1/90
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Anterieur/posterieur
Voorkant/achterkant
Superieur/inferieur
Boven/onderkant
Dorsaal/ventraal
Bovenkant/onderkant brein (rest van lichaam: achterkant/voorkant)
Mediaal/lateraal
Binnen-/buitenkant
Distaal/proximaal
Veraf/dichtbij
Contralateraal
Aan de tegenovergestelde kant
Ipsilateraal
Aan dezelfde kant
Unilateraal
Slechts aan één kant hersenen
Bilateraal
Aan beide kanten hersenen
Saggitaal vlak
Verticaal van voor naar achter
Coronaal vlak
Verticaal van links naar rechts
Transversaal/horizontaal
Langs de platte as
Render brains
Realistische weerspiegeling van brein, niet alles zichtbaar
Inflated brains
Opgeblazen breinbeeld, laten beter zien hoe groot de activiteit is
Flatmaps
Laten binnenste delen zien (mediale wanden hemisferen) maar kunnen niet de corticale systemen afbeelden
Golgi
Heeft (fout) ontdekt dat neuronen gewoon één weefsel vormen die rechtstreeks met elkaar verbinden
Rámon y Cajal
Zagen dat uitlopers en axonen elkaar niet raken maar aparte individuele cellen zijn
Sensorische neuronen
Axonen verschillende vertakkingen
Motorneuronen
Grote dendrietenboom → heel specifiek spieren aansturen
Interneuronen
Verwerking informatie binnen centrale zenuwstelsel, ontwikkelde dendritische bomen
Astrocyten
Vuilnisverwerkers, dragen bij aan de werking van de bloed-hersenbarrière (enkel juiste stoffen mogen in hersenen)
Oligodendrocyten
Stellingbouwer; verstevigen zenuwcellen door myeline laag (ook om elektriciteit te geleiden)
Knopen van Ranvier
Stukjes tussen gemyeliniseerde delen van axon die ervoor zorgen dat elektrisch signaal constant blijft
Somatisch zenuwstelsel
Spieren, zintuigen, bewust aangestuurde delen lichaam
Autonoom zenuwstelsel
Hart, longen, organen; onbewust aangestuurde delen lichaam
Cerebrinospinaal vocht
Zit om de hersenen en ruggenmerg heen; buffer voor beschadiging en onderdeel van chemische processen (aan- en afvoer van voedings- en afvalstoffen)
Dermatomen
Specifiek gebied dat systematisch wordt bezenuwd door deel zenuwen
Grijze stof
Cellichamen, in ruggenmerg binnenin, in hersenen juist buitenzijde
Witte stof
Uitlopers, in ruggenmerg buitenzijde, in hersenen juist binnen in
Ventrale deel (buikkant)
Motorische informatie ruggenmerg
Dorsale deel (rugzijde)
Sensorische informatie ruggenmerg
Achterhersenen
Medulla, pons en cerebellum
Middenhersenen
Tectum en tegmentatum
Voorhersenen
Diencephalon, basale ganglia, limbische hersenen en grote hersenen
Hersenstam
Medulla, pons en middenhersenen
Medulla
Controle van basale en vitale functies
Bevat cellichamen van craniale zenuwen
Verbinden de hersenen met receptoren en spieren hoofd → controle (sensorisch en motorisch)
Nervus vagus
Kruisen van motorische banen
RAS
Nervus vagus
10e craniale zenuw, verbinden hersenen met organen en hebben controle over vitale functies en reflexen. Ook verbonden met deel hersenen. Van belang bij behandelingstechnieken: hypothese is door stimulus NV ook stimulatie locus coeruleus
RAS
Reticulaire activatie systeem, reguleert aandacht en arousal
Pons
Doorschakelstation, brug tussen cerebellum en rest van de hersenen. Bevat cellichamen van craniale zenuwen
Superior olive
Locus coereleus
Superior olive
Onderdeel pons, doorschakelstation tussen oor en hersenen
Locus coereleus
Onderdeel pons, regulatie emoties en activatietoestand mbv noradrenaline, gerelateerd aan stress, arousal, paniek, adaptief gedrag en exploreren/exploiteren
Middenhersenen
Tectum en tegmentum, ligt boven de pons en heeft als basisfunctie oriëntatie door licht en geluid
Tectum
Sensorische functie, bestaat uit:
Superieure colliculi = visuele input
Inferieure colliculi = auditieve input
Ook functie in (oculo)motorische oriëntatiereacties
Tegmentum
Maakt dopamine aan is zo betrokken in beloningsgericht leren
Ventral tegmental area (VTA)
Substantia nigra
Ventral tegmental area
