1/76
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is ontwikkelingspsychologie?
De studie van hoe mensen veranderen en zich ontwikkelen gedurende hun leven.
Wat zijn ontwikkelingsdomeinen?
Verschillende gebieden waarin mensen zich ontwikkelen, zoals lichaam, denken en gedrag.
Wat is fysieke ontwikkeling?
Ontwikkeling van het lichaam zoals hersenen, spieren, zintuigen, voeding en slaap.
Wat is cognitieve ontwikkeling?
Ontwikkeling van denken, leren, geheugen en probleemoplossing.
Wat is sociaal-emotionele ontwikkeling?
Ontwikkeling van emoties en relaties met andere mensen.
Wat is persoonlijkheidsontwikkeling?
Ontwikkeling van eigenschappen die iemand uniek maken.
Wat is de prenatale periode?
De periode van conceptie tot geboorte.
Wat is de babytijd?
De periode van geboorte tot 2 jaar.
Wat is de peuter- en kleutertijd?
De periode van 2 tot 6 jaar.
Wat is de schooltijd?
De periode van 6 tot 12 jaar.
Wat is de adolescentie?
De periode van 12 tot 20 jaar.
Waarom zijn leeftijdsfases sociale constructies?
Omdat ze door de maatschappij zijn bedacht en per cultuur kunnen verschillen.
Wat is een cohort?
Een groep mensen die in dezelfde tijd en plaats is geboren.
Wat zijn normatieve historische invloeden?
Belangrijke gebeurtenissen die iedereen in een tijd meemaakt (zoals oorlog of pandemie).
Wat zijn normatieve leeftijdsgebonden invloeden?
Gebeurtenissen die bij een bepaalde leeftijd horen (zoals puberteit).
Wat zijn normatieve sociaal-culturele invloeden?
Invloeden van cultuur, afkomst en sociale klasse.
Wat zijn niet-normatieve gebeurtenissen?
Unieke gebeurtenissen die niet iedereen meemaakt (zoals overlijden van een ouder).
Wat is continue ontwikkeling?
Ontwikkeling die geleidelijk verloopt (stapje voor stapje).
Wat is discontinue ontwikkeling?
Ontwikkeling in duidelijke stappen of fases.
Wat is een kritieke periode?
Een moment waarin iets moet gebeuren voor normale ontwikkeling (anders blijvende schade).
Wat is een gevoelige periode?
Een periode waarin leren makkelijker gaat, maar later nog kan worden ingehaald.
Wat is het levensloopmodel?
Het idee dat ontwikkeling het hele leven doorgaat.
Wat is nature?
Ontwikkeling door aanleg en genetica.
Wat is nurture?
Ontwikkeling door omgeving en opvoeding.
Wat is het biopsychosociaal model?
Ontwikkeling door combinatie van biologische, psychologische en sociale factoren.
Wat is het psychodynamisch perspectief?
Gedrag wordt beïnvloed door onbewuste gevoelens en conflicten.
Wat is het id?
Het deel van de persoonlijkheid met primitieve behoeften en driften.
Wat is het ego?
Het rationele deel dat rekening houdt met de werkelijkheid.
Wat is het superego?
Het geweten (normen en waarden).
Wat is fixatie?
Blijven hangen in een ontwikkelingsfase door te veel of te weinig bevrediging.
Wat is de theorie van Erikson?
Ontwikkeling in 8 fasen met telkens een crisis die opgelost moet worden.
Wat is het behavioristisch perspectief?
Gedrag wordt geleerd door omgeving en ervaringen.
