1/29
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Archeologie (Foucault)
Methode om de verborgen regels te analyseren die bepalen wat op een gegeven moment als kennis of waarheid geldt. Foucault noemt deze onderliggende structuur de épistème. De onderzoeker maakt een synchronische doorsnede van een tijdperk: niet hoe iets is ontstaan, maar wat er überhaupt gezegd of gedacht kon worden. Geen aandacht voor oorzaken of intenties, wel voor de structuur van het discours zelf.
Genealogie (Foucault)
Methode die onderzoekt hoe iets historisch is ontstaan. Geen verhaal van continue vooruitgang, maar aandacht voor breuklijnen, discontinuïteiten en de toevallige machtsprocessen die 'vanzelfsprekende' praktijken hebben geproduceerd (bv. het schoolrooster).
Panopticon
Gevangenisontwerp waarbij gevangenen altijd geobserveerd kunnen worden zonder dat ze weten wanneer. Metafoor bij Foucault voor moderne macht: de geobserveerde internaliseert de bewaker en disciplineert zichzelf.
Trio van controlemechanismen
Surveillance (constante observatie)
Normalization (een standaard van 'normaal' gedrag)
Examination (voortdurende evaluatie of iemand die norm belichaamt). Samen vormen ze moderne disciplinaire macht.
Docile bodies
Lichamen/subjecten die door disciplinering gevormd worden tot gehoorzame, productieve individuen. Doel van moderne macht via strakke tijdschema's, surveillance en normalisering.
Biopower / Biopolitics
Macht uitgeoefend via het reguleren en controleren van biologische aspecten van een populatie (gezondheid, fertiliteit, levensverwachting). Instrumenten: statistiek, demografie, epidemiologie.
Governmentality
Foucaults concept voor hoe de moderne staat 'het actieveld van anderen structureert'. Niet directe dwang, maar het creëren van omstandigheden waarin mensen zichzelf reguleren als 'goede burgers'.
Carceral society
Foucaults begrip voor de moderne samenleving als alomvattende gevangenis: disciplinering speelt zich niet enkel in de gevangenis af, maar doorheen alle maatschappelijke instituties (school, fabriek, ziekenhuis).
Macht en Kennis (pouvoir-savoir)
Bij Foucault zijn macht en kennis onlosmakelijk verbonden. Macht dicteert wat als 'waar' en 'kenbaar' geldt. Kennis is nooit neutraal of vrij, maar altijd gevormd door machtsmechanismen.
Soevereine macht vs. disciplinaire macht
Soevereine macht richt zich op de massa via wetten en lijfstraffen. Disciplinaire macht richt zich op het individu via normalisering, surveillance en tijdsdiscipline — ze maakt dociele lichamen.
David Scott – onderzoeksagenda
Niet Europa 'decentreren' (wegdenken), maar kritisch analyseren hoe Europese machtsvormen concreet werken in koloniale contexten. Focus op politieke rationaliteiten, doelen en middelen van koloniale macht.
Soevereiniteit vs. Governmentality (koloniaal)
Pre-moderne kolonie: extractie van rijkdom, instrument = wet/bevel, target = lichaam.
Moderne kolonie: 'conduct of conduct' (gedragssturing), instrument = zelfdiscipline, target = sociale omstandigheden van de bevolking.
'rule of colonial difference' (Scott vs. Chatterjee)
Chatterjee: koloniale staat discrimineert via ras/otherness (uitsluiting).
Scott: gevaar van 'hetzelfde kolonialisme' — er zijn breuklijnen en evoluties binnen het kolonialisme. Moderniteit is deel van het kolonialisme, niet er tegenover.
Chatterjee's kritiek op revisionistische historici
Revisionisten benadrukken continuïteit en agency van gekoloniseerden, maar minimaliseren daarmee de gewelddadige impact van kolonialisme en impliceren dat gekoloniseerden medeverantwoordelijk zijn voor hun onderdrukking.
Koloniale staat als laboratorium (Scott)
Kolonies zijn laboratoria voor governmentality. Nieuwe wetenschappen (statistiek, etnografie) werden er eerder en intenser toegepast dan in het moederland. Japan had betere bevolkingsstatistieken over Korea dan over Japan zelf.