Mesolimbisch systeem en mesocorticaal systeem
Substantia nigra
Maakt dopamine aan dat projecteert naar basale ganglia = nigrostriatale systeem = gerelateerd aan ziekte van Parkinson
Diencephalon
Hypothalamus, thalamus, basale ganglia
Hypothalamus
Homeostase zoekend systeem, regeling van hormonale systemen = niet cognitief verwerkt niveau
Gerelateerd aan motivatie en sociaal gedrag
Thalamus
Toegangspoort naar cortex; doorschakelen sensorische informatie naar cortex en motorische informatie vanuit cortex
Bestaat uit: laterale geniculate nucleus en mediale geniculate nucleus
Elk specifiek gebied ontvangt alleen informatie van één sensorisch systeem en projecteert ook naar één gebied van de cortex
Laterale geniculate nucleus (LGN)
Organisatie van visuele input
Magnocellulaire laag = lichtgevoeligheid
Parvocellulaire laag = kleurgevoeligheid
Mediale geniculate nucleus (MGN)
Auditieve informatie
Basale ganglia
Gedragscontrole onder dopaminerg systeem. Heeft te maken met motorische controle, cognitieve controle en beloning
Verzamelnaam voor verschillende kernen
Beschadiging leidt tot motorische problemen zoals tremor → fijne balans dopamineverhogende medicatie (te hoog = cognitieve controle kwijt)
Limbisch systeem
Samenwerking verschillende gebieden die zorgen voor integratie van emotionele informatie
Thalamus, hypothalamus, amygdala, hippocampus en anterieur cingulate cortex
Amygdala
Automatische vreesreactie, beoordeelt stimulus
Hypothalamus zorgt voor voorbereidde actie
Hippocampus
Geheugen, vergelijkt vorige ervaringen voor (aangepaste) reactie
Anterieur cingulate cortex
Selectie van aangepaste reactie
Cerebellum
Precisie en coördinatie van motoriek, zorgt voor vloeiende beweging. Ook rol in mentale processen (laterale delen)
Interne klok-timing
Sulci
Groeven om meer volume te krijgen in hersenweefsel
Gyri
Windingen in brein
Centrale fissuur
Scheiden anterieure en posterieure dimensie, motorisch anterieur, sensorisch posterieur
Laterale fissuur
Scheiden hersenhelften in dorsale en ventrale dimensie
Longitudinale fissuur
Scheidt hersenhelften van links en rechts
Corpus callosum
Bundel gemyeliniseerde vezels die zorgt voor overdracht van ene naar andere hersenhelft
Brodmann gebieden
Onderverdelingen brein met overeenkomst met functie
Actiepotentiaal
Activering van neuron, als deze heel actief is, meer maar niet hoger
Zelfvoortplantend
Sterkte neemt niet af met afstand
Alles of niets
Duurt 1 à 2 ms
Depolarisatie
Externe prikkel zorgt ervoor dat cel positiever wordt, wat ertoe leidt dat natrium kanalen openen (vanaf -60mV) en natrium de cel instromen (hierdoor wordt cel positiever)
Repolarisatie
Door instromen natrium worden kalium kanalen geactiveerd. Het potentiaal wordt herstelt en de spanning daalt weer
Hyperpolarisatie
Rustperiode/potentiaal waarbij spanning weer volledig is gedaald tot -70mV
Presynaptisch neuron
Hier is een actiepotentiaal voltrokken en daardoor wordt een neurotransmitter afgegeven
Postsynaptisch neuron
Hierop zitten receptoren die neurotransmitter opneemt die de elektrische lading van neuron wijzigt. Indien niet binden, wordt de neurotransmitter weer opgenomen door presynaptisch neuron of gebruikt voor metabole en/of chemische processen
Excitatorische postsynaptische signalen
Sommige neurotransmitters zorgen ervoor dat neuronen vuren → opnieuw in gang zetten actiepotentiaal
Inhibitorische postsynaptische signalen
Sommige neurotransmitters zorgen ervoor dat neuronen minder makkelijker vuren → geen actiepotentiaal in gang zetten
Glutamaat
Aminozuur met algemeen, excitatorische functie
GABA
Aminozuur met een algemene, inhibitorische werking
Cholinerg systeem
Acetylcholine
Oorsprong in de basale voorhersenen, pons en middenhersenen,
Projecties op uitgebreide gebieden (thalamus, voorhersenen, hippocamps, amygdala, hele cortex):
Algemene exciteerbaarheid en arousal.
