1/59
Een complete lijst van begrippen uit Thema 9: Planten voor VMBO-GT, inclusief bladeren, stengels, wortels, glucosegebruik, voortplanting, en symbiose.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
nerf
Vertakking van vaatbundels in (bloem) bladeren.
opperhuid (van een blad)
Dunne, buitenste laag aaneengesloten cellen met een waslaagje erop.
sluitcel
Hiermee kan een huidmondje openen en sluiten.
bastvaten
Vervoeren water en energierijke stoffen van de bladeren naar alle delen van de plant.
cellulose
Stof die stevigheid geeft aan de celwanden van plantaardige cellen.
houtachtige plant
Plant die stevig is door houtstof.
houtstof
Stof die stevigheid geeft aan de celwanden van houtvaten en vezels.
houtvaten
Vervoeren water en mineralen van de wortels via de stengels naar de bladeren.
kruidachtige plant
Plant die stevig is door vocht in de vacuolen.
vaatbundel
Houtvaten en bastvaten: vervoeren water en opgeloste stoffen van de wortels naar de bladeren en omgekeerd.
worteldruk
De wortels van een plant ‘persen’ het water in de houtvaten omhoog.
wortelhaar
Uitstulping van opperhuidcellen van wortels; neemt water en opgeloste mineralen op.
assimilatie
Samenstellen, opbouwen.
bouwstof
Stof die wordt gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels (voor opbouw en herstel).
brandstof
Stof die wordt verbruikt bij de verbranding.
eiwit
Kan worden gevormd uit glucose en nitraat; komt voor in het cytoplasma van cellen.
koolhydraat
Suikers, bijv. glucose, zetmeel en cellulose.
reservestof
Stof die wordt opgeslagen, bijv. in ondergrondse plantendelen.
vet
Kan worden gevormd uit glucose; komt veel voor in zaden.
zetmeel
Een koolhydraat dat in planten dient als reservestof.
bloemkelk
Bestaat uit kelkbladeren.
bloemkroon
Bestaat uit kroonbladeren.
bol
Verdikt blad, bijv. de rokken van een ui.
enten
Een deel van de ene plant (de ent) op een deel van een andere plant (de onderstam) plaatsen.
helmdraad
Onderdeel van een meeldraad; draagt de helmknop.
helmknop
Onderdeel van een meeldraad; hierin ontstaat stuifmeel.
kelkbladeren
Vaak groengekleurde delen van een bloem; beschermen de bloem als deze nog in de knop zit.
knol
Verdikte stengel of wortel, bijv. aardappels.
kroonbladeren
Vaak opvallend gekleurde delen van een bloem; lokken insecten aan.
meeldraad
Mannelijk voortplantingsorgaan van planten.
stamper
Vrouwelijk voortplantingsorgaan van planten; bestaat uit een stempel, stijl en vruchtbeginsel.
stekken
Een stuk van een stengel of blad afsnijden om uit te laten groeien tot een nieuwe plant.
stempel
Bovenste deel van een stamper; hier komt bij de bestuiving stuifmeel terecht.
stijl
Middelste deel van een stamper; hier groeit de stuifmeelbuis doorheen naar de eicel.
stuifmeel
Bestaat uit stuifmeelkorrels.
stuifmeelkorrel
Mannelijke geslachtscel van planten.
uitloper
Horizontaal groeiende stengel boven de grond waaraan op bepaalde plaatsen jonge planten ontstaan.
vruchtbeginsel
Onderste deel van een stamper; hierin liggen de zaadbeginsels; groeit na de bevruchting uit tot een vrucht.
wortelstok
Horizontaal groeiende stengel onder de grond waaraan op bepaalde plaatsen jonge planten ontstaan.
zaadbeginsel
Hierin ontstaat een eicel; groeit na de bevruchting uit tot een zaad.
bestuiving
Overbrengen van stuifmeel van een meeldraad op de stempel van een stamper van dezelfde soort.
insectenbloem
Bloem waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht.
kiem
Hieruit kan een kiemplantje ontstaan.
vrucht
Deel van een plant waar zaden in zitten.
windbloem
Bloem waarvan het stuifmeel door de wind wordt overgebracht.
zaad
Ontstaat uit het zaadbeginsel; hierin bevindt zich het kiempje.
zaadverspreiding
Verspreiden van (vruchten met) zaden door de wind, dieren en/of mensen of de plant zelf.
celstrekking
De cel wordt groter doordat veel water wordt opgenomen in de vacuolen; verschillende kleine vacuolen vloeien samen tot één grote vacuole.
groeipunt
Worteluiteinden en toppen van planten.
wortelrozet
Krans van bladeren die vlak boven de grond op hetzelfde punt aan de plant zitten.
zaadhuid
Stevig vlies aan de buitenkant van een zaad.
zaadlob
Deel van een zaad; bevat reservevoedsel, zoals zetmeel, eiwitten en vetten.
cambium
Dun, ringvormig laagje cellen tussen de bast en het hout in een stam of tak waarin voortdurend celdelingen plaatsvinden.
kernhout
Samengedrukte houtvaten in de oudere jaarringen; geven stevigheid aan de stam.
spinthout
Houtvaten in de jongste jaarringen; vervoeren water met mineralen.
commensalisme
Symbiotische relatie waarbij een van de soorten voordeel heeft; de andere soort heeft geen voordeel en geen nadeel.
mutualisme
Symbiotische relatie waarbij beide soorten voordeel hebben.
parasitisme
Symbiotische relatie waarbij een van de soorten voordeel heeft; de andere soort heeft nadeel.
symbiose
Langdurige samenlevingsvorm van twee verschillende soorten.
indicator
Stof waarmee je een andere stof kunt aantonen.