Begrippenlijst Thema 9: Planten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een complete lijst van begrippen uit Thema 9: Planten voor VMBO-GT, inclusief bladeren, stengels, wortels, glucosegebruik, voortplanting, en symbiose.

Last updated 6:24 AM on 5/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

60 Terms

1
New cards

nerf

Vertakking van vaatbundels in (bloem) bladeren.

2
New cards

opperhuid (van een blad)

Dunne, buitenste laag aaneengesloten cellen met een waslaagje erop.

3
New cards

sluitcel

Hiermee kan een huidmondje openen en sluiten.

4
New cards

bastvaten

Vervoeren water en energierijke stoffen van de bladeren naar alle delen van de plant.

5
New cards

cellulose

Stof die stevigheid geeft aan de celwanden van plantaardige cellen.

6
New cards

houtachtige plant

Plant die stevig is door houtstof.

7
New cards

houtstof

Stof die stevigheid geeft aan de celwanden van houtvaten en vezels.

8
New cards

houtvaten

Vervoeren water en mineralen van de wortels via de stengels naar de bladeren.

9
New cards

kruidachtige plant

Plant die stevig is door vocht in de vacuolen.

10
New cards

vaatbundel

Houtvaten en bastvaten: vervoeren water en opgeloste stoffen van de wortels naar de bladeren en omgekeerd.

11
New cards

worteldruk

De wortels van een plant ‘persen’ het water in de houtvaten omhoog.

12
New cards

wortelhaar

Uitstulping van opperhuidcellen van wortels; neemt water en opgeloste mineralen op.

13
New cards

assimilatie

Samenstellen, opbouwen.

14
New cards

bouwstof

Stof die wordt gebruikt bij de vorming van cellen en weefsels (voor opbouw en herstel).

15
New cards

brandstof

Stof die wordt verbruikt bij de verbranding.

16
New cards

eiwit

Kan worden gevormd uit glucose en nitraat; komt voor in het cytoplasma van cellen.

17
New cards

koolhydraat

Suikers, bijv. glucose, zetmeel en cellulose.

18
New cards

reservestof

Stof die wordt opgeslagen, bijv. in ondergrondse plantendelen.

19
New cards

vet

Kan worden gevormd uit glucose; komt veel voor in zaden.

20
New cards

zetmeel

Een koolhydraat dat in planten dient als reservestof.

21
New cards

bloemkelk

Bestaat uit kelkbladeren.

22
New cards

bloemkroon

Bestaat uit kroonbladeren.

23
New cards

bol

Verdikt blad, bijv. de rokken van een ui.

24
New cards

enten

Een deel van de ene plant (de ent) op een deel van een andere plant (de onderstam) plaatsen.

25
New cards

helmdraad

Onderdeel van een meeldraad; draagt de helmknop.

26
New cards

helmknop

Onderdeel van een meeldraad; hierin ontstaat stuifmeel.

27
New cards

kelkbladeren

Vaak groengekleurde delen van een bloem; beschermen de bloem als deze nog in de knop zit.

28
New cards

knol

Verdikte stengel of wortel, bijv. aardappels.

29
New cards

kroonbladeren

Vaak opvallend gekleurde delen van een bloem; lokken insecten aan.

30
New cards

meeldraad

Mannelijk voortplantingsorgaan van planten.

31
New cards

stamper

Vrouwelijk voortplantingsorgaan van planten; bestaat uit een stempel, stijl en vruchtbeginsel.

32
New cards

stekken

Een stuk van een stengel of blad afsnijden om uit te laten groeien tot een nieuwe plant.

33
New cards

stempel

Bovenste deel van een stamper; hier komt bij de bestuiving stuifmeel terecht.

34
New cards

stijl

Middelste deel van een stamper; hier groeit de stuifmeelbuis doorheen naar de eicel.

35
New cards

stuifmeel

Bestaat uit stuifmeelkorrels.

36
New cards

stuifmeelkorrel

Mannelijke geslachtscel van planten.

37
New cards

uitloper

Horizontaal groeiende stengel boven de grond waaraan op bepaalde plaatsen jonge planten ontstaan.

38
New cards

vruchtbeginsel

Onderste deel van een stamper; hierin liggen de zaadbeginsels; groeit na de bevruchting uit tot een vrucht.

39
New cards

wortelstok

Horizontaal groeiende stengel onder de grond waaraan op bepaalde plaatsen jonge planten ontstaan.

40
New cards

zaadbeginsel

Hierin ontstaat een eicel; groeit na de bevruchting uit tot een zaad.

41
New cards

bestuiving

Overbrengen van stuifmeel van een meeldraad op de stempel van een stamper van dezelfde soort.

42
New cards

insectenbloem

Bloem waarvan het stuifmeel door insecten wordt overgebracht.

43
New cards

kiem

Hieruit kan een kiemplantje ontstaan.

44
New cards

vrucht

Deel van een plant waar zaden in zitten.

45
New cards

windbloem

Bloem waarvan het stuifmeel door de wind wordt overgebracht.

46
New cards

zaad

Ontstaat uit het zaadbeginsel; hierin bevindt zich het kiempje.

47
New cards

zaadverspreiding

Verspreiden van (vruchten met) zaden door de wind, dieren en/of mensen of de plant zelf.

48
New cards

celstrekking

De cel wordt groter doordat veel water wordt opgenomen in de vacuolen; verschillende kleine vacuolen vloeien samen tot één grote vacuole.

49
New cards

groeipunt

Worteluiteinden en toppen van planten.

50
New cards

wortelrozet

Krans van bladeren die vlak boven de grond op hetzelfde punt aan de plant zitten.

51
New cards

zaadhuid

Stevig vlies aan de buitenkant van een zaad.

52
New cards

zaadlob

Deel van een zaad; bevat reservevoedsel, zoals zetmeel, eiwitten en vetten.

53
New cards

cambium

Dun, ringvormig laagje cellen tussen de bast en het hout in een stam of tak waarin voortdurend celdelingen plaatsvinden.

54
New cards

kernhout

Samengedrukte houtvaten in de oudere jaarringen; geven stevigheid aan de stam.

55
New cards

spinthout

Houtvaten in de jongste jaarringen; vervoeren water met mineralen.

56
New cards

commensalisme

Symbiotische relatie waarbij een van de soorten voordeel heeft; de andere soort heeft geen voordeel en geen nadeel.

57
New cards

mutualisme

Symbiotische relatie waarbij beide soorten voordeel hebben.

58
New cards

parasitisme

Symbiotische relatie waarbij een van de soorten voordeel heeft; de andere soort heeft nadeel.

59
New cards

symbiose

Langdurige samenlevingsvorm van twee verschillende soorten.

60
New cards

indicator

Stof waarmee je een andere stof kunt aantonen.