Kaarten: Media-economie & mediastructuren | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/306

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:25 AM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

307 Terms

1
New cards

Vraag & aanbod

Vraag: interesse van publiek in media-inhoud en -diensten aanbod: de hoeveelheid van beschikbare media-inhoud en -diensten

2
New cards

4 types/middelen van schaarste

personeel, grondstoffen, kapitaal & land

3
New cards

Media-economie

de combinatie van de economische leer over concepten/ideeën/principes toegepast op de werking van media-industrie/producten/bedrijven

4
New cards

ruilwaarde

economische waarde van het goed op de markt (€15 voor een boek, aandacht,...)

5
New cards

Macro-economie

bestuderen gehele economie, import/export, financiële bewegingen, inflaties, crisissen en evoluties

6
New cards

Micro-economie

vraag & aanbod individuele actoren/consumenten/bedrijven/markten... Focus op media, rol overheid als regulerende partij

7
New cards

Producent

een individu of organisatie die media-inhoud creëert, ontwikkelt en levert (televisieprogramma's, films, muziek, nieuwsartikelen en digitale content)

8
New cards

Aggregator

platform of dienst die inhoud van verschillende bronnen verzamelt, ordent en beschikbaar maakt voor gebruikers. Zij krijgen toegang tot een breed scala aan media-inhoud op één plaats.

9
New cards

Geef de 3 theorieën over het funtioneren/de werking van een bedrijf

1. Neoklassieke theorie

2. Agencytheorie

3. Transactiekostentheorie

10
New cards

Neoklassieke theorie

economische theorie die stelt dat markten obv vraag en aanbod naar evenwicht streven, waarbij individuen en bedrijven rationeel handelen om hun nut en winst te maximaliseren, en prijzen flexibel zijn om deze doelen te ondersteunen.

11
New cards

Homo economicus

Persoon die volledig rationeel en geïnformeerd handelt, gericht op het maximaliseren van eigen nut of winst bij het nemen van economische beslissingen.

12
New cards

Opportuniteitskost

Wat je misloopt door een bepaalde keuze te maken. Het is de waarde van het beste alternatief dat je niet kiest.

13
New cards

Trade-off idee

Investering in het ene gaat dikwijls ten kost van het andere

14
New cards

Agency theorie

Theorie die zich richt op de relatie tussen een principal (de eigenaar) en een agent (de manager), waarbij de focus ligt op het oplossen van conflicten die kunnen ontstaan door asymmetrische informatie en verschillende belangen tussen beide partijen.

15
New cards

Principal agent-probleem

situatie waarin een persoon/groep (de agent) beslissingen neemt namens een andere persoon of groep (de principal). Een conflict kan ontstaan, omdat de agent mogelijk eigen belangen nastreeft die niet volledig overeenkomen met de principal.

16
New cards

Transactiekostentheorie

onderzoekt de kosten die ontstaan bij het ruilen van goederen en diensten, zoals kosten voor het vinden van partners, het onderhandelen over voorwaarden, en het handhaven van overeenkomsten. Het bekijkt hoe bedrijven deze kosten minimaliseren om efficiënter te functioneren.

17
New cards

Twee views van transactiekostentheorie

1. marktcontract met productie per productie

2. gecentraliseerd instituut substituut voor markt

18
New cards

Vaste kosten

kosten die niet veranderen, ongeacht het productieniveau, zoals huur van apparatuur.

19
New cards

Variabele kosten

kosten veranderen afhankelijk van het productieniveau, zoals grondstoffen en arbeidskosten

20
New cards

Marginale kosten

de extra kosten die ontstaan door het produceren van één extra eenheid van een goed of dienst

21
New cards

Dual product

één productieproces resulteert in de gelijktijdige productie van twee of meer producten die elk waarde hebben voor de producent. (vb = programma dat als hoofdproduct en secundair product wordt verkocht (het programma zelf + merchandise, licenties, spin-offs, reclame)

22
New cards

Demand uncertainty

onvoorspelbaarheid in de vraag naar media-inhoud of -diensten, ook onvoorspelbaarheid van het succes

23
New cards

Cultureel goed

product of dienst met culturele of artistieke waarde, zoals literatuur, kunstwerken, films en muziek.

24
New cards

Publiek goed

Het is niet-rivaliserend en niet-uitsluitbaar.

Aka het is beschikbaar voor iedereen om te consumeren en niemand kan worden uitgesloten (eg: online nieuwsbericht lezen)

25
New cards

Experience good

product of dienst waarvan de waarde moeilijk te beoordelen is vóór consumptie en die afhankelijk is van de individuele ervaring van de consument (boek, resto...)

