1/23
neurologie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
CVA = cerebrovasculair accicent
= aandoening v/d bloedvaten in de hersenen
plotse onderbreking of verstoring van bloedvoorziening naar hersenen
zuurstoftekort in deel v/d hersenen waardoor goede hersenfunctie in gedrag komt
types: → in beide gevallen zuurstoftekort
ischemische beroerte: bloedvat raakt verstopt door klonter
bloeding: bloedvat scheurt
ischemisch CVA
= cerebrovasculair incident dat leidt tot neurologische stoornissen en een herseninfarct, veroorzaakt door een verstoring v/d bloedtoevoer naar de hersenen
(vb. klonter in bloedvaten)
TIA
= cerebrovasculair incident dat leidt tot neurologische stoornissen, waarbij de symptomen minder dan 24 uur aanhouden en er geen aanwijzingen zijn voor een herseninfarct
→ waarschuwingssignaal voor iCVA (voorbode)
voorbijgaande symptomen → zelfde mechanisme als iCVA, maar geen permanente schade
TIA is oorzakelijk hetzelfde als ischemische beroerte, maar gaat weer ‘open’
Penumbra (ICVA)
= zone van tijdelijk zuurstoftekort → weefsel kan herstellen
→ compensatiemechanismen
uitvalverschijnselen afhankelijk van (redding van penumbra of niet)
anastomosemogelijkheden
verbindingen tussen bloedvaten → mensen met uitgebreid circulus van Willis zullen minder kans hebben dat er hersenweefsel afsterft want bloed heeft nog een omweg
bij oudere man mindere impact dan bij jonge persoon
ligging van het letsel
verstopping in grote hub → meer alternatieve wegen
verstopping in afgelegen deeltje → geen andere routes voor zuurstof
metafoor: tram naar centrum Gent (verschillende mogelijkheden) vs tram naar afgelegen dorpje (maar één tram)
snelheid van de verstopping
Circulus van Willis
arteria carotis → anterieure bevloeiing
arteria vertebralis → posterieure bevloeiing
corticale stroke (symptomen)
problemen hogere cognitieve functies (symptoom afhankelijk betrokken hersenkwab)
aphasia, agraphia, alexia, acalculia, neglect, extinctie, apraxia, agnosia en hemianopsia
bij sensibele of motore uitval: karakteristieke distributie die refereert naar homunculus v/d cortex (~ gerichte uitval)
subcorticale stroke (symptomen)
hersenstam: extraoculaire bewegingsstoornissen, dubbelzicht, slikproblemen, dysartrie, nystagmus
cerebellair: nausea, braken, vertigo, instabiliteit, nystagmus, ataxie en tremor
capsula interna of thalame betrokkenheid: aangezicht, arm en been zijn in dezelfde mate aangetast (motor en sensibel) (~ banen lopen meer gebundeld → volledig beeld van uitval vs gerichte uitval bij corticaal)
ICVA - arteria cerebri media
bevloeiing: laterale zijde van frontale, temporale en pariëtale kwab, corona radiata, globus pallidus, caudate nucleus en putamen
contralateraal hemi-syndroom
hemi-parese: onderste aangezichtshelft + arm
hemi-hypoësthesie (verminderde gevoeligheid)
homonieme hemianopsie
afasie bij aantasting taaldominante hemisfeer
voorkeursblik naar zijde ICVA
contralateraal spastische hemiparese
spasticiteit = verlies van inhibitie
ICVA - arteria cerebri anterior
bevloeiing: mediale zijde v/d frontale en pariëtale kwab, basale ganglia, anterieure fornix en anterieur corpus callosum
uitval in (voornamelijk) onderste ledematen
contralaterale hemiparese & sensibele stoornissen
apraxie en anosmie + urinaire incontinentie
