Methodologie van Cross-Culturele Psychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/16

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:01 AM on 4/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

17 Terms

1
New cards

Introductie

  • Crossculturele psychologie = subdomein van psychologie

  • Gebruikt dezelfde methoden als algemene psychologie

  • Maar heeft 3 specifieke uitdagingen:

    1. Meting (assessment)

      • Zijn psychologische constructen vergelijkbaar tussen culturen?

    2. Rol van cultuur

      • “Cultuur” mag niet zomaar als verklaring gebruikt worden

    3. Niveaus van analyse

      • Wat geldt voor individuen ≠ automatisch voor groepen

2
New cards

Equivalentie & vertekening (bias)

Probleem in veel onderzoek

  • Onderzoekers:

    • gebruiken tests uit één cultuur in een andere (“transport & test”)

    • vergelijken groepen direct

  • Veronderstelling (vaak fout):

    • zelfde betekenis, schaal en relevantie

→ Gevolg: foute conclusies

3
New cards

Equivalentie (vergelijkbaarheid)

Niveaus van equivalentie

  1. Geen equivalentie

  2. Functionele equivalentie (zelfde functie)

  3. Structurele equivalentie (zelfde structuur)

  4. Metrische equivalentie (zelfde schaal)

  5. Volledige score-equivalentie

Meetinvariantie

  • Configurationeel → zelfde structuur

  • Metrisch → zelfde betekenis van scores

  • Scalair → scores echt vergelijkbaar

Nodig om culturen correct te vergelijken

4
New cards

Vertekening (bias)

3 soorten:

  1. Constructbias

  2. Methodebias

  3. Itembias

5
New cards

Constructbias

  • soort vertekening

  • Concept betekent iets anders per cultuur

  • Problemen:

    • Onderrepresentatie (iets ontbreekt)

    • Irrelevante elementen

6
New cards

Methodebias

  • soort vertekening

  • Problemen door:

    • Instrument (test)

    • Afname (situatie)

    • Steekproef

7
New cards

Itembias

  • soort vertekening

  • Specifieke vragen werken anders

    • Uniform (altijd verschil)

    • Niet-uniform (verschil afhankelijk van groep)

8
New cards

Kwalitatief onderzoek

  • Open, flexibel

  • Methoden:

    • Interviews

    • Observaties

    • Etnografie

Voordelen

  • Inzicht in culturele betekenis

  • Begrijpen van perspectief van deelnemers

Nadelen

  • Subjectief

  • Onderzoeker beïnvloedt interpretatie

  • Verklaringen ≠ echte oorzaken

9
New cards

Kwantitatief onderzoek

  • Gestructureerd en vooraf bepaald

  • Methoden:

    • Experimenten

    • Vragenlijsten

Voordelen

  • Objectief

  • Repliceerbaar

  • Statistisch analyseerbaar

Nadelen

  • Kan schijnzekerheid geven

  • Mist onverwachte factoren

10
New cards

Empirische cyclus

  • Afwisseling tussen:

    • Exploratie (nieuwe ideeën ontdekken)

    • Toetsing (hypothesen testen)

→ Belangrijk:

  • We kunnen niet voorspellen hoe culturen verschillen
    → nood aan exploratief onderzoek

11
New cards

“Cultuur” als verklaring

Belangrijk inzicht:

  • Cultuur is GEEN verklaring op zich

Waarom?

  • Te breed begrip

  • Niet experimenteel controleerbaar

→ Cultuur = beschrijvend label, geen oorzaak

Wat moet wel?

  • Cultuur “uitpakken” in:

    • Oorzaken (antecedenten)

    • Gelijktijdige factoren

    • Gevolgen

12
New cards

Correlationeel onderzoek

Kenmerken

  • Geen manipulatie

  • Meet relaties tussen variabelen

Voordelen

  • Veel variabelen tegelijk

  • Realistische context

Nadeel

  • Geen causaliteit

Manieren om causaliteit beter te benaderen

  1. Controle van variabelen (covariaten)

  2. Selectie van groepen

    • a) Gelijkaardige groepen → verschillen isoleren

    • b) Zeer verschillende groepen → contrast vergroten

  3. Multiniveaudesign

    • Steekproeven van meerdere culturen

    • Betere representativiteit

  4. Longitudinaal onderzoek

    • Metingen over tijd

    • Cross-lagged effecten

  5. Culturele diffusie

    • Probleem: culturen beïnvloeden elkaar

13
New cards

Experimenteel onderzoek

Doelen

  • Universele theorieën testen

  • Causale mechanismen onderzoeken

  • Condities van culturele verschillen testen

Voorbeelden

  • Priming (ik vs wij)

  • Cultuur activeren

Uitdagingen

  1. Construct validiteit

  2. Interne validiteit

  3. Externe validiteit (generaliseerbaarheid)

  4. Statistische validiteit

→ Probleem:

  • Replicatiecrisis

14
New cards

Individu vs groep (multiniveau)

Belangrijk principe

  • Wat geldt voor individu ≠ voor groep

→ = Zaaimetafoor

Multiniveau isomorfie

  • Structuur

    • Kan gelijk zijn (bv. persoonlijkheid)

    • Of verschillend (bv. waarden)

  • Relaties

    • Kunnen:

      • gelijk zijn

      • verschillend

      • interacties tonen tussen niveaus

15
New cards

Denkfouten

  1. Aggregatiefout (atomistische fout)

    • Individu → fout toegepast op groep

  2. Disaggregatiefout (ecologische fout)

    • Groep → fout toegepast op individu

16
New cards

Belangrijkste conclusies

  1. Crosscultureel onderzoek is complex
    → risico op fouten (bias & gebrek aan equivalentie)

  2. “Cultuur” is geen echte verklaring
    → nood aan specifieke mechanismen

  3. Individu ≠ groep
    → altijd rekening houden met niveaus

17
New cards

KERNBOODSCHAP

  • Goede crossculturele studies vereisen:

    • correcte metingen (equivalentie)

    • vermijden van bias

    • juiste methodes (kwalitatief + kwantitatief)

    • voorzichtig omgaan met “cultuur”

    • aandacht voor verschillen tussen individuen en groepen