Nederlands trimester 2+3 ALLES

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/146

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

woordenschat van termen bv. eindrijm en van oefeningen dat voor examens/toetsen te kennen is ook andere dingen zoals theorie

Last updated 6:52 PM on 6/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

147 Terms

1
New cards

alledaags

banaal

2
New cards

zonder iets te laten weten

met stille trom

3
New cards

godsdienstig lied

de psalm

4
New cards

1 regel in een gedicht

vers

5
New cards

een groep regels in een gedicht

strofe

6
New cards

wanneer 2 of meer verzen binnen een gedicht op de zelfde klank(en) eindigen

eindrijm

7
New cards

wanneer 2 of meerdere woorden binnen een vers beginnen met dezelfde medeklinker(s)

alliteratie

8
New cards

een deel van een tekst dat herhaald wordt (vaak bij liedjes)

refrein

9
New cards

de dichter werkt zonder eindrijm

vrij vers

10
New cards

het einde van een zin valt niet samen met het einde van een versregel. De dichter kiest er bewust voor om een zin te laten afbreken en verder te laten lopen op de volgende regel

enjambement

11
New cards

wat voor soort gedicht is het

  • A

  • A

  • B

  • B

gepaard

12
New cards

wat voor soort gedicht is het

  • A

  • B

  • A

  • B

gekruisde

13
New cards

wat voor soort gedicht is het

  • A

  • B

  • B

  • A

omarmend

14
New cards

wat voor soort gedicht is het

  • A

  • B

  • C

  • B

gebroken

15
New cards

geen sinecure zijn

niet makkelijk zijn

16
New cards

opdoemen

uit het niets verschijnen

17
New cards

echt, oorspronkelijk, zuiver, zoals het origineel

authenktieke

18
New cards

prachtig, schitterend, oogverblinderd

subliem

19
New cards

reusachtig, gigantisch

kolossaal

20
New cards

spectaculair, schokkend, opwindend

sensationele

21
New cards

indrukwekkend, imponerend

imposante

22
New cards

wild, moeilijk te bedwingen

onstuimig

23
New cards

riskant, onveilig, link

hachelijk

24
New cards

verlaten, troosteloos

desolate

25
New cards

…. is de tijdperiode waarin een verhaal zich afspeelt.

Historische tijd

26
New cards

…. is een fout tegen de historische tijd. Het ontstaat wanneer gebeurtenissen, voorwerpen, feiten,… in een verkeerd tijdvak gesitueerd worden bv. bij een film

Anachronisme

27
New cards

…. is de tijd die tussen het begin en het einde van een verhaal loopt. Bv oorlog duurt 5 jaar

Vertelde tijd

28
New cards

…. is hoelang het duurt om het verhaal te vertellen/lezen

Verteltijd

29
New cards

Bij een … versnelt de verteller het tijd niet zomaar, maar laat hij/zij een volledig stuk weg bv. de volgende dag

Tijdsprong

30
New cards

Het kan zijn dat de auteur de gebeurtenissen zeer uitvoerig beschrijft, dan gaat het verhaal traag.

retardering

31
New cards

Als het tijdsverloop overeenkomt met de werkelijkheid

gelijktijdigheid Isochronie

32
New cards

Als er in een beperkte verteltijd net heel veel gebeurtenissen worden beschreven

versnelling

33
New cards

gebeurtenissen kunnen … of … weergegeven worden

chronologisch, Niet-chronologisch

34
New cards

….. een langere passage dat iets over het verleden verteld

flashback

35
New cards

….: de auteur onderbreekt de chronologie van het verhaal en voegt een volledig scène in die zich pas later zal afspelen

flashforward

36
New cards

een korte gedachte/herinnering in het verleden

terugwijzing

37
New cards

…. Dit is een korte opmerking van de verteller die al weet wat het personage te wachten staat

vooruitwijzing

38
New cards

hoe schrijf je samenstellingen? Er zijn 3 manieren

  1. samenstellingen schrijf je ALTIJD aan elkaar

  2. Om leesbaarheid te verhogen, mag je altijd een koppelteken gebruiken, NOOIT een spatie

  3. Bij klinkerbotsing en acroniemen is het koppelteken verplicht NOOIT spatie

39
New cards

Hoe weet je of iets een samenstelling is?