26
New cards

Intangibily

goed/dienst dat niet tastbaar is

(eg: kennis, expertise of digitale content: kan niet fysiek worden aangeraakt)

27
New cards

Sunk costs

direct hoge vaste kosten voor het produceren van media, maar direct ook lage marginale (reproductie)kosten

28
New cards

Publieke dienst

wanneer winst niet het doel is, maar het publieke/maatschappelijke belang. Meestal gefinancierd door de overheid en gericht op het bevorderen van het algemeen welzijn

29
New cards

Aandachtseconomie

een economisch systeem waarin het schaarse goed de aandacht van mensen is en bedrijven concurreren hierom, vaak via reclame, sociale media en contentmarketing

30
New cards

Startjaren commercialisering media?

jaren 80

31
New cards

BIPT afkorting

Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie

32
New cards

BIPT uitleg

Federale regulator voor telecommunicatie en postdiensten in België.

Verantwoordelijk voor toezicht telecom- en postmarkt, verstrekken van vergunningen aan operatoren en waarborgen eerlijke concurrentie & consumentenbescherming.

33
New cards

VRM

Vlaamse Regulator voor de Media, onafhankelijke toezichthouder van Vlaamse audiovisuele mediadiensten, zoals tv, radio en on-demanddiensten.

34
New cards

CSA

Conseil Supérieur de l'Audiovisuel

Franstalige onafhankelijke toezichthouder die fungeert als de regelgevende instantie voor audiovisuele media in het Franstalige deel van België.

35
New cards

Medienrat

Duitse onafhankelijke toezichthouder op Duitstalige audiovisuele media, die ook de regels controleert bij organisaties

36
New cards

Belgische Mededingsautoriteit

Federaal verantwoordelijk instituut voor het toezicht op concurrentie, fusies & overnames in alle sectoren van de economie.

37
New cards

Nultarief

de Belgische kranten moeten geen BTW betalen op de media-producten, daardoor goedkoper verkopen & meer winst maken

38
New cards

CDJ

conseil de déontologie journalistique; autoregulerend orgaan van Fr- & Dui-talige Belgische media

39
New cards

AGJPB

association générale des journalistes professionnelles de Belgique

40
New cards

AVBB

algemene vereniging van beroepsjournalisten in België

41
New cards

AJP

association des journalistes professionnels francophones et germanophones

(zelfregulering Waalse en Dui-talige journalisten)

42
New cards

VVJ

Vlaamse vereniging journalisten

(zelfregulering Vlaamse journalisten)

43
New cards

Wie geeft Vlaamse vergunningen (bv zendvergunning)

VRM

44
New cards

Mediadecreet

algemene mediaregelgeving waarin de taken van de openbare omroep staan beschreven, opgesteld door de Vlaamse overheid

45
New cards

Ketenradio's

radiozenders die dezelfde inhoud simultaan uitzenden over verschillende frequenties in diverse regio's. Hierdoor hebben ze een breder bereik met meer luisteraars. (Vaak onder gemeenschappelijke naam met centrale studio die content produceert & distribueert nd stations)

46
New cards

Industriële organisatie (IO)

Hoe mediabedrijven en de media-industrie als geheel is georganiseerd/functioneert (heeft 4 mogelijke structuren)

47
New cards

Kenmerkkarakteristieken van de markt (3)

1. aantal aanbieders

2. type producten

3. toetredingsdrempels

48
New cards

homogene producten

gelijkaardige producten (kwaliteit, vorm...)

je concurreert op prijs

bv: vliegtickets

49
New cards

heterogene producten / differentiële producten

producten hebben verschillende kenmerken

je concurreert op beter zijn (betere dingen kunnen aanbieden).

bv: verschillende soorten camera's

50
New cards

4 types marktstructuren

1. perfecte competitie

2. monopolistische concurrentie

3. oligopolie

4. monopolie

51
New cards

Perfecte competitie

Marktstructuur: veel aanbieders en vragers

Producten: homogeen

Prijsbeïnvloeding: geen enkele aanbieder kan de prijs zomaar beïnvloeden

Toetreding: vrije toe- en uittreding van de markt

52
New cards

Monopolistische concurrentie

Marktstructuur: veel aanbieders en vragers

Producten: vergelijkbaar maar niet identiek zijn (heterogeen, elk hun eigen niche)

Prijscontrole: enige controle over de prijs door productdifferentiatie

Toetreding: relatief vrije toetreding en uittreding.

