Het centrale zenuwstelsel

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/90

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:33 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

91 Terms

1
New cards

Anterieur/posterieur

Voorkant/achterkant

2
New cards

Superieur/inferieur

Boven/onderkant

3
New cards

Dorsaal/ventraal

Bovenkant/onderkant brein (rest van lichaam: achterkant/voorkant)

4
New cards

Mediaal/lateraal

Binnen-/buitenkant

5
New cards

Distaal/proximaal

Veraf/dichtbij

6
New cards

Contralateraal

Aan de tegenovergestelde kant

7
New cards

Ipsilateraal

Aan dezelfde kant

8
New cards

Unilateraal

Slechts aan één kant hersenen

9
New cards

Bilateraal

Aan beide kanten hersenen

10
New cards

Saggitaal vlak

Verticaal van voor naar achter

11
New cards

Coronaal vlak

Verticaal van links naar rechts

12
New cards

Transversaal/horizontaal

Langs de platte as

13
New cards

Render brains

Realistische weerspiegeling van brein, niet alles zichtbaar

14
New cards

Inflated brains

Opgeblazen breinbeeld, laten beter zien hoe groot de activiteit is

15
New cards

Flatmaps

Laten binnenste delen zien (mediale wanden hemisferen) maar kunnen niet de corticale systemen afbeelden

16
New cards

Golgi

Heeft (fout) ontdekt dat neuronen gewoon één weefsel vormen die rechtstreeks met elkaar verbinden

17
New cards

Rámon y Cajal

Zagen dat uitlopers en axonen elkaar niet raken maar aparte individuele cellen zijn

18
New cards

Sensorische neuronen

Axonen verschillende vertakkingen

19
New cards

Motorneuronen

Grote dendrietenboom → heel specifiek spieren aansturen

20
New cards

Interneuronen

Verwerking informatie binnen centrale zenuwstelsel, ontwikkelde dendritische bomen

21
New cards

Astrocyten

Vuilnisverwerkers, dragen bij aan de werking van de bloed-hersenbarrière (enkel juiste stoffen mogen in hersenen)

22
New cards

Oligodendrocyten

Stellingbouwer; verstevigen zenuwcellen door myeline laag (ook om elektriciteit te geleiden)

23
New cards

Knopen van Ranvier

Stukjes tussen gemyeliniseerde delen van axon die ervoor zorgen dat elektrisch signaal constant blijft

24
New cards

Somatisch zenuwstelsel

Spieren, zintuigen, bewust aangestuurde delen lichaam

25
New cards

Autonoom zenuwstelsel

Hart, longen, organen; onbewust aangestuurde delen lichaam

26
New cards

Cerebrinospinaal vocht

Zit om de hersenen en ruggenmerg heen; buffer voor beschadiging en onderdeel van chemische processen (aan- en afvoer van voedings- en afvalstoffen)

27
New cards

Dermatomen

Specifiek gebied dat systematisch wordt bezenuwd door deel zenuwen

28
New cards

Grijze stof

Cellichamen, in ruggenmerg binnenin, in hersenen juist buitenzijde

29
New cards

Witte stof

Uitlopers, in ruggenmerg buitenzijde, in hersenen juist binnen in

30
New cards

Ventrale deel (buikkant)

Motorische informatie ruggenmerg

31
New cards

Dorsale deel (rugzijde)

Sensorische informatie ruggenmerg

32
New cards

Achterhersenen

Medulla, pons en cerebellum

33
New cards

Middenhersenen

Tectum en tegmentatum

34
New cards

Voorhersenen

Diencephalon, basale ganglia, limbische hersenen en grote hersenen

35
New cards

Hersenstam

Medulla, pons en middenhersenen

36
New cards

Medulla

Controle van basale en vitale functies

  • Bevat cellichamen van craniale zenuwen

  • Verbinden de hersenen met receptoren en spieren hoofd → controle (sensorisch en motorisch)

  • Nervus vagus

  • Kruisen van motorische banen

  • RAS

37
New cards

Nervus vagus

10e craniale zenuw, verbinden hersenen met organen en hebben controle over vitale functies en reflexen. Ook verbonden met deel hersenen. Van belang bij behandelingstechnieken: hypothese is door stimulus NV ook stimulatie locus coeruleus

38
New cards

RAS

Reticulaire activatie systeem, reguleert aandacht en arousal

39
New cards

Pons

Doorschakelstation, brug tussen cerebellum en rest van de hersenen. Bevat cellichamen van craniale zenuwen