  • z.n +z.n Bijna altijd aan elkaar

  • b.n. +b.n. meestal los MAAR

  • → aan elkaar: bij betekenisverschil (hogeschool(niet lett hoog))

  • → aan elkaar: b.n. hoort bij het 1ste deel van samenstelling (bv langeafstandsloper -afstand is lang NIET de loper)

40
New cards

leg uit wanneer te kort of tekort

  • B.N of bijwoord → van elkaar (bv. we hebben leerkrachten te kort)

(hoort bij een z.n of een ww, er kan GEEN lidw.)

  • Z.N → aan elkaar (bv. we hebben een tekort aan leraren)

(hoort NIET bij een z.n of een ww, er kan wel een lidw ervoor)

41
New cards

tussenletters bij een samenstelling

-EN

  • Het eerste woord heeft alleen een meervoud op -en (bv. kruid + thee → kruidenthee)

-E

  • Het eerste woord gaat over iets waar er echt maar één van is. bv. maneschijn

  • Het eerste woord heeft een versterkende betekenis (vervang door: heel). bv. beresterk, apetrots, reuzefijn

  • Het eerste woord heeft (ook) een meervoud op ‘-s’. bv. groentesoep

  • Het eerste deel heeft geen meervoud. bv. rijstebrij

  • Versteende uitdrukkingen; dit zijn woorden waarvan je waarschijnlijk ook de betekenis moet opzoeken. bv. bolleboos, ruggespraak

  • Let op: alle regels voor de tussenletters gaan enkel op bij zelfstandige naamwoorden. Als het eerste deel een werkwoord of bijvoeglijk naamwoord is, dan schrijf je geen -n. bv. wiegelied, spinnewiel, knarsetanden, wittebrood

-S

  • Je schrijft een -s tussen de woorden van een samenstelling wanneer je deze hoort.

  • Soms is dat moeilijk. In dat geval vervang je in gedachten het tweede woord door een woord dat niet met een s-klank begint. bv. stationsstraat, want je schrijft stationsplein

42
New cards

Wat is neologisme?

Nieuw uitgevonden woord

43
New cards

zeg alle 5 beeldspraken

  1. een vergelijking

  2. asyndetische vergelijking

  3. metafoor

  4. synesthesie

  5. personificatie

44
New cards

Leg alle 5 beeldspraken eruit (hoe weet ik wat wat is)

  • een vergelijking heeft realiteit (bv jij) - vergelijkingswoord (bv gelijk een) ) beeld (bv. zomerdag) (gebruikt vaak woorden als als, lijken op, gelijk, alsof)

  • as. vgln heeft een realiteit en beeld

  • Metafoor (beeld)

  • syn. stijlfiguur waar 2 zintuigen gebruikt worden (bv. je ruikt groen vandaag)

  • personificatie (een niet-levend object mensen eig. toegedicht) bv. De liefde ving me in haar netten (liefde kan da lett niet doen)

45
New cards

term uit wielrennen dat een grote groep renners beschrijft

het peloton

46
New cards

een link dat afgelegd word in je hersenen

associatie

ww. associëren

47
New cards

overgeven

over zijn nek gaan

48
New cards

gemeen, slecht

doortrapt

49
New cards

meevoelen

empathie

50
New cards

niet echt

fictief

51
New cards

vast aan, niet meer wegraken van

gekluisterd

52
New cards

wereldlijk

globaal

(globe/globaliseren)

