1/404
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Un port fluvial
Een binnenhaven
quatre-vingts
80
quatre-vingt-un
81
cent un
101
deux cent un
201
deux cents
200
mille un
1001
la moitié
de helft
un tiers
een derde
un quart
een kwart
trois milliards de dollars
drie miljard dollar
trois mille dollars
drieduizend dollar
assez
genoeg
tellement de
zoveel
une minorité de
een minderheid aan
un tas d’
een hoop
suffisamment de
voldoende
la plupart
het merendeel
plus que
meer dan
moins que
minder dan
aussi que
evenveel als
plus élevé que
hoger danmo
moins élevé que
lager dan
égal à
gelijk aan
quand/ lorsque
Toen (ik ….)
au moment où
Op het ogenblik dat
pendant que
terwijl
zodra
dès que
depuis que
sinds
D’abord, ensuite, finalement
Eerst, dan, ten slotte
en même temps/ au même moment
tegelijkertijd
en attendant
intussen
à ce moment-là
toen (op dat moment)
en ce moment
op dit ogenblik
après que
nadat
avant que
voor
en attendant que
in afwachting dat
jusqu’a ce que
totdat
pendant/ durant
gedurende
au cours de / lors de
tijdens, op
au moment de
op het ogenblik van
après
na
dès
vanaf
depuis
sinds
en attendant
in afwachting van
avant de
alvorens
précéder/ être précédé de
voorafgaan
suivre/ être suivi de
volgen (rest van zin volgt op onderwerp)
succéder à
volgen (onderwerp volgt op rest van zin)
accompagner/ être accompagné de/ s’accompagner de
zich gelijktijdig voordoen met / gepaard gaan met
dans un premier temps
ten eerste
dan un second temps
ten tweede
en premier lieu
in de eerste plaats
en second lieu
in tweede instantie
d’une part
enerzijds
d’autre part
anderzijds
par ailleurs
overigens/anderzijds
en outre/ de plus
bovendien
non seulement …, mais aussi
niet alleen …, maar ook
ainsi que
evenals
ne pas non plus
ook niet
quant à/en ce qui concerne
wat … betreft
concernant
met betrekking tot
en rapport avec
in verband met
par rapport à
in vergelijking met
alors que/ tandis que
terwijl
par contre/ en revanche
daarentegen
au contraire
integendeelcon
contrairementà
in tegenstelling tot
excepté/ sauf
behalve
toutefois
toch
cependant
echter
pourtant
nochtans
néanmoins
niettemin
bien que
(al)hoewel
malgré/ en dépit de
ondanks
par conséquent
bijgevolg
de sorte que
zodat
ainsi/ de cette façon
zo
donc
dus
car
want
puisque
aangezien
comme
daar/omdat
c’est pourquoi
daarom
d’où
vandaar
à cause de
door/ wegens
à la suite de
in de nasleep van/ volgend op
grâce à
dankzij
étant donné
gezien
en
door (te)
entraîner
met zich meebrengen
mener à
leiden tot
provoquer/ engendrer
veroorzaken
avoir comme/ pour conséquence
tot gevolg hebben
faire que
maken dat
donner lieu à
aanleiding geven tot
être dû (dus (m), due (v), dues (mv)) à
te wijten zijn aan
résulter de
resulteren uit/ het resultaat zijn van
s’expliquer par
te verklaren zijn door
afin que/ pour que / de sorte que
opdat/ zodat