  • Superior olive

  • Locus coereleus

40
New cards

Superior olive

Onderdeel pons, doorschakelstation tussen oor en hersenen

41
New cards

Locus coereleus

Onderdeel pons, regulatie emoties en activatietoestand mbv noradrenaline, gerelateerd aan stress, arousal, paniek, adaptief gedrag en exploreren/exploiteren

42
New cards

Middenhersenen

Tectum en tegmentum, ligt boven de pons en heeft als basisfunctie oriëntatie door licht en geluid

43
New cards

Tectum

Sensorische functie, bestaat uit:

  • Superieure colliculi = visuele input

  • Inferieure colliculi = auditieve input

Ook functie in (oculo)motorische oriëntatiereacties

44
New cards

Tegmentum

Maakt dopamine aan is zo betrokken in beloningsgericht leren

  • Ventral tegmental area (VTA)

  • Substantia nigra

45
New cards

Ventral tegmental area

Mesolimbisch systeem en mesocorticaal systeem

46
New cards

Substantia nigra

Maakt dopamine aan dat projecteert naar basale ganglia = nigrostriatale systeem = gerelateerd aan ziekte van Parkinson

47
New cards

Diencephalon

Hypothalamus, thalamus, basale ganglia

48
New cards

Hypothalamus

Homeostase zoekend systeem, regeling van hormonale systemen = niet cognitief verwerkt niveau

Gerelateerd aan motivatie en sociaal gedrag

49
New cards

Thalamus

Toegangspoort naar cortex; doorschakelen sensorische informatie naar cortex en motorische informatie vanuit cortex

Bestaat uit: laterale geniculate nucleus en mediale geniculate nucleus

Elk specifiek gebied ontvangt alleen informatie van één sensorisch systeem en projecteert ook naar één gebied van de cortex

50
New cards

Laterale geniculate nucleus (LGN)

Organisatie van visuele input

  • Magnocellulaire laag = lichtgevoeligheid

  • Parvocellulaire laag = kleurgevoeligheid

51
New cards

Mediale geniculate nucleus (MGN)

Auditieve informatie

52
New cards

Basale ganglia

Gedragscontrole onder dopaminerg systeem. Heeft te maken met motorische controle, cognitieve controle en beloning

  • Verzamelnaam voor verschillende kernen

    • Beschadiging leidt tot motorische problemen zoals tremor → fijne balans dopamineverhogende medicatie (te hoog = cognitieve controle kwijt)

53
New cards

Limbisch systeem

Samenwerking verschillende gebieden die zorgen voor integratie van emotionele informatie

Thalamus, hypothalamus, amygdala, hippocampus en anterieur cingulate cortex

54
New cards

Amygdala

Automatische vreesreactie, beoordeelt stimulus

Hypothalamus zorgt voor voorbereidde actie

55
New cards

Hippocampus

Geheugen, vergelijkt vorige ervaringen voor (aangepaste) reactie

56
New cards

Anterieur cingulate cortex

Selectie van aangepaste reactie

57
New cards

Cerebellum

Precisie en coördinatie van motoriek, zorgt voor vloeiende beweging. Ook rol in mentale processen (laterale delen)

Interne klok-timing

58
New cards

Sulci

Groeven om meer volume te krijgen in hersenweefsel

59
New cards

Gyri

Windingen in brein

60
New cards

Centrale fissuur

Scheiden anterieure en posterieure dimensie, motorisch anterieur, sensorisch posterieur

61
New cards

Laterale fissuur

Scheiden hersenhelften in dorsale en ventrale dimensie

62
New cards

Longitudinale fissuur

Scheidt hersenhelften van links en rechts

63
New cards

Corpus callosum

Bundel gemyeliniseerde vezels die zorgt voor overdracht van ene naar andere hersenhelft

64
New cards

Brodmann gebieden

Onderverdelingen brein met overeenkomst met functie

65
New cards

Actiepotentiaal

Activering van neuron, als deze heel actief is, meer maar niet hoger

  • Zelfvoortplantend

  • Sterkte neemt niet af met afstand

  • Alles of niets

Duurt 1 à 2 ms

66
New cards

Depolarisatie

Externe prikkel zorgt ervoor dat cel positiever wordt, wat ertoe leidt dat natrium kanalen openen (vanaf -60mV) en natrium de cel instromen (hierdoor wordt cel positiever)

67
New cards

Repolarisatie

Door instromen natrium worden kalium kanalen geactiveerd. Het potentiaal wordt herstelt en de spanning daalt weer

68
New cards

Hyperpolarisatie

Rustperiode/potentiaal waarbij spanning weer volledig is gedaald tot -70mV

69
New cards

Presynaptisch neuron

Hier is een actiepotentiaal voltrokken en daardoor wordt een neurotransmitter afgegeven

