en aantrekkelijk aanbod te vormen voor een specifieke doelgroep.
Distributie
het verspreiden van de geaggregeerde media-inhoud via verschillende kanalen om het toegankelijk te maken voor het publiek (via tv, internet, streamingdiensten, bioscopen, en fysieke media)
bottlenecks
knelpunten die de snelheid of capaciteit van gegevensoverdracht beperken
Hourglass industriestructuur
Toont verdeling van macht en waarde in bepaalde markten of industrieën.
Er is een versmalling ih midden vd industrie, waar een beperkt aantal spelers een controlepunt vormt tussen een groot aantal leveranciers en een groot aantal eindgebruikers. Dit kan leiden tot een ongelijke verdeling van macht en winst.
Creative destruction
Het proces waarbij nieuwe innovaties en technologieën oude industrieën en bedrijven vervangen, wat leidt tot economische groei en vooruitgang. (vb digitale fotografie nam traditionele fotografie over)
Hoe kan je ingrijpen tegen creatieve destructie? 2
1. Verticale integratie
2. multiplatform
Mediaconcentratie
situatie waarin klein aantal bedrijven een groot deel van de media-industrie controleert, wat kan leiden tot beperkte diversiteit en verscheidenheid in media-inhoud.
Paradox van kapitalisme
Hoe meer concurrentie in een markt, hoe meer concentratie er komt. Dit is een vicieuze cirkel die blijft gaan tot er een monopolie vormt.
Fusie
Het proces waarbij twee of meer bedrijven samengaan tot één entiteit om synergievoordelen te behalen, zoals kostenbesparingen en een grotere marktmacht.
Overname
De situatie waarin een bedrijf een ander bedrijf koopt en de controle overneemt, vaak om marktaandeel te vergroten of strategische voordelen te verkrijgen.
Joint venture
Een zakelijke overeenkomst waarbij twee of meer partijen samenwerken en middelen delen om een specifieke zakelijke activiteit of project te realiseren, waarbij ze eigendom, risico's en winst delen.
One to many model
een communicatiestrategie waarbij één bron/bedrijf informatie verspreidt naar een groot aantal ontvangers, zoals bij traditionele massamedia. Dus één afzender/slechts enkele afzenders (bijv. een tv-zender) zenden content uit naar een breed publiek.
Prosumenten
consumenten die ook als producenten optreden door actief deel te nemen aan de creatie, aanpassing of verspreiding van producten en diensten, vaak via digitale platforms en sociale media.
GAFA
google, amazon, facebook, apple
Zapping
lineair, je gaat wegzappen als er een reclameblok is
Zipping
uitgesteld kijken, je ontwijkt de reclame op deze manier via door te spoelen
Wat zijn diversificatiestrategieën?
Een strategie om de druk op de markt oplossen door buiten je sector te investeren. Dit doe je om inkomstenbronnen en marktaanwezigheid te spreiden en te versterken.
C4 index
meet het marktaandeel van de 4 grootste bedrijven in een markt.
In procenten: hogere C4-index =hogere concentratie en minder concurrentie
HHI index
Herfindahl-Hirschman Index, maatstaf die de concentratie in een markt weergeeft door de marktaandelen van alle bedrijven in de markt te kwadrateren en vervolgens op te tellen.
< .15 = competitieve markt/niet geconcentreerd (groen)
.15 - .25 = matig geconcentreerd (oranje)
> .25 = sterk geconcentreerd (rood)
Horizontale expansie
Uitbreiding door overnames of het starten van activiteiten in dezelfde sector of op hetzelfde niveau van de productieketen.
Verticale expansie
Uitbreiding door overnames of het integreren van je bedrijf in verschillende stadia van de productieketen
Diagonale expansie
Uitbreiding naar gerelateerde, maar niet direct concurrerende sectoren, vaak door diversificatie naar aanverwante markten.
Internationale expansie
Uitbreiding van een bedrijf naar buitenlandse markten door export, vestigingen, overnames of samenwerkingsverbanden in andere landen.
Kostenefficiëntie
de combo van schaal- en synergievoordelen