Beeld en taal

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/16

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen uit de lezing 'Beeld en taal', waaronder verschillende kennisvormen, opvattingen over taal en de rol van beeld en tekst in artistiek onderzoek.

Last updated 7:24 AM on 6/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

17 Terms

1
New cards

Martin Heidegger (Introduction to Metaphysics, 1953)

Stelt dat woorden en taal geen omhulsels zijn waarin dingen worden ingepakt, maar dat dingen pas in het woord en in de taal worden en zijn.

2
New cards

David Abram (The spell of the sensuous, 1996)

Betoogt dat lingu'stische betekenis ontstaat vanuit de diepten van onze sensorische wereld in de context van ontmoeten en deelnemen.

3
New cards

Tom Van Imschoot (Woorden worden werken, 2017)

Definieert schrijven als het verbeelden van woorden.

4
New cards

Zintuiglijk kennen

Een noodzakelijk subjectief type kennen dat voortkomt uit de manier waarop we ons als zintuiglijke wezens in de wereld situeren.

5
New cards

Wisselwerking waarnemen en handelen

Het principe dat we waarnemen om te kunnen handelen en handelen om te kunnen waarnemen.

6
New cards

Intersubjectief kennen

Kennis die ontstaat en gedeeld wordt tussen subjecten, wat een 'gedeelde levenswereld' mogelijk maakt.

7
New cards

Umwelt (Husserl, 2018)

De gedeelde levenswereld die geen neutrale realiteit is, maar een wereld geconstrueerd door menselijke praktijken zoals cultuur, taal en beelden.

8
New cards

Niet-discursieve kennis

Niet-talige, pre-conceptuele en belichaamde kennis die vanuit het intu'tieve wordt beleefd en zich moeilijk onder woorden laat brengen.

9
New cards

Discursieve kennis

Heldere, conceptuele en propositionele kennis die rationeel helder, gestructureerd en expliciteerbaar is.

10
New cards

Propositie

Een talige uitspraak met een eenduidige betekenis.

11
New cards

Klassieke opvatting van taal (Miller, 1948)

Beschouwt taal als een abstract systeem van willekeurige, arbitraire tekens gestructureerd volgens syntactische en grammaticale regels.

12
New cards

Arbitrair

De eigenschap dat er geen inherente band bestaat tussen een woord en de bijbehorende betekenis.

13
New cards

Taal als lichamelijk fenomeen (Merleau-Ponty, 1945)

De visie dat taal geworteld is in sensorisch-motorische interactie en dat woorden functioneren als gebaren.

14
New cards

Non-discursieve aspecten van beelden

Impliciete betekenissen in beelden die betrekking hebben op belichaamde kennis en de mogelijkheid bieden om het onzegbare te laten spreken.

15
New cards

Onderzoek in de kunsten

Een onderzoeksdiscipline die zich continu beweegt tussen intu'tieve (non-discursieve) en begripsmatige (discursieve) kennisvormen.

16
New cards

Onderzoeksdiscours

Een heersende manier van spreken, denken en schrijven over een bepaald onderwerp binnen een groep of samenleving.

17
New cards

Het essay

Afkomstig van het Franse 'essayer' (proberen); een schrijfvorm die ruimte biedt om idee#n op een zoekende, voorlopige en soms meerduidige manier vorm te geven.