70
New cards

Postsynaptisch neuron

Hierop zitten receptoren die neurotransmitter opneemt die de elektrische lading van neuron wijzigt. Indien niet binden, wordt de neurotransmitter weer opgenomen door presynaptisch neuron of gebruikt voor metabole en/of chemische processen

71
New cards

Excitatorische postsynaptische signalen

Sommige neurotransmitters zorgen ervoor dat neuronen vuren → opnieuw in gang zetten actiepotentiaal

72
New cards

Inhibitorische postsynaptische signalen

Sommige neurotransmitters zorgen ervoor dat neuronen minder makkelijker vuren → geen actiepotentiaal in gang zetten

73
New cards

Glutamaat

Aminozuur met algemeen, excitatorische functie

74
New cards

GABA

Aminozuur met een algemene, inhibitorische werking

75
New cards

Cholinerg systeem

Acetylcholine

Oorsprong in de basale voorhersenen, pons en middenhersenen,

Projecties op uitgebreide gebieden (thalamus, voorhersenen, hippocamps, amygdala, hele cortex):

  • Algemene exciteerbaarheid en arousal.

  • Aandacht en geheugen (projecties naar hippocampus).

76
New cards

Serotogene systeem

Serotonine

Oorsprong in raphei nuclei in hersenstam.

Projecties naar de cortex:

  • Regulatie slaap, seksueel gedrag, voeding.

  • Gemoed en arousal.

  • Geheugen.

  • Pijn.

77
New cards

Noradrinerge systeem

Noradrenaline

Oorsprong in de locus coeruleus.

Projecties naar de thalamus, hypothalamus en cortex:

  • Slaap.

  • Aandacht: opvallendheid reguleren.

  • Geheugen (emotie) en werkgeheugen.

78
New cards

Dopaminerge systeem

Dopamine

Subsystemen: nigrostriataal, mesolimbisch en mesocorticaal

79
New cards

Nigrostriataal systeem

Dopamine

Oorsprong in substantia nigra.

Projecties naar striatum:

  • Motorische handelingen (selectie, initiatie, beëindiging).

  • Verstoord bij ziekte van Parkinson.

80
New cards

Mesolimbisch systeem

Dopamine

Oorsprong in ventrale tegmentaal gebied.

Projecties op limbisch systeem:

  • Beloningsgerelateerd gedrag.

  • Dopamineniveau’s stijgen bij beloningen.

  • Gerelateerd aan verslaving.

81
New cards

Mesocorticaal systeem

Dopamine

Oorsprong in ventrale tegmentaal gebied.

Projecties op motorische en prefrontale cortex:

  • Werkgeheugen.

  • Planning.

  • Cognitieve controle.

82
New cards

Principe sensorische gebieden

  • Sensorische (en ook motorische) cortex gaan op systematische manier te werk → principe van mapping.

  • Belangrijkste informatie zal het meeste corticale oppervlakte innemen → uitvergroting in functie van relevantie.

  • Er is sprake van omkering, zowel links/rechts als boven/onder.

83
New cards

Auditieve cortex

  • Vanaf cochlea.

  • Informatie die aan één oor binnenkomt wordt naar beide hemisferen geprojecteerd (ipsilateraal en contralateraal).

  • Tonotopische organisatie = trilharen dichtbij trommelvlies veel hogere toren dan verder weg.

    • Ook in cortex: posterieur hoge tonen, anterieur lagere tonen.

  • Heschi’s gyri = primaire auditieve cortex.

  • Gebied van Wernicke (taalbegrip) → dichtbij auditieve gebieden.

84
New cards

Olfactorische en gustatorische cortex

  • Geur en smaak niet zo ver ontwikkeld → cortex proportioneel veel kleiner dan bij honden (die beter ontwikkelde geur hebben) → evolutionair belang.

  • Geur via olfactorisch gebied naar olfactorische bulb in cortex.

  • Gustatorisch vermogen via insula → corticale weg = met cognitieve verwerking.

    • Directe weg naar limbisch systeem (hippocampus) via synapsen → zonder cognitieve verwerking.

  • Uitsluitend ipsilateraal.

85
New cards

Visuele cortex

  • Informatie vanaf de retina (geprojecteerd via het optisch chiasma en langs de geniculate nucleus) naar de hersenen → posterieur in rechter en linker occipitale gebieden.

  • Informatie uit buitenwereld wordt gekruist gekoppeld op visuele gebieden (informatie linker kant oog wordt gebundeld uit beide ogen en informatie rechter kant wordt gebundeld uit ogen).

    • Binnenkant van de ogen worden naar tegenovergestelde (contralaterale) hemisfeer geprojecteerd.