53
New cards

dame die instaat voor zorg en onderwijs van kinderen

de gouvernante

54
New cards

niet echt/illusian

illusie

55
New cards

vernieuwend, op een originele/nieuwe manier

innovatief

56
New cards

insticts

instinctief

57
New cards

iem. van kerk/priester

kapelaan

58
New cards

onderkledij van vroeger

korset

59
New cards

somber/verdrietig

mistroostig

60
New cards

net/net op het nippertje

nipt

61
New cards

oproepen, verplichten om langs te komen

ontbieden

62
New cards

uit elkaar halen

ontmantelen

63
New cards

penibel

pijnlijk en moeilijk

64
New cards

werkelijk

realistisch

65
New cards

het doen en laten

het reilen en zeilen

66
New cards

koppig

stug

67
New cards

hout dat bestaat uit 3 samengevoegde lagen

triplex

68
New cards

niet meer gebruikt

uit roulatie nemen

69
New cards

tegenover

versus

70
New cards

ergens vol enthousiasme, toewijding en met een duidelijk doel aan werk

gedreven

71
New cards

dat je beschikt over een sterk doorzettingsvermogen en de mentale kracht hebt om jouw doelen te bereiken

wilskrachtig

72
New cards

vastberaden bent om je doel te bereiken en niet opgeeft, ook al krijg je te maken met tegenslagen, weerstand of moeilijke omstandigheden

volhardend

73
New cards

iemand of iets snel en vaak van mening, stemming of gedrag verandert

wispelturig

74
New cards

goedgelovig of onwetend door een gebrek aan levenservaring

Naïef

75
New cards

iets je niets kan schelen, je toont geen interesse, emotie of betrokkenheid

onverschillig

76
New cards

geneigd bent om ergens iets achter te zoeken en situaties of personen niet snel vertrouwt

achterdochtig

77
New cards

zonder er goed over nagedacht te hebben

onbezonnen

78
New cards

handelt of reageert vanuit een plotselinge opwelling, emotie of ingeving, zonder vooraf na te denken over de gevolgen

impulsief

79
New cards

zeg de regels van getallen voluit noteren

  • schrijf alles aan elkaar

  • na duizend spatie

  • voor/na milljoen/miljard spatie

80
New cards

welke signaalwoorden hebben nevengeschikte woorden

  • maar

  • want

  • en

  • of

81
New cards

welke signaalwoorden hebben ondergeschikte zinnen

  • zodat

  • omdat

  • doordat

  • waardoor

  • ook al

  • als

82
New cards

wat heeft een enkelvoudige zin

  • 1 pv

83
New cards

wat heeft een samengestelde zin

2 + pv’s

84
New cards

hoe weet je of iets een nevenschikking is of een onderschikking

N

  • HZ +HZ

O

  • HZ +BZ

  • BZ + HZ

(hoofdzin is een normale zin en bijzin is anders zoek het zelf uit hoe)

85
New cards

zeg ALLE verbanden

  • reden (doordat, aangezien)

  • tijd (wanneer)

  • tegenstelling (maar)

  • voorwaarde (indien)

  • toegeving (hoewel, ook al, afschoon)

  • opsomming/aaneenschakeling (en)

  • gevolg (waardoor)

  • vergelijking (alsof,..)

86
New cards

uitgangspunt, beginsel

het principe

87
New cards

minder zwart-wit bekijken

nuanceren

88
New cards

te maken hebben met

kampen met

89
New cards

effect, invloed

impact

90
New cards

verkregen

verwerven

91
New cards

beginnen gebruiken, starten met

aanboren

92
New cards

beslissendn bepalend

cruciaal

93
New cards
  1. iemand die veel weet over of handig is in heel veel zaken

  2. klusjesman

het manusje-van-alles

94
New cards

terugbrengen naar het land van herkomst

repatriëren

95
New cards

kolom

column

96
New cards

paniek veroorzaken

een knuppel in hoenderhok gooien

97
New cards

wees dankbaar voor een cadeau toch al vind je het niet leuk

een gegeven paard kijk je niet in de bek

98
New cards

laat rust waar rust is

slapende honden maak je beter niet wakker

99
New cards

de beslissing is genomen

de kogel is door de kerk

100
New cards

nu komt alles uit

nu komt de aap uit de mouw