Wat is klassieke conditionering?\n\n
Leren door het koppelen van stimuli.\n\n
Wat is operante conditionering?\n\n
Leren door beloning en straf.\n\n
Wat is sociaal-cognitieve leertheorie?\n\n
Leren door anderen te observeren en na te doen.\n\n
Wat is het cognitief perspectief?\n\n
Kijkt naar hoe mensen denken en informatie verwerken.\n\n
Wat zijn schema’s volgens Piaget?\n\n
Mentale structuren om informatie te organiseren.\n\n
Wat is assimilatie?\n\n
Nieuwe informatie toevoegen aan bestaande kennis.\n\n
Wat is accommodatie?\n\n
Bestaande kennis aanpassen aan nieuwe informatie.\n\n
Wat is de informatieverwerkingstheorie?\n\n
Het brein werkt als een computer (opslaan en verwerken van info).\n\n
Wat is cognitieve neurowetenschap?\n\n
Onderzoek naar hersenprocessen bij denken.\n\n
Wat is het bio-ecologisch model?\n\n
Ontwikkeling wordt beïnvloed door verschillende omgevingslagen.\n\n
Wat is het microsysteem?\n\n
Directe omgeving (gezin, school).\n\n
Wat is het mesosysteem?\n\n
Verbindingen tussen onderdelen van de directe omgeving.\n\n
Wat is het exosysteem?\n\n
Indirecte invloeden (zoals werk ouders).\n\n
Wat is het macrosysteem?\n\n
Cultuur en maatschappij.\n\n
Wat is het chronosysteem?\n\n
Invloed van tijd en gebeurtenissen.\n\n
Wat is de theorie van Vygotsky?\n\n
Ontwikkeling door sociale interactie.\n\n
Wat is de zone van naaste ontwikkeling?\n\n
Wat een kind kan leren met hulp.\n\n
Wat is scaffolding?\n\n
Ondersteuning geven bij leren.\n\n
Wat is een ongeconditioneerde stimulus (UCS)?\n\n
Stimulus die automatisch reactie geeft.\n\n
Wat is een ongeconditioneerde respons (UCR)?\n\n
Automatische reactie op UCS.\n\n
Wat is een neutrale stimulus (NS)?\n\n
Stimulus zonder reactie.\n\n
Wat is een geconditioneerde stimulus (CS)?\n\n
Aangeleerde stimulus.\n\n
Wat is een geconditioneerde respons (CR)?\n\n
Aangeleerde reactie.\n\n
Wat is verwerving (acquisitie)?\n\n
Het leren van de koppeling tussen stimuli.\n\n
Wat is extinctie?\n\n
Het verdwijnen van een aangeleerde reactie.\n\n
Wat is spontaan herstel?\n\n
Terugkeer van een reactie na rust.\n\n
Wat is stimulusgeneralisatie?\n\n
Reageren op vergelijkbare stimuli.\n\n
Wat is stimulusdiscriminatie?\n\n
Verschil leren tussen stimuli.\n\n
Wat is conditionering van hogere orde?\n\n
Nieuwe koppeling maken met bestaande CS.\n\n
Wat is operante conditionering?\n\n
Gedrag leren door gevolgen.\n\n
Wat is bekrachtiging?\n\n
Alles wat gedrag laat toenemen.\n\n
Wat is positieve bekrachtiging?\n\n
Iets leuks toevoegen → gedrag neemt toe.\n\n
Wat is negatieve bekrachtiging?\n\n
Iets vervelends wegnemen → gedrag neemt toe.\n\n
Wat is continue bekrachtiging?\n\n
Altijd belonen → snel leren.\n\n
Wat is intermitterende bekrachtiging?\n\n
Soms belonen → gedrag blijft langer.\n\n
Wat is een vast ratioschema?\n\n
Beloning na vast aantal acties.\n\n
Wat is een variabel ratioschema?\n\n
Beloning na onvoorspelbaar aantal acties.\n\n
Wat is een vast intervalschema?\n\n
Beloning na vaste tijd.\n\n
Wat is een variabel intervalschema?\n\n
Beloning na wisselende tijd.\n\n
Wat is straf?\n\n
Iets doen om gedrag te verminderen.\n\n
Wat is positieve straf?\n\n
Iets vervelends toevoegen → gedrag daalt.\n\n
Wat is negatieve straf?\n\n
Iets leuks wegnemen → gedrag daalt.\n\n
Waarom werkt straf vaak slecht?\n\n
Het leert geen goed gedrag, geeft angst en werkt vaak tijdelijk.\n\n
Wat is een nadeel van straf?\n\n
Gedrag komt vaak terug als straf stopt.\n\n
Waarom is bekrachtiging beter?\n\n
Het leert gewenst gedrag en werkt langer.\n\n