1/17
Een volledige set vocabulaire-flashcards gebaseerd op de begrippenlijst van geschiedenis hoofdstuk 5, over de middeleeuwse steden, hun bestuur, de sociale structuur en de pestepidemie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Keure
Een officieel document waarin de stadsrechten (en de privileges) stonden opgeschreven. Dit document werd plechtig ondertekend door de graaf en de stad.
De pest
Een vreselijke, zeer besmettelijke ziekte die in de 14e eeuw (vanaf 1347) miljoenen slachtoffers maakte in Europa. Ongeveer een derde van de Europese bevolking stierf eraan.
Poorters
De officiële bewoners van een middeleeuwse stad die 'binnen de poorten' woonden en stadsrechten (privileges) bezaten.
Privileges
Bijzondere rechten en voordelen die een stad kreeg van een graaf. Denk aan het recht om een stadsmuur te bouwen, een eigen markt te houden of eigen rechtspraak te voeren.
Schepenen
Middeleeuwse bestuurders en rechters van een stad, vergelijkbaar met de huidige schepenen.
Ambacht
Een beroep waarbij je met de hand en eenvoudig gereedschap producten maakt. Denk aan een timmerman, bakker of smid.
Ambachtslieden
De handwerkers die een ambacht uitoefenden. Zij woonden en werkten meestal in de steden.
Baljuw
De vertegenwoordiger van een graaf in een stad. Hij hield toezicht op de orde, zorgde dat de wetten werden nageleefd en klaagde misdadigers aan.
Belfort
Een wachttoren in het centrum van een middeleeuwse stad. Het was hét symbool van de macht en de onafhankelijkheid van de stad. Hierin hing de stormklok en werd de keure bewaard.
Bourgondiërs
Een machtige familie van Franse hertogen die in de late middeleeuwen door slimme huwelijken en oorlogen de Nederlanden in handen kreeg.
Burgerij
De officiële inwoners van een stad (de burgers). Zij vormden een nieuwe, rijke en invloedrijke sociale groep die losstond van de adel of de boeren op het platteland.
Centralisatie
Het streven van een koning om zijn hele land vanuit één centraal punt te besturen, met overal dezelfde wetten en belastingen. Dit ging ten koste van de macht van de lokale adel.
Decentralisatie
De situatie waarin de macht juist verdeeld is over veel verschillende lokale heren of steden. Iedere regio heeft dan eigen wetten en regels.
Feodaliteit
De middeleeuwse manier van besturen waarbij een koning of hogere heer grond uitleende aan lagere heren (vazallen) in ruil voor trouw en militaire steun.
Flagellanten
Groepen extreem gelovige mensen die tijdens de pestepidemieën zichzelf met zwepen sloegen. Ze deden dit als boetedoening, omdat ze dachten dat de pest een straf van God was.
Gilden
Beroepsverenigingen in de stad. Elk ambacht (zoals de bakkers of de schoenmakers) had zijn eigen gilde. De gilde bepaalde de prijzen, de kwaliteit van de producten en wie het beroep mocht uitoefenen.
Handelaars
Mensen die leefden van de koop en verkoop van goederen. Zij reisden vaak tussen verschillende steden en markten om winst te maken en zorgden voor de heropleving van de steden.
Horigen
Boeren die niet vrij waren. Ze hoorden bij de grond van een heer. Ze mochten de grond niet zomaar verlaten, moesten een deel van hun oogst afstaan en moesten karweien doen voor de heer.