Aandacht en geheugen (projecties naar hippocampus).
Serotogene systeem
Serotonine
Oorsprong in raphei nuclei in hersenstam.
Projecties naar de cortex:
Regulatie slaap, seksueel gedrag, voeding.
Gemoed en arousal.
Geheugen.
Pijn.
Noradrinerge systeem
Noradrenaline
Oorsprong in de locus coeruleus.
Projecties naar de thalamus, hypothalamus en cortex:
Slaap.
Aandacht: opvallendheid reguleren.
Geheugen (emotie) en werkgeheugen.
Dopaminerge systeem
Dopamine
Subsystemen: nigrostriataal, mesolimbisch en mesocorticaal
Nigrostriataal systeem
Dopamine
Oorsprong in substantia nigra.
Projecties naar striatum:
Motorische handelingen (selectie, initiatie, beëindiging).
Verstoord bij ziekte van Parkinson.
Mesolimbisch systeem
Dopamine
Oorsprong in ventrale tegmentaal gebied.
Projecties op limbisch systeem:
Beloningsgerelateerd gedrag.
Dopamineniveau’s stijgen bij beloningen.
Gerelateerd aan verslaving.
Mesocorticaal systeem
Dopamine
Oorsprong in ventrale tegmentaal gebied.
Projecties op motorische en prefrontale cortex:
Werkgeheugen.
Planning.
Cognitieve controle.
Principe sensorische gebieden
Sensorische (en ook motorische) cortex gaan op systematische manier te werk → principe van mapping.
Belangrijkste informatie zal het meeste corticale oppervlakte innemen → uitvergroting in functie van relevantie.
Er is sprake van omkering, zowel links/rechts als boven/onder.
Auditieve cortex
Vanaf cochlea.
Informatie die aan één oor binnenkomt wordt naar beide hemisferen geprojecteerd (ipsilateraal en contralateraal).
Tonotopische organisatie = trilharen dichtbij trommelvlies veel hogere toren dan verder weg.
Ook in cortex: posterieur hoge tonen, anterieur lagere tonen.
Heschi’s gyri = primaire auditieve cortex.
Gebied van Wernicke (taalbegrip) → dichtbij auditieve gebieden.
Olfactorische en gustatorische cortex
Geur en smaak niet zo ver ontwikkeld → cortex proportioneel veel kleiner dan bij honden (die beter ontwikkelde geur hebben) → evolutionair belang.
Geur via olfactorisch gebied naar olfactorische bulb in cortex.
Gustatorisch vermogen via insula → corticale weg = met cognitieve verwerking.
Directe weg naar limbisch systeem (hippocampus) via synapsen → zonder cognitieve verwerking.
Uitsluitend ipsilateraal.
Visuele cortex
Informatie vanaf de retina (geprojecteerd via het optisch chiasma en langs de geniculate nucleus) naar de hersenen → posterieur in rechter en linker occipitale gebieden.
Informatie uit buitenwereld wordt gekruist gekoppeld op visuele gebieden (informatie linker kant oog wordt gebundeld uit beide ogen en informatie rechter kant wordt gebundeld uit ogen).
Binnenkant van de ogen worden naar tegenovergestelde (contralaterale) hemisfeer geprojecteerd.
Zijkant van de ogen wordt ipsilateraal geprojecteerd.
Linkse deel visuele veld komt in rechterhemisfeer terecht en rechterdeel visuele veld komt in linkerhemisfeer terecht.