ICVA - arteria cerebri posterior
bevloeiing: occipitale kwab, inferomediale temporale kwab, thalamus, bovenste deel hersenstam, mesencefalon
perifeer gedeelte
Contralaterale homonieme hemianopsie
Corticale blindheid (bilaterale betrokkenheid)
Visuele agnosie
Prosopagnosie
Dyslexia, anomische afasie
Geheugenstoorni
centraal gedeelte:
Thalaam pijnsyndroom
Onwillekeurige bewegingen: chorea, intentie tremor, hemiballisme
Contralaterale hemiparese
Oculomotor zenuw uitval
Balint’s syndroom: optische ataxia, optische apraxia, simultaanagnosie
ICVA - arteria basilaris
bevloeiing: cerebellum, hersenstam en posterieure hersengebieden
‘top of the basilar’-syndroom
gedragsveranderingen
visuele en oculomotorische stoornissen
slaperigheid en coma
ICVA - diepe structuren
lacunair CVA = occlusie v/d kleine penetrerende bloedvaten
typische syndromen:
Pure motor stroke
Atactische hemiparese
Dysarthria/clumsy hand syndroom
Pure sensory stroke
Mixed sensorimotor stroke
afwezigheid van zuivere corticale symptomen
TIA - anterieure circulatie (kortdurende symptomen)
‘amaurosis fugax’
unilaterale (monoculaire) blindheid → blindheid aan één v/d twee ogen (voorbijgaand)
retinale ischemie
Afasie
Hemiparese – unilaterale faciale pares
Hemi-sensibele uitval
TIA - posterieure circulatie (kortdurende symptomen)
Dysphagie
Dysartrie
Diplopie
Vertigo
Gang instabiliteit
Craniale zenuw symptomen
vasculair risicoprofiel
leeftijd (ouder)
roken/nicotine gebruik
hyperlipidemie (= te hoog gehalte aan vetten (lipiden), zoals cholesterol en triglyceriden, in het bloed)
diabetes en overgewicht
positieve familiale anamnese
hypertensie (= hoge bloeddruk)
etiologie (oorzaken) ICVA
grote vaten pathologie → trombo-embolisch
bloedklonter gaat zich verplaatsen
kleine vaten pathologie → lacunaire ICVA
thv. bloedvaten een vernauwing → optreden van zuurstoftekort
cardio-emboligeen: klonter vanuit het hart (voorkamerfibrilatie)
risicofactoren ICVA
vasculair risicoprofiel hebben
atherosclerose = stijver en smaller worden van arterie (slagaderverkalking)
acute beroertezorg
spoedopname:
trombectomie & trombolyse → time-window 4,5 - 9u
stroke-unit (aparte eenheid)
belang vroegtijdige revalidatie
Twee soorten intracraniële bloeding
spontane intracerebrale bloeding (ICB)
subarachnoïdale bloeding
subarachnoïdale bloeding
oorzaak: ruptuur van aneurysma
symptomen:
acute hoofdpijn, ‘thunderclap headache’
nausea en braken
(kortdurend bewustzijnsverlies)
meningeale prikkelingsverschijnselen (na 12-24u)
behandeling:
operatief afklemmen van aneurysmasteel
calciumblokkers tegen laattijdig vaat spasme
cerebraal veneuze sinustrombose
klonter/blokkade in veneuze (= afvoerende) systeem → leidt tot overdruk
symptomen:
hoofdpijn
beroerte
epileptische aanvallen
behandeling:
bloedverdunnende medicatie
anti-epileptica
risicofactoren cerebraal veneuze sinustrombose
Vrouwelijk geslacht
zwangerschap en postpartum
orale anticonceptie
trombofilie (aangeboren verhoogde stollingsneiging)
spontane intracerebrale bloeding (ICB)
bloeding zonder trauma aan vooraf
hoge mortaliteit
epidemiologie:
M > V
incidentie stijgt met leeftijd
ICB als heterogene entiteit (oorzaak zoeken)
diepe perforerende vasculopathie (of arteriosclerosis)
cerebrale amyloïd angiopathie (CAA)