    • Zijkant van de ogen wordt ipsilateraal geprojecteerd.

    • Linkse deel visuele veld komt in rechterhemisfeer terecht en rechterdeel visuele veld komt in linkerhemisfeer terecht.

  • Boven-onder en omgekeerd geprojecteerd.

  • Uitvergroting relevante gebieden → foveale informatie → meer posterieur.

    • Dat wat verder van fovea op retina valt wordt anterieur gemapt.

    • Renitopische mapping.

  • Door principiële en systematische mapping kan door functioneel onderzoek worden afgeleiden waar een beschadiging zich situeert

86
New cards

Somatosensorische cortex

  • Tactiele stimulatie, proprioceptie en druk/pijnsensaties van organen en spieren.

  • Posterieur ten opzichte van de centrale sulcus.

  • Omkering (links/rechts en boven/onder) en uitvergroting.

  • Informatie over positie van onze lichaamsdelen ten opzichte van elkaar door tast en propioceptie (gewrichten) → somatosomatische organisatie.

  • Corticale oppervlakte afhankelijk van mate van gevoeligheid van lichaamsdeel → handen en gelaat meer oppervlak.

    • Ruwe aanraking en informatie over pijn en tempratuur → via neuronen op dorsale gebieden van ruggenmerg.

    • Fijne aanraking en proprioceptie → via wervelkolom synapseren in medulla en zo naar thalamus en cortex.

  • Aparte cellen voor spieren, huid (traag/snel) en gewrichten → netjes georganiseerd.

  • Bij schade te zien in brein op basis van somatotopische organisatie → precisie lichaamsdeel verminderd.

    • Testen: kijken of iemand aanraking voelt (2x op zelfde plaats of op andere plaats).

  • Plasticiteit = als bepaald deel lichaam verloren gaat kan fantoompijn optreden = prikkeling onderweg in zenuwen.

    • Cortex die niet wordt gebruikt wordt bereikt door andere delen/circuits in lichaam.

    • Verliezen niet originele functies, maar hebben ‘dubbele’ functies (waarvan één niet meer gebruikt) → bijv. handregio wordt nu gebruikt door gezicht, maar prikkeling van gezicht stimuleert ook nog fantoomgevoelens originele hand.

87
New cards

Primaire motorische cortex

  • Anterieur van centrale sulcus

  • Zelfde organisatie als somatosensorische cortex; omkering, uitvergroting

  • Bij schade verminderde spiertonus

  • Bij motorische acties, ipsilaterale onderdrukking

88
New cards

Frontale lob

Motorisch/somatosensorisch

  • Primaire motorische gebied: planning van motorische acties.

  • Premotorische gebied.

89
New cards

Prefrontale lob

Dorsolateraal (executieve functies, werkgeheugen en taal), orbitaal (emotieverwerking) en mediaal (oordeelsvorming, besluitvorming en detecteren van fouten).

  • Vooral executieve functies zoals plannen, organiseren etc.

  • Schade betekent problemen bij:

    • Organisatie van controle van gedrag.

    • Modulatie van gedrag (psychologische inertie (= herhaling) en sociaal ongeremd).

    • Oordelen, beslissen.

    • Geheugenfuncties, vooral metageheugen/strategisch geheugen.

      • Online houden van informatie.

      • Volgorde van tijd in het geheugen.

  • Voorbeeld: Phineas Gage → staaf door kaakbeen met schade in prefrontale cortex waardoor heel deel van functies uitgevallen, maar geen vitale functies → persoonlijkheid veranderd, ongeremd gedrag etc.

90
New cards

Pariëtale lob

Zoeken naar multimodale integratie

  • Tussen zintuigen.

  • Tussen sensorische informatie en informatie in het geheugen.

  • Tussen interne toestand en de externe sensorische wereld (visuomotorische controle, spatiale aandacht).

91
New cards

Temporele lob

  • Rol in geheugen → hippocampus geen deel van cerebrale cortex.

  • Inferieure gebieden → visuele verwerkingsgebieden (herkennen van gezichten, objecten etc. → schade leidt tot agnosie).

  • Amygdala → emotie.

  • Sociaal: empathie, perspectief.

  • Auditieve gebieden.

  • Specifieke gebieden die instaan voor:

    • Objectherkenning (IT = inferieure temporale cortex).

    • Gezichtsherkenning (FFA = fusiform face area).

    • Sociaal: empathie, perspectief nemen (STS = superieur temporale sulcus).

  • Bij schade:

    • Onvermogen tot herkenning alledaagse objecten.

    • Gezichten niet koppelen aan specifieke personen.

    • Moeilijkheden met waarderen bepaald aspect muziek.