1/22
Een set woordenschatkaarten over de overheid, sociale zekerheid, belastingen en overheidsfinanciën uit Hoofdstuk 7 en 8.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Collectieve goederen
Voorzieningen waar iedereen gebruik van kan maken, betaald door de overheid (bijv. straatverlichting, dijken, politie).
Collectieve sector
De overheid en instellingen voor sociale zekerheid (bijv. gemeente, UWV, Belastingdienst).
Innovatie
Het ontwikkelen van nieuwe producten of nieuwe productiemethodes, zoals elektrische auto’s of zelfscankassa’s.
Marktwerking
Het proces waarbij aanbieders met elkaar concurreren op kwaliteit en prijs.
Particuliere sector
Alle burgers en bedrijven, waaronder supermarkten, kledingwinkels en restaurants.
Privatisering
Wanneer de overheid een dienst of activiteit verkoopt aan een particulier bedrijf (bijv. post of openbaar vervoer dat eerst van de overheid was).
Actieven
Mensen die hun eigen inkomen verdienen, zoals mensen met een baan.
Sociaal minimum
Het minimale bedrag dat nodig is om van te leven voor zaken zoals eten, kleding en wonen.
Sociale voorzieningen
Uitkeringen die betaald worden met belastinggeld (bijv. Bijstand of huurtoeslag).
Solidariteitsbeginsel
Het principe dat mensen met inkomen meebetalen voor mensen zonder inkomen.
Volksverzekering
Een verzekering voor alle inwoners van Nederland, zoals de AOW of kinderbijslag.
Werknemersverzekering
Een verzekering voor mensen die werken of hebben gewerkt, zoals een WW-uitkering.
Directe belastingen
Belastingen die je rechtstreeks betaalt over inkomen of winst, zoals loonbelasting.
Draagkrachtbeginsel
Het principe dat mensen met meer inkomen meer belasting betalen.
Indirecte belastingen
Belastingen die in de prijs van producten zitten verwerkt, zoals de btw in de supermarkt.
Inkomstenbelasting
Belasting die je betaalt over je inkomen of salaris.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezitten van een auto, ook wel wegenbelasting genoemd.
Niet-belastingontvangsten
Geld dat de overheid krijgt uit boetes en winst in plaats van uit belastingen (bijv. verkeersboetes).
Profijtbeginsel
Het principe dat je betaalt wanneer je ergens gebruik van maakt, zoals de entree voor een zwembad.
Vennootschapsbelasting
Belasting die bedrijven (bv’s) betalen over hun winst.
Begrotingsoverschot
Een situatie waarin de overheid geld overhoudt doordat er meer geld binnenkomt dan eruit gaat.
Begrotingstekort
Een situatie waarin de overheid geld tekortkomt doordat er meer wordt uitgegeven dan er binnenkomt.
Staatsschuld
De schuld van de overheid die is ontstaan door geld te lenen bij banken.