1/51
Dit is een set van flashcards over de module chronische zorg met focus op kanker en wondzorg, behandeld in de bacheloropleiding verpleegkunde.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Kankercel
Een cel waarvan het groeiproces niet langer gecontroleerd is door mutaties in het genetisch materiaal.
Proto-oncogenen
Genen die de voortgang van een gecontroleerde celdeling reguleren; bij mutatie kunnen ze oncogenen worden.
Tumorsuppressorgenen
Genen die de celdeling remmen of DNA beschadigingen herstellen; bij mutatie kunnen ze verloren gaan.
Puntmutatie
Een mutatie die één of enkele nucleotiden van het DNA wijzigt.
Segmentmutatie
Een mutatie die grotere delen van het DNA beïnvloedt, zoals deletie of duplicatie.
Angiogenese
De vorming van nieuwe bloedvaten door tumorcellen om zichzelf te voeden.
Metastase
De verspreiding van kankercellen naar andere delen van het lichaam via bloed of lymfe.
Chronische wonde
Een wonde waarin het normale helingsproces verstoord is en die langer dan 4 tot 6 weken aanhoudt.
Cytostatica
Geneesmiddelen die de celdeling remmen of celdood veroorzaken, gebruikt voor de behandeling van kanker.
Radiotherapie
Behandeling met ioniserende stralen die gericht zijn op het doden van kankercellen.
Anti-hormonale therapie
Medicijnen die de hormoonproductie of werking remmen bij hormoonafhankelijke kankers.
Doelgerichte therapie
Geneesmiddelen die specifiek inwerken op bepaalde moleculen die een rol spelen in de ontwikkeling van kanker.
Compressietherapie
Behandeling die de veneuze terugvloei bevordert door druk uit te oefenen op de bloedvaten.
Debridement
Het verwijderen van dode of geïnfecteerde weefsels om het genezingsproces van een wonde te bevorderen.
Gleason score
Een classificatie voor prostaatkanker die de differentiatiegraad van de tumor evalueert.
Epidemiologie
De wetenschap die zich bezighoudt met de verspreiding en oorzaken van ziekten in populaties.
BRCA1-gen
Een tumorsuppressorgen dat betrokken is bij DNA-herstel en waarvan mutaties geassocieerd zijn met een verhoogd risico op borst- en eierstokkanker.
HER2-gen
Een proto-oncogen dat betrokken is bij de regulatie van celgroei en waarvan amplificatie leidt tot agressieve borstkanker.
Wondzorgmaterialen
Materialen die gebruikt worden voor de verzorging van wonden, zoals hydrogels, alginaten en schuimverbanden.
Pseudomonas aeruginosa
Een vaak voorkomende bacterie die infecties kan veroorzaken en een sterke geur kan geven bij wonden.
Vasculair ulcus
Een wonde die ontstaat door onvoldoende bloeddoorstroming, vaak gelokaliseerd op de tenen of voetrug.
Neuropathisch ulcus
Een wonde ontstaan door beschadiging van zenuwen, vaak zonder dat de patiënt pijn of andere signalen opmerkt.
Carcinogeen
Stoffen die kanker kunnen veroorzaken in levende weefsels.
Oncogen
Een gemuteerde vorm van een proto-oncogen die kanker kan veroorzaken.
Chemotherapie
Een type kankerbehandeling dat medicijnen gebruikt om kankercellen te doden.
Tumor
Een abnormale massa van weefsel die goedaardig of kwaadaardig kan zijn.
Biopsie
Een medische test waarbij cellen of weefsels worden verwijderd voor onderzoek.
Kanker-staging
Een systeem dat wordt gebruikt om te beschrijven hoeveel kanker er in het lichaam zit en waar het zich bevindt.
Heterogeniteit in kanker
De aanwezigheid van verschillende celtypes binnen een tumor of tussen tumoren bij patiënten.
Immunotherapie
Behandeling die het eigen immuunsysteem van het lichaam gebruikt om kanker te bestrijden.
Grading van tumoren
Een systeem dat wordt gebruikt om het uiterlijk van kankercellen te evalueren in vergelijking met normale cellen.
Lymfadenopathie
Zwelling van de lymfeklieren, vaak geassocieerd met kanker of infectie.
Bouwstenen van kankerdiagnose
Veel voorkomende elementen zoals medische geschiedenis, lichamelijk onderzoek en beeldvormende onderzoeken die helpen bij de diagnose van kanker.
Diagnostic delay
De vertraging tussen het ontstaan van symptomen en de uiteindelijke diagnose van kanker, vaak veroorzaakt door misinterpretatie van symptomen of gebrek aan toegang tot zorg.
Relevantie van screening
Screening kan vroegtijdige opsporing van kanker mogelijk maken, waardoor behandelingsopties verbeteren en overlevingskansen toenemen.
Methoden van screening
Screening kan plaatsvinden via bloedtesten, beeldvorming zoals mammografieën of colonoscopieën, en lichamelijke onderzoeken.
Tumormarkers
Stoffen die in het bloed of andere lichaamsvloeistoffen worden aangetroffen en indicatief kunnen zijn voor de aanwezigheid van kanker, zoals PSA voor prostaatkanker.
Anatomisch beeldvormende onderzoeken
Onderzoeken zoals röntgen, MRI en CT-scans die de structuur van weefsels en organen in beeld brengen ter opsporing van kanker.
Moleculair beeldvormende onderzoeken
Technieken zoals PET-scans waarmee metabolische of chemische veranderingen in kankercellen in kaart kunnen worden gebracht.
Weefselbiopt onderzoek
Bij een weefselbiopt wordt weefsel genomen om te analyseren op kankercellen, genmutaties en andere afwijkingen.
Epidemiologie
De studie van de verspreiding en oorzaak van ziekten binnen populaties, waaronder kanker.
Organisaties voor epidemiologische data
Organisaties zoals het Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Nederlandse Kanker Instituut die gegevens over kanker verzamelen en analyseren.
Epidemiologische trends
Veranderingen in kankerincidentie, bijvoorbeeld toenemende gevallen van longkanker onder niet-rokers door milieu-invloeden.
Risicofactoren voor kanker
Infectieuze factoren (zoals HPV) en omgevingsfactoren (zoals roken) die de kans op kanker verhogen.
Eigenschappen van kanker
Kenmerken zoals ongecontroleerde celdeling, invasie van omliggend weefsel en metastase naar andere lichaamsdelen.
Apoptose
Het proces van geprogrammeerde celsterfte dat verstoord kan zijn bij kankercellen, waardoor ze blijven overleven.
Angiogenese
De vorming van nieuwe bloedvaten door tumoren om voldoende zuurstof en voedingsstoffen te krijgen voor groei.
Metastasen
De verspreiding van kankercellen van de oorspronkelijke tumor naar andere delen van het lichaam.
Warburg-effect
Het fenomeen waarbij kankercellen hun energie voornamelijk via glycolyse verkrijgen, zelfs in aanwezigheid van zuurstof, wat bruikbaar is in moleculaire beeldvorming.
Vermagering bij kanker
Sommige patiënten verliezen gewicht ondanks een normaal eetpatroon vanwege verhoogde stofwisseling en tumoractiviteit.
Immuunsysteem omzeilen
Kankercellen kunnen technieken gebruiken zoals het uitschakelen van immuuncellen om zichzelf te beschermen tegen het immuunsysteem.
Vermoeidheid als verpleegprobleem
Vermoeidheid is een veel voorkomend symptoom bij kankerpatiënten en vereist aangepaste verpleegkundige zorg en ondersteuning.