[TWB] de Geo 2VWO - 4.1 & 4.2

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/34

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 3:05 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

35 Terms

1
New cards

central business district (cbd)

Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad. Heet ook stadscentrum of centrale zakenwijk.

2
New cards

centrale zakenwijk

Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad.

3
New cards

cityvorming

Verdringing van de woonfunctie in een gebied door kantoren en winkels.

4
New cards

dimensie

De invalshoek van waaruit je een bepaald onderwerp bekijkt; fysisch, economisch, sociaal-cultureel, demografisch of politiek.

5
New cards

gentrificatie

Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende inwoners verdrongen worden.

6
New cards

industrie

Het produceren van goederen met behulp van machines in een fabriek.

7
New cards

natuurlijke bevolkingsgroei

Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterftes.

8
New cards

oude woonwijk

Stadswijk met een hoge woningdichtheid, gebouwd voor arbeiders tijdens de industrialisatie (in Duitsland tussen 1870 en 1920).

9
New cards

re-urbanisatie

Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.

10
New cards

stadscentrum

Het kantoren-, winkel- en uitgaansgebied van een stad.

11
New cards

stedelijke vernieuwing

Het vernieuwen van woonwijken in de stad zodat de leefbaarheid sterk verbetert.

12
New cards

suburbanisatie

De verstedelijking van het platteland door migratie vanuit de stad.

13
New cards

binnenstad

Het centrum van een stad.

14
New cards

agglomeratievoordeel

Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.

15
New cards

bevolkingskrimp

Krimp van de bevolking.

16
New cards

bruto nationaal product (bnp)

Het geld dat alle inwoners in een land per jaar samen verdienen.

17
New cards

commerciële dienstverlening

Dienstverlening met als doel geld te verdienen, zoals handel, banken, transport, winkels en horeca.

18
New cards

dienstensector

Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten. Heet ook tertiaire sector.

19
New cards

export

Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.

20
New cards

hightechindustrie

Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.

21
New cards

industrie

Het produceren van goederen met behulp van machines in een fabriek.

22
New cards

infrastructuur

Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen en informatie te vervoeren.

23
New cards

lichte industrie

Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.

24
New cards

migratie/migrant

Verhuizen van de ene woonplaats naar een andere. Iemand die verhuist, is een migrant.

25
New cards

mijnbouw

Winning van delfstoffen.

26
New cards

multinational/multinationale onderneming

Bedrijf met vestigingen in verschillende landen

27
New cards

ontgroening

Afname van het aandeel jongeren (onder de 20 jaar) in de bevolking.

28
New cards

quartaire sector

Dienstverlenende instanties en bedrijven die geen winst maken.

29
New cards

secundaire sector

Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.

30
New cards

staat

Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).

31
New cards

tertiaire sector

Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten. Heet ook dienstensector.

32
New cards

vergrijzing

Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.

33
New cards

vertrekoverschot

Wanneer er meer mensen vertrekken uit een gebied dan dat er zich vestigen.

34
New cards

vestigingsoverschot

Wanneer er meer mensen zich vestigen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.

35
New cards

zware industrie

Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.