53
New cards

Oligopolie

Marktstructuur: weinig aanbieders

Producten: homogeen of heterogeen

Prijsbeïnvloeding: elke aanbieder heeft invloed op de prijs

Toetreding: hoge barrières

54
New cards

Monopolie

Marktstructuur: één aanbieder

Product: uniek zonder directe substituten

Prijsbepaling: volledig door monopolie

Toetreding: zeer hoge of onoverkomelijke

55
New cards

Marktmacht

mate waarin een bedrijf zelf een prijs kan opleggen voor de klant (de macht die een bedrijf heeft om de prijs te bepalen)

56
New cards

Geef een voorbeeld van een perfecte concurrentie in de media

STRIKVRAAG. BESTAAT NIET. DIKKE L.

57
New cards

SCP (afkorting + uitleg)

Structure-conduct-performance

model dat helpt te begrijpen hoe de structuur van een markt invloed heeft op het gedrag van bedrijven (conduct) en uiteindelijk op de prestaties van de markt (performance).

58
New cards

Structuur (Structure-conduct-performance)

De opbouw van de markt.

Hoeveel bedrijven zijn er? Zijn er veel kleine bedrijven, of juist een paar grote? Is het gemakkelijk voor nieuwe bedrijven om toe te treden, of zijn er hoge barrières? vb: monopolie (één bedrijf), oligopolie (enkele bedrijven), of perfecte concurrentie (veel kleine bedrijven).

59
New cards

Conduct (structure-conduct-performance)

Hoe bedrijven zich gedragen binnen de marktstructuur.

Wat voor beslissingen nemen ze over prijzen, productie, innovatie, en marketing? Bv: in een oligopolie letten bedrijven veel op elkaar en kunnen ze besluiten om niet te veel met prijzen te concurreren om een prijsstrijd te vermijden.

60
New cards

Performance (Structure-conduct-performance)

De resultaten die uit het gedrag van bedrijven voortvloeien.

Hoe efficiënt is de markt? Wat zijn de prijzen voor consumenten? Hoeveel innovatie is er? Zijn de bedrijven winstgevend? De prestaties worden gemeten aan de hand van zaken als winst, productiekosten, en klanttevredenheid.

61
New cards

Gemiddelde kost

Totale kosten (vaste + variabele kosten) delen door #geproduceerde eenheden. Geeft gemiddeld beeld van kosten/eenheid over een bepaalde productieperiode.

62
New cards

Economies of scale

schaalvoordelen

Geeft kostenbesparingen en efficiëntieverbeteringen dmv productie op grotere schaal te realiseren

-> gemiddelde kosten/eenheid daalt

63
New cards

Economies of scope

synergie

de gecombineerde inspanningen van twee of meer entiteiten (bedrijven/afdelingen/personen) leiden tot een resultaat dat groter en effectiever is dan de som van hun afzonderlijke bijdragen

64
New cards

Convergentie

Verschillende media & technologieën smelten tot nieuwe vormen van interactie/consumptie van media-inhoud. Dit bepaalt hoe we informatie produceren, verspreiden en consumeren. Het is een non-stop proces door de technologische ontwikkelingen.

65
New cards

4 aspecten van convergentie

1. Technologie

2. Content/format

3. Industrieel

4. Regelgeving

66
New cards

Digimeter

kijkt naar internetgebruik en technologiegebruik

67
New cards

Digitaliseren

alles naar 0 en 1 opzetten zodat de pc het kan lezen en hier unieke content van kan maken

68
New cards

Black box

één apparaat dat alle functies/diensten van verschillende media-apparaten en -platforms kan uitvoeren, al onze mediabehoeften en -activiteiten zullen worden geconvergeerd in één enkele universele interface of apparaat.

69
New cards

Hybride multimediadiensten

combinatie van verschillende mediavormen, oud en nieuw komen samen

70
New cards

Crossmedia

meerdere mediaplatforms gebruiken om één boodschap/content te verspreiden, waarbij elk platform zijn eigen unieke rol speelt maar samen een coherent verhaal vormen.

71
New cards

Transmedia

Het vertellen van een verhaal over verschillende mediaplatforms, waarbij elk platform een unieke en aanvullende bijdrage levert, zodat het volledige verhaal pas begrepen kan worden door alle platforms samen te gebruiken. (Marvel)

72
New cards

Level playing field

Marktsituatie waarin alle mediabedrijven, ongeacht grootte of invloed, onder dezelfde voorwaarden opereren en gelijke kansen hebben om te concurreren en succes te behalen.

Overheid zorgt hiervoor door bv te de-reguleren; bv gelijke toegang tot markten

73
New cards

Vertical supply chain

manier om industriestructuur te ontleden/analyseren

74
New cards

downstream

productie -> distributie

75
New cards

upstream

distributie -> productie

76
New cards

Productie

het creëren en ontwikkelen van media-inhoud (films, tv-shows, muziek, boeken...) door vrijwel iedereen die het kan

77
New cards

Aggregatie

het verzamelen en selecteren van diverse media-inhoud van verschillende bronnen om een coherent en aantrekkelijk aanbod te vormen voor een specifieke doelgroep.