Boven-onder en omgekeerd geprojecteerd.
Uitvergroting relevante gebieden → foveale informatie → meer posterieur.
Dat wat verder van fovea op retina valt wordt anterieur gemapt.
Renitopische mapping.
Door principiële en systematische mapping kan door functioneel onderzoek worden afgeleiden waar een beschadiging zich situeert

Somatosensorische cortex
Tactiele stimulatie, proprioceptie en druk/pijnsensaties van organen en spieren.
Posterieur ten opzichte van de centrale sulcus.
Omkering (links/rechts en boven/onder) en uitvergroting.
Informatie over positie van onze lichaamsdelen ten opzichte van elkaar door tast en propioceptie (gewrichten) → somatosomatische organisatie.
Corticale oppervlakte afhankelijk van mate van gevoeligheid van lichaamsdeel → handen en gelaat meer oppervlak.
Ruwe aanraking en informatie over pijn en tempratuur → via neuronen op dorsale gebieden van ruggenmerg.
Fijne aanraking en proprioceptie → via wervelkolom synapseren in medulla en zo naar thalamus en cortex.
Aparte cellen voor spieren, huid (traag/snel) en gewrichten → netjes georganiseerd.
Bij schade te zien in brein op basis van somatotopische organisatie → precisie lichaamsdeel verminderd.
Testen: kijken of iemand aanraking voelt (2x op zelfde plaats of op andere plaats).
Plasticiteit = als bepaald deel lichaam verloren gaat kan fantoompijn optreden = prikkeling onderweg in zenuwen.
Cortex die niet wordt gebruikt wordt bereikt door andere delen/circuits in lichaam.
Verliezen niet originele functies, maar hebben ‘dubbele’ functies (waarvan één niet meer gebruikt) → bijv. handregio wordt nu gebruikt door gezicht, maar prikkeling van gezicht stimuleert ook nog fantoomgevoelens originele hand.
Primaire motorische cortex
Anterieur van centrale sulcus
Zelfde organisatie als somatosensorische cortex; omkering, uitvergroting
Bij schade verminderde spiertonus
Bij motorische acties, ipsilaterale onderdrukking
Frontale lob
Motorisch/somatosensorisch
Primaire motorische gebied: planning van motorische acties.
Premotorische gebied.
Prefrontale lob
Dorsolateraal (executieve functies, werkgeheugen en taal), orbitaal (emotieverwerking) en mediaal (oordeelsvorming, besluitvorming en detecteren van fouten).
Vooral executieve functies zoals plannen, organiseren etc.
Schade betekent problemen bij:
Organisatie van controle van gedrag.
Modulatie van gedrag (psychologische inertie (= herhaling) en sociaal ongeremd).
Oordelen, beslissen.
Geheugenfuncties, vooral metageheugen/strategisch geheugen.
Online houden van informatie.
Volgorde van tijd in het geheugen.
Voorbeeld: Phineas Gage → staaf door kaakbeen met schade in prefrontale cortex waardoor heel deel van functies uitgevallen, maar geen vitale functies → persoonlijkheid veranderd, ongeremd gedrag etc.
Pariëtale lob
Zoeken naar multimodale integratie
Tussen zintuigen.
Tussen sensorische informatie en informatie in het geheugen.
Tussen interne toestand en de externe sensorische wereld (visuomotorische controle, spatiale aandacht).
Temporele lob
Rol in geheugen → hippocampus geen deel van cerebrale cortex.
Inferieure gebieden → visuele verwerkingsgebieden (herkennen van gezichten, objecten etc. → schade leidt tot agnosie).
Amygdala → emotie.
Sociaal: empathie, perspectief.
Auditieve gebieden.
Specifieke gebieden die instaan voor:
Objectherkenning (IT = inferieure temporale cortex).
Gezichtsherkenning (FFA = fusiform face area).
Sociaal: empathie, perspectief nemen (STS = superieur temporale sulcus).
Bij schade:
Onvermogen tot herkenning alledaagse objecten.
Gezichten niet koppelen aan specifieke personen.
Moeilijkheden met waarderen bepaald aspect muziek.