Productieve vs. onderdrukkende macht
Chatterjee: koloniale macht is onderdrukkend (exclusie).
Scott: koloniale macht is productief — ze produceert nieuwe subjecten, nieuwe gewoonten, nieuwe levensvormen. Insluiting (op voorwaarden) i.p.v. uitsluiting.
New Imperial History
Benadering die de relatie metropool/periferie relationeel bekijkt, cultuur boven politiek/economie stelt, de impact ná het kolonialisme onderzoekt, en aandacht heeft voor de relaties tussen kennis, identiteit en macht.
Meiji Restoration (1868)
Herstel van de keizerlijke macht (i.p.v. shogunaat) in Japan. Begin van modernisering naar Westers model (technologie, wetenschap, instituties). Motto: fukoku kyōhei (rijk land, sterk leger). China niet langer het beschavingscentrum.
Mindo (民度)
Japans koloniaal concept voor 'beschavingsniveau' of 'culturele standaard'. Verving raciaal denken: Koreanen zijn niet inherent inferieur, maar 'minder verlicht'. Japan kan hen 'helpen' via assimilatie.
Nissen dōsoron
Theorie van gemeenschappelijke Japans-Koreaanse voorouders. Maakte het moeilijk om koloniale differentiatie puur raciaal te rechtvaardigen, maar legitimeerde assimilatie: 'verwante volkeren' die samen moderniseren.
March First Movement (1919)
Massabetoging van Koreanen voor onafhankelijkheid, geïnspireerd door Wilsons zelfbeschikkingsbeginsel. PR-nachtmerrie voor Japan → aanleiding voor omschakeling van militair bestuur naar 'cultural policy'.
Budan seiji (1910–1919)
Militair bestuur van koloniaal Korea. Weinig ambitie om te 'civiliseren'; actief tegengaan van assimilatie (bv. verbod op naamswijziging). Focus lag op handhaving, niet op economische of culturele ontwikkeling.
Bunka seiji / Cultural Policy (1920s)
Na het March First Movement: 'zachter' koloniaal beleid. In praktijk: uitbreiding van disciplinering via onderwijs, gezondheidszorg, uitgebreider politienetwerk, volkstellingen voor population management (niet enkel belasting).
Geseling (flogging) in koloniaal Korea
Heringevoerd via Flogging Ordinance (1912) — al afgeschaft in Japan zelf. Gerechtvaardigd door mindo. Maar: met strikte regels, in gesloten cel, dokter aanwezig — dus 'modern' van aard (Foucault).
Koloniale controle van drukwerk
Newspaper Law (1907, vóór annexatie): pre-publicatiecensuur mogelijk. Na 1919: Ordinance 7 — 10 jaar gevangenis voor 'disturbing public peace'. Transformatie van de publieke sfeer tot instrument van controle.
Russo-Japanse oorlog (1904–05)
Japan verslaat Rusland — een Aziatische perifere macht verslaat een Westerse grootmacht. Globale schokgolf. Korea wordt Japans protectoraat. Ondermijnt het Westers-oriëntalistisch idee van Aziatische inferioriteit.
Legaliteit van de annexatie van Korea
Japan gebruikte internationale juridische taal ('protectoraat', 'onafhankelijkheid van China') om de annexatie te legitimeren. Kolonialisme was legaal. Dit detail blijft centraal in hedendaagse Koreaans-Japanse spanningen.
Inclusie als machtswerking
Inclusie in de multiculturele samenleving is niet neutraal: ze veronderstelt het aanleren van dominante normen (taal, digitale vaardigheden, tijdsbesef). De ingeslotene wordt gevormd tot 'goede burger' op voorwaarden van de dominante groep.
'Waarden en normen' als governmentality
Het discours over 'waarden en normen' functioneert als governmentality: mensen leren zichzelf te reguleren als 'rationele, moderne individuen' volgens de geïnternaliseerde logica van de staat — vrijheid als instrument van macht.
Instrumentele rationaliteit (cf. Bauman)
Gevaar van extreme 'beschavings-' of 'verbeteringsprojecten': de logica van efficiëntie en beheer kan leiden tot ontmenselijking. Bauman past dit toe op de Holocaust als product van moderniteit.