78
New cards

Distributie

het verspreiden van de geaggregeerde media-inhoud via verschillende kanalen om het toegankelijk te maken voor het publiek (via tv, internet, streamingdiensten, bioscopen, en fysieke media)

79
New cards

bottlenecks

knelpunten die de snelheid of capaciteit van gegevensoverdracht beperken

80
New cards

Hourglass industriestructuur

Toont verdeling van macht en waarde in bepaalde markten of industrieën.

Er is een versmalling ih midden vd industrie, waar een beperkt aantal spelers een controlepunt vormt tussen een groot aantal leveranciers en een groot aantal eindgebruikers. Dit kan leiden tot een ongelijke verdeling van macht en winst.

81
New cards

Creative destruction

Het proces waarbij nieuwe innovaties en technologieën oude industrieën en bedrijven vervangen, wat leidt tot economische groei en vooruitgang. (vb digitale fotografie nam traditionele fotografie over)

82
New cards

Hoe kan je ingrijpen tegen creatieve destructie? 2

1. Verticale integratie

2. multiplatform

83
New cards

Mediaconcentratie

situatie waarin klein aantal bedrijven een groot deel van de media-industrie controleert, wat kan leiden tot beperkte diversiteit en verscheidenheid in media-inhoud.

84
New cards

Paradox van kapitalisme

Hoe meer concurrentie in een markt, hoe meer concentratie er komt. Dit is een vicieuze cirkel die blijft gaan tot er een monopolie vormt.

85
New cards

Fusie

Het proces waarbij twee of meer bedrijven samengaan tot één entiteit om synergievoordelen te behalen, zoals kostenbesparingen en een grotere marktmacht.

86
New cards

Overname

De situatie waarin een bedrijf een ander bedrijf koopt en de controle overneemt, vaak om marktaandeel te vergroten of strategische voordelen te verkrijgen.

87
New cards

Joint venture

Een zakelijke overeenkomst waarbij twee of meer partijen samenwerken en middelen delen om een specifieke zakelijke activiteit of project te realiseren, waarbij ze eigendom, risico's en winst delen.

88
New cards

One to many model

een communicatiestrategie waarbij één bron/bedrijf informatie verspreidt naar een groot aantal ontvangers, zoals bij traditionele massamedia. Dus één afzender/slechts enkele afzenders (bijv. een tv-zender) zenden content uit naar een breed publiek.

89
New cards

Prosumenten

consumenten die ook als producenten optreden door actief deel te nemen aan de creatie, aanpassing of verspreiding van producten en diensten, vaak via digitale platforms en sociale media.

90
New cards

GAFA

google, amazon, facebook, apple

91
New cards

Zapping

lineair, je gaat wegzappen als er een reclameblok is

92
New cards

Zipping

uitgesteld kijken, je ontwijkt de reclame op deze manier via door te spoelen

93
New cards

Wat zijn diversificatiestrategieën?

Een strategie om de druk op de markt oplossen door buiten je sector te investeren. Dit doe je om inkomstenbronnen en marktaanwezigheid te spreiden en te versterken.

94
New cards

C4 index

meet het marktaandeel van de 4 grootste bedrijven in een markt.

In procenten: hogere C4-index =hogere concentratie en minder concurrentie

95
New cards

HHI index

Herfindahl-Hirschman Index, maatstaf die de concentratie in een markt weergeeft door de marktaandelen van alle bedrijven in de markt te kwadrateren en vervolgens op te tellen.

< .15 = competitieve markt/niet geconcentreerd (groen)

.15 - .25 = matig geconcentreerd (oranje)

> .25 = sterk geconcentreerd (rood)

96
New cards

Horizontale expansie

Uitbreiding door overnames of het starten van activiteiten in dezelfde sector of op hetzelfde niveau van de productieketen.

97
New cards

Verticale expansie

Uitbreiding door overnames of het integreren van je bedrijf in verschillende stadia van de productieketen

98
New cards

Diagonale expansie

Uitbreiding naar gerelateerde, maar niet direct concurrerende sectoren, vaak door diversificatie naar aanverwante markten.

99
New cards

Internationale expansie

Uitbreiding van een bedrijf naar buitenlandse markten door export, vestigingen, overnames of samenwerkingsverbanden in andere landen.

100
New cards

Kostenefficiëntie

de combo van schaal- en synergievoordelen